NGV logo

NEDERLANDSE GENEALOGISCHE VERENIGING

NGV Nieuwsbrief 2013 nummer 48

maandag 1 juli 2013

Grotere letters?  Lees online in uw webbrowser en gebruik de zoom-optie.

Geachte **1**,
in deze nieuwsbrief vindt u de volgende onderwerpen:

Nieuws van de redactie
Nieuws
Evenementen binnenkort
Recente prikbordberichten


Nieuws van de redactie

Regels voor het vernoemen

Vroeger kregen kinderen meestal dezelfde voornaam als een familielid. Een overzicht van de regels die daarvoor golden. Het gebeurt hier en daar (gelukkig) nog steeds. Maar vroeger was het algemeen gebruikelijk om kinderen te vernoemen naar familieleden. Dat wil zeggen dat een kind dan dezelfde naam kreeg als een bepaald familielid. Daar bestonden vrij strikte regels voor. Zeker voor de periode vůůr 1811 zijn vernoemingspatronen daarom heel belangrijk bij het aantonen van verwantschappen. Weliswaar waren het slechts gewoonteregels waar regelmatig van afgeweken werd, maar de ‘normale’ volgorde van vernoemen was in principe een vaststaand gegeven.

1e zoon  grootvader: vaders vader 
2e zoon  grootvader: moeders vader 
3e zoon  oom: vaders oudste broer 
4e zoon  oom: moeders oudste broer 
5e zoon  oom: vaders 2e broer 
6e zoon  oom: moeders 2e broer 
enz.  enz. 
   
1e dochter   grootmoeder: moeders moeder 
2e dochter  grootmoeder: vaders moeder 
3e dochter  tante: moeders oudste zus 
4e dochter  tante: vaders oudste zus 
5e dochter  tante: moeders 2e zus 
6e dochter  tante: vaders 2e zus 
enz.  enz. 
Bij zonen had vaders familie dus voorrang en bij dochters moeders familie.

Ook voor de uitzonderingen zijn er patronen te ontdekken:

  • Overleden familieleden kregen vaak voorrang bij het vernoemen. Als moeders vader al was overleden en vaders vader nog niet, werd moeders vader vaak eerst vernoemd. Ook overleden jongere broers en zussen gingen vaak voor oudere nog levende broers en zussen.
  • Als de eerste 3 of meer kinderen zonen waren, werd er wel eens een zoon genoemd naar een grootmoeder. En andersom: als de eerste 3 of meer kinderen dochters waren, werd er wel eens een dochter genoemd naar een grootvader.
  • Kinderen die geboren werden na het overlijden van de vader werden vaak naar de vader genoemd (soms ook als het een meisje was).
    En als de moeder overleed in het kraambed, werd het kind vaak naar haar genoemd (soms ook als het een jongen was).
  • Vaak hadden 2 of meer kinderen in een gezin dezelfde voornaam. Meestal omdat het oudere kind inmiddels al was overleden en het ontstane gat in de vernoemingsrij weer moest worden opgevuld. (Zij werden dus NIET genoemd naar het overleden kind, maar naar het familielid waarnaar ook het overleden kind genoemd was.) Maar soms werd een naam ook vaker gebruikt omdat een naam zowel in vaders als in moeders familie voorkwam en dus meer dan 1 keer aan de beurt kwam. In dat geval kreeg het kind soms het patroniem of de familienaam van het betreffende familielid erbij als tweede voornaam, werd er onderscheid gemaakt dmv een aanduiding als ‘de oudere’ en ‘de jongere’ of werd er een variant van dezelfde naam gebruikt (Kaatje en Trijntje komen bijvoorbeeld beide van Catharina).
  • Buitenechtelijke kinderen werden meestal naar de grootouders van moeders kant genoemd en soms naar de vader, bijvoorbeeld als een drukmiddel om hem het vaderschap te laten erkennen. Echter, wanneer een huwelijk bij de geboorte vrijwel zeker was, werden gewoon de normale vernoemingsregels gevolgd. Een zoon werd dan dus naar vaders vader genoemd. Wanneer een ongehuwde moeder later alsnog trouwde kan de naam van een eerder geboren zoon dus een aanwijzing vormen om vast te stellen of de bruidegom al dan niet zijn natuurlijke vader was. Bij een eerder geboren dochter is dat veel moeilijker, tenzij ze bij wijze van uitzondering naar haar vaders moeder is genoemd ipv naar haar moeders moeder.
  • Als een van de ouders voor de tweede keer getrouwd was, werd vaak ook de overleden man of vrouw vernoemd. Soms nog voor de ouders, maar meestal na de ouders en voor de broers en zussen.
  • Ook stief- en pleegouders werden soms vernoemd. Soms zelfs in plaats van de eigen ouders, soms voor de eigen ouders, maar meestal na de eigen ouders en voor de broers en zussen.
NB – Er wordt regelmatig beweerd dat na het vernoemen van de grootouders niet de ooms en tantes, maar de overgrootouders zouden zijn vernoemd. Nu komt dat grotendeels op hetzelfde neer: ook de ooms en tantes zijn zelf immers vaak weer naar grootouders gernoemd en vernoemen van ooms en tantes is dus indirect vernoemen van overgrootouders. Maar wanneer consequent overgrootouders vernoemd zouden worden, zouden standaard ook de namen van de ouders zelf gebruikt moeten worden wanneer zij naar hun grootouders vernoemd zijn. Dat gebeurde niet. Een kind kreeg alleen de naam van zijn of haar vader of moeder wanneer het naar een grootouder of oom of tante genoemd werd die toevallig dezelfde naam had of wanneer het direct naar de eigen vader of moeder genoemd werd. Dat een kind direct genoemd werd naar een overgrootouder waarnaar ook zijn of haar vader of moeder genoemd was, valt vrijwel niet aan te wijzen.
Bron: voorouders.net

Een immigratieprobleem is van alle tijden

Ingestuurd en geschreven door Piet Schaddelee.

Aanleiding
In het midden van de 17e eeuw werden steden als Gouda, Dordrecht en Rotterdam voor maar liefst 40Vo bevolkt door vreemdelingen van de eerste of tweede generatie. Zo was Amsterdam bijvoorbeeld zeer aantrekkelijk voor Antwerpse kooplieden. Samen met uit Frankrijk gevluchte Hugenoten en uit Spanje verdreven Joden droegen de Vlamingen bij aan de economische voorspoed in de Gouden Eeuw van de Nederlanden. Door het klimaat van religieuze tolerantie en vrijhandel ontwikkelen de Noordelijke Zeven Verenigde ProvinciŽn zich tot een absolute wereldmacht.
Inderdaad gaat het niet over thans maar toch …………..
Enige tijd geleden kwam ik bij een lezing een gedicht tegen van de 17e eeuwse dichter A. Hoffer dat me deed besluiten een lang bestaande gedachte eens op te schrijven.
 

Ick weet niet wat het is met onse Nederlanders,
Want nevens hare taal soo spreken sy noch anders,
Het is haar niet genoegh te spreken hare taal,
Sy spreken Frans, end' Schots, Latijn end' als de Waal.

Sy weten 't als een kock te menghen, end te scherven,
Om soo quansuys wat eers by and're te verwerven,
De eene seyd, bon jour, mijn Heer, de and're weer
Seyd bona dies, Heer, end' swets soo even seer.

De grace, neen, Monsieur, excuse moy sy spreken,
End doen niet anders als wat Frans den hals te breken,
Dan koomter oock Senor, end' maackt den Spaanschen geck,
In plaatse van voornoemd, is ditto nu den treck.

Van waar koomt ons dit toe te rnenghen soo de talen,
End’ dan van dees' een woord, end’ dan van die te halen,
Is 't schaarsheyd in de taal? Verwert ons die de spraack?
Neen, d'hooghmoed die ons quelt is oorsaack van de saack.

Adriaen Hoffer, Nederduytsche PoŽmata (1635)

De ontwikkeling in de twintigste eeuw
Een politiek probleem van deze tijd zijn de buitenlanders waarbij onderscheid wordt gemaakt naar asielzoekers, economische vluchtelingen en buitenlandse werknemers (gastarbeiders).
Er worden problemen gezien in de taal, godsdienst en cultuur.
In het recente verleden (van de vorige eeuw) arriveerden de Duitse dienstboden en in de jaren dertig de (voornamelijk Joodse) vluchtelingen uit Duitsland. Een deel van de Duitse dienstboden zijn door huwelijken geÔntegreerd in de Nederlandse samenleving. Van de Joodse vluchtelingen zijn er echter een groot aantal verder getrokken of later in de concentratiekampen omgekomen. Verder waren er ook de pinda-Chinezen, meestal achtergebleven zeelieden. De groep Chinezen is na de Tweede Wereldoorlog enorm uitgebreid toen de Chinese restaurants in Nederland populair werden.
Er zijn ook tegengestelde bewegingen geweest. In de tweede helft van de 19e eeuw was er de trek naar Noord-Amerika, veelal om religieuze redenen. Zoals met Ds. van Raalte waarvan de sporen in Michigan nog steeds zichtbaar zŪjn. Vlak na de Tweede Wereldoorlog is er een grote emigratiegolf geweest toen vele gezinnen emigreerden naar AustraliŽ, Canada, Nieuw -Zeeland en Zuid-Afrika. Omstreeks diezelfde tijd kwam er een grote groep Indische Nederlanders naar Nederland als gevolg van de soevereiniteitsoverdracht in het voormalige Nederlands-IndiŽ. Deze groep is een voorbeeld van redelijk geruisloze assimilatie, mede doordat men natuurlijk al de Nederlandse taal beheerste en de Nederlandse nationaliteit bezat.
Gelijktijdig werd er een groep Zuid-Molukse militairen met hun gezinnen, in beginsel tijdelijk, naar Nederland overgebracht. De assimilatie daarvan kostte heel wat meer moeite aangezien zij steeds bleven hopen op terugkeer.
De Nederlandse Regering bij monde van premier Willem Drees meende dat het naoorlogse Nederland niet in staat zou zijn voor genoeg huisvesting en werk te zorgen voor de te verwachten grote groep Indische Nederlanders die na de soevereiniteitsoverdracht gerepatrieerd zouden moeten worden. Zij stelde daarom alles in het werk om hen te bewegen voor de Indonesische nationaliteit te kiezen waardoor zij in IndonesiŽ zouden kunnen blijven. Dat dit een illusie was bleek later uit de noodzaak om een grote groep spijtoptanten alsnog te repatriŽren. Ook bleken zij zelf in staat een nieuwe werkkring te vinden zonder hulp van de overheid.
Dat men zich anderzijds vergiste in de spankracht van de Nederlandse economie bleek enige jaren later toen er door de snelle industrialisering een groot gebrek aan arbeidskrachten ontstond. In de zestiger jaren leidde dat er toen toe dat men genoodzaakt was in het buitenland arbeiders te gaan werven. In eerste instantie in Griekenland en later in Spanje en ItaliŽ. Toen in hun vaderland de economische situatie beter werd keerden velen weer naar hun huis terug. Toch hebben een aantal van deze gastarbeiders in de Nederlandse samenleving hun plaats gevonden, mede omdat ze een Nederlandse levensgezellin hadden gevonden. Al eerder waren er Italiaanse mijnwerkers aangetrokken. In 1956 was er ook nog een groep Hongaarse vluchtelingen na de Russische inval redelijk geruisloos in de Nederlandse samenleving opgenomen.
Later kwam er bovendien een grote stroom immigranten uit Suriname en later uit de Nederlandse gebiedsdelen in het CaraÔbische gebied op gang waardoor er op een gegeven moment meer Surinamers in Nederland woonden dan in Suriname. Na de onafhankelijkheid in 1976 opteerden de meesten voor de Nederlandse nationaliteit en bleven in Nederland wonen.
Toen er weer een gebrek aan arbeidskrachten ontstond in Nederland is men arbeidskrachten gaan werven in Turkije en Marokko. Gedachtig aan de terugkeer van de Zuid-Europeanen heeft men de overkomst van de gezinnen van de laatste groepen bevorderd om te bereiken dat zij zich blijvend in Nederland zouden vestigen. Men had echter niet voorzien dat deze laatste groepen voor een belangrijk deel afkomstig waren uit arme en achtergebleven gebieden. Dat is een van de reden dat zij zich vast bleven houden aan hun oude cultuur en minder gemakkelijk assimileerden.
Tenslotte werd Nederland (en andere landen in West-Europa) in de laatste jaren geconfronteerd met asielzoekers en economische vluchtelingen uit oorlogsgebieden in Afrika en AziŽ.
Ondanks de problemen die door de politiek en de media regelmatig gesignaleerd worden zijn er uit deze groepen velen, vooral uit de tweede en derde generatie, die volledig geassimileerd en geÔntegreerd zijn. Deze problematiek is tegenwoordig iedereen daardoor wel bekend.
De laatste ontwikkeling is nieuwe arbeidskrachten afkomstig uit Oost-Europese landen, die binnen de Europese Unie profiteren van de daardoor geboden mogelijkheden. Onlangs stelde Hongarije paspoorten beschikbaar aan Roemenen met Hongaarse voorouders. Die Roemenen kunnen daarmee nog makkelijker naar de Europese Unie reizen.

De ontwikkelingen in het verleden
Voor de hobbygenealoog is er echter niets nieuws onder de zon. Wanneer deze met het onderzoek naar voorouders is gevorderd tot bv. de 17e eeuw zal men ongetwijfeld terechtkomen bij voorouders die uit het buitenland afkomstig zijn. Slechts in enkele gevallen zijn de nakomelingen niet geassimileerd.
Laten we nu daarom terugkeren naar de in het begin aangekondigde verschijnselen in vorige eeuwen.
Het is niet mijn bedoeling een fundamentele discussie te beginnen over de herkomst van de Batavieren die de Rijn kwamen afzakken en of over de Franken en Saksen die ons land binnenkwamen. Maar ik wil uitgaan van de situatie toen er een min of meer centrale Staat ontstond van de Zeven Verenigde Nederlanden in de 16e en 17e eeuw.
In die tijd kunnen we ook al verschillende motieven onderscheiden zoals asielzoekers, meestal om der geloofswille, en gastarbeiders zoals de trekarbeiders uit het Duitse gebied en de huursoldaten.


Er was destijds nog geen centraal beleid op allerlei gebied, maar dat beleid werd door de lokale overheid bepaald. In feite is in Nederland een centraal beleid ten aanzien van vreemdelingen pas in de tweede helft van de 19e eeuw ontstaan.
Eeuwenlang werd door wetenschappers en het bestuur het Latijn en later ook de Frans de taal voor correspondentie gehanteerd. De bevolking gebruikte een streektaal. Uit het gedicht van Hoffer dat hier geciteerd wordt blijkt dat door de komst van de vreemdelingen dit tot problemen leidde. In vele landen groeide door het ontstaan van nationale staten ook de behoefte aan een nationale taal. In de Republiek werd dit bevorderd door de afsplitsing van de Zuidelijke Nederlanden, die in belangrijke mate Frans georiŽnteerd waren. Dat gaf aanleiding aan de Staten-Generaal om hun besluiten voortaan in het Nederlands te publiceren. Bij de ontwikkeling van een standaard Nederlands uit het Nederduits speelt de Statenvertaling van de Bijbel uit 1637 de belangrijkste rol. Die is met veel overleg tot stand gekomen.
De bevolking was toen nog niet zo groot en woonde behalve in enige steden voornamelijk op het platteland. Dit manifesteerde zich toen de Republiek een machtige mogendheid werd. Er was te weinig mankracht om de machtige vloot te bemannen en er een leger op na te houden. De handelsvloot werd voornamelijk bemand door Nederlanders in tegenstelling tot de oorlogsvloot waar de buitenlanders (vooral Duitsers) in de meerderheid waren. Er werd echter genoeg verdiend om die mankracht in te huren. Zo ontstonden de legers met huursoldaten van Schotse, Zwitserse en Duitse oorsprong. Van hen bleven er een groot aantal in Nederland hangen na hun ontslag. Velen waren soldaat geworden voor het geld. Zij hadden oorspronkelijk een ander beroep dat zij daarna in Nederland na ontslag weer opnamen. Na een vrede werden de soldaten weer afgedankt.
Reeds de troepen die Willem van Oranje en zijn broers (en later Maurits en Frederik Hendrik) nodig hadden bij hun strijd tegen de Spanjaarden waren van buitenlandse herkomst. In eerste instantie vooral Duitsers. Vanuit Zwitserland kwamen de soldaten met een compagnie, die door hun aanvoerder was samengesteld en met hem werd ingehuurd.
Verschillende malen was er hongersnood en daardoor armoede. In die tijd was men dan aangewezen op de hulp van de gemeente waar de familie oorspronkelijk vandaan kwam (heimberrechigt war). De fondsen werden verkregen door het werven van boerenknechts die in plaats van een schop ook wel een hellebaard of een musket konden vasthouden. Het bleek overigens geen vetpot want behalve dat men het Trinkgeld, dat bij de aanwerving in de kroeg werd verzopen, moest terugbetalen waren ook de vergoedingen voor kost en huisvesting zo fors dat er weinig overbleef.
 
Aangezien de oorspronkelijke Nederlandse bevolking toen veel kleiner was, ging toen ook de opname van de verhoudingsgewijs grotere groep immigranten gepaard met wrijvingen en conflicten.
Zo zijn er tweemaal een groep Hugenoten uit Frankrijk gekomen nadat daar de RK godsdienst weer staatsgodsdienst werd, eenmaal na de Bartholomeusnacht en eenmaal na de opheffing van het Edict van Nantes. Ook zijn er groepen Belgen (Zuidelijke Nederlanders) om der geloofswille uitgeweken en vaak via Londen en Emden uiteindelijk in de Republiek terechtgekomen. Ook kwamen er uit o.a. Rijssel velen rechtstreeks in Leiden en Haarlem terecht en stichtten daar de lakenindustrie.
Verder weken na de val van Antwerpen in 1585 vele kooplieden uit naar Zeeland en Amsterdam. Onder de machtige kooplieden van Amsterdam waren er velen uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstig. In de 16e en 17e eeuw zijn er vele stromen buitenlanders in de Republiek binnengekomen en vaak brachten zij welvaart met zich mee.
De bevolking van Leiden steeg eind 16e en begin 17e eeuw van 12.000 tot 45.000 inwoners met een voornamelijk Zuid-Nederlandse inslag. Maar ook in Amsterdam kon men zich in de omgeving van de Bloemstraat in het begin van de 17e eeuw beter met Frans en Vlaams verstaanbaar maken dan met Amsterdams . Later waren het vooral de Duitsers die in Amsterdam hun geluk hoopten te vinden.
Door vervolging weken er uit Oost-Europa (de Asjkenazische) en uit Portugal (de Sefardische) Joden uit naar het tolerante Holland. Maar juist de Joden werden door de overheid beperkingen opgelegd bij de beroepen die ze wilden uitoefenen. Daardoor kwamen de meeste in de handel terecht. In de tweede helft van de 18e eeuw groeide de Joodse bevolking van Amsterdam met de helft. Door het bovenstaande en het vasthouden aan het Jiddisch ontstond juist bij hen gettovorming.
Een apart verhaal betreffen dan nog de hannekenmaaiers en de lappenpuppen dŪe tijdelijk hier kwamen, maar waarvan een aantal uiteindelijk zich hier permanent vestigden. De grote kledingmagazijnen en warenhuizen vinden daarin hun grondslag.
Het toelaten en zelfs bevorderen van de stromen buitenlanders in de Republiek was niet van eigen belang ontbloot. De oorspronkelijke bevolking was voor het merendeel op de landbouw georiŽnteerd.
Naast de al genoemde behoefte aan soldaten was er ook een grote behoefte een de bemanning van de vloot. In die jaren dat men onafhankelijk van andere landen (zoals Portugal) wilde worden, werden de Nederlanden een natie die de wereldzeeŽn beheersten en de eerste multinational (de VOC) oprichtte.
Bij de lokale overheid waren de gegevens van de immigranten wel bekend, maar niet bij de bevolking. Veelal werd hun oordeel gebaseerd op uiterlijke kenmerken zoals huidskleur, kleding en taalgebruik. Er werd in die tijd wel de spot gedreven in de zgn. moffenkluchten met het koeterwaals dat de Duitse immigranten spraken. Zo waren ook de Duitse grasmaaiers herkenbaar aan het feit dat hun vesten een wit-linnen rug hadden, terwijl inheemse grasmaaiers rode vesten droegen.
Interessant in dit verband is in het bijzonder bij de Hugenoten dat zij hun Franse namen letterlijk vertaalden (Le Noir werd De Zwart) of verbasterden in een Nederlandse versie waardoor zij op dit punt niet meer als vreemdelingen herkenbaar waren. Een voorbeeld van een verbastering is Ledeboer ( Laict de Beurre). Veel genealogen in onze tijd komen bij verder onderzoek tot de ontdekking dat zij ondanks hun Nederlandse familienaam van Hugenoten blijken af te stammen.
Er is een link naar de jongste geschiedenis en wel de in het begin van dit artikel genoemde komst van de Indische Nederlanders c.q. Indo-Europeanen. Toen na de invoering van de dienstplicht in de 19e eeuw definitief afstand werd gedaan van de huursoldaten hebben velen daarvan dienst genomen in het KNIL. Reeds daarvoor had het KNIL wervingskantoren geopend in de ons omringende landen. De nakomelingen van deze KNIL-militairen hebben veelal bij de wet op het Nederlanderschap van 1892 de Nederlandse nationaliteit gekregen maar hun afkomst bleef zichtbaar in de familienamen.
Onder deze nakomelingen horen ook de Belanda hitam (zwarte Nederlanders) Na de afschaffing van de slavernij was er ook een wervingskantoor in de toenmalige kolonie Goudkust (nu Ghana) geopend. De vrijgeworden slaven hadden geen familienaam maar namen vaak de naam aan van de Nederlandse plantage-eigenaar waar ze gewerkt hadden.
Interessant is - met het oog op de huidige problemen met de buitenlandse werknemers in de land- en tuinbouw - dat in 1621 het voor alle Amsterdamse gilden regel werd dat een meester geen vreemde knecht mocht aannemen voor hij zich moeite had gegeven een werkloze poorter te vinden. Bij deze discriminatoire maatregelen tegen vreemdelingen dient wel in beschouwing te worden genomen dat er ook dergelijke maatregelen bestonden tussen steden onderling en tussen Holland en de ander provincies.

Besluit
Mijn persoonlijke relatie met dit onderwerp is dat ik een nakomeling ben van de Zwitserse huursoldaat Conrad Schšdeli, die in 1712 met een Nederlands meisje trouwde.
De kwartierstaat van mijn echtgenote (die in Nederlands-IndiŽ geboren was) ziet er uit als een landkaart van West-Europa, terwijl haar familienaam van Armenische oorsprong is.
De vraag is nu of wij voor de toekomst soortgelijke ontwikkelingen mogen verwachten als wij in het verleden hebben gezien. In elk geval staat vast dat de assimilatie van immigranten een proces is dat enkele generaties in beslag neemt.
De conclusie moet dus zijn dat Nederland in de laatste vijf eeuwen per saldo meer profijt heeft gehad van de immigratie, in weerwil van sommige van tijd tot tijd optredende fricties.
Uiteraard is er over dit onderwerp en de achtergronden nog veel meer te vertellen, maar voor de belangstellende verwijs ik naar de literatuur.

LITERATUUR:
Meertaligheid in de Gouden Eeuw -Willem Frijhoff -KNAW
Mensen van klein vermogen -A. Th. Van Deursen
Naar de kusten van de Noordzee -Jan Lucassen
Nieuwkomers, Nakomelingen -J. Lucassen en R. Penninx
Eerder gepubliceerd in: Oude Sporen NGV Gooiland 2011 jaargang 22, nr.2

Wat korte berichten

Vechten van de bierkaai, vrijwel iedereen weet wat die uitdrukking betekent. Wie vecht tegen de bierkaai gaat een op voorhand verloren strijd aan. Waar komt die uitdrukking eigenlijk vandaan?
De uitdrukking is afkomstig uit Amsterdam en ontstond waarschijnlijk in de eerste helft van de negentiende eeuw. Aan de zogenaamde Bierkade, een deel van de Oudezijds Voorburgwal, woonden destijds mannen die vanwege het sjouwen met zware biervaten bekend stonden als ijzersterk. Wie met deze mannen op de vuist ging had een hele grote kans die strijd te verliezen.
In Amsterdam gingen mannen uit verschillende wijken, als een soort volksvermaak, vroeger geregeld met elkaar op de vuist. Wanneer men het op moest nemen tegen de mannen van de Bierkade was de strijd eigenlijk bij voorbaat verloren. Deze mannen waren simpelweg te sterk. Het 'vechten tegen de bierkaai' kwam zo synoniem te staan voor het voeren van een hopeloze strijd.
Bron: historiek.net


Weet u

Een 'Werfgast' of scheepstimmerman was een houtbewerker die op een werf meewerkte aan het bouwen van houten schepen.

Een 'Blokbreker' was een delver van mergel blokken die als bouwstenen werden gebruikt.




Wilt u zelf eens een stukje tekst plaatsen in de nieuwsbrief over iets wat het weten waard is voor andere lezers.
Stuur dan uw tekst naar pr_service@ngv.nl





De webredactie.

  terug naar top

Nieuws

1 juli NGV 67 jaar!

(30 jun) 1 juli NGV 67 jaar, iedereen dank voor de inzet om van onze vereniging iets moois te maken waar we trots op kunnen zijn ... Lees verder..
 

Start bouw Gouwedepot

(29 jun) De waardevolle historische documenten uit de Groene Hart regio en de archeologische vondsten uit Gouda bevinden zich binnenkort onder ťťn dak. Het gaat om de archieven van het Streekarchief Midden Holland, een groot deel van de archieven van het Streekarchief Rijnlands Midden en de archeologische vondsten uit het gemeentelijk archeologisch depot. De gemeente Gouda start op 3 juli met de bouw van het Gouwedepot op het bedrijventerrein Gouwe Park. Het nieuwe gebouw voldoet aan de meest optimale klimaateisen voor het conserveren van de historische stukken. De oplevering is naar verwachting begin 2014. Lees verder..
 

Column nr. 35

(29 jun)

Alweer zo'n pracht toevalstreffer. Ik zocht Otto Lenk en Fritz Laser, twee jongens die aan het begin van de vorige eeuw vanuit Oostenrijk naar Friesland kwamen. Vanwege de slechte toestand in hun vaderland waren ze, met de zogenaamde kinderkonvooien, in Nederland gekomen. Natuurlijk had ik al op gemeentearchief.nl in de bevolkingsregisters van Leeuwarden gekeken (die staan digitaal op hun site) of ik iets van beide personen kon vinden. Ik vond geen inschrijving van hun komst in ons land, wel staan ze in latere jaren in de boeken vermeld. Omdat het de bedoeling was dat het merendeel van deze jeugd



tijdelijk in Nederland verbleef, werd ze waarschijnlijk niet ingeschreven.
En toen vond ik de site, Otto staat erop vermeld: spanvis.nl/Verzetsstrijders1/L.htm. Het is een website over Friese verzetsstrijders – bevrijders en andere betrokkenen uit de 2e wereldoorlog. Honderden namen (alfabetisch Lees verder..
 

Het Stadsarchief Enschede is van 8 juli t/m 25 augustus gesloten

(26 jun) Het stadhuis in Enschede is in de periode van 8 juli t/m 25 augustus gesloten voor gebruikers en bezoekers. Voor meer informatie zie de site van de gemeente Enschede. Aangezien het Stadsarchief in het stadhuis gehuisvest is zal de dienstverlening vanuit Stadsarchief Enschede beperkt worden in de genoemde periode Lees verder..
 

Eerste vijftig jaargangen (1883-1932) van De Nederlandsche Leeuw online

(22 jun) Sinds 1 juni 2013 zijn de eerste 50 jaargangen van `De Nederlandsche Leeuwī te raadplegen op de site van het `Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkundeī

Het gaat om meer dan 8.600 pagina’s met een schat aan gegevens voor historici, kunsthistorici en voor ieder die zich op een wetenschappelijke manier met familiegeschiedenis bezighoudt.



De jaargangen zijn te vinden onder link
Daar kunt u door de individuele jaargangen bladeren en alle jaargangen op woorden doorzoeken. Lees verder..
 

Cursus genealogisch computerprogramma Aldfaer

(21 jun) Medio oktober 2013 start de afdeling Kempen- en Peelland, mits er voldoende belangstelling is, een 3-daagse cursus voor het gebruik van het genealogisch computerprogramma Aldfaer Lees verder..
 

Archief Erfgoed Leiden & Omstreken, gewijzigde openingstijden studiezaal

(21 jun) Sinds 1 juni 2013 zijn er de volgende veranderingen:
* De openstelling op woensdag en zaterdag is vervallen Lees verder..
 

Woord van de voorzitter

(21 jun) Wat is er zoal in het HB besproken ... Lees verder..
 

Overlijden van Robert Hofstee, In Memoriam

(20 jun) Op 13 juni is Robert Hofstee op 72-jarige leeftijd overleden.
Robert was o.m. Officier in de orde van Oranje-Nassau, voorzitter van de WGOD (Werkgroep Onderzoek Duitsland) en lid van de NGV.
Tijdens de laatste bestuursvergadering van hoofdbestuur van de NGV op woensdag 19 juni 2013, werd het verscheiden van Robert Hofstee op passende wijze herdacht: daarbij werden tevens de vele verdiensten van hem voor de NGV gememoreerd. Lees verder..
 

Nieuwe website over genetische genealogie

(19 jun) Een aantal enthousiaste genetisch-genealogen heeft een tweetal activiteiten ontwikkeld.

Er is een website Genografie gestart: genografie.nl/index.html

Hier wordt aan iedereen de mogelijkheid geboden om resultaten van eigen DNA-onderzoek op genetisch-genealogisch gebied te publiceren.

De resultaten van persoonlijke, familiale, regionale en landelijke onderzoeken van DNA-onderzoek zullen hier gepubliceerd en besproken worden.

Verwijzingen naar persoonlijke websites met DNA-onderzoek worden ook hier geplaatst. Lees verder..
 

Juni-nummer van Gens Nostra verschijnt eind volgende week

(17 jun) Het betreft het 1e deel van het vorig jaar aangekondigde themanummer Rijnland. Het grootste deel van dit themanummer volgt midden 2014. Nu alvast:

- John Boerefijn: Het portret van … Arie van ’t Wout & Hilletje van Iperen
- Mauring Roest: Van Noord (Rijnland)
- Adriaan H. Veefkind (†): Het ontstaan van het plaatsje Veefkind (Winsconsin, USA)

In de mededelingen vindt u onder meer het jaarlijkse en bijgewerkte overzicht van NGV-vrijwilligers en het eerste deel van uitgereikte gouden en zilveren NGV-spelden in de afgelopen periode (aan zeven NGV-vrijwilligers). Verder de rubrieken wegwijs, boeken en periodieken.


L.F. van der Linden,
Hoofdredacteur Gens Nostra Lees verder..
 

Nationaal Archief van maandag 16 september t/m dinsdag 15 oktober voor bezoekers gesloten.

(17 jun) De bouwwerkzaamheden voor het nieuwe publiekscentrum - waaronder de studiezaal - van het Nationaal Archief zijn bijna afgerond. Om onze bezoekers na de verbouwing weer goed van dienst te kunnen zijn moet er nog veel gebeuren. De consequentie daarvan is dat het Nationaal Archief zijn deuren voor bezoekers sluit van maandag 16 september t/m dinsdag 15 oktober. In die periode is het dus niet mogelijk om archieven te raadplegen. Lees verder..
 

Stamboomonderzoek om een fout in het genetisch materiaal (DNA) op te sporen.

(16 jun) Cardiologen en klinische genetici van het Maastricht UMC+ hebben in een aantal Limburgse families een foutje in het erfelijk materiaal (DNA) ontdekt dat ernstige hartritmestoornissen en de dood kan veroorzaken, zo heeft de Maastrichtse universiteit op 15 juni 2013 bekendgemaakt.

 Lees verder..
 

Twee eeuwen Nederlanders in Sint-Petersburg, De Hollandse Kerk als sociaal en religieus middelpunt

(16 jun) In het kader van 400 jaar Nederlands - Russische betrekkingen is op 14 juni 2013 het boek "Twee eeuwen Nederlanders in Sint-Petersburg - De Hollandse Kerk als sociaal en religieus middelpunt" verschenen. Het eerste exemplaar is aangeboden aan Gunilla Gunner, de weduwe van prof. Pieter N. Holtrop, die in 2011 het initiatief nam tot het samenstellen van deze bundel artikelen. Lees verder..
 

Nationale Genealogische Dag - 21 september 2013

(12 jun)

De Genealogische Vereniging Prometheus organiseert ter gelegenheid van haar veertigjarige bestaan op zaterdag 21 september a.s. weer een Nationale Genealogische dag te Delft. Evenals bij de vorige lustra zijn er lezingen en geven bekende organisaties en verenigingen op de genealogische markt acte de prťsence. Lees verder..
 

Fotoweek Nederlands-IndiŽ

(05 jun) In Museum Bronbeek kan iedereen op 24, 25, 26 en 27 september 2013 terecht met vragen over eigen familiefoto’s uit Nederlands-IndiŽ. Bronbeek biedt deze gelegenheid in het kader van de landelijke Fotoweek, een nieuw initiatief van het Nederlands Fotomuseum en het Foam, dit jaar met het thema ‘Kijk! Mijn familie’. Lees verder..
 

Van de Voorzitter ...

(03 jun) Afdelingsbladen, de spiegels van het verenigingsleven ... Lees verder..
 

Nieuw Hoofd van Dienst in het Verenigingscentrum

(02 jun) Wie is er benoemd als Hoofd van Dienst en van welke Dienst?
U leest het in bijgaand artikel. Lees verder..
 

Stamboomcafť van het CBG op ander tijdstip

(01 jun) Op veler verzoek is de aanvangstijd van het Stamboomcafť vervroegd naar 16.00 uur. De nieuwe eindtijd is 18.00 uur.


Op dinsdag 25 juni vindt bij het CBG in Den Haag het laatste Stamboomcafť van dit seizoen plaats. Dit keer wordt het Stamboomcafť geopend met een korte presentatie van Lilian de Bruijn. Zij zal spreken over het schrijven van familiegeschiedenis. Lees verder..
 
Meer nieuws vindt u in het Nieuwsarchief. terug naar top

Evenementen binnenkort

vr 12 jul Tiel Genealogisch Cafť
za 13 jul Weesp "GensDataPro Serviceteam" aanwezig in het Verenigingscentrum

 
Voor meer evenementen, raadpleeg  Agenda alle evenementen. terug naar top

Recente prikbordberichten

30 jun Bulletin Achterhoek nr 2 2013
29 jun hulp gevraagd
29 jun genealogica 2013 nr 2
28 jun hulp bij lezen
28 jun GensDataPro-werkinstructie: het maken van een Mt-DNA-overzicht
27 jun Afd.blad Kwartier van Nijmegen nr 2 2013
26 jun Europese regelgeving kan archiefonderzoek schade toebrengen
25 jun Meer Europees verzet tegen restricties bij het genealogische onderzoek
25 jun Europese regelgeving persoonsgegevens
24 jun Wat is een : pellekleed ?
24 jun 680.000 Overlijdensberichten, nu ook via browser!
23 jun Einde van Personal Ancestral File (PAF), het einde van een tijdperk
22 jun Waar is Andreas Zanders, gehuwd met Maria Beurskens in Limburg ?.
22 jun Joodse schenkingslijsten uit de eerste wereldoorlog
22 jun Jan Jans/Jan Kars, scheper
22 jun Jantien Luichjes, Groningen
22 jun Michiel Themmen/Temmen
21 jun Actie van Zeeuwse genealogen
20 jun GensDataPro-werkinstructie: het maken van een Y-DNA-overzicht
19 jun Maria van Daalen/ Andrea Peternella van Schaik
15 jun Wie weet iets van de Familie Fretz uit Hinsbeck, Duitsland
15 jun Wie heeft Clement van Loon in zijn/haar stamboom?
14 jun Alida Egmans
13 jun PROMO-FILMPJE Archief RK FRIESLAND
11 jun Overlijden Jouk Bol
11 jun Overlijden Cornelis Megchelse
11 jun Regiment Baden Durlach
10 jun Tiendaagse veldtocht
08 jun Zoek geb Aletta Henssen
08 jun Regmet van de Prins van Holsteijn
05 jun RESPECT
05 jun Ouders van Jannie Maria Rijnders
04 jun S C H R I L
03 jun Overlijden Cornelia Duijm
03 jun Archief ds. Jan Scharp
03 jun Waar is Allegonda Hubertina Bakx-Swarttouw gebleven/Overleden ?
03 jun Update Provinciaal Bestuurlijk Archief met 450 familienamen
03 jun Adres gevraagd van Nell van Dam-Stanley (USA)
02 jun Jitse Jagersma
02 jun Kinderen van Dirk Leendert van der Berg en Judith Duijm
02 jun Overlijden Willem Schaap

 
Voor een overzicht van alle prikbordmeldingen, zie het  Prikbord. terug naar top

U krijgt deze NGV nieuwsbrief toegezonden omdat u in uw NGV profiel heeft aangegeven dat u de nieuwsbrief wilt ontvangen.
U kunt zich aan- of afmelden voor deze nieuwsbrief door op de NGV website www.ngv.nl via de rechterkolom eerst in te loggen, dan te klikken op “mijn profiel” en in het tweede blok via “gegevens aanpassen” het vinkje weg te halen bij “wilt u de ngv-nieuwsbrief ontvangen?”.

©2013 NGV
De Nederlandse Genealogische Vereniging (NGV) is een niet-gesubsidieerde vereniging waarin al het bestuurlijk en organisatorisch werk wordt uitgevoerd door vrijwilligers. Ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel te Amsterdam onder no. 40531257