Samenvatting HuppelDePup 2006

nummer 1   nummer 2   nummer 3


HuppelDePup 2006 nummer 1

Als voorzitter schrijft Joop van Campen zijn traditionele voorwoord in dit eerste nummer van het nieuwe jaar.
Hij stelt de nieuwe webmaster Menne Glas voor, bedankt Annet die de site opzette met Femke en kijkt terug op 2005. Hij constateert dat de lezingencyclus “Groningers te water” een groot succes was en dat het initiatief dus een vervolg krijgt.
Hij meldt het 60-jarig NGV jublileum op 13 mei 2006 in Utrecht.

In Genealogisch voorstellen komen (nieuwe) leden aan het woord die zich voorstellen, vertellen aan welke namen ze werken en wat hun andere hobbies zijn. Ik noem hier even onze nieuwe webmaster: Menne Glas. Die werd in 1956 geboren in Arnhem, uit een Zeeuwse moeder en Groningse vader. Hij groeide vanaf zijn 4e op in Haren, en woont sinds zijn 18e “in stad”. Van vaderszijde is zijn familie afkomstig van het Hogeland: Eenrum en daarvoor Ulrum en omgeving. Hij studeerde informatica aan de RUG te Groningen. Ontwikkelde programmatuur o.a. ten behoeve van astronomie.
Sinds 1998 is hij actief bezig met genealogie, met als centraal thema de familie Iwema en aanverwante families in het Westerkwartier en Hunsingo. Publiceert in Gruoninga en HuppelDePup. Zijn huidige onderzoek is in vogelvlucht te vinden op www.menneglas.nl/wiers terwijl hij tevens de lidmaten-site www.menneglas.nl/ledematen onderhoudt. Het streven is om alle lidmaten van de provincie Groningen voor invoering van de burgerlijke stand op deze site verzameld te krijgen. Hulp is altijd welkom!
Andere hobby’s zijn: fietsen door het Groninger landschap, bridgen in competitie en programmeren.

Wilt u weten waar de heren Henk Blok, B.W. Meijer, Hulshof en J. Cost onderzoek naar doen en wat hun hobby”s zijn: zie HDP.

Van de bestuurstafel, B + B (Bestuur en Beleid) door Thijs IJzerman, afdelingsafgevaardigde, vind u op de site.

Willem G. Doornbos schonk ons wederom een lijst, deze keer de betalingen van koe- en schapeschot, een belasting die teruggaat op de oude tiendrechten.
Helaas! U moet de HDP hiervoor raadplegen. Maar het is de moeite waard!

Jaap Medema uit Zwijndrecht schrijft over de schoolmeesterfamilies Venema.
Hij begint:
Mijn moeders overgrootvader Pieter Martens Venema was schoolmeester in Feerwerd. Hij liet in 1812 deze veelvoorkomende Groningse familienaam vastleggen, voor zichzelf en voor zijn zoon Markus Frederik, z’n opvolger in Feerwerd en nadien schoolmeester te Garnwerd. Ook Pieter Martens zus en drie broers, waaronder vakbroeder Andries Martens uit Enumatil, gingen vanaf omstreeks 1800 onder die naam door het leven. Andries had eveneens een schoolmeesterende zoon, die hem opvolgt in Enumatil. De vader van Pieter en Andries, Marten Jans, komen we het eerst tegen in Midwolde, waar hij zijn oudste twee kinderen laat dopen. De archieven gaven tot nu toe zijn huwelijk noch zijn ouders prijs. Logischerwijs begint een neef Venema in zijn in eigen beheer uitgegeven boek ‘Het Geslacht Venema’ met het gezin van Marten Jans. Alleen ruim na zijn overlijden in Haren in 1811 vermeldt een enkele bron voor deze landbouwer 1 en arbeider 2 de familienaam.
Een andere neef, Gert Zuidema (de meeste lezers wel bekend), die voor ­boven­genoemd boek het meeste archiefonderzoek deed, kwam door ‘Naar school in de Ommelanden’ op een lumineus idee. In de naamlijst van dat prachtige boek van Jaap Bottema staat een derde Venema: Jan, schoolmeester in Lutjegast. Gert opperde dat deze Jan de vader kon zijn van Marten Jans. Stel, dacht ik, dat Marten geen familienaam voerde omdat hij in een andere stand leefde. En dat hij zijn twee jongste zonen liet doorleren, zodat zij het beroep van hun grootvader konden voortzetten. Bottema tekent meer van zulke schoolfrikkengeslachten op.
Bovenstaande hypothese vormde voor mij de aanleiding om de Lutjegaster meester na te vorsen.
Tijdens dat onderzoek werd ik gewaar, dat men deze familienaam in de provincie vóór 1811 nauwelijks heeft opgetekend, maar in de stad des te meer; dat zorgde voor enkele prikkelende probleempjes.
Hierna volgen de doopceel, nageslacht en wat er in de nalatenschap zit.
In HDP kunt u lezen hoe hij schrijft over de twijfel over het aantal kinderen en tot welke conclusie hij komt. Hij vindt enige gegevens in het boek  ‘De Weeskamer van de stad Groningen’ van mw. B.S. Hempenius-van Dijk en doet verder onderzoek. Dit levert een Boedelscheiding op in het Weeskamerarchief (toegang 1462), via klapper 117.
En hiermee vervloog zijn hoop dat er sprake was van één schoolmeestersfamilie Venema. Hij besluit zijn artikel met: Maar niet getreurd, onderzoek en gevonden materiaal vond ik zeker de moeite waard. En de naam Doijes – met spellingvarianten – zorgde voor boeiend nieuw onderzoek. Want dat Petrus Venema en Wijbo Doijes broers zijn, openbaarde Petrus Venema’s huwelijkscontract, maar om dat aan te tonen uit hun doopregistratie bleek iets anders. Mogelijk kom ik in een vervolgartikel met een meer uitgebreide genealogie daarop terug, spijtig genoeg vast minder geïllustreerd.
Hoeveel familienaamgenoten en afstammelingen vloeide hetzelfde schoolmeestersbloed door de aderen of zijn nu nog in het onderwijs werkzaam? Misschien is er een Groningse genealoog m/v die daar de tanden eens in wil zetten.
Behalve van genoemde personen heb ik ook van anderen hulp ontvangen. Allen hartelijk dank!
Hij besluit met een bescheiden genealogie van Petrus Venema.
En wilt u het volledige artikel lezen dan raadplege u ons afdelingstijdschrift.

Pachtsommen Meikermis voor en na WO II is van de hand van Henk Werk.
Het hele artikel:
In een vorige HuppelDePup 1 heb ik zijdelings de in razende vaart stijgende pachtsommen genoemd die na de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) voor een standplaats op de Groninger Meikermis neergeteld moesten worden.
5 Mei 1945 betekende weliswaar het einde van de oorlog, maar betekende nog niet dat kermisexploitanten de draad van 1939 gemakkelijk weer konden oppakken. Aan alles, in het bijzonder aan brandstof en voedsel, was gebrek.  Naast brandstofschaarste, waar alle exploitanten onder te lijden hadden, hadden exploitanten van eetzaken, zoals die van de familie Werk, te maken met een gebrek aan grondstoffen, zoals meel, suiker, boter en bakolie. Tot augustus gold een algemeen reisverbod en pas in 1949 werd het distributiesysteem bijna volledig afgeschaft. In dat jaar treffen we in De Kermisgids dan ook geen enkele mededeling meer aan die betrekking heeft op de Prijsopdrijvings- en Hamsterwet uit 1939.2 Uiteindelijk zou in 1952 koffie als laatste van de bon gaan. Ondanks het distributiesysteem en de aldoor stijgende pachtsommen wist de familie Werk vanaf 1946 weer een prominente plaats op de Meikermis in te nemen.

Deze bijdrage volgt de ontwikkeling van de pachtsommen in twee perioden: de crisisjaren, waarin de opbrengst halverwege de jaren dertig een dieptepunt bereikte en de werkloosheid opliep tot 40% van de beroepsbevolking, en de periode van economisch herstel na de Tweede Wereldoorlog, waarin kermisexploitanten steeds hogere bedragen voor een standplaats neertelden.   

Hoewel de dossiers 3 teruggaan tot 1920, zijn voor het eerst in 1930 gedetailleerde gegevens bekend met betrekking tot de totale pachtopbrengst. De beurskrach van Wallstreet, zwarte donderdag 24 oktober 1929, had nog niet onmiddellijk een negatief effect op het totale bedrag waarmee kermisexploitanten inschreven voor een standplaats op de Groninger Meikermis. Pas in 1935, wanneer de werkloosheid in Nederland op zijn hoogst is – 30% van de beroepsbevolking is in de zomer van dat jaar werkloos, oplopend naar 40% in de winter – bereikt de pachtopbrengst nagenoeg haar dieptepunt. Gevolgd door nog een extra dipje in 1936. De consument had minder te besteden en ­kermis­exploitanten zullen dat ongetwijfeld gelijk in hun portemonnee hebben gemerkt. Kermisvermaak vult nu eenmaal geen magen.

Grootvader Hindrik Werk behield zijn baan bij de Staats Spoorwegen en zal het ongetwijfeld gemakkelijker hebben gehad dan de talloze werklozen. Maar ook hij zag zijn inkomen dalen: van ƒ 1814,– in 1931 tot een jaarinkomen van ƒ 1625,– in 1935.4 Ook de Gebroeders Werk zaten begin 1935 in zwaar financieel weer. Bij openbare inschrijving hadden zij twee standplaatsen gepacht. Voor een ­oliebollen­kraam van 7 x 3 m2 op de Grote Markt tegen ƒ 210,50 en voor een oliebollenkraam van 12 x 5 m2 op het A-kerkhof tegen ƒ 150,50. Na positief advies van marktmeester J. Feenstra werd hun verzoek om uitstel van de eerste helft van de pachtsom, bij vooruitbetaling te voldoen, door B&W gehonoreerd. Ook de pachters Gebr. Werk en Jan Sipkema, beiden te Groningen, welke resp. ƒ 180,50 en ƒ 205,– als 1ehelft hadden moeten betalen, hebben een verzoek om uitstel persoonlijk aan mij [marktmeester J. Feenstra] gedaan. Daar betaling van de kermispachtsommen nog nimmer achterwege is gebleven maar zonder eenige moeite dezerzijds, door de exploitanten is voldaan, terwijl elk der pachters bovendien een waarborgsom van ƒ 100,– heeft gestort, bestaat er m.i. geen bezwaar tegen het inwilligen van deze verzoeken. Binnen twee weken antwoordden B&W op 7 maart 1935: Betreffende het tot U door Gebr. Werk en Jan Sipkema gericht verzoek machtigen wij U ook deze personen uitstel van betaling te verleenen tot het begin van de kermis.   

Eind 1931 werd opnieuw een poging ondernomen de in 1932 te houden Mei- en ­Zomerkermis geen doorgang te laten vinden. Dit keer kwam het verzoek van het Nederlandsch Werkliedenverbond “Patrimonium”, dat zich per brief richtte tot de gemeenteraad. […]  lettende op de zware economische crisis, waardoor breede lagen van ons volk ernstig worden getroffen, onder den indruk van de groote moeilijkheden waarin zij verkeeren, die door de economische crisis werkloos zijn geworden, tot armoede zijn vervallen of hun en bedrijf ernstig worden bedreigd […] De brief eindigt met: verzoekt Uwen Raad met aandrang te besluiten in 1932 althans, de Mei- en Zomerkermis niet te doen doorgaan, ’t welk doende, De afdeeling Groningen van het Ned. Werkliedenverbond “Patrimonium”.Talrijke protestants-christelijke kerken en organisaties steunden het werkliedenverbond. Tevergeefs, want de raad besloot op 11 januari 1932 hun verzoek met 32 tegen 7 stemmen slechts voor kennisgeving aan te nemen.5

Na 1936 begint de economie langzaam op te krabbelen en in 1939 is de totale pachtopbrengst weer op het niveau van 1930 en 1931. Donkere wolken pakken zich echter samen boven de hoofden van de Nederlandse bevolking. Stadjers, Ommelanders noch de kermisexploitanten zullen bevroed hebben dat zij zeven jaar lang op de eerstvolgende Meikermis zouden moeten wachten. De eerste kermis die echter sneuvelt, is de Zomerkermis. Geen viering van Gronings Ontzet, kopt het Nieuwsblad van het Noorden op 28 augustus 1939. Dezelfde dag roept de Nederlandse regering de algemene mobilisatie uit en vier dagen later valt het Duitse leger Polen binnen. Traditiegetrouw worden de pachtbrieven januari 1940 nog wel ingeleverd, maar de gemeenteraad op 15 april in vergadering bijeen besluit op voordracht van B&W, dat in verband met de bijzondere tijdsomstandigheden in 1940 de voorjaarskermis niet zal doorgaan. Kermiswereld, middenstand, horeca en bioscopen protesteren tevergeefs. Weli waar nipt met 20 tegen 17 stemmen, besluit de raad op 29 april het twee weken eerder genomen raadsbesluit niet te herroepen. Binnen twee weken na het definitieve besluit trekt het Duitse leger Nederland binnen. Kermissen worden verboden. Jaarmarkten en circussen blijven buiten schot, maar Het aantal circusondernemingen werd verminderd en tot die circussen beperkt, waarvan de voorstellingen kunstzinnige waarde hebben.
6

Klagen over pachtsystemen en de hoogte van pachtsommen hoort bij kermisexploitanten als Tom Poes bij Heer Bommel. Na de Tweede Wereldoorlog konden zij in Groningen “hun hart ophalen”. Overigens zal dat elders in Nederland niet anders zijn geweest. Bracht de verpachting voor een standplaats op de Groninger Meikermis in 1946 ruim ƒ 62.000,– op, zestien jaar later meldde de directeur van het marktwezen aan B&W een opbrengst van bijna ƒ 152.000,–. In 1962 (het laatste jaar waarover gedetailleerde gegevens bekend zijn) kostte een standplaats gemiddeld ƒ 737,–. Maar reeds in 1949 boden de Gebroeders Werk  ƒ 700,50 voor een standplaats op de Vismarkt. Hun gebakraam van 8 x 3 m2 was bescheiden van omvang in vergelijking tot de 12 x 26 m2 grote poffertjessalon van Victor Consael, die tegen ƒ 2700,– een standplaats innam op de Grote Markt. Op de eerste naoorlogse Meikermis in 1946 maakte Sipkema met zijn stoomcarrousel annex danstent een klapper. Zijn 27½ x 21 m2 grote attractie nam twee percelen in op de Grote Markt en bracht de gemeente maar liefst ƒ 7050,– in het laatje. Pachtsommen minder dan ƒ 100,– kwamen ook voor. Zo begon J. Werk-Huizinga in 1946 bescheiden met ƒ 45,– voor een gebakkraam op het A-kerkhof en mocht de weduwe J.H. Dauphin-Akkerman tegen ƒ 35,– haar schiettent op de Ossenmarkt neerzetten, een plek die drie jaar later ƒ 125,– waard was.     

Hoe de trend in de loop van de jaren voor de individuele kermisexploitant uitpakte, is moeilijk na te gaan. Exploitanten grepen naast een standplaats door een te laag bod, lieten de Meikermis bewust aan zich voorbijgaan of wisselden regelmatig van stek. Ook de poffertjeskraam annex gebakkraam van J. Werk-Huizinga staat niet model voor het algemene verloop van de pachtsommen, hoewel hun kraam vaste afmetingen (9 x 7 m2) had en jaar in jaar uit z’n vaste stek innam voor de Korenbeurs. Zoals gezegd bescheiden begonnen met ƒ 45,– en in hun afscheidsjaar 1961 eindigend met ƒ 750,–. Een bijna zeventienvoudige stijging in vijftien jaar, terwijl de totale pachtopbrengst in diezelfde periode bij ongeveer hetzelfde aantal inschrijvingen verdubbelde.

Het afscheidsjaar voor de Gebroeders Werk viel een jaar eerder. In 1960 vielen zij uit de boot door een te laag bod voor een standplaats op het A-kerkhof. Dat lot deelden zij met maar liefst vijf andere gebakkraamhouders. Met een bod van ƒ 1900,– overtrof Koopal namelijk het totale bod van de afvallers. Wél onder de voorwaarde dat de gemeente, met uitzondering van de poffertjeskraam van J. Werk-Huizinga, geen concurrentie voor de Korenbeurs zou toestaan. Een poging alsnog een plaats te bemachtigen, en wel aan het Damsterdiep buiten de kermisterreinen, liep op niets uit. In verband met de aanwezigheid van “Liliputstad” was deze plaats reeds verhuurd aan G. Sipkema.                     

Noten
1. HuppelDePup, mei 2005, jaargang 12, nr. 2, blz. 54-56.
2. 1 juli 1939 is een aantal noodwetten van kracht geworden, met onder andere de bedoeling de voedselvoorziening in tijden van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden te waarborgen.
3. RHC Groninger Archieven, Serie Dossiers Secretarie Gemeente Groningen 1916 - 1965. Toegangnummer 1841 [2], dozen 540 t/m 544, code 1.824.511.2.
4. De conduitestaten van het spoorwegpersoneel worden bewaard in het Utrechts Archief.
5. Een eerdere poging strandde in 1930. Citaat raadslid Gasau in de raadsvergadering op 11 januari 1932: […] dat zij [B&W] het niet noodig achten om te adviseeren omtrent het al dan niet afschaffen van de kermis, omdat zeer in den breede deze kwestie in 1930 in den Raad is besproken en toen met 25 tegen 9 stemmen is uitgemaakt, dat het voortbestaan van de kermis op prijs werd gesteld. Spr[eker] meent te mogen verwachten, dat de principieele tegenstanders, die uitsluitend in de kringen van Anti-Revolutionaire en Christelijk-Historische stadgenooten zitten, begrepen hadden, dat men niet elk jaar met een dergelijk voorstel kan komen.
6. Zes circussen kregen het alleenrecht. Daaronder Renz uit Den Haag en Mikkenie- Strassburger uit Amsterdam, van oorsprong een Duits-joods circus, geleid door de Nederlandse impresario Frans Mikkenie. RHC Groninger Archieven, Toegangnummer 1902, Inventarisnummer 48, Standplaatsen voor kramen, tenten, circussen e.d., 1943.

 
Frans Renssen (f.renssen@home.nl) vraag aandacht voor de knipseldienst. In HuppelDePup kunt u lezen wat dit is en hoe u hieraan mee werken kunt.

Een dooije zondaar is een artikel geschreven door Bert Kranenborg.
Hieronder volgt het in zijn geheel:
Af en toe kom je een voorouder tegen waar je veel over kan vinden, omdat hij zich regelmatig niet aan de geboden hield. Zo kwam ik terecht bij Doeij Jans. Ik had het ‘geluk’, dat hij in Westeremden woonde, want van die plaats is een uitgebreid lidmatenregister bewaard gebleven.
Door onderzoek in de rechtdagen van Tolbert kon ik nog twee generaties toevoegen. Het loont de moeite om dit soort bronnen ook te raadplegen. Doije Fransen en Frouke Bonnema komen heel vaak in de rechtdagen van Tolbert voor.
Dit artikel sluit aan op mijn artikel “Een familie Kranenborg uit Loppersum en ­Hoo­ge­zand” uit Gens Nostra van 2001, pag. 337-341. In de eerste twee generaties zijn een paar dingen aangevuld en verbeterd.
Aanvullingen en verbeteringen zijn van harte welkom!

Eerste generatie
1. Aafke Doojes, ged. Westeremden 6-11-1695, overl. na 15-5-1759; tr. (1) Westeremden 4-1-1722 Lubbert Jans Loppers. Zij tr. (2) Loppersum 10-4-1730 met Lambertus Derks Kranenborg, koperslager, overl. Sappemeer 12-9- 1784, zn. van Derck Hindricks en Biwke Michiels, .
Op 15 maart 1730 wordt te Loppersum de voogdij over de twee kinderen uit dit huwelijk geregeld. Eltje Arents wordt principaal voormond, Claas Jurjen sibbe, en de kerkvoogd Pieter Aljes vreemde voogd. Lammert Dercks is de toekomstige stiefvader. Bij meerderjarigheid moet duizend gulden betaald worden. Zij krijgen ook de helft van het linnen en het zilver, “een eicken kiste en een bijbel met silver beslagt”. Tot hun 16e jaar moeten zij opgevoed worden “in de gereformeerde leer” en leren lezen en schrijven. 1
Op 4 mei 1759 kopen Lambertus en Aafke van Fenna Pluims, weduwe van Sladoot, een behuizing met heemstede en schuur op Hoogezand, no. 132, Let. B. Prijs: 1100 gulden. 2
Uit het huwelijk met Lubbert:
1. Jan Lubbers, ged. Loppersum 18-10-1722.
2. Dooje Lubberts, ged. Loppersum 1-12-1724.
3. Jan Lubberts, ged. Loppersum 24-12-1726.
4. Frouke Lubberts, ged. Loppersum 24-12-1726.
Uit het huwelijk met Lambertus:
5. Derk Lammerts Kranenborg, geb. Loppersum, ged. Uithuizen 29-11-1730, overl. Kalkwijk 6-11-1811.

2. Doeij Jans, stelmaker en herbergier, geb. Tolbert, overl. Westeremden 26-11- 1720. Hij tr. (2) Westeremden 10-12-1699 met Trijnje Peters Halsuma, ged. Stedum 25-8-1682, dr. van Pieter Clasens en Wijpke Jansen.
De eerste problemen met de kerkenraad had Doeij Jans “onse harbargier” op 13 mei 1712 “om sijn quade leeven, dronckenschap en moedwilligh uitblijven uit de kerck”. De kerkenraad oordeelde dat ze hem een kwart jaar tijd zou geven om te zien of ze hem door middel van vermaningen tot berouw en beterschap zou kunnen brengen.
Al op 5 juni kwamen er bij hem twee ouderlingen langs om hem te vragen waarom hij niet meer naar de kerk ging. Ze meldden dat hij gezegd had, “dat de Pastor hem in de visitatie te hart had aangetast”, en het scheen dat hij gevoelig begon te worden over “sijn staet, soo dat geresolveert is dat sijn saeck metten eersten behandelt sal worden”, om te kijken of ze hem tot rede zullen kunnen brengen.
Op 4 september is het probleem opgelost. Hij belooft voortaan in de kerk te komen.
Maar op 12 maart 1713 is het weer mis. Doeij blijft zijn “ergerlijck en profaen leven continueren”, dus heeft de kerkenraad hem ook in zijn “suspentie gecontinueert”, totdat hij beterschap toont.
Op 4 juni is door de consistorie besloten dat de classis van Loppersum moet beslissen over het gedrag van Doeij.
Op 2 december 1714 heeft hij nog geen kerkdienst bezocht, hoewel hij “op belofte en eenigh bewijs van beterschap” weer toegelaten was. 3
Belijdenis gedaan: Westeremden 12-6-1698.
Uit het huwelijk met Trijnje:
2. Frouwcke Doojes, ged. Westeremden 28-5-1703.
3. Jan Doojes, ged. Westeremden 10-4-1705.
4. Frouwcke Doojes, ged. Westeremden 30-1-1707.
            Hij tr. (1) Westeremden 10-2-1695
3. Abelje Jans, geb. Westeremden.
Belijdenis gedaan: Westeremden 12-6-1698.

4. Jan Joesten, geb.
Tolbert; tr. Tolbert 10-10-1669
5. Jiltje Doejes, geb. Tolbert, overl. Westeremden 9-3-1718. Zij tr. (2) Midwolde 2-10-1680 met Simen Everts. Zij tr. (3) Westeremden 21-9-1684 met Albert Pieters. Zij tr. (4) Westeremden 19-4-1696 met Hindrick Jurjens, zn. van Jurjen Jacobs en Sara Onnes.
Op 1-3-1685 kwam zij met attestatie van Tolbert naar Westeremden.
Op 13-12-1685, 4-12-1687, 14-12-1690 en 16-1-1718 verscheen zij niet aan het H. Avondmaal. En op 4-9-1698 en 3-12-1713 gebeurde dat omdat zij “swack” was. 4
Kinderen uit het huwelijk met Simon Everts:
2. Simen Simens, ged.
Tolbert 2-4-1682.
3. Frouke Simens, ged. Tolbert 2-4-1682.

10. Doije Fransen, overl. tussen 29-2-1666 en 4-2-1667. 5; tr.
11. Frouke Bonnema, overl. na 4-5-1668.
Op 8-9-1662 verbiedt Dije Jan Bonnema om haver van zijn land te vervoeren, Een week later verbiedt Jan Doije om “dong” van zijn land te vervoeren.
            Op 20-1-1663 betwist Doije de overdracht van landen die hij samen met Jan Bonnema heeft gekocht. 6
Op 11-2-1667 eist Focko Iwes van de weduwe van Doije Fransens, Frouke Bonnema, 100 car. Gld. Haar enige dochter en haar schoonvader Frans Doijes worden genoemd. 7

20. Frans Doijes, overl. na 11-2-1667.

Noten
1. RA Loppersum (358, No. 91), 15-3-1730.
2. Protocol van Sappemeer (toegang 1605, inv.nr. 1328 (= oud RA IV w)), deel .., fol. 67
3. DTB Westeremden, lidmatenboek, pag. 52–79verso.
4. DTB Westeremden, lidmatenboek, pag. 25verso–92.
5. RA Vredewold (735, No. 83), 29-2-1666.
6. RA Vredewold (735, No. 82), 8-9-1662, 15-9-1662, 20-1-1663
7. RA Vredewold (735, No. 84), 4-2-1667, 11-2-1667, 18-2-1667, 20-1-1668, 4-5-1668.

Thijs IJzerman stelt de Vereniging De Terebinth voor. Een ‘vereniging voor funeraire cultuur’. De vereniging stelt zich ten doel het behoud van en attent maken op de waarden van rustplaatsen en alles wat met die rustplaatsen verband houdt.
Wilt u het artikel lezen, dan kan dat in de HuppelDePup.
Voor meer informatie over De Terebinth kunt u terecht op onze website: www.terebinth.nl, e-mail: henkvanlaar@zonnet.nl. Op deze site vindt u o.a. ook links naar sites van en over begraafplaatsen, informatie over de funeraire reeks, activiteiten en een rubriek ‘kort funerair nieuws’. U kunt ook schrijven: De Terebinth, Molenweg 2, 3911 SH Rhenen.

In de rubriek Hobby uit hobby vertelt Maikel Galama over zijn hobby die ietwat uit de hand is gelopen. Hij vertelt over zichzelf en het fotograferen van grafstenen. Hoe de hobby onstaan is en wat die precies inhoudt.
Wilt u dit boeiende verslag lezen dan moet u even de HDP openslaan. Op bladzijde 24 en 25 vind u het. Hier ook zijn foto en elders in het blad wat zijn favoriete afbeelding is.
 
Allem@@l digit@@l  (zeventien) is geschreven door Antonia Veldhuis, Veenwouden  en werd gecontroleerd door Bert Kranenborg.
Deze rubriek, waarin interessante homepages aan bod komen en nieuwe digitale ­be­standen worden beschreven kunt u lezen in de HuppelDePup. U kunt ook tips van leuk sites mailen. Misschien zelfs wel die van uzelf.

Omdat u nu toch de HDP raadpleegt, kunt u meteen de beschrijving van de nieuw verschenen boeken lezen die Eilko van der Laan de revue laat passeren, evenals de recensie van De Historie van boerderijen en molens in de gemeente Appingedam.

Nieuws van de archieven staat onder redactie van Henk Hartog.
Hij schrijft over de Voorlichtingbijeenkomsten en nieuwe genealogieën in de studiezaal.

Vragen en antwoorden is onder redactie van Thijs IJzerman en deze zijn te lezen in de HDP.

Thijs IJzerman waarschuwt voor de sinds enige tijd weer actieve oplichter Genealogie Nederland uit Den Haag.
Wees gewaarschuwd na het lezen hiervan in HDP.

De Vereniging WESTERWOLDE bestond 25 jaar en vraagt aandacht voor de vieren op 10 september!

Betaling abonnement HuppelDePup 2006
is een oproep aan degene die nog niet hebben betaald.


HuppelDePup 2006 nummer 2

Voorwoord door Antonia Veldhuis
“Genealogen zijn met het verleden bezig. Besturen en redactie van Genealogische Verenigingen werken daarnaast ook aan en in de toekomst. Er moet een lezingenprogramma worden samengesteld, een toekomstvisie worden opgesteld en voor de redactie is er het maken van de HuppelDePup”, zo begint het voorwoord van dit nummer. Hierop volgde een oproep voor foto’s van voorouders.
Antonia meldt verder de verhuizing van redactielid Bert Kranenborg naar Maarssen. Bert blijft de Allem@@l digit@@l en HDP corrigeren. Ze stelt zijn opvolger voor: Johan Waterborg. In “Genealogisch voorstellen” vertelt hij wat meer over zichzelf.
Ze bedankt Bert en vertelt verder dat op onze afdelingshomepage (groningen.ngv.nl) nu ook de inhoudsopgaven van HDP en Gruoninga (Molema), te vinden zijn onder de resp. buttons. Op de site is nu ook de mogelijkheid om te zoeken in site; zeg maar in de onderliggende lagen. Ze memoreert dat het nuttig is regelmatig even te kijken, want ook de laatste nieuwtjes (zoals bv. een onverwachte zaterdagopening van het Archief) worden hierop vermeld.

Eilko van der Laan wijst de lezers erop dat de website groningen.ngv.nl vernieuwd is!
U kunt natuurlijk HDP opslaan en zien wat er veranderd is, maar natuurlijk ook gewoon verder op deze site zien.

Hierna een verslag van de uitreiking van de zilveren erespeld van de NGV aan Thijs IJzerman, opgespeld op 31 maart jl. door NGV voorzitter Trap in bijzijn van een 50 gasten.
Waarom Thijs de speld kreeg kunt in HDP lezen.

De beschrijving van het Afdelingsprogramma najaar 2006 staat onder redactie van
Joop van Campen en Nico de Oude
We hadden in 2006 de lezingen:
20 september: De gilden in de stad Groningen door dhr. J. Oldenhuis,
18 oktober: Bronnen voor ondernemende voorouders in de 19e en 20ste eeuw door dhr. A. Beuse.
15 november sprak mevr. J. van Keulen over Persoonsgegevens in de archieven van de Staten van Stad en Ommelanden in de 17e en 18e eeuw.

Genealogisch voorstellen werd weer verzorgd door Nico de Oude en Antonia Veldhuis
De volgende leden werden voorgesteld:
Mevrouw Planting-Faber,  de heren P. Laning,  Arjan Boerema en Peter Zandt. Waarnaar ze onderzoek doen, hoelang en wat hun andere hobby’s zijn ziet u in HuppelDePup.

Het nieuwe redactielid van HuppelDePup laten we even zelf aan het woord:
Aangezien ik Bert Kranenborg mag opvolgen als redactielid van HuppelDePup lijkt dit een goed moment om mijzelf nog eens genealogisch voor te stellen. Het is al de derde keer dat mijn naam in deze rubriek opduikt, sinds ik in 1997 lid ben geworden van de NGV. Dat kon wel eens een record zijn. Mijn naam is Johan Waterborg (e-mail: waterborg@hetnet.nl), ik woon in Ten Boer en ik ben werkzaam op de marketingafdeling van een aannemingsbedrijf. Het is een vrij drukke baan zodat het bezoek aan de Groninger Archieven voornamelijk tot de dinsdagavond beperkt blijft. Op een vrije dag reis ik graag af naar Aurich in Ost-Friesland. De Fachstelle van onze zustervereniging de Upstalsboomgesellschaft zullen de meeste genealogen met Ostfriese roots wel kennen. Deels onder hetzelfde dak gevestigd, maar minder bekend, is de Landesbibliothek van de Ostfriesische Landschaft. Deze bibliotheek bezit een schat aan boeken en tijdschriften over Ost-Friesland, vanaf de 16e eeuw tot heden. Lid worden van de Landesbibliothek kost niets, en dat geldt ook voor het raadplegen en lenen van boeken. Duitse archieven staan nog wel eens ongunstig bekend vanwege hun moeilijke toegankelijkheid. De collectie van de Landschaftsbibliothek is uitstekend onsloten door middel van de catalogus die via www.ostfriesischelandschaft.de te raadplegen is.
Tot zover het reclameblok. Als redactielid hoop ik een nuttige bijdrage aan het totstandkomen van de HDP te kunnen leveren. Tenslotte maak ik graag gebruik van de mogelijkheid om de Groninger families te noemen waar ik onderzoek naar doe. Het gaat ondermeer om de families Waterborg, Wiertsema, Wiersema, Olinga, Rust, Hart(z)sema en meerdere familiegroepen Writzers.


Voor Van de bestuurstafel, B + B (Bestuur en Beleid), geschreven door
Thijs IJzerman, afdelingsafgevaardigde, moet u de HDP opslaan.

Als u de HDP toch open hebt, dan kunt u meteen even in de
Naamslijst van Willem G. Doornbos
kijken of er mogelijk een voorouder van u staat op de lijst
Boterverkopers te Groningen 1665.


Het artikel
Willem Luirts, een 17e-eeuwse Groningse landbouwer
werd geschreven door
drs. J.M.B. Boelens en O.J. Nienhuis.
Ze vertellen dat ze bezig zijn met een genealogie Boelens, die in het najaar van 2006 zal verschijnen in twee boeken. Ze beschrijven wat er in de boeken zal komen en plaatsen als voorbeeld een fragment genealogie:
Willem Luirts, landbouwer te Kloosterburen op Feddemaheerd (zie foto op pagina 42), geboren aldaar rond 1620/1625, overleden aldaar rond 1693, zoon van Luirt Julles Boelens en Adriaantjen Aries. Willem trouwt vóór 1655 (1) met Fokeltje Pieters, geboren te Zeerijp rond 1625, overleden te Kloosterburen rond 1671, dochter van Pieter Rewincx en Aeltien Julles. Willem trouwt in 1673 (2) met Grietje Tonnis (weduwe van Cornelis Hindrix), geboren te Kloosterburen rond 1643, overleden aldaar rond 1686, dochter van Tonnijs Reijnties en Brechte Peters. Willem trouwt rond 1687 (3) met Froucke Freerks, geboren (geboorteplaats onbekend) rond 1666, overleden te Kloosterburen op 29 februari 1732, dochter van Freerk N.N. (Willems?) en Anje (Baltus?) (Froucke hertrouwt met Renje Scheltes Halsema).

Willem was waarschijnlijk een van de jongere zonen van Luirt Julles, gezien het feit dat hij nog zo lang leeft. Zijn oudere broers waren al het huis uit; opvolgers waren er op Feddemaheerd voorlopig niet nodig, omdat vader Luirt Julles ook nog zo lang actief is gebleven.
Hij was al vóór zijn overname van Feddemaheerd (1655) getrouwd, want in dat jaar komt hij al samen met zijn vrouw voor.
Schoonvader Pieter Rewincx was eerst landbouwer te Zeerijp. Hij was toen protestant en in Zeerijp was hij zelfs kerkvoogd van de gereformeerde kerk. Later is hij (weer) overgegaan naar het katholicisme en landbouwer geworden op de boerderij Sybingeheem in Westerwijtwerd.1
Dat Willem rond 1655 de opvolger wordt van zijn vader op Feddemaheerd, blijkt o.a. uit de registers van de zijlrechters, die over het beheer en het onderhoud van de dijken gingen. De landerijen van Feddemaheerd grensden deels aan de dijk van de Waddenzee en betreffende dat deel wordt opgemerkt: Luirt Julles tot [=te] Feddemahuis (oude meier), Willem Luirts (nieuwe meier): 82½ juk. En: ‘De dijckrulle vant Corpus Olden Clooster. Alsoo de is gearresteert [=vastgesteld] na gedane metinge van de kaspelluiden in mijn presentie op den 8 Junij 1654: De schouwinge begint vant schut aff staende bij Feddemahuis. Luirt Jullens toe Feddemahuis heeft 4 roeden vant schutt af’. Bijgeschreven: ‘Nu de soon Willem Luirts over geteickent op den 10 October 1656’.2 Het meten van de grond die ieder aan de dijk had liggen [=schouwen] begon bij het dijkschot bij Feddemaheerd. De opvolging en zelfs de bloedlijn (soon) wordt door dit stukje bewezen. Natuurlijk vinden we ook in de administratie van de provinciegoederen melding van deze overgang. Veel grond die bij Feddemaheerd lag werd gepacht van de provincie.
Hierna volgen alle akten waarin Willem Luits vanaf 1655 voorkomt.
Voor de volledige lijst dient men HDP te raadplegen.

Een breinkraker voor gevorderde genealogen
werd geschreven door
Willem G. Doornbos.
Vanaf het midden van de jaren zestig van de negentiende eeuw plaatsen de Posterijen in de Groninger Courant regelmatig overzichten van poststukken die niet konden worden afgeleverd. Foutieve adressering? Bestemd voor personen die slechts korte tijd in de stad hebben vertoefd? Wie zal het zeggen. Maar één ding is zeker! Er moest heel wat gebeuren om op de desbetreffende lijst in de krant te komen. De Nederlandse postbeambte gaf het niet zomaar op. Zie, alhoewel het geen Gronings voorbeeld betreft, het onderstaande:
Een brief, onlangs te Amsterdam aan het postkantoor aangekomen, en door eene dienstmeid uit Gouda aan haren minnaar gezonden, droeg het volgende adres:
                        Aan
                        Zerin Jan te groene
                        wegen
                        Bij achtens reisen mete
                        In van truije     te
                        Amsterdam. 1, 2

1. Provinciale Groninger Courant, nr. 27, 4 april 1851.
2. Oplossing elders in dit nummer
zodat u ook hiervoor toch weer naar het afdelingstijdschrift moet reiken.


Breggers (Groningen) werd geschreven door
Petronella J.C. Elema.
Na de inleiding volgen de nakomelingen van Johan Jacob Brecher. We laten dit artikel verder helemaal volgen:
I. Johan Jacob Brecher [Johan Jacob Bröger, Jacob Bartels, Jacob Breggers], lidmaat met att. van Nassau-Dietz Groningen dec. 1732, soldaat in de compagnie van de Lt. Collonel F. van Heemstra, uit Nassau-Dietz, otr./tr. Groningen M.K. 5-5/25-5-1736 Hindrikjen Arents, ged. Groningen Gr.K. [Grote Kerk = M.K. = Martinikerk] 27-3-1708, dr. van Arendt Jans en Ebeltje Geerdts.
Hindrikje’s broer Geert, vermeld bij haar ondertrouw, werd ged. Acad.K. 26-11-1710.
1. Bartelt, ged. N.K. 18-4-1737 (Agter de Muur), volgt II.
2. Marike Jacobus Bregger, ged. Groningen Gr.K. 22-3-1740 (onder patroniem, voor Bottr. poort, dr. van Jacob Bartels en Hinderkien Arents), overl. Groningen (voor Heerepoort U 62, oud 74 jr., ongehuwd) 25-2-1814.
3. Arend Bregher, ged. M.K. 14-6-1743 (in Leliestr.), overl. Groningen (adres U 62, oud 71 jr., gepensioneerd cannonnier) 26-9-1813.
Arend Brecher vond ik in 1807 genoemd in de Molenstraat Q 44 (GAG, 136 rnr, Kohier straat-, brand-, lantaarn- en wachtgeld). Hij woonde bij zijn overlijden kennelijk samen met zijn oudere zuster. Aangifte van het overlijden werd gedaan door o.a. zijn oomzegger Hindrik Reineman.
4. Ebeltien, ged. N.K. 17-3-1746 (Lelienstr.).
5. Jacob, ged. M.K. 25-6-1748 (Bloemstr.).
6. Lourens, ged. N.K. 1-11-1750 (Lelienstr.).

II. Bartelt Breggers [Bregher, Brecher], ged. Groningen N.K. 18-4-1737 (Agter de Muur), canonnier in de compagnie d’Artillerie van de capitain du Pont, later schoenmaker, tr. 1., otr./tr. Groningen N.K. 12-9/1-10-1761 Jantje Arends, ged. Groningen Gr.K. 23-10-1763 (in de Violenstraat), overl. voor september 1778 (mogelijk in november 1777), dr. van Arent Jans en Grietjen Lubbers, tr. 2., otr./tr. Groningen N.K. 30-10/19-11-1778 Grietje [Jans] Dronrijp, van Groningen (p.q. Focco Willems als oom), overl. (als Grietje Jans vrou van Bartelt Breggers aan Noorderkerkhof) lijklaken N.K. 15-7-1782, tr. 3., otr./tr. Groningen N.K. 30-4/20-5-1785 Anna Eppes Ridderinga, van de Scheemda (p.q. Tjapke Noordhof als neef).
Voor Jantje Arends trad bij haar ondertrouw in 1761 op Roelf Bierling als zwager. Deze trouwde A.K. 18-4/27-5-1761 Cornelisjen Arents; zij was een dochter van Arent Jans en Grietjen Lubbers, waarmee ook de ouders van Jantje vastliggen. Bartelt werd in 1775 bij de doop van zijn jongste kind “Brocher” genoemd, mogelijk grijpt dat nog terug op de vermelding van zijn vader als “Bröcher”. Hij kwam overigens niet altijd met familienaam voor; in het Drekgeldregister van 1765 woonde hij als Bartelt Jacobs in de Lelienstraat zuidzijde (P.J.C. Elema, Huiseigenaren van de stad Groningen (Groningen 1995), p. 20).
De man liet op 14-9-1778 een inventaris opmaken toen hij wilde hertrouwen; hij ondertekende met een kruisje. Zijn eerste vrouw was mogelijk omstreeks november 1777 overleden: in die maand had hij ƒ 12 geleend van Jan Willems en vrouw, de enige schuld van de boedel (die overigens miniem was en uitsluitend uit enig huisraad bestond). Aan lijfstoebehoren waren er 4 rokken, 2 ‘jakies’ en 4 ‘schuiden’; van de profijtelijke staat ad ƒ 27.8.0 werd voor de kinderen nog ƒ 13.14.0 vastgezet. Het enige wat verder opviel was de aanwezigheid van eenige oude schoeleesten, een stuk leer en wat gereedschap (getaxeerd op ƒ 1.4.0); Bartolt zal dus wel schoenlapper (hersteller) zijn geweest en geen volledige schoenmaker. Het beroep werd bevestigd door een vermelding als zodanig in de overlijdensakte van de dochter Hindrikje.
Grietje Dronrijp, bij haar overlijden Grietje Jans, kon ik niet thuisbrengen in een bestaande familie van die naam.
De doop van de derde vrouw, Anna Eppes, vond ik niet in Scheemda. Zij was in augustus 1774 lidmaat geworden in de stad, op attestatie van Amsterdam. Heeft ze daar haar familienaam aangenomen? Die schijnt in stad en lande uniek te zijn geweest; wel kwam de vorm Riddering voor. Haar neef Tjapke Noordhof kon ik evenmin plaatsen: hij overleed, als vrijer in de Oude Boteringestraat, even voor 30-1-1793. Mogelijk was hij (en dus ook Anna?) verwant aan Tjapke Geerts (Noordhof), die Zuidbroek 29-11-1767 met Geesje Harms trouwde. Bij geen van hen zag ik een relatie met Scheemda.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jacob, ged. N.K. 31-10-1762 (Lelijstraat).
2. Grietje, ged. N.K. 7-4-1765 (N. Kijkj.str.).
3. Hendrikje Breggers, ged. N.K. 14-2-1768, lidmaat (in Oude Kijk in’t Jatstr.) mei 1791, overl. Groningen (Raamstraat S 75, oud 60 jr.) 19-8-1827, otr./tr. (voor haar Bartold Brecher als vader) Groningen M.K. 11-5/31-5- 1793 met Hindrik Reineman [Rijneman, Reneman], geb. ca. 1766, verver en glazenmaker, overl. Groningen (Raamstraat no. S 76, oud 58 jr.) 2-3-1825, zn. van Martha Magdalena [Margje] Bekkers.
Bij zijn overlijden droeg Hindrik de naam Rijneman, en zijn moeder - toen nog in leven; een vader werd niet genoemd - heette Margje Bakkers. Het vergde een forse omweg om haar te identificeren met Martha Magdalena Bekkeren, oud 83 jr. en ongehuwd, die op 14-8-1827 in de Raamstraat te Groningen overleed. Deze vrouw was een dochter van Martinus Johannes Bekkeren en Katharina Elisabeth Bergen, te Emden woonachtig geweest. Gezien haar ongehuwde staat was de zoon allicht buiten huwelijk geboren, maar zijn afwijkende naam zal toch wel aan de vader zijn ontleend.
Het aanknopingspunt voor een identificatie van Margje lag bij Jochum Jacobs Mildenstein, geboortig van Fenering onder Denemarken, die Groningen 2-11-1823 overleed als man van Anna Elisabeth Bekkers. Hij vertegenwoordigde in 1820 de (enige?) dochter van Hindrik Reneman en Hindrikje Breggers bij haar huwelijk, en wel als oom. Zijn vrouw was Anna Elisabeth Bekker [ook: Bekkers, Bakkers], geb. te ‘s-Hertogenbosch als dochter van de reeds genoemde sergeant Martinus Johannes Bekkers en Katharina Elisabeth Bergen, die te Emden hadden gewoond. Omgekeerd was de 54-jarige verversknecht Hindrik Reineman Groningen 15-5-1820 bij het huwelijk van de dochter Pietertje Mildenstein, en wel als neef in de vierde graad van de bruid.
Toen een half jaar later de (waarschijnlijk enige) dochter van Hindrik Reneman en Hindrikje Breggers in het huwelijk trad, was haar vader Hindrik Reneman 55 jaar oud. Hij was toen verver en kon niet schrijven. Over zijn geboorteplaats vond ik geen aanwijzingen.
Uit dit huwelijk:
a. Margjen Magdalena Geertruijda Reneman,  ged. Groningen M.K. 13-2-1801 (op het Hoogstraatje), tr. Groningen 14-12-1820 met Jan Wolters, ged. Groningen 18-12-1793, wolkammer, zn. van Christiaan Wolters en Dina Frik.
4. Arendina, ged. N.K. 14-12-1775 (in de Fioolstraat).

Omdat u op deze verkorting van HDP het
Portret van een Groningse dame
van Jan Jaap Hazenberg uit Wassenaar
niet kunt zien, moet u weer de HDP pakken.

Antonia Veldhuis uit Veenwouden
schreef een artikel over de Stadhouders van Friesland, n.a.v. het in 2002 door Tresoar (voorheen Ryksargyf Fryslân) uitgegeven boek Archieven van de Friese stadhouders. De subtitel hiervan is Inventarissen van de archieven van de Friese stadhouders van Willem Lodewijk tot en met Willem V, 1584-1795. De schrijvers zijn A.P. van Nienes en M. Bruggeman, m.m.v. J.J. de Muij-Fleurke, B. Woelderink, P. Nieuwland en J.W.T.M. Beekhuis-Snieders.
 
Ze beschrijft wat er allemaal te vinden is in dit archief: Persoonlijke en zakelijke correspondentie, verzoekschriften, processtukken, militaire aangelegenheden, nieuwtjes, zaken betreffende forten (o.a. in Oost-Groningen), personeel enz.
Dat het boek is verdeeld over drie archiefinstellingen. Tot bladzijde 83 is het voorwoord, inleiding, beschrijving van bezittingen en bevoegdheden van de stadhouders en aanwijzingen voor het gebruik van het boek. Bladzijde 83-354 behandelen de stukken over het Koninklijk Huisarchief die bewaard worden in Den Haag. Van 357-594 is de beschrijving van de stukken die u in Tresoar in Leeuwarden kunt vinden en van 594-617 van hetgeen in het Drents Archief in Assen is in te zien.
Van elke stadhouder is een biografische schets opgenomen en er zijn lijsten, tabellen, literatuurverwijzingen en bronuitgaven. Aan het eind van het boek zijn indexen op persoons-, geografische - en zaaknamen. Van elk inventarisnummer is een beschrijving van de stukken, echter niet alle daarin genoemde namen worden genoemd. Ik nam derhalve het gehele boek door en noteerde enkele tientallen vermeldingen die mogelijk de moeite waard zouden kunnen zijn.

Ze gaat verder: Pas recent kwam ik er toe op Tresoar enige in de index van het boek gevonden vermeldingen op te zoeken. Naast mijn namen (w.o. vader en zoon Ciriacus Hoorn, ja inderdaad: alle info welkom) stonden daarop ook de mogelijk interessante zaken voor het geval ik tijd over had. Dat waren o.a. enige lijsten van militairen, gesneuvelde militairen bij Fleurus, forten bij de grens van Groningen, klachten wangedrag troepen enz.
Gewapend met dit werklijstje toog ik naar het Archief. Zoeken (en vinden) bleek verrassend eenvoudig te werken. Aanvragen van toegang 7 met het betreffende inventarisnummer levert een doos op met daarin pakken die per jaar (of half jaar) in een omslag zitten.
Mijn Ciriacus Hoorn inschrijvingen bleken allemaal brieven te zijn, geschreven aan de bazen van de luitenants van vader en zoon. Aardig vond ik de in de brief van 19 september 1657 (nr. 114) geschreven slotzin: “de Jonge Spruiten Goden den Almogenden bevolen”.
Senior (overleden 1668) sluit zijn brieven bijna altijd af met “Doorl: seer getrouwen Dienaer C: Hoorn L: Majeur”, junior (1648-171.) met “Onderdanigsten en Gehoorsaamsten Dienaar C: Hoorn majeur” en met “ Uwe Hoogh welgebooren Heern seer gehoorsamen Dienaer D: Hoorn majeur”.
Ciriacus Hoorn jr. vraagt in twee brieven een baan of compagnie voor zijn zoons Hindrick Casimijr (nr. 127, 26 juli 1709) en Folkert (nr. 19, 13 dec. 1712) en noemt in een ander dat het spijtig is dat zijn zwager Willem Titsing geen antwoord op diens brief aan “zijn Doorl: Hoogh Geboorner Furst end’ Here” kreeg (nr. 113, 26 nov. 1655). Beide schrijven o.a. over verbouwingen en aankleding van het Princenhof in Groningen en militaire aangelegenheden. Enkele andere belangwekkende zaken in deze correspondentie: Majoor Edzardt Valck is bij de laatste storm bij Zoutkamp zijn jacht verloren en is met groot “perijkel daer aff gekomen hem op den mast bergende” en “onzen olden patroon Johan Polman is voor 3 weken naer den Hemel gereist, met een seer Godsaligen affscheit”. (beide nr. 112, in een brief van 10 januari 1654). In 1691 (nr. 125, jaar 1691) noemt junior het overlijden van de heer v.d. Laen.

Uit andere inventarisnummers noteerde ik nog over de jaren:
1610 (3 mei, nr. 2) Wessel Harmens Dijckhuis van Wedde is gevangen genomen, er is een watervloed geweest in Bellingwolderzijl en de Schantzen en in augustus is Gosen Schinkel, rechter tot Bellingwolde, “in de verleden weken overleden”.

1637 (2 oktober, nr. 110) Solliciteur Caspar Celos is overleden en Thijs Smeecks (info gevraagd over ouders) krijgt zijn plaats. Er zijn meteen problemen over zijn salaris. Hierover diverse brieven en verzoekschriften in dit pak.

en nog enige andere leuke feiten.
Het is de moeite waard om hiervoor HuppelDePup op te zoeken en daardoor meer te weten te komen over Jodocus Hensius,  het grote oproer in de stad Groningen waarbij o.a. Schulenborch, Cornelis Edskes, Popko Herens en bouwmeester Hijndrick van Laer betrokken waren. Meer over de erfgenamen van de overleden Casper Eijsinga, de overleden snijder Onno Bouwes en de slag bij Fleuri. Over de verwonding die Jacob Swartte opliep en over het overlijden van de vader van kapitein Jarges.
Via www.archieven.nl kunt u de volledige inhoud van dit boek doorzoeken. 
Heeft u iets gevonden en wilt u dat in Tresoar opzoeken, kijk dan even voor de openingstijden op www.tresoar.nl

De frustratie van een hobbyist
is een artikel van de hand van
Jan Wolf.
Dit artikel gaat over een stuk uit 1555 waarin een zekere Krijn tho Olinge pachter van Hoveling Ripperda tho Farmsum wordt genoemd. Na een inleiding volgen enige veronderstellingen en feiten en enige Olingius-sen in Groningen en Friesland.
Lees het volledige artikel in de HuppelDePup.
En misschien weet u dan ook het antwoord op de frustratie van de schrijver:
Is Johannes Olingius een zoon van Crijn Claesen tho Oling?
Is Hermannus Olingius een zoon van Johannes Olingius? (Johannes Olingius (de chirurgijn) is een zoon van Hermannus Olingius!)
Is Melchizedek Olingius een zoon van Hermannus Olingius? (Hermannus Olingius is een zoon van Melchizedek Olingius!)

Bremen – Roermond – Eexta
door Jacques Bennis volgt volledig.
In de kwartierstaat van mijn in Klein Ulsda geboren moeder, Anna Garrelts 1, figureert op kwartier 1568 Conradus Klugkist. Deze was S.S.M. Candid. (Sacrae Scripturae Magister Candidatus), zoiets als drs. godgeleerdheid (JB) en “hadt zeer wel gestudeert, doch zich niet durvende onderstaan in ’t openbaar te spreken, vertrok hij uit Bremen naar de Provincie Stadt en Lande, en wierdt schoolmeester in de Eexta”. 2 Hij stierf aldaar op 1-6-1653. Zijn grafschrift luidt: “Anno 1611, den 15 Augusti, ist der ehrnveste undt wohlgelarter Conradus Klugkist in Bremen geboren. Anno 1653, den 1 Juny, ist ehr alhir in der Exta in Gott dem Herren sanft endt seelig entschlafen, siner Seelen Gott gnedich SKV”. 3 Volgens B.J.R. Roelfsema 4 was hij gehuwd met Maria Spaeren uit Roermond, maar helaas noemt hij geen bron. Ook andere op het internet publicerende genealogen noemen zonder bronvermelding deze Maria ‘van Roermonde’. Toch is in Roermond geen (rooms-katholieke) doop van een Maria Spaeren te vinden en evenmin een protestantse, daar de registers van de Nederduits Gereformeerde Gemeente pas na 1700 beginnen.

Door een toeval vond ik in de Groninger Archieven een huwelijkscontract dat op 22-7-1669 gesloten werd tussen Berent Weslings en Maria Spoorn. 5 Een van de ondertekenaars is Siwert Clugkist, die in de akte Maria’s zoon wordt genoemd. Alleen al op grond hiervan is het verdedigbaar Maria Spaeren en Maria Spoorn als een en dezelfde persoon te beschouwen. Ik word daarin nog gesterkt doordat ik in Roermond wel de doop heb gevonden (4-5-1614) van een Maria, dochter van Gregorius Sporen en Anna Leven (ook Leners genoemd). 6 De klinkerwisseling in Maria’s familienaam zou je als volgt kunnen verklaren: het werkwoord ‘sparen’ wordt in het Gronings ongeveer uitgesproken als ‘spoorn’; omgekeerd zou men gedacht kunnen hebben dat een niet-Groningse vrouw die zich ‘Sporen’ noemde haar naam wel als ‘Spaeren’ moest schrijven.

Het huwelijk van Conradus en Maria is nergens te vinden, niet in Roermond, en ook niet in de Groningse klapper op de huwelijken van vóór 1750. Dat een jongeman uit Bremen trouwde met een Roermonds meisje, zou kunnen worden verklaard door aan te nemen dat deze in dienst van het Staatse leger in Roermond is beland, dat Staats was van 1632 tot 1637. Een bewijs daarvoor heb ik echter niet gevonden. Op het Nationaal Archief in Den Haag zijn in de zogenaamde commissieboeken wel de namen van officieren te vinden, maar niet die van het overige personeel. Mogelijk is het paar door een veldprediker in de echt verbonden. Wellicht was hij in het leger chirurgijn, want Jan Brugge 7 meldt dat hij dat beroep uitoefende te Noordbroek. Als dat al zo was, dan heeft hij er in ieder geval niet gewoond, want hij komt niet voor op de lidmatenlijst van 1625-1665.

Volgens Roelfsema 8 zou hun eerste zoon, Siwert, in 1643 geboren zijn, maar ook hiervoor vermeldt hij geen bron. Het eerste wel gevonden kind, Anna, werd op 28-9-1651 in Eexta gedoopt; het derde en laatste, Heinrich, op 7-11-1652. Zes maanden later was Conradus dood. Het zou mij niet verbazen als er tussen Siwert en Anna nog een paar kinderen zijn geboren. Maria hertrouwde eerst nog met Herman Etskes, nadat deze tot schoolmeester was beroepen. 9

Voor commentaar houd ik mij graag aanbevolen.
Noten:
1. http://home.planet.nl/~jgbennis/Genealogie/index.html (doorklikken naar ‘Kwartierstaat van Anna Garrelts’).
2. Gruoninga 1978, blz. 35/36.
3. A. Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden. Amsterdam 1977, blz. 243, nr. 1115: tekst grafsteen. Als overlijdensdatum wordt ook 9-6-1653 genoemd (Gruoninga 1978, blz. 35).
4. B.J.R. Roelfsema, Kwartierstaat Koos Roelfsema en Martina Roelfsema. Centraal Bureau voor Genealogie, GHS 01F56 t/m 58.
5. Groninger Archieven, Rechterlijke Archieven V bb Eexta[ nu Toegang 731, inv.nr. ...].
6. Gemeentearchief Roermond, klapper op de dopen te Roermond.
7. http://members.home.nl/jbrugge (doorklikken naar ‘genealogie/parenteel Klugkist’).
8. B.J.R. Roelfsema, o.c.
9. Jan P. Koers, Eexta. Kerk en kerspel in het Oldambt. Koers noemt als bron het “Handschrift Groenier, Eexter kerkarchief”.

Thijs IJzerman leverde
Ingewikkelde familierelaties? in:
Het museum Het Valkhof bezit een schilderij waarop een groep personen staat afgebeeld met tekstborden waarop de volgende (raadselachtige) tekst te lezen is:
“Merckt wel en siet op dit verclaren mijn
De twee int rood mijns vaders broeders zijn
De twee int groen sijn mijn moeders broeders
De twee int wit mijn kinders. Ick moeder
heb van deses ses den vader tot mijn man
Dat smaegtschap groet mij niet beletten kan”
Eeuwen geleden bestonden ze al, de rariteiten die geen reiziger bij een bezoek aan een stad wilde missen. Museum Het Valkhof bezit een schilderij dat in vroegere tijden zo’n ijzersterke trekker vormde: het raadsel van Nijmegen. Het anonieme paneel uit 1576 toont een aantal personen mat cartouches en tekstborden in hun hand, terwijl zij in een kring rond een jonge vrouw staan opgesteld. Door middel van de teksten leggen de personen de beschouwer van het schilderij de vraag voor hoe hun gezin is samengesteld. De verhoudingen tussen de verschillende figuren blijken bijzonder raadselachtig te zijn. Vandaar de titel “Het raadsel van Nijmegen”. De oude heer is weduwnaar van twee inmiddels overleden vrouwen. Beide vrouwen hadden al een kind uit een eerder huwelijk – respectievelijk een zoon en een dochter – toen ze met hem trouwden. Uit hun tweede huwelijk kregen beiden twee zonen, zodat de man vader werd van vier zoons en stiefvader van hun halfbroer en -zus. Deze laatste twee trouwden met elkaar. Hun dochter had dus vier ooms die de halfbroers van haar beide ouders waren. Vervolgens trouwde zij de oude heer, wat zijn derde huwelijk betekende. Samen kregen zij opnieuw twee zonen.
Bron: Historische scheurkalender 11 februari 2006. (Ingezonden door Thijs IJzerman.)


In Hobby uit hobby vertellen lezers over hun hobby. En dat is deze keer niet de genealogie, maar een bezigheid die daaruit is ontstaan en intussen minstens evenveel tijd in beslag neemt. In dit nummer is Joop van Campen aan het woord. Lees de vragen die
Antonia Veldhuis hem stelde en waarop hij antwoordde in
HuppelDePup nummer 2 van dit jaar.


Als u de HDP toch open hebt, kunt u meteen de rubriek
Allem@@l digit@@l van Antonia Veldhuis lezen.
Ze noemt interessante homepages, o.a. http://top.archiefplein.nl/websitepubliek (waarbij je tegelijk kunt zoeken in de databases van de catalogus CBG, GenLias, Regionale Historische Centra Bergen op Zoom, Eindhoven en Tilburg, Het Zeeuws Archief, Archiefdienst Amersfoort, Rijksarchief Noord-Brabant en gemeentearchieven Delft en Leiden) en Thematis Erfgoed Portaal, waarbij een 23 instellingen zijn aangesloten (http://81.18.161.80/fm_tnet_publiek/zoeken.aspx (tussen “fm” en “tnet” een _ underscore, evenals tussen “tnet” en “publiek”)
Beschrijving wat er te vinden is en hoe u dat kunt doen staat duidelijk in HDP.
Verder schrijft ze dat het aantal geïnventariseerde gedigitaliseerde lidmatenlijsten (periode tot 1811) op de homepage van onze webmaster Menne Glas steeds groter wordt. Zie www.menneglas.nl/ledematen. Op deze site duidelijk welke gereed zijn en aan welke u uw medewerking nog kunt geven. Zie HDP.
Voortgang is er ook bij de inventarisatie van grafschriften in Noord Nederland (Overijssel, Drenthe, Friesland (heet eigenlijk Fryslân) en Groningen) en Limburg, te vinden op www.graftombe.nl. Hoe u graven kunt vinden leest u ook weer in de HPD en eveneens hoe u (gratis) een digitale foto bij de beheerder Willem Hovinga kunt krijgen.
Ze besluit met de service van Bob Coret bij het zoeken in Genlias (www.genliasmonitor.nl) om te voorkomen dat u steeds dezelfde namen moet intikken.
Deze link, www.veenkoloniaalmuseum.nl/grlinks.html, de kerkenprotocollen van Wildervank-Veendam en de bewerkingen van de etstoel worden uitgebreid in ons mooie afdelingstijdschrift beschreven.

De favoriete foto van Joop van Campen is van zijn voorvaderen Abraham Theodorus van Campen. Foto en uitleg in HDP.

Eilko van der Laan noemt als nieuwe en nog te verschijnen boeken:
Grote Historische Topografische Atlas van Groningen.

Van Aakschipper tot Zwikker. Gids van historische beroepen van C. Denig.
Het Huis van Gronings Israël. De Synagoge en haar gemeente, 1906 – 2006 van J. van Gelder;
100 jaar Folkingestraat synagoge. 1906-2006 van S. van der Poel.
Harssens. Boerderijen en bewoners van Sikkens-Miedema, door R. de Lange.
De Joodse inwoners van de stad Groningen en omstreken 1549–1945 en hun begraafplaatsen aldaar. Deel 2 1870–1945. Uitgeverij Mr. J.H. de Vey Mestdagh Stichting; Bevrijd! Kleine grote herinneringen aan de bevrijding. Uitgave De Kleine Uil in samenwerking met Oorlogs- en Verzetsmateriaal Groningen.
Professor Van Giffen en het geheim van de wierden. Redactie E. Knol, A.C. Bardet en W. Prummel.
Kalendarium van de geschiedenis van de Stad Groningen en de Provincie Groningen. Van jaar tot jaar. 400–2000 door J. Mein.
Boekentip:
Nieuwe Groninger Encyclopedie. REGIO-PRojekt Uitgevers, ISBN 905028132X, gebonden, 3 delen in cassette, bij boekhandel Scholtens Wristers nu van € 124,95 voor € 29,95. Het betreft hier de herziene 2e druk uit 2000 van de Nieuwe Groninger Encyclopedie!

Nieuws van de archieven staat onder
redactie van Henk Hartog.
Hij noemt de Voorlichtingsbijeenkomsten voor beginnende onderzoekers najaar 2006. Deze worden enige keren per jaar gehouden, bij voldoende belangstelling.
Aan de orde komen: de algemene gang van zaken rond onderzoek en raadpleging van stukken, en het gebruik van allerlei materiaal en catalogi, zoals de bibliotheekcatalogus. Speciale aandacht is er voor materiaal voor familieonderzoek. Middels opdrachten en met begeleiding leert u snel de weg te vinden in dit materiaal.
Deelname is gratis.
Belangstellenden kunnen zich aanmelden bij de redactie van dit blad (H.J.E. Hartog, adres zie achterin dit nummer, of via e-mail hjehartog@wanadoo.nl).
Henk noemt nieuwe bestanden die online zijn, extra sluitingsdata en nieuwe genealogieën op de studiezaal.
Hij vraagt speciale aandacht voor
22662 Vernoemingen in de stad Groningen en de Ommelanden in de 16de eeuw, door Redmer Alma.
In: Naamkunde volume 35 (2003-2004), pag. 11-40.
Volledig te lezen in HDP.


Thijs IJzerman had weer de redactie van de vraagrubriek.
Deze keer een antwoord over Jager en vragen Klaassen-Vleeshouwer- Stegmeijer, Aukes-Jan en Doees-Heeres. Lees ze in HDP.

Thijs beschrijft hoe hij
onder het mom van een bespreking op 31 maart naar het Archief werd gelokt en daar de zilveren speld kreeg.
Thijs: Aldaar werd ik tot mijn verrassing opgewacht door een groot gezelschap bestaande uit (oud-) bestuursleden, leden van het Hoofdbestuur (HB), familieleden, vrienden en medebestuurders uit andere organisaties. De heer Trap, voorzitter van het HB, deelde mij mee dat het HB had besloten om mij de zilveren speld van verdienste van de NGV toe te kennen vanwege mijn langdurige verdiensten voor de NGV. Ik voel mij buitengewoon vereerd, temeer daar nog slechts twee andere personen binnen onze afdeling deze eer te beurt is gevallen, nl. Frans Renssen en Henk Hartog. Dat ik mij in hun gezelschap mag bevinden vind ik een eer. Langs deze weg wil ik iedereen bedanken die aan de toekenning heeft bijgedragen en aan de organisatie van het feestje bij de uitreiking. Meer informatie (o.a. een fotoreportage) vindt u op onze website.
                                   
Bent u Sudoku verslaafd: In HDP staat er één met genealogische tekens i.p.v. cijfers. Maak hem.
 


HuppelDepup 2006 nummer 3

In het voorwoord van deze HuppelDePup (HDP) haalt Antonia Veldhuis herinneringen op aan Thijs IJzerman die vanaf de start van HuppelDePup deel uitmaakte van de redactie en 12 juli jl. in Groningen overleed.
Ze noemt wat items die in dit nummer staan en schrijft dat de rubriek B&B (die Thijs deed) zal worden overgenomen door Gert Zuidema en zijn Vragenrubriek door Johan Waterborg.

Joop van Campen, voorzitter schrijft een in memoriam over Thijs, voluit
MATTHEUS JOHANNES (THIJS) IJZERMAN, overleden op 52 jarige leeftijd. Hij was plaatsvervangend voorzitter en tevens afdelingsafgevaardigde.

Toevalsvondst
: Scheldwoorden
In de HJK (toegang 136, inv. nr. 870) kun je nog een paar scheldwoorden vinden:
Op 26-2-1639 was er sprake van dat een Nanne Berents in den Dam zijn dochtertje zou hebben nageroepen “du schuppen een ooge” en naar haar gespuugd en ook zijn vrouw gescholden “du stucke vleesch, du swarte hoer, du luisebusch”.
(Gevonden door Klaas Bijsterveld, Groningen).

In het Afdelingsprogramma najaar 2006, door Joop van Campen en Nico de Oude, staan de te verwachten lezingen.
20 september 2006: De gilden in de stad Groningen door dhr. J. Oldenhuis.
18 oktober 2006: Bronnen voor ondernemende voorouders in de 19e en 20ste eeuw door dhr. A. Beuse.
14 november 2006: Afdelings-Leden-Vergadering
15 november 2006: In alle staten...? Persoonsgegevens in de archieven van de Staten van Stad en Ommelanden in de 17e en 18e eeuw door mevr. J. van Keulen.

Toevalsvondst: Opsluiten krankzinnige
Omgaan met agressieve mensen, daar deed men vroeger niet moeilijk over, gewoon opsluiten in een kast! Het volgende vond ik in RA III a 16, d.d. 24-1-1614.
“D’heren borg. und raet hebben Jan Crabbe up sijn vorsoeck geaccordieret om sijn huisfrowen broeder crancksinnich sijnde, soelange in bewaeringe up de poorte t’laeten brengen, dat sijn kaste daerinne hij voermaels geseten, gereparieret, d’wijle hij hem und sijn huisfrowe gewondet, und sick gans moetwillich anstellet.”
(Gevonden door Klaas Bijsterveld, Groningen).

Willem G. Doornbos maakte de lijst
Marktlieden te Warffum 1704, 1706 en 1727.
Zie hiervoor de HuppelDePup.

Van Hilgen van Hilgen
werd geschreven door Petronella J.C. Elema, Groningen
We laten het hier volledig volgen:
De familienaam Van Hilgen lijkt uniek te zijn voor Nederland en treedt alleen op bij het hier volgende geslacht uit Grootegast en Doezum (zonder het voorvoegsel “van” komt de naam veel vaker voor). In eerste instantie bestond deze familie uitsluitend uit een vader, Wijer Hanzen (1775-1843) en zijn twee zoons. Omdat beide laatstgenoemden wel volwassen werden, maar op hun 25e resp. 30e jaar ongehuwd overleden, leek er daarmee een einde aan de familienaam te komen.
Maar twee-en-een-half jaar na het overlijden van de laatste zoon, op maandag 3 augustus 1835, verscheen de landbouwer Wijer Hansen van Hilgen ten gemeentehuize van Grootegast. Hij vermeldde “wedunaar zonder kinderen” te zijn, en gaf aan de geboorte, twee dagen eerder, van ene Willem van Hilgen, te Doezum no. 42 uit Wiebke Wijbes Spoelstra, zonder beroep. In één moeite door verklaarde hij bij de bevalling aanwezig te zijn geweest, het kind te wettigen, en het voor het zijne te erkennen. Het jongetje heette sindsdien Willem van Hilgen Spoelstra – want die wettiging had klaarblijkelijk geen invloed op de achternaam! Een huwelijk met Wiebke Spoelstra volgde op redelijk korte termijn: binnen een half jaar. En vanaf dat moment heette de zoon Willem van Hilgen van Hilgen....
Hij kwam inderdaad steevast als zodanig voor. En toen hij later zelf trouwde, zijn kinderen ook. Voor het merendeel althans: er was op dat moment een wat onbestemde situatie ontstaan, waarbij Van Hilgen in de ene gemeente als “dubbele naam” werd beschouwd, maar in de andere niet. Zo droeg Dirk van Hilgen van Hilgen (gen. VI) die naam wel in de gemeente Oldehove, tijdens zijn eerste huwelijk, maar niet in de gemeente Ulrum (tijdens zijn tweede huwelijk).
Vermoedelijk heeft deze verdubbeling het nog wel een kleine eeuw uitgehouden, maar in het Groningse deel van het Nederlands Repertorium van Familienamen (naar de registratie van 1947) zag ik toch geen Van Hilgen-in-het-kwadraat meer vermeld. In elk van de gemeenten Groningen, Leens en Ulrum woonde toen nog één Van Hilgen; die in Ulrum valt zelfs nog te identificeren (hij overleed in 1950).

Vreemd genoeg (zowel Wijer Hansens als zijn eerste vrouw waren doopleden in de gemeente Grootegast en Doezum) kon ik geen doop vermeld vinden van kinderen uit dat huwelijk, dat toch elf jaar heeft geduurd. De geboortejaren van hun twee zoons zijn geschat aan de hand van de leeftijdsopgave bij hun overlijden. De ­diaco­nie­registers van Grootegast resp. Doezum vermelden wel inkomsten bij begrafenissen, maar niet bij huwelijken en dopen.

Genealogie
De eerste generaties in stamreeksvorm; naar de verdere afstamming is niet uitputtend gezocht:

I. Hans Fokkes, van Doezum, tr. Grootegast 8-4-1708 met Thietjen [bij de doop: Teete] Roelfs, ged. Grootegast 27-5-1683, dr. van Roeleff Jansens en Ancke Jilljes.
Hij kan een zoon zijn van Focke Gauckes, tr. Grootegast 16-3-1679 Roelefke Hansens, van Niebert. Deze Focke was schoolmeester in Doezum; hij (her)trouwde ­Groo­te­gast 3-7-1692 met Simke Mennes en kreeg tussen 1693 en 1699 uit dat huwelijk vier kinderen: Menne, Roelefke (naar de eerste vrouw?), Focke en Focko. Doopinschrijvingen van kinderen uit het huwelijk met Roelefke Hansens trof ik echter niet aan.

II. Wijer [bij de doop: Wier] Hanssen, ged. Grootegast 1-9-1709, tr. (afkomstig van Doezum) Grootegast 13-6-1736 met Zijtske Jilljes, ged. Doezum 5-1- 1710, dr. van Jillje Naalkes en Fenna Hindriks.
De oudste kinderen van dit echtpaar waren Roelfke (1737), Swaantje (1739) en Thietje (1744). Om die reden schrijf ik Wijer Hanssen toe aan de ouders Hans Fokkes en Thietje Roelefs (en deze Hans Fokkes mogelijk als zoon van Roelfke Hanssen). Dit ondanks het bestaan van een echtpaar Hans Wijers en (huwelijk Grootegast 5-4- 1697) Brechte Meertens, dat in dezelfde periode te Grootegast kinderen kreeg; ik zag een Ettien (1705) en een Meerten (1710), maar er zijn allicht meerdere geweest.

III. Hans Weijers, ged. Grootegast 16-4-1747, begr. Grootegast (in de bekken ƒ 2.8.0) 10-12-1789, tr. Doezum 6-9-1772 met Anke Fokkes, ged. Grootegast 12-7-1747, overl. Grootegast (in de bekken ƒ 2.4.1) in het jaar 1790, dr. van Fokke Jans en Aaltje IJmes.
IV. Wijer Hanzens van Hilgen, ged. Grootegast 24-9-1775, landbouwer, ook vermeld als dagloner, overl. Doezum (gem. Grootegast, oud 67 jr.) 7-3-1843, tr. (1) Grootegast 10-7-1796 met Aagtje Willems, ged. Doezum 9-7-1773, dr. van Willem Wijtzes en Grietje Sikkes, overl. Doezum (no. 36, oud ongeveer 34 jr., nalatende man en 2 kinderen) 23-5-1807, tr. (2) Grootegast 11-1-1836 met Wiebke Wijbes Spoelstra, ged. Doezum 4-3-1804, overl. Doezum (gem. Grootegast) 15-9-1857, dr. van Wiebo Riemers Spoelstra en Tjeetske Arjens.
Wijer Hanzens trouwde als twintigjarige met de iets oudere Aagtje Willems en kreeg minimaal twee zoons, van wie ik vreemd genoeg de dopen niet aantrof in Grootegast/Doezum, terwijl er toch geen aanwijzingen zijn dat het echtpaar elders heeft gewoond. Zij stierf jong, nog geen elf jaar na het huwelijk, en Wijer bleef verder weduwnaar.
Pas na dertig jaar trad hij opnieuw in het huwelijk! Hij was toen vermoedelijk juist 60 jaar, maar er werd een doopattest voor de man overgelegd, gedateerd Grootegast 12-12-1773. Waarschijnlijk was dat een vergissing; want op 24-9-1775 werd uit dezelfde ouders opnieuw een Wijer Hansen gedoopt. Dat zal de onderhavige wel zijn geweest; die datering spoort ook beter met de leeftijdsvermelding bij het overlijden.
Uit het eerste huwelijk (doop niet gevonden Grootegast en Doezum):
1 Willem Wyerts van Hilgen, geb. ca. 1797, boerenknecht, overl. De Waard (gem. Grijpskerk, no. 11, oud 25 jr.) 15-12-1822.
2 Fokke Wijers van Hilgen, geb. Doezum ca. 1802, overl. Niehove (gem. Oldehove, oud 30 jr.) 11-2-1833.
Uit het tweede huwelijk:
3 Willem van Hilgen van Hilgen, geb. Doezum (huis no. 22) 1-8-1835, volgt V.

V. Willem van Hilgen van Hilgen, geb. Doezum 1-8-1835, overl. Kommerzijl (oud 50 jr.) 21-7-1886, tr. Grootegast 20-5-1865 met Grietje Molenstra, geb. Kommerzijl (gem. Grijpskerk) 23-6-1845, overl. Meppel 30-6-1931, dr. van Dirk Jans Molenstra en Grietje Klaassens Oostra; zij hertr. Oldehove 30-3-1897 met de schipper Willem Altes Kuperus, die zij eveneens overleefde.
De man ondertekende bij zijn huwelijk in 1865 als “W. van Hilgen van Hilgen”. Bij de aangifte van de kinderen was het doorgaans “W. v. H. v. Hilgen”.
Uit dit huwelijk:
1 Dirk van Hilgen van Hilgen, geb. Oldehove 3-3-1866, volgt VI.
2 Weijer van Hilgen van Hilgen, geb. Doezum (gem. Grootegast, aangifte door de geneesheer) 14-8-1867, overl. Kommerzijl (oud 17 jr.) 30-1-1885.
3 Klaas van Hilgen van Hilgen, geb. Niehove 7-12-1869, overl. Oldehove (oud 27 jr.) 8-3-1897.
4 Grietje van Hilgen van Hilgen, geb. Grootegast (onder vemelding dat de ouders te Lutjegast wonen) 11-3-1872, overl. Grootegast (oud 6 mnd.) 22-9-1872.
5 Jantje van Hilgen van Hilgen, geb. Grootegast 22-1-1874, overl. Zuidlaren (oud 31 jr., woonachtig te Zuidhorn) 8-1-1906, tr. Grijpskerk 30-5-1895 met Jannes Spoelstra.
6 Harmke van Hilgen van Hilgen, geb. Grootegast 2-3-1876, overl. ­Groo­te­gast (oud 10 mnd.) 12-1-1877.
7 Harmke van Hilgen van Hilgen, geb. Lutjegast (gem. Grootegast) 12-11- 1877, overl. Niezijl (gem. Grijpskerk) 12-2-1883.
8 Iefke van Hilgen van Hilgen, geb. Lutjegast (gem. Grootegast) 24-6-1879, overl. Groningen (in het Academisch Ziekenhuis, woonachtig te Sloten, oud 38 jr.) 9-7-1917, tr. met Wiebe de Vries.
9 Jacob van Hilgen van Hilgen, geb. Kommerzijl (gem. Oldehove) 28-5- 1883, arbeider, overl. Oldehove (oud 38 jr.) 23-4-1922, tr. Marum 27-5- 1905 met Jeltje Steneker, geb. Noordwijk (gem. Marum) 13-5-1883, dr. van Willem Steneker en Antje Terpstra.
Jeltje werd geboren met de naam Terpstra. Bij het huwelijk van haar ouders op 10-11-1883 werd zij gewettigd. Bij dit huwelijk werd één kind gewettigd (mogelijk zijn er meer geweest):
a Antje Steneker [na 1905: Van Hilgen], geb. Marum 29-11-1903.
10 Willemina van Hilgen van Hilgen, geb. Kommerzijl (gem. Oldehove, postuum) 22-12-1886, overl. Doorwerth (woonachtig te Sloten) 25-3-1916, tr. Sloten 20-8-1905 met Hantje Visser.

VI. Dirk van Hilgen van Hilgen, geb. Oldehove 3-3-1866, dienstknecht, dagloner, later barbier (1933), overl. Zoutkamp (gem. Ulrum), oud 84 jr.) 23-6-1950, tr. (1) Oldehove 9-5-1891 met Pietje Knoop, geb. Zevenhuizen (gem. Leek) 25-12-1854, overl. Kommerzijl (oud 36 jr.) 1-8-1891, dr. van Neeltje Knoop, tr. (2) Ulrum 11-6-1892 met Aafke Beukema, geb. Vierhuizen 25-10-1860, overl. Zoutkamp 9-1-1922, dr. van Jacob Beukema en Remke Bottema, eerder gehuwd met Evert Bol, tr. (3) met Bontje Spinder, geb. Oldehove 4-2-1879, overl. Ulrum (oud 67 jr.) 26-3-1945, dr. van Marten Spinder en Janke Kamstra; zij was gescheiden echtgenote van Tjeerd van der Zwaag.
In 1891 (te Oldehove) tekende Dirk als “D. van Hilgen van Hilgen”, in 1892 (te Ulrum) als “D. van H. van Hilgen”. Bij de aangifte van de drie dochters te Ulrum gebruikte hij de verdubbeling niet meer.
Uit het eerste huwelijk:
1 Willem van Hilgen van Hilgen, geb. Kommerzijl 3-5-1891 (’s middags 5 uur, tweeling), overl. Kommerzijl (oud 9 dg.) 2-6-1891.
2 Neeltje van Hilgen van Hilgen, geb. Kommerzijl 3-5-1891 (’s middags 6 uur, tweeling), overl. Kommerzijl (oud 8 dg.) 1-6-1891.
Uit het tweede huwelijk:
3 Grietje van Hilgen, geb. Zoutkamp (gem. Ulrum) 30-3-1893, tr. Leens 1-8-1912 Derk Achterhof.
4 Alberdina van Hilgen, geb. Zoutkamp (gem. Ulrum) 6-6-1897, overl. Zoutkamp (gem. Ulrum) oud 36 jr.) 21-7-1933, tr. met Gerrit Gaasterland.
5 Klazina van Hilgen, geb. Zoutkamp (gem. Ulrum) 9-12-1900.

In de rubriek Hobby uit hobby vertellen lezers over hun hobby. En dat is deze keer niet de genealogie, maar een bezigheid die daaruit is ontstaan en intussen minstens evenveel tijd in beslag neemt. Antonia mailde de vragen, de antwoorden zijn zoveel mogelijk onveranderd gebleven. Wilt u ook in deze rubriek, mail of schrijf mij: antonia.veldhuis@hetnet.nl.
Deze keer is het woord aan Harm Selling uit Amsterdam.

Harm stelt zich voor:
Mijn naam is Harm Selling. Ik ben geboren op 20 april 1967 in Amsterdam, zoon van Gerard Selling (1943) en Heika Strating (1946). Na de HAVO heb ik de opleiding “Bibliotheek en Documentaire Informatie” gevolgd aan de Hogeschool van Amsterdam). Sinds m’n opleiding ben ik inmiddels 15 jaar werkzaam in de bibliotheek van de Hogeschool van Amsterdam, waar ik nu coördinator ben van de afdeling Bibliotheektechniek, de afdeling belast met het bestellen en catalogiseren van het bibliotheekmateriaal. Ik woon sinds kort op IJburg, een nieuwbouwwijk in Amsterdam. Ik ben vrijgezel en heb geen kinderen.

Hoe is deze hobby ontstaan is en wat houdt die precies in.
In 1979, als 6e klas leerling, ben ik met genealogisch onderzoek begonnen. Ik bezocht het gemeentearchief Amsterdam destijds met een ander doel, maar werd door de archivaris gewezen op de mogelijkheid om je stamboom te onderzoeken.
Zo kwam ik als 12-jarige voor het eerst in het archief en van het een kwam het ander. Ik begon met de familie Selling (Amsterdam), vervolgde met het Amsterdamse deel van de kwartierstaat. Vanaf m’n 15e kocht ik zoals zoveel jongeren in de vakanties een tienertoerkaart. Maar terwijl leeftijdgenoten naar de Efteling of Ponypark Slagharen toerden, ging ik naar het rijksarchief in de St. Jansstraat in Groningen. Zo zocht ik ook de Groningse kant van de kwartierstaat uit en de families Strating, Fledderman, Van Lenning en Clobus.
Door de digitalisering kwam ik al in een vrij vroeg stadium in contact met anderen, eerst via de genealogische bulletin boards, later via internet. Dat stelde me in staat informatie met anderen uit te wisselen en contact te leggen met mede-onderzoekers. Met een aantal mensen bouwde ik een hecht en langdurig contact op. Toen ik in 1996 de eerste versie van mijn homepage online zette, raakte het contact met anderen in een stroomversnelling. In toenemende mate kreeg ik ook vragen toegestuurd van bezoekers. Ik hield me toen al lang niet meer slechts met m’n eigen familie bezig, maar verzamelde veel gegevens uit Oost-Groningen en stelde bronbewerkingen samen. Een paar jaar later ben ik begonnen met een totale bevolkingsreconstructie van Winschoten.

Wat is er zo leuk aan?
Ik ben een echte verzamelaar. Zo verzamel ik oude Nederlandse grammofoonplaten (singles), oude Nederlandse films o.a. uit de jaren 30, alles op het gebied van cabaret, cd’s en dvd’s.
Op genealogisch en historisch gebied verzamel ik boeken over o.a. de provincie Groningen en Amsterdam en heb een collectie boeken met betrekking tot Winschoten.
Het gaat me daarbij vooral om volledigheid.
Genealogisch onderzoek zie ik ook als onderdeel van deze verzamelwoede. In tegentelling tot andere onderzoekers, vind ik het verzamelen van complete gezinnen in de 19e eeuw leuker dan het bijeenzoeken van schaarse gegevens uit de 17e eeuw. In m’n bevolkingsreconstructie van Winschoten ligt de nadruk dan ook op de 18e, 19e en gedeeltelijk de 20e eeuw.

Hoeveel tijd neemt deze hobby intussen in beslag en wat vindt je partner daarvan.
Deze hobby slokt een heel groot deel van m’n vrije tijd op. Ik dwing mezelf op vrije zaterdagen de stad in te gaan en zo nu en dan naar familie of vrienden te gaan, anders gaat al m’n vrije tijd in deze hobby zitten.
En m’n partner… met deze hobby is het heerlijk om vrijgezel te zijn, al heeft dat ook minder leuke kanten.

Wat is het leukste, meest bijzondere dat je hierbij tegengekomen bent?
Via verre familieleden ben ik aan foto’s gekomen van verschillende betovergrootouders. Dat vind ik heel leuk en bijzonder. Het per ongeluk stuiten op gegevens waar je al jaren naar zoekt, is ook fantastisch.
Wat betreft m’n bevolkingsreconstructie van Winschoten geeft het verzamelen van krantenberichten uit de Winschoter Courant en het Dagblad v/h Noorden leuke achtergrondinformatie.

Werk je digitaal, waar staat je computer.
Sinds m’n jeugd werk ik al digitaal. In de jaren 80 had ik een Commodore 64 waarin ik zelf via wat programmeerwerk de familie Selling had ingevoerd. Vervolgens kocht ik een Pentium 286, waarop ik de eerste versie van Gens Data installeerde. Ik ben sinds die tijd met de ontwikkeling van de computers meegegaan en werk nu met een Pentium 4 en een dito laptop. Gens Data beviel me niet goed, waarop ik ben overgestapt op Haza-Data en werk met volle tevredenheid nog met de dos-versie.
Inmiddels onderhoud ik twee homepages en telt mijn grootste Haza-bestand bijna 100.000 personen.

Kom je nog toe aan genealogie en andere hobby’s. Wat zijn die andere hobby’s.
Via profielsites als Hyves, Cu2, Schoolbank, etc., maar ook via zoekacties in Google, kun je veel hedendaagse familieleden traceren en benaderen. Dat zijn vaak jongeren, maar door die jongeren te benaderen kom je ook vaak bij de ouders of grootouders terecht. Op die manier vul ik de gegevens van de familie Strating, m’n moeders familie, regelmatig aan.
Andere hobby´s heb ik niet echt. Ik heb jarenlang aan stijldansen gedaan, maar dat is geëindigd doordat de dansschoolhouder z’n dansschool sloot. Ook ben ik ruim 20 jaar lang lid geweest van een tafeltennisvereniging, maar dat is geëindigd door een meningsverschil met de club. Het tafeltennissen wil ik weer oppakken bij een andere club..

Wat kunnen de lezers voor jou betekenen en andersom?
In gegevens van Winschoten ben ik zeer geïnteresseerd en daarmee kan ik anderen behulpzaam zijn. Ook voor andere vragen met betrekking tot Oost-Groningen kan men bij me terecht.

Zit je nog met een brandende vraag betreffende genealogie of de hobby waarover je vertelde?
Een opmerking … aarzel niet om mijn webpagina’s www.genealogiegroningen.nl en www.genealogiewinschoten.nl te bezoeken en vragen in het bijzonder met betrekking tot Winschoten te stellen.

De ‘sluipmoord’ op Antje Heikens in 1915 te Winschoten werd door Harm Selling geschreven.
Hij begint met: Hoewel je het zo onderhand zou gaan geloven, is zinloos geweld niet iets van de laatste jaren. Ook aan het begin van de 20e eeuw kwam het voor. Zo werd Winschoten eind 1915 opgeschrikt door een wrede en laffe moord op een 24-jarige handwerkonderwijzeres.
Lees verder in HDP.

Allem@@l digit@@l  (negentien) is de rubriek waarin
Antonia Veldhuis uit Veenwouden  (gecontroleerd door Bert Kranenborg)
vertelt welke interessante homepages en nieuwe digitale bestanden er bijgekomen zijn.
Allereerst hoe u in een Word artikel bronnen kunt maken, een plaatje kunt invoegen en de spelling kunt controleren. Hoe dit gaat is allemaal te lezen in HDP.
Daarna welke digitale sites er zijn voor de drie noordelijke provincies. Lees het hieronder.

Zoeken in Fryslân
www.tresoar.nl is het adres voor zoeken in de provincie Fryslân. Via Voorouders (2e item in kolom links, onder zoekscherm), krijgt u een lijst met bestanden waarin u kunt zoeken. Dit zijn o.a.: Uitgebreid zoeken in geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten na 1811 en DTB. Verder Dopen (nog ongecontroleerde versie), Quaclappen (namen eisers Hof 1527-1620), Quotisatiecohieren 1749 (belastingjaar met opgave van bijna alle Friese gezinshoofden, met beroep en te betalen bedrag) en Notarieel Archief. Aanvullingen van het notarieel vinden één maal per maand plaats, momenteel zijn er 488.278 aktes ingevoerd. Familienamen 1811 geeft van de meeste gemeenten de personen die de familienaam aannamen met beroep, plaats, namen en leeftijden van de kinderen. Het grootste deel van Fryslân is bewaard gebleven. Historisch GIS Fryslân is de perceelsregistratie van de jaren 1700 en 1832: databasegegevens gekoppeld aan een kaart. Klikken op de kaart geeft plaats met gegevens van gevraagde personen. Ook zoeken op naam mogelijk. Het adresboek van 1928 spreekt voor zichzelf.
Onder Hulpbronnen (iets onder zoekbestanden) DTBL-inventaris (database van alle bronnen die in de DTB zijn opgenomen, Namenthesaurus (welke spellingsvarianten horen bij welke naam), Friese plaatsen (waar ligt wat) en Beroependatabase geeft oude beroepsnamen. Onder Links (links onder op de homepage, onder Voorouders) nog meer zoekmogelijkheden zoals de Friese testamenten voor 1550 (teksten van 212 testamenten) en Archief- en Documentatiecentrum voor rk-Friesland.
Http://jong.tresoar.nl is een bijzonder mooi vormgegeven site voor scholieren en onderwijsgevenden. Op de homepage o.a.: Educatieve bronnen 1, In de ban van het boek, Tresoar op toernee, Wonen in de 20e eeuw en een scholierenquiz. Onderaan elk onderwerp Bekijk … >> geeft meer info. Links verbindt door met interessante websites voor de jeugd. En voor volwassenen.

Gegevens voor Leeuwarden en Leeuwarderadeel
www.historischcentrumleeuwarden.nl geeft onder Genealogie (in gele balk onder naam) als 1e item Genealogische databases. Onder Primaire bronnen na 1811 staan de geboorte-, huwelijk- en overlijdensakten van beide gemeenten.
Voor 1811 kunt u o.a. zoeken op dopen (1603-1813), huwelijken (1594-1812), stadsbegraafboeken (1687-1805, met hiaat, aanvulling hierop vanaf 1550), lidmaten vanaf 1581. Verder o.a. lijst burgers Leeuwarden uit 1492, burgerboek (vanaf 1530), besteding wezen in Old Burger Weeshuis vanaf 1619 en aangifte vaar- en voerbewijzen 1694, boedelinventarissen, grafschriften Westerkerk en register op Placcaatboeken.

Zoeken in Groningen
Http://www.groningerarchieven.nl geeft via Onderzoeksmogelijkheden (onder foto) mogelijkheid tot het zoeken in Inventarissen, doopinschrijvingen van voor 1811, afbeeldingen (scans) van overlijdensakten 1933-1952 en geboorteakten 1883-1892. Ook gedigitaliseerd zijn de huwelijksakten van de provincie.
Op www.menneglas.nl/ledematen staat intussen een groot deel van de lidmatenlijsten van de provincie Groningen. In de linkerkolom de verdeling in Westerkwartier, Hunsingo, Fivelingo, Oldambt, Westerwolde, Gorecht en kerspels overig. Boven de lijst met plaatsen die na aanklikken opent staat hoever het transcriberen is. Naam invullen in het scherm boven Zoeken op de homepage geeft een lijst met plaatsen waarin die voorkomt. Op de openingspagina tevens zoektip. U kunt ook lijsten bewerken. Info zie homepage.

Zoeken in Drenthe
Www.drenlias.nl inklikken geeft een balk met Informatie, Zoeken na 1811, Zoeken 1600-1811, Zoeken voor 1600 en Nieuws.
Bij Zoeken na 1811 kunt u zoeken in de bestanden van Burgerlijke stand, Notariële Akten, Successiememories en ook Alle bestanden.
En geeft Zoeken 1600-1811 de kerkregisters dopen en trouwen.
Bij Zoeken voor 1600 kunt u zoeken in het Oorkondenboek (Cartago) 1040-1600. Dit is nog in opbouw.
Op de homepage van Hans Homan Free (zie http://home.hetnet.nl/~homanfree/CDroms.htm) staan genealogische CD-roms van Drenthe die bij de maker te koop zijn. Diverse bladen zoals Ons Waardeel/Spint Arwten en de (Nieuwe) Drentse Volksalmanak (1837-2001). Verder Schultenprotocollen en Etstoel (1703-1723 en 1687-1702 gereed).

Tegelijk Groningen, Fryslân en Drenthe doorzoeken:
De burgerlijke stand van de drie provincies is uiteraard ook te doorzoeken via www.genlias.nl. Voor zover ze ingevoerd zijn. Tip van Menne Glas: zoek in digitale bestanden zo minimaal mogelijk ter voorkoming van fout ingevoerde namen. Voorbeeld: als je dopen van kinderen van vader “Jan Brader” en moeder “Susanna Heringa” zoekt, dan kun je in plaats van de namen van deze ouders beter intypen dat de voornaam van de vader met een “j” moet beginnen, de achternaam met “br”, en de achternaam van de moeder met “he” en verder niets!
Kies in GenLias altijd voor “alle rollen” en altijd bij Zoekmethode voor namen “Begint met”. Ingevulde velden dienen drie letters te bevatten!
Hebt u zelf geen tijd of zin om steeds bij te houden wat er aan nieuwe namen is bijgekomen? Bij www.genliasmonitor.nl kunt u gratis tot maximaal 40 namen opgeven waaraan u onderzoek doet. Na aanmelden krijgt u een mail met de vermeldingen die in GenLias zitten, daarna krijgt u regelmatig mails met updates.

In het grafschriftenproject in opbouw www.graftombe.nl zitten al veel gegevens van de drie noordelijke provincies. Intussen ook van andere provincies, maar daar hebben we het nu even niet over. Graftombe heeft tot doel zoveel mogelijk begraafplaatsen en kerkhoven te digitaliseren en op internet beschikbaar te stellen. Op dit moment zitten er 505.702 namen in. Links op de homepage de te volgen stappen voor zoeken in de database. Aanklikken van de provincie geeft de gemeentes, daarna de kerkhoven en begraafplaatsen en tot slot de namen. Er is mogelijkheid foto’s te bestellen: gratis en snel. Er kan ook op naam worden gezocht op de homepage, onder Graftombe.nl.

Natuurlijk bezoekt u regelmatig de site van Herman de Wit http://geneaknowhow.net /digi/bronnen.html waarop hij per provincie (linker kolom) bijhoudt welke digitale bestanden er beschikbaar zijn gekomen. Onder NIEUW de recent bijgekomen bestanden. Op deze site ook links naar woordenboeken, cursussen, buitenland en nog veel meer.

Nieuw: Het Verhaal van Groningen
In maart 2006 ging de Groninger site www.verhaalvangroningen.nl de lucht in. Het Verhaal van Groningen biedt verhalen van en over Groningen, die de rijkdom en de dynamiek tonen van deze regio. Onder de openingsbalk Het Verhaal van Groningen een onderverdeling in Vertellingen, Personen, Objecten, Monumenten, Locaties, Instellingen en Forum. Hetgeen voor zichzelf spreekt. Rechts op de site een Verhalenkaart en Tijdreizen. Al deze items geven in de toekomst toegang tot verhalen over Groningen en de Groningers.
Deze website is een initiatief van de provincie Groningen en is een samenwerkingsverband van alle erfgoedsectoren in de provincie
Een soortgelijk initiatief ging in Fryslân ter ziele, maar de mensen achter Het Verhaal hebben goede hoop dat deze site een succes wordt. Vragen of een verhaal laten adopteren? 2 Via Contact (boven de balk met titel) kunt u hier terecht.

Waarschijnlijk kunt het met de tips, links en sites in deze lange Allem@@l digit@@l wel uitzingen tot de volgende HDP. Verveelt u zich toch: schrijf een artikel voor HDP. Hebt u zelf leuke homepages gezien: mail me! En ja, complimentjes zijn welkom.

Noten:
1. Educatieve bronnen lijkt wel wat op het Verhaal van Groningen (of omgekeerd?). Aanklikken Bekijk Educatieve bronnen > geeft pagina met Informatie over deze site. Eronder plaatjes met periode, die (aanklikken) titels geven. Deze verwijzen weer naar verhaaltjes met aktes of afbeeldingen.
Ik heb hem vastgezet als Favoriet (Favorieten in balk bovenin scherm, Toevoegen aan Favorieten).
2. Ook ik schreef een artikel voor deze site. Henk Hartog deed hiervoor een deel van het onderzoekwerk. Het is een bewerking van het Jeneverkind (zie HDP 2003 nr. 3).


De favoriete foto van Harm Selling is die van zijn overgrootouders Strating-Fledderman met hun oudste drie kinderen, waaronder zijn grootvader uit 1913.
Dit schippersgezin en hun levensloop is te lezen / is te zien in HuppelDePup.

Kees van Straten uit Ulrum haalde een leuk stuk van de veilingsite e-bay door te zoeken op Ulrum.
“Signalement/opsporingsbevel verzonden van Appingedam naar Ulrum (Groningen) op 16 november 1843, voorzien van het poststempel “APPINGEDAM” op de achterzijde. Distributiekantoor Appingedam ressorteerde onder postkantoor Groningen. Dit signalement werd op 18 november vanuit Ulrum doorgestuurd naar Leens en vervolgens op 19 november naar Kloosterburen.”
In februari 2006 werd er € 40 voor geboden. Hoeveel het uiteindelijke opleverde is onbekend.

In Groningers in Amersfoort een testament waarin Groningers worden genoemd.
Anje Bousema-Valkema uit Hoevelaken vond het.
Zie HDP.

In Nieuwe boeken: Verschenen of nog te verschijnen
noemt Eilko van der Laan:
Kolonisten, kanalen en kroegen van H. van Veen.
Thuis in de wereld. Ervaringen van Nederlands emigranten door N. Schouw-Zaat.
Het avontuur van Groningen. Reisgids voor kinderen van acht jaar en ouder door M. van Rooijen.
Grenzeloos varen. Vaargids voor de Eems Dollard Regio door D. Zeldenrust.
Het geheime dagboek van de Groninger stadssecretaris Johan Julsing 1589-1594 door J. van den Broek.
Illustre school/ Illustrious school. Het Academiegebouw, historisch hart van academisch Groningen (2-talig).
Winschoten in foto’s. Er is veel verdwenen door E. Brehen.
Boerderijen Gemeente Ten Boer en Overschild 1595 - 2005 door P.W. Pastoor.
Gruoninga 49e jaargang, 2004
Allemaal te lezen in ons Afdelingstijdschrift.
Gruoninga 50e jaargang, 2005
Eind augustus verscheen de 240 bladzijden tellende 50e (jubileum-)uitgave van het jaarboek Gruoninga. Bij dit jubileum wordt in de eerste bladzijden stilgestaan.
Daarna komen 32 bijdragen van auteurs, die ooit in Gruoninga publiceerden en voor een groot deel nog steeds publiceren. Zij verhalen in een aantal bladzijden over de herkomst van hun voorna(a)m(en).
De genealogieën, die hierna volgen, behandelen de families De Raad (P. Bos en wijlen J.Th. Tjadens) en Schut (P.J.C. Elema). Ook in de artikelen van A. Veldhuis (Waar de Buck uithangt) en van P.J.C. Elema (Een honderdjarige in de familie?) speelt familie-onderzoek de hoofdrol.
Een lacune (1809-1811) in het doopboek van Eenrum werd door Fred Reenders dankzij een contradoopboek opgevuld. En Otto Nienhuis bespreekt een onbekende inventarisatie van A. Pathuis van inscripties en wapenafbeeldingen op gevelstenen en schouwen.
Tenslotte deed Redmer Alma een uitgebreid onderzoek naar de meiers en eigenaren van land en de edele heerden in de Ruigewaard aan de hand van dijkrollen uit 1658, 1732 en 1766.

Nieuws van de archieven
staat onder redactie van Henk Hartog. Uiteraard hierin Nieuws van de archieven. Ook te raadplegen in HDP.

Vragen en antwoorden
staat sinds het overlijden van Thijs IJzerman onder redactie van Johan Waterborg

Voor de spelregels van deze rubriek: zie HuppelDePup nr. 1 van 2006, blz. 30 of kijk elders op deze website (onder Afdelingsblad en bij Genealogie-vragen onder uitleg).
Antwoorden op de vraag over Klaasen – Vleeshouwer en Stegmaijer.
Meer gegevens over Auke Jans en Gepke Martens
en enige nieuwe vragen.
Dit alles in HDP.

In Berichten van de Knipseldienst
vraagt F. Renssen aandacht voor knippen en doet een oproep voor nieuwe mensen. Zie hiervoor ook elders op deze site.