Lezing Groningse Munt van Middeleeuwen tot 1772

Op woensdag 17 oktober 2007 heeft de heer K. Boele een lezing verzorgd voor een geboeid publiek met bovenvermelde titel. Zijn lezing werd verluchtigd met een dia-presentatie met veel afbeeldingen van de diverse Groningse munten. Welwillend heeft de hr. Boele deze presentatie ter beschikking gesteld om hier op onze site te presenteren. Als u onderstaande link aanklikt opent de presentatie in een nieuw venster.

Groningse Munt van Middeleeuwen tot 1772

Veel plezier!


November 2000: Groningse munten

Door Femke en Lars Roobol

In 1577 verwierven de Ommelanden muntrecht, zij lieten deze munten slaan in Appingedam, Gorinchem en Kuilenburg. Hieronder volgt een overzicht van Groninger munten en hun relatie tot elkaar en tot andere munten. 

 

Grootken of penning ½ plak of 3 miten
't Moagermantje of Grunneger oortje ¼ Grunneger stuver of 1½ plak
braspenning 2½ plak of ¼ schillink
Enkelde Vleemsche Grunneger halfstuver of 3 plakken
't Butje of klauwke 3½ plak
Krumster of Kromstaart 4 plakken
Fleemsche ½ schilling of 5 plakken
Dubbelde vleemsche of Grunneger stuver blank of 6 plakken
Broabantse stuver1 8 plakken
Fleger of braspenning 9 plakken
schilling 10 plakken
joager, jangelaar, oude vleemsche plakke, butdrager, schillink, alle 2 Grunneger stuver, dubbelde stuver, 12 plakken
't schoap (scaep) of schop 3 Grunneger stuver of 18 plakken
Dubbelde joager Flabbe of 4 Grunneger stuver of 24 plakken
Emder dikke 5 Broabantse stuver of 40 plakken.
Dubbelde flabbe 8 Grunneger stuver of 48 plakken
Arendsgulden of Arnhemse gulden (ook: oortdaler) 10 stuver of 60 plakken of ¼ daalder of 7½ Broabantse stuver
Arnoldus Arendsgulden (naar Arnold van Gelder) 12 Grunneger stuver
Rudolphus Postulaat (naar bisschop  Rudolph van Diepholt) 15½ Grunneger stuver of 1½ Arendsgulden plus 1 krumstert
Davidsgulden 13 Broabantse stuvers
Horekensgulden 18 Broabantse stuvers
Carolusgulden of gouden Carolus1 20 Broabantse stuvers
Emder of goudgulden2 24 Grunneger stuvers of 22½ Broabantse stuvers
Philipsgulden 25 Broabantse stuvers
Achtentwintig of Stokmantje 28 Grunneger stuvers 
't Fransche Schild 36 Grunneger of 27 Broabantse stuvers 
Goudgulden, Joachimsdaler eenvoudig daalder 28 of 30 Broabantse stuvers 
Boergondische daler 32 Broabantse stuvers 
Prince- of koningsdaler 35 Broabantse stuvers 
Rieksdoalder 50 stuvers
Zaize (Zeeuwse) rieksdoalder 52 stuvers
Diktun of dukaton f. 3.15.-
Haalve gollen rieder f. 7.-.-
Gollen rieder f. 14.-.-

Literatuur: Nieuw Groninger Woordenboek, door K. ter Laan, 2e druk, Groningen, Wolters-Noordhoff, 1989, en verwijzingen hierin.

1Dit was de rekenmunt in ons land, zoals de euro nu ook is. Alle munten werden in deze munt omgerekend, zodat men wat meer houvast had temidden van al deze "exotische" valuta.

2In deze munt hief men naar Ommelander landrecht boeten en breuken. Pas in  1488 begon de Stad (Groningen) zelf goudguldens te slaan.