Samenvatting HuppelDePup 2005

nummer 1   nummer 2   nummer 3


HuppelDePup 2005 nummer 1

In dit wederom 32 pagina’s tellende blad staan, naast het voorwoord van voorzitter Joop van Campen, een aankondiging van de lezingen die het bestuur organiseerde, het voorstellen van de nieuwe leden en een beschouwing over de vergadering van de NGV in Bestuur en Beleid (Thijs IJzerman) weer diverse zeer leesbare artikelen en naamlijsten.

De naamslijsten van
Willem G. Doornbos, Groningen
volgt hieronder in zijn geheel.

VII
Turfschippers Pekela, 1765, 1767, 1768

Niet alleen in de Groninger Archieven zijn naamslijsten te vinden. Gelukkig maar! Ook elders in de stad zijn nog schatten verborgen. Op een plek waar de meeste archiefbezoekers nooit komen, de Universiteitsbibliotheek, bevindt zich ook een collectie handschriften. Als voorbeeld noem ik het handschrift Addenda 232. Het is een convoluut (bundel handschriften in één band) van honderden pagina’s, dat zowel geschreven als gedrukte stukken omvat waarin wederom schippers een hoofdrol spelen.

Rond het midden van de 18e eeuw moesten plotseling de turfschippers – tot hun grote schrik – lastgeld aan het comptoir van de Langakkerschans [= Nieuweschans] gaan betalen. Het was een maatregel waar zij bepaald niet op zaten te wachten. Gezamenlijk ondernamen zij dan ook verwoede pogingen om hieraan te ontsnappen. In de jaren 1766, 1767 en 1768 organiseerden de Pekelder turfschippers zich. De zaak wordt serieus aangepakt: ‘Uit naam en last van het gehele schipperskorps en wesen van de gehele colonie de Pekelaa beneffens den ingeneir en schoolmeester. D.J. Houwink’. Wat er precies gebeurde en welke acties de schippers nu ondernamen? Kijk voor deze details eens in de Universiteitsbibliotheek op de zaal OKW [= Oude en Kostbare Werken]. Het hoofd van de studiezaal zal u met alle plezier verder helpen. Hier beperk ik mij slechts tot de geschreven naamslijsten. Succes!

16 december 1765
Geert Jacobs
Hinderk Israels
Kristiaan Jurjens
Arent Harms
Jan Markus Vos
Eltie Derks in kalletiet
Klaas Derks
Albert Jannes in kwaalijteij als olderman
Harm Lienders in kwalit als olderman
Egbert Jans
Pieter Jans
Sicke Alders
Jan Derks

17 februari 1767
Tjallijng Eeijes
Sicke Aalders
Geert Jacobs
Klaas Jans
Eije Sibrants
Yacob Roelofs Suireng
Syourt Poortmans
Jan Egberts
Ocke Harms
Hinderk Jan Koster
Albert Hinderks Backker
Beerent Derks
Harm Harms Buttes
Jacob Reins Fijn
Geert Jacobs als gelastede van Harm
Hinderks Dreijer
Pieter Jans als gielast van Jan Hinderks
Dick
Wilke Garrels
Pieter Jans Groot
Eule Egbers
Jan Derks
Harm Geers Schuir
Tjark Ulbens Pot
Mindelt Jans Miening
Beerent Hinderks
Hindrik Uilen
Willem Lammers
Harm Hindriks
Roelf Klaasens
Boele Jans
Allij Geerts
Derk Egberts
Klaas Lodewijks
Ellie Derks

13 maart 1767
Jacob Reins Fijn
Pieter Brons
Albert Jakobs Wijtkop
Hinderk Hermes Wint
Mindelt Jans Miening
Klaes Yakobs Yonker
Gerrit Wygers
Eltie Derks
Albert Harms Louter
Pieter Hinderks
Hinderk Israels
Jan Andreis
Frerik Swirs
Albert Alberts
Jan Corneelis
Ocke Harms
Jurjen Koerts
Geert Jacobs

Ongedateerd [= 1768]
Jacob Harms Heenega
Dit merk + is door Egbert Pieters geset
Roelf Klaasens Koop
Dit is geset I door T Jan Tiesens
Roelf Harms Tuntler
Geert Haarmens Das
Dit is geset + door Klaas Fokkes
Tjark Ulbens Pot
Willem Lammers
Goosen Beerens
Hinderk Pieters
Hindrick Geers [?]
Mindelt Jans Miening
Hinderk Willems
Yan Albers Duesent sckor [?]
Klaas Yakobs Yonker
Hinderk Kyrs
Jan Andreis Nap
Dit is geset I E door Jan Egberts
Dit is geset A E door Arent Egberts
Hinderk Arnts
Hinderk Geers

Dese voornstaande merken zijn getekent in onse presentie [w.g.]
D. Houwink getuige
Tamme Reints D. Ruit [?] getuge

Hierna een artikel over "Een verzameling Hiske’s"s, een vervolg van HDP 2004, nr. 3, pag. 86 door Menne Glas, Groningen.
Hiervoor moet u de HDP (o.a. te vinden op de Groninger Archieven) even opslaan.

Een familie Meijer, met de voornaam Jeremias is een artikel van Petronella J.C. Elema, Groningen.
Ze schrijft dat een familie Meijer wel vaker voorkomt, maar dat de voornaam Jeremias er opeens weer een aardige genealogie van maakte! Niet alleen dat: deze Jeremias Harmens had ook nog een broer Jesaias (die ik later overigens niet meer terugzag in de archieven). Zou dit de invloed zijn geweest van hun uit Bremen afkomstige moeder? Ik vraag mij overigens af, hoe die in Kropswolde terechtkwam...
De man kwam van Foxhol, dat onder Kropswolde viel. In die DTB komen verschillende Harmen's voor, maar gedurende het relevante tijdvak niet één met de vadersnaam Jans. Ik heb hem dus niet nader kunnen identificeren. Hoe zij aan de naam Meijer kwamen, is ook niet duidelijk, maar één van de zoons van het stam-echtpaar, Herman, werd al met die naam gedoopt. In later tijd vond ik de kleinkinderen via een andere zoon, Jeremias, allemaal als Meijer terug. Ook de resterende kinderen kunnen zijn gehuwd en nageslacht hebben gehad, maar dat vond c.q. volgde ik niet.

Hierna volgen Harmen [ook: Herman] Jans, van Foxhol, die in Kropswolde trouwt (2 juni 1727) met Sabina Mulders, van Bremen, lidmaat Kropswolde (op belijdenis, van Foxhol) 14-3-1732.
Uit dit huwelijk:
1. Geessien Harmens, ged. Kropswolde 11-3-1729.
2. Jan Harmens, ged. Kropswolde 22-4-1731.
3. Annechien Harmens, ged. Middelstum 11-3-1733.
4. Jesaias Harmens, ged. Middelstum 4-7-1734.
5. Herman Meijer, ged. Middelstum 10-2-1737.
6. Jeremias Harmens, ged. Middelstum 13-3-1739, volgt II.
7. Geert Harmens, ged. Middelstum 10-3-1741, jong overl.
8. Geert Harmens, ged. Middelstum 19-1-1744.
9. Derck Harmens, ged. Middelstum 2-10-1746.

Jeremias Harms zijn nageslacht wordt uitgebreid in deze HDP uitgewerkt.

De lezing die Reint Wobbes op 15 september hield over Kerkhoven en begraafplaatsen (de cultuur van dood en begraven) is verkort in het blad weergegeven.
Hij stuurde zijn lezing aan ons, in het blad staan daar nog enige grafschriften en leuke feiten uit de lezing bij.

Joden, Grieken en Romeinen begroeven hun doden buiten de samenleving, doden waren onrein. In de eerste eeuwen van het christendom bouwde men op graven van martelaren en heiligen kerken en kapellen. Bij een dergelijke plaats wilde een ieder begraven worden, omdat het volgens de toenmalige opvatting bescherming bood tegen de dreiging van hel en verdoemenis.
Zo kwam met de komst van het christendom, ook in onze streken, de gewoonte in en om de kerk, midden in de bewoning te begraven.
In het begin werden geestelijken en zeer verdienstelijke personen in het kerkgebouw ter aarde besteld, later speelden geld en een maatschappelijke positie een rol.
Hoewel in de protestantse traditie een kerkgebouw geen sacrale ruimte is, gingen de protestanten door met het begraven in en rond de kerk.
Het kerkhof, Gods akker, was vroeger een speciale plaats, het was een omgracht of omheind terrein, een hek of een poort gaf toegang. Een rooster bij de ingang verhinderde dat honden, varkens of andere dieren de gewijde plek konden betreden, een dergelijk rooster werd ook duivelsrooster genoemd.
Heidenen en ongedoopten mochten niet in de gewijde aarde worden begraven.
In onze streken voerden kerkpaden en lijklanen vanuit het kerspel naar kerk en kerkhof. Op het kerkhof gold asielrecht, er werd recht gesproken, maar er vonden ook verkopingen plaats, er werd kermis gevierd en de was werd er gedroogd.
Het begraven in de kerk werd in 1795, bij de wording van de Bataafse Republiek verboden. Na 1813 trok Koning Willem I het verbod weer in. In 1827 werd bij Koninklijk Besluit verboden om in het godshuis te begraven. Vanaf die tijd werden begraafplaatsen aangelegd, eerst bij de steden en later bij de dorpen.
In vroeger tijd, tot in de vorige eeuw, kregen veel mensen geen of een vergankelijk houten grafteken.
De oudste grafstenen dateren in Groningen uit het begin van de 15e eeuw. Ze zijn gemaakt van Bremer (rood) of Bentheimer (geel) zandsteen. Omstreeks 1500 gaat men Belgische hardsteen gebruiken.
De teksten op de 17e-eeuwse zerken zijn sober: persoonsgegevens, soms een huismerk of een familiewapen en een zin als "verwachten een vrolijke opstanding door Jesum Christum". In de 18e en 19e eeuw wordt men mededeelzamer: er verschijnen rijmen en symboliek op steeds fraaier uitgevoerde zerken.
Ook in de 19e eeuw komen de staande zerken, stèles in de mode onder invloed van het classicisme. Opmerkelijk zijn de gietijzeren graftekens op verschillende kerkhoven en begraafplaatsen in de provincie, vaak in de vorm van een obelisk, teken van standvastigheid en deugd. Veel voor zich sprekende symbolen als het doodshoofd, knekels, de zeis, die het leven afsnijdt, de geknakte of omgewaaide boom en de geknakte bloem beelden op graftekens de dood uit.
De ouroboros, de slang, die in zijn eigen staart bijt, is een eeuwigheidssymbool, zoals de vlinder de opstanding verbeeldt. De zandloper, al of niet met vogel- en vleermuisvleugel, duidt op de tijd die vervliegt, zowel bij dag als bij nacht. Een omgekeerde fakkel dooft als eenmaal het leven. De lauwerkrans en de palmtak wijzen op de overwinning op de dood door Christus.
Op veel kerkmuren zijn nummers die de grafslagen aangeven. Ook is vaak een baarhuisje aanwezig.
Kerkhoven verdienen belangstelling en zorg.

Op zoek naar Groningse militairen in het Staatse leger vóór 1795
Joop van Campen, Roden

De infanterie van het leger (1576–1795) ten tijde van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bestond uit ‘ingehuurde’ nationale en buitenlandse regimenten. Het waren beroepsmilitairen en de dienstplicht bestond nog niet.

In het Nationaal Archief in Den Haag bevindt zich het archief van de Raad van State, het uitvoeringsorgaan voor militaire zaken. In dit archief vinden we de z.g. stamboeken van het Staatse leger. Uit de 18e eeuw zijn een beperkt aantal bewaard gebleven. Zo ook het stamboek van 1772–1795 van het 1e bataljon van het regiment van de luitenant-generaal Berend Baron Lewe van Aduard.1 Hij was circa 60 jaar commandant van dit regiment dat uit 2 bataljons bestond. Later ook wel het 1e bataljon van hett Regiment Nationalen nr. 2 (RN-2) genoemd. Een regiment bestond doorgaans uit 2 à 3 bataljons. Een bataljon omvatte meestal 7 tot 12 compagnieën. Een compagnie in de 2e helft van de 18e eeuw was opgebouwd uit 1 kapitein, 1 luitenant, 1 vaandrig, 2 sergeanten, 1 tamboer, 1 solliciteur en 48 soldaten, waaronder 3 korporaals.
Gelet op de afkomst van de officieren uit het 1e bataljon van het regiment RN-2 had het een Groningse signatuur. Van de 76 officieren uit bovengenoemde periode waren er 41 (54 %) afkomstig uit de provincie Groningen. Het regiment stond echter ter repartitie (d.w.z. werd betaald door) van het gewest Gelderland.

In deze eerste aflevering behandelde Joop de ‘minderen’, met name de Groningse soldaten. Uit het stamboek haalde hij: rang, naam en toenaam, wanneer aangenomen, duur dienstverband, lengte op kousenvoeten in voeten, duimen en strepen, leeftijd, geboorteplaats, waar eerder gediend/hoe lang, hoe daar vertrokken, beroep, godsdienst, gehuwd/aantal kinderen, door welke officier aangenomen, wat is er verder gebeurd. Hieronder volgen alleen rang, naam en datum indiensttreding. Voor meer gegevens: zie HDP.

Soldaten uit de 1e compagnie
soldaat Jacob Pieters 30-10-1747 - soldaat Beerent Jans Tuin 1-2-1764 - soldaat Beerent Jans Tuin 1-2-1773 - soldaat Albert Sluiter 10-12-1771 – soldaat Albert Sluiter 28-3-1777 - soldaat Hilbert Geerts 7-2-1772 - soldaat Geert Clasen Grave, 17-3-1772 - soldaat Jan Jacobs, 16-10-1772 - soldaat Jan Willems, 25-3-1778 - soldaat Jacob Boerma 15-2-1779 - soldaat Frerik Boerma 15-2-1779 - soldaat Frerik Boerma 3-10-1786 - soldaat Harm Pieter Strankman 14-8-1779 - soldaat Harm Pieter Strankman 25-7-1785 - soldaat Harm Pieter Strankman 8-4-1791 – soldaat Pieter Scheldhuis 15-8-1780 - soldaat Jan Geerts10-5-1781 - soldaat Albert Jans 22-6-1781 - soldaat Martinus Scholts 8-9-1782 - soldaat Egbert Abrahams, 22-3-1785 - soldaat Jan van Ugt 22-3-1785 - soldaat Jan Jurrien Voorsmit 30-4-1772 - soldaat Jan Jurrien Voorsmit 21-2-1774 -sergeant Jan Jurrien Voorsmit 23-3-1789 - soldaat Bernardus Pijlmel 19-9-1786 - soldaat Jan Beerents 27-8-1787 - soldaat Hans Wijgers 11-2-1788 - soldaat Jan Willems 29-3-1788 - soldaat Jan Willems 14-4-1794 -
soldaat Hendrikus van Duuren 29-8-1788 - soldaat Pieter Roelofs 7-6-1789 - soldaat Eppe Pieters 7-11-1789 - soldaat Antoni Boijsen 31-7-1790 - soldaat Geert Jans 29-2-1792 - soldaat Jan Smit 31-3-1793 - soldaat Gerrit Blijma 11-12-1793 - soldaat Jacob Ennes 31-3-1794.

Bron: Nationaal Archief, Toegang 1.01.19 Archief van de Raad van State,
inv.nr. 1955 Stamboek 1e bataljon van het regiment Berend Baron Lewe van Aduard. Aangelegd 6-5-1772.


De veroordeelde ontleed
Klaas Bijsterveld, Tiny van Campen en Antonia Veldhuis 1

We weten (nog) niet wat onze hoofdpersoon uit dit artikel heeft gedaan, maar het vergrijp is mogelijk voor een deel goedgemaakt doordat zijn lichaam ter beschikking kwam van de medische wetenschap. De daarover gevoerde correspondentie is gedeeltelijk in het Nederlands, de universiteit schrijft in het Latijn.
Dinsdag 18 augustus 1657 is er een uitgaande missieve aan drost Daniel Alberti. Daarin staat dat aanstaande woensdag Herman Jansen "van het levent ter doot" gebracht wordt: zijn onthoofding zal plaatsvinden in het Oldambt. Daarna zal men hem herwaarts "overseijnden", waarna hij "tot dienst end instructie der studenten" in de medische faculteit van Groningen zal worden "geanatomiseert". Men zal intussen de weduwe en erfgenamen van de gedecolleerden mogen verzekeren dat ze in faveur zullen arbeiden om haar hier voor contentement te doen. Met andere woorden: men zal de familie van de onthoofde naar genoegen hulp geven.2
Op 19 augustus 1657 antwoordt de Drost en hij schrijft dat Jan Tiddes, de substituut in Finsterwolde, het dode lichaam van de gevangene naar Groningen zal brengen. "Het welcke is geleit in de dootkiste van sijn weduwe daer toe bestelt" en waarmee het gehele vermogen van de weduwe opgemaakt is. Hij vertrouwt erop dat U ed: mo: "nae haer gewoonlijcke goedertierentheit hierop favorabelijck sullen letten" en voorts na gedane belofte "ter gelegener tijdt" de weduwe een kleine subsidie zullen geven. Wie de in de brief genoemde "arme onnooselen" zijn is me niet duidelijk. Mogelijk enige kinderen? Het lijk wordt in de late avond afgezonden. Dit vanwege de hitte en om alle oploop en "confusie" te vermijden. De kosten bedragen XLII florijn en 16 stuivers. Onder de brief staat "in der haest uijt Suidtbr.".3
Op de zitting van donderdag 20 augustus 1657 ’s morgens om 8 uur besluit men dat de kosten van de twee wagens voor het overbrengen van het lijk naar de Academie door hun moet worden gedragen. Uit voorzorg besluit men dat de rector deze eerst betalen moet. Later kan het worden teruggevorderd van de Provincie of ergens anders vandaan. Terwijl de senaat nog overlegt, tonen twee substituten van het tribunaal van Finsterwolde en Winschoten uit naam van de leenman van het Oldambt enige rekeningen. Er is overleg geweest tussen de Rector Magnificus en president Tiassens over de zaak.4
Op zaterdagmorgen 22 augustus, wederom om 8 uur in de morgen, is er weer een vergadering. De Rector Magnificus heeft besloten dat er rond het hoofd van Harmen Jans een aanschouwelijke voorstelling moet worden gehouden. Hij zegt dat de studenten medicijnen ook een hand en een voet willen afhakken en de vraag is of het lijk begraven moet worden.
Men brengt de zaak in stemming en besluit dat het lijk niet verminkt mag worden, omdat anders anderen in de toekomst afgeschrikt worden. Het lijk zal op het Nieuwe Kerkhof op eervolle wijze worden begraven en de begrafenis zal direct na de demonstratie plaats vinden. Omdat de kosten voor de Academie (te) hoog zijn, moeten de toeschouwers ook bijdragen.4

Hierna volgden genealogische gegevens over Harmen Jans, D. Eijsonius, Jan Tiddes en
Daniel Alberti (zie blad).
1 Klaas vond de brieven, transcribeerde er twee, nam menig bron door en corrigeerde het artikel, Tiny vertaalde de Latijnse aktes en Antonia maakte er een verhaaltje van en nam bronnen door. Henk Hartog dacht mee over vindplaatsen evenals Jan Oldenhuis. Frits Ebbens leverde de gegevens van Daniel Alberti en een mogelijke Jan Tiddes.
2 Uitgaande missieven, toegang 1605, inv.nr. 325r.
3 Ingekomen stukken, toegang 1605, inv.nr. 335r.
4 Acta senatus academica, toegang 46, inv.nrs. 16 en 30
5 De andere twee waren Philips Christopher Warners, gewezen chirurgijn in Brazilië (ws. in dienst van de WIC), die in Groningen was vermoord (zie RA III a 54, d.d. 25-1-1655 en acta senatus d.d. 25-1-1655) en een arme vreemdeling, waarvan de diaconie de begrafeniskosten moest betalen (acta senatus 6-2-1660).
En een beschrijving van de doorgenomen bronnen.

Eilko van der Laan,
eilko@tiscali.nl beschrijft de nieuw verschenen of op dat moment nog te verschijnen boeken:
De Groningse geschiedenis. De Nederlandse geschiedenis in meer dan 1001 verhalen van Beno Hofman, Kaarten van Drenthe 1500–1900 van H.J. Versfelt, Vooran over Ebbingenpoorten brugge. Bewoningsgeschiedenis van 1621– 2003 door H. Brouwer, Beno’s stad deel 1 en deel 2. Historisch Groningen van Beno Hofman en "Voor geld is altijd wel een plaats te vinden." De firma W.A. Scholten (1841–1892). De eerste Nederlandse industriële multinational door D. Knaap
en geeft een recensie over het boek
Veenlust, adieu! De geschiedenis van een spraakmakend gebouw in Veendam, schrijver H.A. Hachmer.

Antonia Veldhuis is al weer aan nummer veertien van Allem@@l digit@@l toe.
Ze beschrijft interessante homepages, geeft tips en trucs en wijst op nieuwe (Groninger) digitale bestanden.
Helaas ... deze keer de HDP raadplegen.
Alleen nog even deze:
Het adres waarop de inhoud van alle afdelingsorganen in te zien is: http://go.to/gepermeteerd, de thuisbasis van de NGV-afdeling ’s-Hertogenbosch – Tilburg. Links, in groene kaders, staan diverse items. Tweede van boven staat afdelingsbladen, aanklikken geeft een bladzijde met alle afdelingsorganen. Er staat bij of de afdeling/het blad op internet staat en (laatste kolom) de inhoudsopgave sinds 1997.


Schaatspret in 1771 werd geschreven door Henk Hartog
Doe UEdHW te weten dat vriedag den 15 Febr: 1771 door scheuvellopers een weddeloop is gehouden, waar van daags te voren Geert Gnodde contracten had geschreven op wat uiren tot 3, 4 touren was bepaalt, de hoofden en anvoerders zijn vele geweest en wel voornamelijk Geert Gnodde en Frerik Bour in Sapmeer, de lopers of partien was voornamelijk de appoteker H. Heres met veel schippers volk die tegen hem liepen, dog alle de appoteker sjokkeerden en zoo veel drank inpresten dat stabel dronken was, en zodanig gevallen op ’t ijs dat Berend Roelfs zeide ’t gezien had dat hem dogte niet levendig weer zoude opstaan en hem grouwelt had, dat spil langer an te zien, en ’s avons de apoteker gekwets en heel bezopen verscheiden sterk na huis gesleept, zoo dat in alles zoo baldadig ’t er zoo is heergaan, dat er elk door ’t carspel van te zeggen weet, ook in ’t huis van Derk Ruiter in Sapmeer daar de vergaderinge was nog slagerie voorgevallen van Moses Samels en Jan Ottes etc. die hier van konnen getuigen, zijn Aaldrik Hes, Epke Tammes, Roelf Geerts en Hindrik Franzens en meer andere etc.
[w.g.] H. v.d. Warf
Bron:GrA, RA Selwerd en Sappemeer, toegang 730, inv.nr. 1555, d.d. 21-2-1771; brief van de schulte H. van der Warf te Sappemeer.

… ende ander onnut volck ... Henk Hartog
"… is bij ons oeck alsoe entsloeten, dat ghij alle vrouwen, kinder, jungen ende ander onnut volck daetlicken van u sult doen vertrecken ende alle victuallie ende etelwaeren, oeck garste, rogge ende ander gewass soe daer in der naheijt bij den huesluijden bevonden soelen moegen worden am spoedichsten in de voerschreven schantse doen brengen ..."
Bron:
Archief Rood voor Reductie [Secretarie-archief stad Groningen voor 1594], inv.nr. 17.1, fol. 88vo, d.d. 9-8-1580. Brief van Burgemeester en Raad van Groningen aan de hop- mannen Jacob Vinckenborch en Peter Swart, die zich in de vesting Delfzijl bevinden.


Vragen en antwoorden staat onder redactie van Thijs IJzerman en behandelt vragen van lezers met de antwoorden die daarop gekomen zijn.

Deze HDP sluit met diverse mededelingen

Voorlichtingsbijeenkomsten voor beginnende onderzoekers voorjaar 2005
Middels opdrachten en met begeleiding leert u snel de weg te vinden in het materiaal van de Groninger Archieven. Op diverse maandagmiddagen, deelname is gratis.
Belangstellenden kunnen zich aanmelden bij de redactie van dit blad (H.J.E. Hartog, adres zie achterin dit nummer, of via e-mail hjehartog@wanadoo.nl).

NGV 60 jaar in 2006
Over het 60-jarig jubileum van de NGV in 2006 en hoe u kwartierstaten hiervoor kon insturen.
En dit is intussen oud nieuws. Meer info over de jubileumdag: zie elders homepage.

Bezoek aan het Verenigingscentrum in Weesp
Diverse malen per jaar organiseert de NGV Groningen een bezoek aan het Verenigingscentrum in Weesp, wat een bibliotheek met duizenden boeken en tijdschriften herbergt, een uitgebreide knipseldienst heeft met meer dan 16 miljoen knipsels, bidprentjes en een grote collectie microfiches.
Wanneer u nog nooit in het VC geweest bent, dan is dit een uitgelezen kans. Bezoekers die voor het eerst komen krijgen een korte instructie over wat waar te vinden is. Info bij Thijs IJzerman, tel.nr. en (e-mail)adres zie elders op homepage.

Losse abonnementen HuppelDePup
Abonnees die geen lid zijn van de NGV kunnen een los abonnement nemen.


HuppelDePup 2005 nummer 2

Na het Voorwoord staan we even stil bij het jubileum van de NGV in 2006 met daarbij de oproep kwartierstaten hiervoor in te sturen. 
Wat we aan lezingen hadden kunt u elders op de homepage lezen. Het waren o.a.
- Oude akten en familiegeschiedenis, spreker R.H. Alma
- Een boedelinventaris opent deuren die gesloten waren door J. van Keulen
- Goederenrecht in de provincie van Stad en Lande, spreker B.S. Hempenius–van Dijk

In Het databestand van de Contactdienst schrijft Lex van der Linden, Hoofd Contactdienst over het databestand van ruim 290.000 records wat op de website van de Contactdienst geplaatst is.

In Genealogisch voorstellen stellen Nico de Oude en Antonia Veldhuis nieuwe leden voor.
Deze keer waren dat J.B.M. Wind (werkt aan de families Jacobs, Wind, Ernst en Meijer. Andere hobby’s fietsen, schaatsen en vissen), G.D. Bouwman (familienaam Bouwman en de namen Huizinga en Huizenga), J. Offereins (naam Eisses), E. Snier (werkt aan familienaam Snier uit Wildervank e.o., daarnaast houdt hij van reizen met de caravan en leest graag), T. Dorenbos (Dorenbos uit de gemeentes Sappemeer, Noordbroek en Slochteren. Hij woont in Zwitserland en de archieven zijn voor hem dus niet naast de deur. Wellicht zijn er leden die een handje kunnen helpen), S.A. Kooi (namen Winter en Kooi. Andere hobby’s fotografie, koken, geschiedenis en lezen), J.J. Jager (onderzoek naar de families Bos, Jager en Brokaar).

De heer van Dam schreef een uitgebreide mail waarin hij zich voorstelde: “Bij deze wil ik mij voorstellen in de rubriek Genealogische voorstellen. Mijn naam is Eddy van Dam, geboren in de stad Groningen, maar al decennia lang woonachtig in Amsterdam. Ik ben al meer dan 20 jaar, met tussenpozen, bezig met onderzoek naar o.a. de families Van Dam, Tonnis de Graaf, Wagenaar (in het begin heel intensief met Tobias Wagenaar), Hoff (uit Tolbert), Jasper, Groothuis (uit Groningen), Eltingh, Wolt(h)ers, F(i)ebel uit Groningen, Helder (uit Noordhorn), Hoving (uit Zevenhuizen) en Hoeksema (uit Tolbert en Niebert). Andere hobbies zijn tuinieren (volkstuin), alles wat met het chocolademerk Droste te maken heeft (alles is welkom), fietsen en hardlopen. Mijn e-mail adres is eddyvandam@hetnet.nl.”
Evenals de heer J.A. Maring uit Tolbert, die mailt: “Mijn naam is Hans Maring (e-mail: jamaring@knmg.nl, website: www.jamaring.com), ik doe met tussenpozen al bijna 20 jaar onderzoek naar mijn eigen familie Maring in de ruimste zin van het woord. De voorlopige resultaten zijn op mijn website te zien. Ik ben getrouwd en heb drie jonge kinderen, woon en werk in Tolbert. De familie Maring heeft zijn wortels op het Hogeland en is de enige familie Maring uit Nederland. De oudst bekende voorouder, Harm Cornellis, was landbouwer bij Garsthuizen. In Duitsland komt de naam wel vaker voor (niet gerelateerd aan mijn familie).
Helaas heb ik door mijn werk te weinig gelegenheid om de echte archieven te bezoeken; gelukkig is er steeds meer toegankelijk via internet. Ik werk aan twee belangrijke kwartierstaten: die van mijn zoon Herman Jan en die van mijn vrouw Maaike Feenstra. Dit laatste geslacht is al uitgebreid beschreven in het “blauwe boekje”, Nederlands Patriciaat. Maar over haar moeders voorouders valt nog genoeg te ontdekken, al is dat dan wel in Friesland. Daarnaast is mijn grote ideaal om een parenteel van de oudst bekende voorouders met de naam Maring (Cornelis Harms en Bauke Jans) van de familie te publiceren inclusief de over diverse continenten uitgezworven leden van de familie.
Als hulpmiddel gebruik ik al langere tijd het genealogisch programma Haza-Data. Sinds kort ben ik overgestapt op de windowsversie Haza-21”.

N.a.v. een bezoek aan het Verenigingscentrum in Weesp (regelmatig gaan we hiernaar toe met een groep, info Thijs IJzerman) een verslag van Fenny en Gerard Dambrink, die het een 
zeer boeiende en leerzame dag vonden.

Van de bestuurstafel, B + B (Bestuur en Beleid)
Thijs IJzerman, afdelingsafgevaardigde, zie HDP

Naamslijsten
Willem G. Doornbos

VIII
Exercitieleden te Usquert 1787

In de roerige periode aan het einde van de achttiende eeuw zijn talloze exercitiegenootschappen opgericht. Eén daarvan was gevestigd te Usquert. In het dossier berustende in het huisarchief Nienoord vinden wij een overzicht van de leden in 1787. Daarbij – hier niet gepubliceerd – bevindt zich ook een overzicht van het wapentuig ‘de snaphanen en ammunitie’ waarover ieder lid van deze genootschap beschikte.

Namen van de perzonen die te Uskwert hebben geëxcerceert zijn als volgt(1):

x Wolter Klimp en zoon Reinder
x Kornelis Reinders
Jan Pieters zoon Egbert
Jakob Harms zoon Harm
Klaas Luitjens, wonende bij Luitjen Klasens weduwe
Jan Popkes, wonende bij Luitjen Klasens weduwe
Hiepke Jans stiefzoon Tomas
Tamme Harms zoon Albert
Jan Kornelis wonende als knegt bij Tamme Harms
Jan Klasen Snijder
Loewert Sikkes zoon Hindrik
Egbert, wonende als knegt bij Loewert Sikkes
Kornelis Bouma, wonende als knegt bij Loewert Sikkes
Mattias Derks met zijn knegt Driewes
x Jakob Luitjens
x Tjeert T. Lanting, commandant
Freerk Egberts
Klaas Michiels
Jan Roelfs Boer met zijn knegt
Fokke Kornelis zijn twee zoons Jakob en Kornelis
Pieter Dojes met zijn zwager Leuje Harms
Klaas Jak. Juist, zijn zoon Jakob en de knegt Jan
Jakob Pieters zijn twee zoons Pieter en Jakob
Sywke Jurjens
Willem Rientjes Bakker
Pieter Ates zoon Allert

Zijnde in de schuir van Wolter Klimp de exercitieplaats geweest en de sterkste drijvers om te excerceren daar dit merk x voor staat.
(1) GrA, Menkema Dijksterhuis, inv.nr. 197 (oud inv.nr. 126**), 1787.


Een familiedrama Dontje (Slochteren)
Petronella J.C. Elema begint met

Indertijd publiceerde ik in HuppelDePup (jrg. 6 (1999) no. 1, pag. 16-17) een overzicht van een kleine familie Roodborstje. Het verhaal was een groot succes; nog jaren later kreeg ik commentaar en aanvullingen van mensen die van een dochter uit dit gezin afstamden, ook m.b.t. gegevens die ik indertijd niet had gevonden. Ik vermeldde toen al, dat één van deze dochters was gehuwd met een lid van het geslacht Dontje (zie: Familieboek Dontje, tweede uitgave 1992; 2 dln., door J.M. Dontje). 
Hierna noemt ze het gezin Dontje-Roodborstje, in verband met een familiedrama en vermeldt de gegevens inzake dit echtpaar en hun kinderen. Hiervoor slaat u de HDP op.

Hindrick van Laer uit Groningen is een artikel over 5 (of) 6 mannen van die naam, die tegelijk in stad Groningen woonden. Het werd geschreven door 
Antonia Veldhuis. Het begint als volgt:
Bij mijn onderzoek Cuik, Cuick, Cuijck, Cuijk, Kuik, Kuick, Kuijck, Kuijk (info welkom) stuitte ik op ene Hendrik van Laer, die in een akte van 23 april 1649 echtgenoot van Grietje Jans (daarvoor gehuwd met Berent Jansen Cuick) wordt genoemd. Op 19 maart 1650 wordt Marretien Alberts (de weduwe van Frederick Jansen Cuick, de broer van Berent) genoemd met echtgenoot Hendrick Gijsberts van Laer. Toen ik in het Rechterlijk Archief III x 32 fol. 438 een scheiding vond van de kinderen van de overleden Kornelis van Laer, waaronder twee zoons met de naam Hendrick van Laer, werd het tijd alles over de Hendrikken van Laer te verzamelen en te ordenen. Het feit dat ze bijna nooit hun patroniem gebruiken maakte identificatie extra moeilijk. Ook Petronella Elema bleek met de Hendrikken bezig te zijn (geweest) in verband met een in de maak zijnde genealogie Hoexum. Van de daarin genoemde goudsmid Hendrick van Laer houd ik daarom de gegevens summier. Ze gaf me het bewijs dat twee door mij opgevoerde personen dezelfde zijn, zodat mijn aantal van vijf Hendrikken ¬daar¬door teruggebracht werd tot vier. De zin in een van de aktes over een Hendrick waarvan men niet wist of hij nog “levende ofte doodt is” had ik over het hoofd gezien en ik vond er nog weer een bij, zodat ik nu op zes zit.
Het resultaat vindt u hieronder: zes, mogelijk vijf (als de in 1649 genoemde edele erentf. Hendrick van Laer niet een van deze is) naamgenoten. Op dit moment weet ik trouwens nog niet of de Hendrick die met Grietje trouwde dezelfde is als die Marretien huwde, en welke dat is. 
En voor meer gegevens van 
1. Hindrick Gijsbert van’t Laer (overl. 30-1-1667 / 17-6-1668), snider, hopman Swanestraet, z.v. Gijsbert Janse, tr. Groningen (o. 22-8) 4-10-1618 Marrichjen Jansen (overl. voor 17-6-1646), d.v. Johan van Hopsten
tr. (2) vóór maart 1650 Marritien Alberts, overl. 1653. Marritien trouwde eerder met Jan Eekenhorst en daarvoor met Frerick Jansen Cuijck.
2. Hindrick Eyben van Laer (overl. 28-3-1668 / 1672), goudsmid, olderman goudsmeden (1656) en olderman zilversmeden (1668) aan Brede Markt. tr. Groningen (o. 8-9) 30-9-1632 Geertruit Roelofs (overl. voor 1-2- 1644).
Hendrick trouwt (2) Geertruit Hofs (overl. na 1672), el. wonen Koornmerckt en Geltingestraat. Geertruit tr. opnieuw.
3. Hindricus van Laer (overl. na 5-10-1650), borger, kruidenier in ¬Botteringe¬straat, tr. voor 28-4-1643 Hilletien Geerts (overl. 2-12-1649 / 18-3-1650). 
4. Hendrick Kornelis van Laer, genoemd in 1651, oudste zoon van Kornelis van Laer.
5. De Edele Erentf. jr. Hendrick van Laar tot Laar ende echte Laar, overl. na 6-4-1649; tr. 1644 Defien de Sighers. 
6. Hindrick Hindricks van Lahr, z.v. Hindrick van Lahr uit Emden tr. 4-4-1616 Groningen (MK) Geesijen Abrahams d.v. Abraham Jansen koekenbakker
raadplege men de HuppelDePup.

Huwelijksadvertenties is een bijdrage van 
Willem G. Doornbos
over een huwelijksadvertentie in de Provinciale Groninger Courant te Groningen waarin “eene zeer gedistingueerde en goed bezoldigde Ambtsbetrekking bekleedende” heer een vrouw vraagt met een “bevallig uiterlijk, beschaafde manieren, zacht humeur, en een vermogen van 30 à 40 Mille bezittende”. 
Hoe het verder gaat staat in de HuppelDePup.

Was Aafke Meertens de eerste echtgenote van Derk Harms Schut? werd geschreven door
Netty van der Deen–Flikkema en bewerkt door Antonia Veldhuis.
Het is een artikel dat ontstaan is doordat in een boek bovengenoemd persoon niet werd genoemd, terwijl de schrijfster er zeker van was dat hij erbij hoorde. M.b.v. diverse archieven slaagde ze erin het bewijs te leveren.
Lees het in HDP.

Werk, water en wafels is van de hand van
Henk Werk uit IJmuiden.
Wafels, maar ook poffertjes, oliebollen en beignets, bakten mijn voorouders ruim honderd jaar lang van 1850 tot 1961 op kermissen, tijdens evenementen, beurzen en tentoonstellingen. Vooral de provincie Groningen was hun werkterrein, incidenteel pachtten zij een standplaats in Friesland en Drenthe. Het kermisseizoen startte omstreeks Pasen en werd traditioneel in oktober met de Zuidlaarder kermis afgesloten. Zuidlaren betekende voor de familie J. Werk-Huizinga ook letterlijk het einde van hun kermisloopbaan. Zij verkochten hun van “staalijzer” gemaakte klipperaak – in 1912 voor ƒ 2600,– 1 gebouwd op de scheepswerf van Lucas Wolthuis te Veendam – omstreeks 1962 aan graanhandelaar Woldijk. Het kermisschip “Anna Jantina” onderging een metamorfose tot zeiljacht “Theodora”. Op de helling van scheepsbouwer Botje Ensing & Co werd het plaatwerk flink onder handen genomen, een scheepstimmerman uit Delfzijl nam de binnenkant voor zijn rekening tegen een uurloon van ƒ 4,25. Hun kraam, met aan weerskanten twee kamertjes (“chambres séparées”), kreeg een tweede leven in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem. “Roemloos” was zijn laatste reis, namelijk per kipwagen en niet per schip. 

Ongeveer tegelijkertijd zetten ook de Gebroeders Werk een punt achter hun carrière. De firma werd gedreven door de enige en ongetrouwde zuster Trientje en de drie ¬on¬ge¬trouwde broers Nanno Klaas, Folkert en Klaas van mijn grootvader Hindrik Werk, die 40 jaren lang locomotieven en rijtuigen op hun rijtechnische staat beoordeelde. In 1908 beginnend bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (kortweg S.S.) met een dubbeltje per uur bij een werkweek van 60 uren en vanaf 1938 bij de N.V. Nederlandsche Spoorwegen, wanneer S.S. en de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (kortweg H.S.M.) definitief tot één maatschappij samensmelten. Hij gooide in 1948 zijn hamer 2 neer om van zijn welverdiende pensioen te gaan genieten.
De Gebroeders Werk echter hadden heel andere plannen. Zij reisden nog maar spaarzaam met hun grote poffertje- en wafelsalon, die zich met een front van 12 meter en diepte van 20 meter kon meten met de salons van hun grote concurrenten Victor Consael en Chr. de Haan. Het afbreken maar vooral het opbouwen van zo’n grote “spiegeltent” kostte zoveel tijd, 1½ dag, en het reizen per schip beperkte dusdanig het aantal te bezoeken kermissen, dat exploitatie nauwelijks nog lonend was. Bovendien stegen de pachtsommen na de Tweede Wereldoorlog in razende vaart.3 Voortaan reisden de Gebroeders Werk heel Nederland door met een gebakkraam op wielen. De Canadese truck uit een legerdump kreeg een houten opbouw, die werd opgedeeld in een woonverblijf en vier slaapplaatsen, waarvan één boven de cabine. Het reizen werd daardoor ook minder zwaar en vermoeiend, omdat windstil weer hun geen parten meer speelde. Immers zij hoefden hun schip “Vrouwke”, zo genoemd naar hun moeder Frouke Bremer, niet meer bomend en trekkend aan een lijn voort te bewegen. Hoewel een “opduwertje” (zeg maar een gemotoriseerde sloep) waarvan de familie J. Werk-Huizinga op het laatst gebruik maakte of een scheepsjager – maar dat geld kon je beter uitsparen, zullen zij vermoedelijk gedacht hebben – uitkomst hadden kunnen bieden. 
Gebrek aan opvolgers in de familie noopten de Gebroeders hun vennootschap met ingang van 1 november 1960 te ontbinden. De vennootschap werd per dezelfde datum overgenomen door Kl. Brongers, die tevens de exploitatie van de rijdende gebakkraam voortzette. Onderweg naar de Winschoter Pinksterkermis brandde de wagen in 1969 ter hoogte van Scheemda uit. De salon werd door Piet Albers tot aan zijn overlijden in 1994 geëxploiteerd. 

In verreweg de meeste gevallen is niet bekend in welke plaats, op welk moment, welk kermisgebak de familie Werk verkocht. Afhankelijk van de voorkeuren van het publiek wisselde het aanbod nog al eens. Zo liet Louwrens Werk, een volle neef van de vier gebroeders, in een afscheidsinterview weten dat hij alleen in Groningen, Uithuizen, Loppersum en Zuidlaren poffertjes verkocht. In andere plaatsen serveerden zij, de firma J. Werk-Huizinga, uitsluitend oliebollen. Of dat geheel naar waarheid is, waag ik te betwijfelen. Zoals de Gebroeders Werk verkochten ook zij wafels. Zo noemde Louwrens’ vader Jan Bartus zich verschillende keren wafelbakker en presenteerden de Werk-Huizinga’s zich in advertenties als oliebollen-, poffertjes- én wafelbakkers. 

Wafels kenden de stadjers al ver voor 1850. De hugenoten introduceerden reeds in het laatste kwart van de zeventiende eeuw de Franse wafel, die in een wafelijzer wordt gebakken. 4 De uit Frankrijk gevluchte protestanten waren echter niet de eersten in de Republiek. De oudste wafelrecepten staan namelijk beschreven in het manuscript UB Gent 476 5, dat dateert uit de zestiende eeuw. Vermoedelijk kwamen de schrijvers uit het hertogdom Brabant en het graafschap Holland. De bewuste recepten zijn vermoedelijk “gestolen” door Carel Baten toen hij 1593 te Dordrecht de 1e druk van zijn Eenen seer schoonen ende excellenten Cocboeck uitbracht. De recepten lijken namelijk als twee druppels water op elkaar. Het wafelijzer werd verwarmd in een kolenvuur. Carel Baten, die zijn naam in het Latijn vertaalde tot Carolus Battus, vluchtte na de val van Antwerpen in 1585 naar het noorden. Hij was stadsgeneesheer in Dordrecht van 1588 tot 1601. 

Kermissen stonden nogal eens in een kwaad daglicht. In de negentiende en in het eerste kwart van de twintigste eeuw waren het vooral protestanten die de kermis “om zeep wilden helpen”. 6 In hun ogen was kermis licht vertier en zedenbedervend, waar dronkenschap leidde tot ruzies en vechtpartijen. Helemaal ongelijk hadden ze niet, getuige onder andere het wafelkraamoproer tijdens de Groninger voorjaarkermis in 1840.
Eillert Meeter, van origine barbierszoon uit Oude Pekela, was hoofdredacteur van het liberaal-republikeinse oppositieblad De Tolk der Vrijheid. De bewuste dag, 18 mei 1840, was Meeter zijdelings betrokken bij het wafelkraamoproer 7 dat zich in zijn aanwezigheid in de wafelkraam van Dove Saar afspeelde. Koningsgezinde Saar had een portret van de prins van Oranje, de latere Willem II, op het buffet staan. Achterna gezeten door Saar met een roodgloeiend wafelijzer probeerde een beschonken gast het portret buiten de deur te zetten. Gehinderd door uitgelaten kermisgasten kon de wafelbakster haar dreigementen “biefstuk van hem te zullen maken” niet uitvoeren en stemde zij uiteindelijk toe dat het portret werd weggehaald. Omdat de zaak dreigde te escaleren verliet Meeter de wafelkraam, maar kon daarmee niet voorkomen dat hij een paar dagen later in Harlingen werd gearresteerd en naar Groningen werd overgebracht. Zonder enige vorm van proces werden Meeter en zijn uitgever Bolt 70 dagen in de gevangenis opgesloten. Zij moesten 1 augustus worden vrijgelaten, omdat niet bewezen kon worden dat zij schuldig waren aan revolutionaire samenspanning.
Het is maar de vraag of mijn betovergrootouders Hindrik Werk en Clara Tuntelaar op hun trouwdag in 1850 ooit weet hebben gehad van dit incident. De oprichters van het familiebedrijf, gekscherend in familiekring “meelimperium” genoemd, waren nog kinderen ten tijde van het wafelkraamoproer. Hindrik was bijna veertien jaar oud en woonde nog in Leiden, Clara woonde vanaf haar geboorte weliswaar in Groningen maar telde nog maar elf lentes. 

Noten 
1. Omgerekend naar de waarde in 2004: € 23.000,– (ƒ 51.000–). Rekenmodule van het Nederlandsch Economisch-Historisch Archief: www.neha.nl link How much is? (NL). 
2. Nuwelijks zichtbare scheuren (haarscheuren in vakjargon) in bijvoorbeeld stalen wielen kunnen worden opgespoord door daarop te tikken met een stalen hamer. Een scheur verraadt zich door een gedempt, dof geluid. 
3. Meikermis 1948 betaalde de firma J. Werk-Huizinga ƒ 110,– voor een standplaats op het A-kerkhof. Dertien jaar later was de pachtsom voor dezelfde standplaats gestegen naar ƒ 750,–. In dezelfde periode verdubbelde de pachtopbrengst voor de gemeente Groningen naar ruim ƒ 124.000,–. 
4. De Geschiedeniswinkel van de Rijksuniversiteit te Groningen is verantwoordelijk voor de inhoud van het tijdsbeeld op www.anno.nl. Zie ook HuppelDePup, januari 2005, jaargang 12, nr. 1, blz. 27.
5. Het manuscript is in het bezit van de universiteitsbibliotheek van Gent.
6. Groningen ontkwam in 1921 ternauwernood aan opheffing. Zie Nieuwsblad van het Noorden 22 februari 1921 en De Provinciale Groninger Courant 15 maart 1921.
7. E. Meeter, Willem I Willem II, Kranten, kerkers en koningen, blz. 53, Uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2002. Oorspronkelijke titel: Holland, Its Institutions, Its Press, Kings and Prisons. Uitgegeven door J.F. Hope, Londen 1857. 


In Kermisklanten in de stad Groningen noemt 
Henk Hartog requesten van kermisklanten gehaald uit diverse archieven. 17e eeuw.
Dit zijn Jan Taets van Schoonhoven, Hans Michiel Beeck, Lieven van den Berge uit Vlaenderen, Jan Palmer uijt de meijerie van den Bos, Christina Hindrix, John Kemp, Johannes Valerius, Gerrit Gerrits Knoop, Carel Secre uit Wildervanck, Michiel Christianus de Smit en Jannes Eijgeberg uit Pruissen. 
Wat ze willen en wanneer kunt u in HDP lezen.


Allem@@l digit@@l (vijftien) door
Antonia Veldhuis (correctie Bert Kranenborg)
is de rubriek waarin interessante homepages en nieuwe digitale ¬be¬standen aan bod komen. 
Aandacht voor o.a. de pagina van Herman de Wit (http://geneaknowhow.net/digi/bronnen.html) (verzamelt wat er aan digitale bestanden is, per provincie), inventarisatie digitale lidmatenlijsten op de homepage van Menne Glas (http://www.menneglas.nl/ledematen), een 44 tal Groninger trouwboeken die te raadplegen zijn via de page van Hans den Braber (http://www.den-braber.nl) en nog veel meer. Met een uitgebreide beschrijving hoe u er kunt komen en wat er te vinden is.
In HuppelDePup.

Nieuws van de archieven staat onder 
redactie van Henk Hartog
O.a. de vorderingen van de Groninger bronnen in Gen Lias en nieuw geplaatste genealogieën 

In Nieuwe boeken: Verschenen of nog te verschijnen noemt en beschrijft 
Eilko van der Laan deze keer
- Het boerenerf in Groningen. 1800–2000. T. Scholtens. 
- Stad en Lande tijdens de Bataafse Republiek. Bestuurlijke en gerechtelijke verhoudingen in Groningen 1795–1807. H.A. Kamphuis. 
- Het Groninger Boekbedrijf. Drukkers, uitgevers en boekhandelaren in Groningen tot het eind van de negentiende eeuw. H. van der Laan. 
- Sporen van strijd in de provincie Groningen. 1945–2000. F. Lenselink. 
- Winschoten terug in de tijd. Fotoboek. F. Bos. 
- Gruoninga 47e jaargang, 2002
- Gruoninga 48e jaargang, 2003 
waarvan u meer vindt in HDP.

Voor een tweede verslag van een bezoek aan het Verenigingscentrum in Weesp op zaterdag 26 februari 2005, geschreven door
Garmt D. Bouwman uit Delfzijl
en voor de rubriek
Vragen en antwoorden onder redactie van
Thijs IJzerman dient u ook de HDP te raadplegen.


HuppelDepup 2005 nummer 3

In Knipseldienst vraagt F. Renssen of de leden en lezers nog ergens in kast, bureau of familiepapieren familiedrukwerk hebben liggen wat niet wordt benut voor de eigen genealogie of kwartierstaat. U kunt dit bij hem inleveren en het gaat tezamen met de advertenties (ook knippers hiervoor zijn welkom) naar het Verenigingscentrum in Weesp waar ze digitaal worden opgenomen in het centrale bestand en via Internet kunnen worden geraadpleegd. Ook kun­nen daarvan dan afdrukken worden besteld. Voor adres elders homepage.

Het Afdelingsprogramma najaar 2005
- Afdelings-Leden-Vergadering
- Goederenrecht in de provincie van Stad en Lande
door  B.S. Hempenius–van Dijk
en
Agenda
behandelt de lezingen en geeft de agenda van de regio.

Contactdienst/Cals   T.K.J. Wagenaar, Cals afdeling Groningen NGV
Elke regionale afdeling van de NGV heeft een Cals (Coördinator Afdelings Leden Service). Zo ook de afdeling Groningen. Hij beheert het (landelijke) bestand van de Contactdienst. In dit landelijke bestand zitten gegevens van zowel leden (vooral) als niet leden. Genoemde personen hebben zelf aangegeven: zet mij maar in dit bestand. Van hen is opgenomen met welke familie(s) zij bezig zijn, rond welke plaats en in welke periode, bijvoorbeeld – de familie Mulder, plaats Leek, periode 1700–1900. Dit is de aanbodkant.
Er is ook een vraagkant. Is er iemand bezig met een bepaalde familie, in een bepaalde plaats en periode.
De Cals bemiddelt/zoekt voor u in dit bestand en geeft u een uitdraai met namen en (email-)adressen. Hiermee kunt u daarna zelf contact zoeken om zo onderling gegevens uit te wisselen.

Vanaf nu bestaat ook de mogelijkheid om zelf te zoeken in het bestand via het Internet. Het adres is –  www.contactdienst.nl en daarna het kopje
zoeken – online. 
Het bestand is ongeveer 300.000 records groot. Het werkt op achternamen, geen patroniemen, tenzij gevoerd als achternaam. Verder wordt het bestand een viertal keren per jaar ververst. Het systeem werkt met leden, voor leden en door leden. Dit is zowel de kracht als de zwakte van het geheel. Hoe meer leden zich aanmelden, des te groter is het bereik.
Voor meer informatie, kunt u contact zoeken met de Cals van de afdeling (zie voor het (email-)adres, de omslag.

Er werd een Nieuwe webmaster gezocht
en mensen werden Genealogisch voorgesteld.
Nico de Oude en Antonia Veldhuis
Tammo Dorenbos (in Zwitserland) corrigeerde zijn in de vorige HDP genoemde e-mailadres, de heer Zweep (Frankrijk) stelde zich voor en J.D. Jager uit Eindhoven deed dat eveneens.
Ze staan in HDP.

Willem G. Doornbos leverde wederom een Naamlijst in.
Deze keer
is dat Kerspelluiden te Ematil en Midwolde, 1681.
Inderdaad: Zie HuppelDePup.

Toevalsvondst
Op ’t geproponeerde bij den heer gericht schultes Pappo is goet gevonden dat de vijf gevangene soldaten uijt het Oldampt gecondemneert sullen worden om met malcander te lotten wie van hun allen, wegen heure mishandelinge an het levent sal gestraffet worden.
(GrA, toegang 1, inv.nr. 118, d.d. 25-6-1621. Ingezonden door Klaas Bijsterveld).

Raveling(s)
Petronella J.C. Elema, Groningen

De voornaam (en daaraan annex dus ook het patroniem) Raveling(s) is hoogst zeldzaam. Ik trof hem in de 16e eeuw een keer in de stad aan (een Ravelynck Mensens die in 1547 burger werd) en verder niet veel meer. Alleen nog een vroege vermelding, bij een Garbrand Ravelings te Westeremden, die daar in 1630 drie grazen land bezat c.q. gebruikte (GrA, Statenarchief (S.A.), inv.nr. 2135, katern U, blz. 515).
Als familienaam dook hij in de 19e eeuw in Onstwedde op, zonder een slot-S, bij een Tjebbe Hansens [Raveling], begr. Onstwedde 11-3-1802, tr. 1. Onstwedde 16-12- 1787 met Jantijn Reints (te Wessinghuizen), tr. 2. Onstwedde 5-2-1792 met Anke [ook: Antke] Hiskes, begr. Onstwedde 25-2-1811. De zoon Hiske uit het tweede huwelijk (geb./ged. Onstwedde 15-2/23-2-1795) trouwde driemaal en had uit alle drie huwelijken kinderen die volwassen werden.

Hier wil ik me daar verder niet in verdiepen. Interessanter vond ik een doopsgezinde geslachtslijn op het Hogeland, die waarschijnlijk aanvangt met een Ravelinck Abels. Hij kwam in 1654 voor als vertegenwoordiger van zijn twee toen nog minderjarige zoons, Abel Ravelinck en Jan Ravelinck, in het volgende stuk (GrA, RA Hunsingo, inv.nr. 762, VvS dl. 47, Warffum 1-5-1654, overgelegd Usquert 13-12-1698):
Verkoop van 11 jukken land, ongescheiden liggende in een heerd land groot 57 jukken onder de klokslag van Usquert, meijerwijze gebruikt door Driewes Alberts en Bouke Haeijes, voor een bedrag van ƒ 2582.10.0 aan jr. Onno Tamminga op ­Luij­de­ma en Elisabeth Rengers e.l. De verkopers waren Ravelinck Abels als voormond over zijn zonen Abel Ravelinck en Jan Ravelincks, Ritse Willems gehuwd met Aefke Hermens e.l. tot Obergum, Meerten Hermens te Bedum, Coene Coenens tot Amsterdam, Grietjen Rienders in Dongerdeel, alsmede Hermen Neenges kinderen te weten Geertien, Cornelis, Peterke en Gerrijt Harmens.
Hoewel het er niet met zoveel woorden staat, woonde Ravelinck Abels te Obergum. Niet alleen in 1654, maar ook al tien jaar eerder. Dat blijkt uit een terloopse vermelding in een dossier uit de stad (GrA, rnr 731, 7-6/8-6-1644, met dank aan H.J.E. Hartog te Groningen), waarin de heren Onno Tamminga en Abel Lewe een conflict uitvochten. Tamminga bepleitte de vrijlating van zijn dienaar Gale Haijens, voor wel­ke persoon “Ravelinck Abels tot Obergum” domicilium citandi [adres waar men gedagvaard kan worden] aannam.
Ik vermoed dat hij de overgrootvader (en zijn in 1654 nog minderjarige zoon Abel Ravelinck de grootvader) is geweest van de Abel Ravelinck die in 1724 volwassen werd gedoopt:
            Winsum 2-1-1724 sijn gedoopt twee volwassen personen, de eene genoemt Abel Ravelinghs, en de ander Jan Claassen; sijnde beijde na Oost-Indien geweest.
Jammer genoeg wordt hieruit niet duidelijk hoe oud de betrokkenen toen waren, maar het lijkt me niet waarschijnlijk dat de in 1654 minderjarige Abel Ravelinck identiek was aan de oud-Indiëganger die in 1724 werd gedoopt.
Maar ook deze vermelding kon ik niet met zekerheid koppelen aan een volgende generatie. Duidelijk is wel dat de betrokken koloniaal in Winsum woonde. De volgende kleine genealogie start in Obergum:

I.          Ravelingh N. [Jans, Everts, Abels?], tr. N.N.
Uit dit huwelijk:
1.         Jan Ravelingh, van Obergum, tr. Onderwierum 4-2-1731 Grietje Derks, van Onderwierum, dr. van Derk Jans.
            Grietje Derks, j.d., werd lidmaat Onderwierum 15-12-1726. Zij liet Onderwierum 10-7-1729 een onwettige zoon dopen, die naar haar vader Derk Jans werd genoemd. Waarschijnlijk betreft het steeds dezelfde Grietje Derks; ik vond haar doop niet, mogelijk omdat er een lacune in het DTB van Onderwierum is.
            Jan Raveling zelf werd na onderwijzing gedoopt Onderwierum 31-1-1773 als “een oudt man van de Mennisten afkomende”.
            Uit dit huwelijk:
              a.       Trijnje Jans, ged. Onderwierum 19-7-1733.
              b.       Derck Jans, ged. Onderwierum 10-9-1734.
2.         Evert Ravelingh, volgt II.

II.         Evert Raveling, volwassen gedoopt Obergum 16-8-1739, tr. 1. Obergum 12-12-1732 Hilje Peters Pot, van Obergum, overl.
Obergum 1741-’42, tr. 2. Zuidbroek 30-9-1742 Maria Alberts, van Zuidbroek, doop ald. niet gevonden.
Uit het eerste huwelijk:
1.         Raveling Everts, ged. Obergum 27-9-1733, volgt III.
2.         Geertien Everts, ged. Obergum 4-9-1735.
3.         Pieter Everts, ged. Obergum 17-3-1737.
4.         Auke Everts, ged. Obergum 16-8-1739.
5.         Trijntie Everts, ged. Obergum 26-2-1741.
Uit het tweede huwelijk:
6.         Douwe Everts, ged. Obergum 2-8-1744.
7.         Trijnje Everts, ged. Obergum 26-3-1748.

III.        Ravelingh Everts, ged. Obergum 27-9-1733, dagloner te Obergum, overl. voor 1806, tr. 1. Obergum 20-11-1763 Jantjen Cornellis [Cock], ged. Obergum 31-5-1734, dr. van Cornellijs Alberts Kok/Cock en Jantien Jacobs, tr. 2. Obergum 18-10-1778 Remke Ennes, ged. Obergum 3-8-1749, overl. Obergum (oud 79 jr.) 24-10-1827, dr. van Enno Alberts en Martien Jans.
Met zijn eerste vrouw werd Ravelink Everts in 1766 genoemd als zuster en zwager bij het huwelijkscontract van Hindrik Hindriks Bouma en Cornelia Cornelis Kock. Getuigen bruidegomszijde: Hindrik Hindriks als vader, J. Hindriks als oom. Getuigen bruidszijde: Jacob Jans Bos zwager, Ravelink Everts en Jantjen Cornelis Cock zwager en zuster, de j.d. Jacoba Cornelis Cock als zuster (GrA, RA Fivelingo, inv.nr. 793, oud nr. XXII b 5, Garsthuizen, blz. 20, 13-3-1766). Hoewel zij in Obergum woonden en ook bleven wonen, kochten zij enige jaren later wel een huis in Winsum (GrA, RA Hunsingo, inv.nr. 439, oud nr. XXXIX d 2, fol. 2vo, 3-2-1772); Raveling Everts en Jantje Cornellis (zij tekenden resp. met RE en Jantje Cornellis Kok) te Obergum bekenden toen schuldig te zijn aan de koopman Pieter Jacobs Stellema tot Winsum ƒ 200 restante koopschatspenningen van het huis te Winsum, door hen aangekocht van Gerrit Pieters en vrouw.
Uit het eerste huwelijk:
1.         Hilje Ravelinghs, ged. Obergum 26-12-1763, jong overl.
2.         Jantien Ravelinghs, ged. Obergum 25-1-1767, overl. Rottum (Jantje Raveling, oud om de 43 jaar, eenm. gehuwd, nalat. man en 5 minderj. kinderen) 19-9-1809, tr. (als Jantje Ravens, van Obergum, woonachtig te Ras­- quert) Baflo 12-10-1794 met Jan Cornellis, ged. Breede 3-4-1757, bij zijn huwelijk inwonende bij Cornellis Alberts wed. te Baflo, zn. van Cornelis Derks en Anje Jans.
3.         Trijntie Ravelinghs, ged. Obergum 22-4-1770, tr. [in Drenthe?] met Jan Geerts van Emmen; hij was eerder gehuwd met Hilligje Jans.
            Uit het eerste huwelijk van de man een zoon Geert Jans van Emmen, geb. Koekange (De Wijk) ca. 1785, en een zoon Jan van Emmen, geb. ­Koekan­ge (De Wijk) 10-8-1787, overl. ald. 2-10-1829.
            Uit dit huwelijk (o.a.):
              a.       Jantien Jans van Emmen, geb. Koekange 1798-’99.
              b.       Roelof van Emmen, geb. Koekange ca. 1802.
              c.       Jan van Emmen, geb. Koekange 1803-’04.
              d.       Evert van Emmen, geb. Weerwille (gem. Ruinerwold) 18-9-1812,
                        overl. Koekange (gem. De Wijk, oud 15 mnd., onder patroniem)
                        28-12-1813.
4.         Evertie Ravelinghs, ged. Obergum 16-1-1774.
Uit het tweede huwelijk:
5.         Evert Ravelinghs, ged. Obergum 16-9-1781.
6.         Martjen [ook: Mattje] Ravelinghs, ged. Obergum 3-7-1785, overl. Obergum (huis no. 8, oud 39 jr.) 17-7-1824, otr. Den Andel 20-7, tr. Obergum 30-8-1806 met Habbe Jans Diephuis, van Oosterveen [later: van Veulen] in Oostfriesland, geb. 1776-’77, dagloner, overl. Obergum 28-7-1821, zn. van Jan Habbes en Anna Maria Jans.
            Uit dit huwelijk kinderen.
            Zo werd genoteerd dat Obergum 2-5-1809 was overleden en op 4-5-1809 ­aan­gegeven door Martje Ravelings huisvrouw van Habbe Jans, hier te Obergum wonende, hun kind Jan Habbes, oud drie vierendeel jaars.
7.         Hilje Ravelinghs, ged. Obergum 13-1-1788, overl. Winsum (huis no. 20, oud 64 jr.) 5-10-1852, otr. Winsum 5-11-1809 Jakob Mennes Rikkerts, geb./ged. Winsum 28-5/5-6-1785, dagloner te Winsum, overl. Winsum (huis no. 20, oud 66 jr.) 11-11-1852, zn. van Menne Drewes Rikkerts, schoenmaker, en Jantje Derks Pik.
8.         Enje Ravelinghs, ged. Obergum 2-5-1790.




Verstorvenen Huizinge 1767–1811
Menne Glas en Henk Hartog 
Inleiding:
Fred Reenders, bezig met het digitaliseren van het doopboek van Huizinge, verwonderde zich over de inhoudsopgave daarvan geschreven door de predikant ter plaatse in 1682. Deze verwijst naar onder meer de Ledematen en de Verstorvenen, terwijl de registratie daarvan in de kopiedelen niet gevonden kon worden. Onderzoek in het originele doopboek van Huizinge alsmede andere kerkenboeken van Huizinge lever­de de verklaring: het in 1682 aangelegde boek is eind 1766 gesplitst in delen, de do­pen 1682–1766 werden met een ongeveer even groot aantal blanco pagina’s ­inge­bonden tot het doopboek, evenzo de huwelijken tot het trouwboek. De rest van het oorspronkelijke boek lijkt verloren gegaan te zijn. Wél bevindt zich in een ingebonden kerkenboek met divers materiaal, niet oorspronkelijk bij elkaar horend, een katern met verstorvenen vanaf 1767. Dit heeft in de linkerbovenhoek de aantekening: NB. verstorvene van 1682 tot 1766 zie hier voor.
Het laatst genoemde kerkenboek bevindt zich in een slechte staat, reden waarom het de status ‘niet raadpleegbaar’ heeft verkregen. Bij wijze van uitzondering is voor dit onderzoekje het boek toch uit het depot gelicht en (onder supervisie) deels ­gefoto­gra­feerd. De overledenen vanaf 1767 zijn niet opgenomen in de kopie-delen van de DTB’s, en zoals gezegd eigenlijk niet raadpleegbaar. Daarom volgt onderstaand een transcriptie 1 van deze overledenen, tot en met 1811 (invoering van de Burgerlijke Stand).
Namen der verstorvene
staan in HuppelDePup.

Een Toevalsvondsten in de Urbar van klooster Wietmarschen
was voor Jan Feringa de aanleiding om hierover een artikel te schrijven.
Een onverwachte bron, die de moeite van raadplegen van de HuppelDePup meer dan waard is.
Berend Alberts Scholtens en Tecla Stevens
Een verhaal over een katholiek echtpaar uit Sappemeer werd geschreven door
René Remkes.
Het echtpaar trouwde op 7 mei 1755 in Sappemeer, beide komen uit Westfalen. Gehuwd als hervormd, blijken ze later (doop kinderen Kleinemeer) katholiek te zijn.
De herkomst van Berend is nog onbekend.
Ook dit artikel, met een kwartierstaat van Tecla Stevens, is raadpleging meer dan waard.

Aanvullingen en correcties op
het artikel De veroordeelde ontleed in HDP jaargang 12, nr. 1, blz. 22 e.v.,
het artikel Hendrick van Laer in HDP jaargang 12, nr. 2, blz. 45 e.v.
en Derk Harms Schut in HDP jaargang 12, nr. 2, blz. 50 e.v.
staan in de HuppelDePup.

Jos Kaldenbach vond enige
Groningers in het Verenigingscentrum te Weesp.
Zie HDP.
 
Toevalsvondsten staan in de rubriek Ver van huis
en werden ingezonden door
Tonny Thuijs en
Jos Kaldenbach en
Jan Feringa.

Allem@@l digit@@l  (zestien)
Antonia Veldhuis, Veenwouden  (gecontroleerd door Bert Kranenborg)
In deze rubriek komen interessante homepages en nieuwe digitale ­be- ­standen aan bod. Tips kunt u mailen aan antonia.veldhuis@hetnet.nl.

Jan Jaap Hazenberg attendeerde me op de homepage www.groningerkerken.nl/ ogk/site.html voor historische kerken in Groningen. Links op de pagina staat een onderverdeling in o.a.
Home (info over de stichting en links naar (onder Kijk ook eens bij:) Molens, Orgelland, Landschap, Stad en Aakerk, alles uiteraard betrekking hebbende op Groningen), Kerken, kerkhoven, orgels, in de steigers (kerken en orgels waaraan gewerkt wordt), Stichting en Archief. Elk item is weer onderverdeeld.

Als u een document van de computer verwijdert en het uit de prullenmand gooit is het weg. Ja toch? Neen, aldus Menne Glas. Hij gaf me de volgende uitleg:
Je kunt de computer vergelijken met een bibliotheek en de filemanager met de catalogus. Betreffend item wordt uit de catalogus gehaald, maar het boek (document) is nog wel ergens. Op een gegeven moment wordt het door iets anders overschreven. Pas dan verdwijnt het echt.
Van Tjaart Glas de gouden tip om het toch (via cache) terug te vinden met het tool Desktop Search, gratis te downloaden op http://desktop.google.nl. Het laden kost slechts enige minuten, het werkt helaas alleen onder Windows XP en Windows 2000 SP3+. Maar dan hebt u ook wat! Na installatie (dubbelklikken, wijst zichzelf) begint het programma meteen (achter de schermen) te indexeren. Als dit gebeurd is, kunt u zoeken in Outlook, Word, Excel, Power Point, Internet Explorer en nog enige andere items. Dit nadat u eenmalig www.google.nl hebt geopend (online) en deze (via
Favorieten / Toevoegen als Favorieten / Offline beschikbaar maken / OK) offline is ingesteld. Na de eerste keer openen vraagt hij daar zelf wel om en zegt duidelijk wat u moet doen. Het zoeken is nu nog slechts secondewerk. Desktop doorzoeken aanklikken en een zoekterm geven. Het aantal door te zoeken items staat  onderin de zoekpagina. Indexstatus (onder Zoeken op uw eigen computer) geeft specificatie van de doorzoekbare items. Onder Info staat de gebruiksaanwijzing (Aan de slag), Online Help, de mogelijkheid het programma te verwijderen en Feedback versturen.
Noot van Bert Kranenborg: nadeel zou kunnen zijn dat, omdat het indexbestand steeds groter wordt, de computer mogelijk iets trager wordt.

Van dezelfde maker is het programma waarop Harry Brouwer me enthousiast wees: Picasa 2, de gratis fotohulp van Google voor het bewaren, organiseren, archiveren en afdrukken van digitale foto’s. Het programma is geschikt voor Windows 98, ME, 2000 en XP. Na het downloaden (www.picasa.com, rechtsboven staat
Download) en installeren van het programma zoekt het alle digitale foto’s op de harde schijf, zodat ze binnen het programma te zien zijn. Door op een foto te dubbelklikken verschijnt er links een bewerkingslijst waarin o.a. rode ogen en kleur gemakkelijk bewerkt kunnen worden. Door op Slideshow te klikken verschijnen de foto’s automatisch één voor één. Escape brengt u weer terug. Foto aanklikken en op de ster onder de blauwe balk drukken selecteert deze afbeelding als favoriet. Hier ook de mogelijkheid om foto’s te draaien, te printen en te mailen. Door op het ? te klikken (direct onder de bovenste balk bovenin het scherm) verschijnt een hulpscherm. Back to Library (linksboven in menu) brengt u weer terug bij de verzameling afbeeldingen. Rechtsboven, bij het vergrootglas, kunt u een naam intikken. Razendsnel verschijnen de foto’s die aan dat criterium voldoen. Het programma is in het Engels. U begrijpt het al: ook ik installeerde Picasa.

Anders Daae vraagt aandacht voor de homepage http://members.home.nl/daae/heraldiek. Neemt u alvast een kijkje; in het volgende nummer volgt een uitgebreidere beschrijving.

Slechts twee genealogische homepages dus deze keer, maar daarnaast wel twee programma’s waarmee u uw digitale bestanden gemakkelijker toegankelijker maakt en weer van alles vindt wat u kwijt was. Veel plezier ermee!


Een lijk had zien drijven van het vrouwelijke geslacht
is de beschrijving over het vinden van het lijk van Jetske Berends, weduwe van
Jan Berends de Jong in 1836.
Harry Timmer leverde dit artikel in, het is te lezen in de HDP.

Nieuwe boeken is de rubriek die geschreven wordt door
Eilko van der Laan.
Deze keer behandelde hij de boeken:
Geschiedenis binnen loopafstand. Cultuur-historische schetsen van het A-kwartier
( W. Brouwer), Grafpoëzie van het Groningerland (M. Mulder, Voor het kind is niets ons teveel. 75 jaar Speeltuincentrale Groningen (M. Borst), Tange-Alteveer en het Zendingsveld (S.J. Seinen) , Straatnamen gemeente Slochteren (Tj. Diekema, H. Kooi), Groningen. Terug in de tijd. Bewogen jaren uit de Groninger Historie (F.E. Banga) en Groninger welvaart. Scheepvaart in Stad en Ommeland.
Uitgebreide(re) beschrijving in HuppelDePup.

In Nieuws van de archieven
schrijft
Henk Hartog
over het einde van de zaterdagopenstelling van de Groninger Archieven, de (gratis) voorlichtingsbijeen­komst(en) die op een paar maandagmiddagen wordt gehouden om mensen wegwijs te maken op het Archief, het Digitaal oorkondenboek Cartago (www.cartago.nl) en nieuwe genealogieën en toegangen die in de studiezaal zijn geplaatst.
Als u wilt weten welke dat waren en meer wilt lezen over de onderwerpen die hij behandelde dan moet u de HDP lezen.

Vragen en antwoorden
staat weer onder redactie van
Thijs IJzerman.
Zijn vragen en de antwoorden daarop staan ook en de HDP.

Toevalsvondsten en Ver van huis:
1752: 27 maji obijt en quidem aquis suffocatus Casparus Jansen ex Bleijham.
1738: 7 junij de omnibus Ecclesia sacramentis praemunitus Engelbertus Scharpenborg preces petuntur pro refrigeris anima Margaretha Kerckhoff Groningensis
in automno obijt Joannes Jurgens ex Untwedde.
1739: 14 maij obijt Arnoldus Modige habitans in Suidbrouk.
(Dodenboek Heede (Dld.), ingezonden door Jan Feringa).

Verschenen zijn Boele Berents en zijn vrouw Geeske, “neffens Grietie Joests huisvrouwe van Joest Arents welke klaegde over de onvoorsichticheit van Boele Berents, welkers peerden niet wel vastgemaekt zijnde, haer kint hadden overgelopen, dat de doodt daer op gevolgt was, welk ongeluk tijdtlijks een grote alteratie in haer gemoet veroorsaakt bij­zonder als sij Boel Berents sach. Waertegens Boele Berents met tranen sijn onschult in desen verklaerde, seggende: dat hij de peerden vast gebonden hadde, en doen volgens niet en wiste door wat middel sij op de loop waren gecomen; beloofde oock voorts het mesteloon te willen betalen, en noch wel een mudde rogge twee ofte drie daerenboven, ’t welcke Grietien weigerde aen te nemen”. Zij wil het hem wel vergeven, maar Boele moet wel wat oppas­sen voor haar man.
(Handelingen Kerkeraad Noord­broek, d.d. 4-6-1686; gevonden door Antonia Veldhuis).

[Dat] Lupke Tiarks onverwacht is overleden en op de 25e begraven.
(Handelingen Kerkeraad Blijham, d.d. 31-3-1740; gevonden door Antonia Veldhuis).