Samenvatting HuppelDePup 2004

nummer 1   nummer 2   nummer 3


HuppelDePup 2004 nummer 1

Het Voorwoord wordt in dit eerste nummer van het nieuwe jaar traditiegetrouw geschreven door voorzitter Joop van Campen, in een stukje over de Knipseldienst vraagt Frans Renssen vrijwilligers voor het "knippen" van advertenties voor het Verenigingscentrum. En dus voor u.
Hierna een stukje over dit Verenigingscentrum en zijn collecties.
Ook hiervoor is nog hulp welkom.
Daarna aandacht voor de gratis Voorlichtingsbijeenkomsten die i.s.m. de Groninger Archieven worden georganiseerd en een programma over de lezingen die gehouden worden. Dit waren o.a. een lezingencyclus over religieuze geschiedenis in Groningen, getiteld: ‘Uw God, mijn God? Over geloven en geloofsstrijd in Groningen’ en de Afdelings-Leden-Vergadering

In Genealogisch voorstellen stellen Nico de Oude en Antonia Veldhuis nieuwe leden voor. Deze keer waren dat mevr. A.A.M. Stark uit Nieuwegein (onderzoek naar fam. Stark en naar Duin en Kruize, andere hobbies: fotograferen, lezen, grasparkieten), dhr. H. Luining uit Holwierde (onderzoek naar Luining, Veenstra, Wedema en Holt, andere hobbies filatelie, orchideeën en fotograferen), dhr. O.D. Kuipers uit Hengelo (onderzoek naar Kuipers, Wemmi, Veenhoven en Zweep, andere hobbies: schaatsen en fietsen en verzamelen vanpostzegels met stempel "Groningen") en dhr. J.D. Sterenberg uit Uithuizermeeden (onderzoek naar de namen Ste(e)renberg in Groningen en omgeving, die t.z.t. een artikel wil schrijven over zijn onderzoek).

Van de bestuurstafel is de rubriek over B + B (Bestuur en Beleid) door Thijs IJzerman die schrijft over de Algemene Vergadering van 13 september 2003 die in het teken van
de voorgestelde aankoop van het huidige Verenigingscentrum (VC) in Weesp ging en ander nieuws dat op dat moment belangrijk was, zoals de begroting en de door de NGV gehouden enquête.

Het artikel Appoin(c)tementen en regesten, geschreven door Antonia Veldhuis, gaat
Antonia Veldhuis gaat over "leuke" zaken die ze vond in het Statenarchief (toegang 1) inventaris nummer 11. Honderden predikanten-, schoolmeesters- en professorenweduwen, militairen (genoemd met hun kapitein) en lamme, blinde en onnozele mensen die tussen 1648 en 1652 steun kregen kwam ze tegen. De meeste hulpbehoevenden kregen 52 gulden per jaar, de weduwe van professor Meivardi stond genoteerd voor 300 gulden, de krankzinnige student Jan Hoppinck kreeg 208. Een paar bijzondere zijn er uitgelicht (zie HDP). Hierna aardige vondsten uit klapper 189, requesten verzameld uit RA III a, de jaren 1601–1614.

De Kwartierstaat van Eelke Eelkes Huizinga werd geschreven door Bert Kranenborg.

1. Eelke Eelkes Huizinga, arbeider, winkelier, huisschilder, stoeldraaier, geb. Sappemeer 9-4-1806, overl. Winschoten 30-10-1890, tr. (1) Hoogezand 28-11- 1835 Tonnisje Willems Meijers, natuurlijke dochter van Roelfien Harms Meijers, ged. Gieten 7-12-1806, overl. Hoogezand 2-10-1850; tr. (2) Hoogezand 8-9-1853 Grietje Huizeling, dr. van Jan Lammerts Huizeling en Geertruid Harms Bouwman, geb. Sappemeer 8-6-1817, overl. Kalkwijk 5-11-1886.
2. .......

Noot Webmaster: op verzoek van de auteur verwijderd van deze site.
Geïnteresseerden kunnen uiteraard dit nummer van de HDP aanschaffen.
Of contact opnemen met de auteur ......:)

Willem G. Doornbos zorgde ook dit nummer weer voor een naamlijst. Deze keer is dat
Huizenbezitters rondom de Grote Markt, 1669.
Eigenaren van huizen rondom de Brede Markt [= Grote Markt]. In combinatie met het boek van W.G. Doornbos en D.F. Kuiken, Burgervaandelen van de stad Groningen, Een bevolkingslijst uit 1659 (Groningen 1993) kunnen hiermee al heel redelijke resultaten worden geboekt; een gedeeltelijke bewonersgeschiedenis van één of meer huizen lijkt zeker mogelijk.
Voor de lijst moet u HuppelDePup raadplegen.

Een toevallige genealogische "ontmoeting" is een artikel van Koos Gräper wat begint met:
Wandelend over een van de grootste, zo niet de allergrootste, begraafplaatsen van Europa, het Ohlsdorfer Friedhof in Hamburg, werd mijn aandacht getrokken door een pijl die mij de weg wees naar de Garten der Frauen. In dit deel van de begraafplaats zijn de graven te vinden van vrouwen die medebepalend zijn geweest voor (een deel van) de geschiedenis van Hamburg. Daar aangekomen zag ik meteen de herdenkingssteen die het graf van ene ‘Mutter Veldkamp’ markeert.

Nu zou dat op zichzelf niet een "adrenaliniserende ontmoeting" hebben hoeven zijn, ware het niet dat ik al enige tijd in de Groninger Archieven bezig was (geweest) met een familie Veldkamp, oorspronkelijk afkomstig uit de omgeving van Ezinge en Sauwerd. Mijn nieuwsgierigheid naar deze vrouw, van wie de volledige naam Anna Wilhelmine Catharina Veldkamp bleek te zijn, was volop in beweging gekomen. Dit gevoel werd vervolgens nog versterkt door de informatie die in deze Garten middels een korte beschrijving van de hier begraven vrouwen in een "aluminium multoband" wordt gegeven (zie foto volgende bladzijde).

Over Mutter Veldkamp valt te lezen dat zij de eigenaresse was van een café op de Hamburger Dom, dat plaats bood aan 1200 gasten. Deze Hamburger Dom kan het best omschreven worden als een groot terrein in het stadsdeel Sankt Pauli, dat hedentendage ondermeer gebruikt wordt als kermisterrein. De associatie met een kerkelijke bestemming bestaat op dit moment zo te zien in het geheel niet (meer). Het Café Veldkamp heeft zijn oorsprong in een door haar grootmoeder begonnen suikerwarenhandel in … Groningen! Zou er dan misschien een verband kunnen zijn tussen "mijn" familie Veldkamp en deze Mutter Veldkamp? Immers, ik had in Groningen al geconstateerd dat in de Noordgroninger familie, zoals ik die inmiddels in mijn genealogieprogramma (Reunion) had ingevoerd, ook enkele personen waren die in de stad Groningen een suikerwarenhandel hadden.

Voor verder onderzoek hierover raadplege men HDP, evenals voor de korte (deel) genealogie van Sijmon Pieters Veldkamp, geb. Sauwerd (Adorp) 21-7-1835, broodbakker (1861), overl. Hamburg (D) 17-4-1900, tr. (1) Appingedam 28-4-1859 met Aletta Steenhuis, geb. Appingedam 25-8-1838, overl. Groningen 28-7-1860 (Zuiderdiep 56), dochter van Hindrik Pieters Steenhuis en Grietje Hindriks Bos. Hij tr (2) Groningen 10-2-1861 met Margrietha de Bruin, geb. Groningen 21-5-1832, overl. Hamburg (D) 25-2-1904, dochter van Pier de Bruin (1800 – 2-7-1850) en Wilhelmina Luckhaus (28-10-1807 – 27-3-1844).

Petronella J.C. Elema schreef Om de nalatenschap van Pieter Julles (Bosch). Een artikel dat ontstond n.a.v. een oproep in de Drentsche Courant van juli 1825 (Drentsche Courant, no. 58, 59 en 60, vrijdag 22, dinsdag 26 en vrijdag 29-7-1825) tot opsporing van ene Trijntje Pieters, die kort tevoren in Drenthe was gesignaleerd. De advertentie, die tot driemaal toe verscheen en een premie van niet minder dan ƒ 25 in het vooruitzicht stelde aan degene die haar bij de familie kon terugbezorgen (!), was afkomstig van haar broer uit het Groninger dorp Winsum, die de erfenis van hun vader liever niet verdeelde zonder dat zijn zuster zelf aanwezig was...
Verder lezen in HuppelDePup!

Thije Crans (1580-1622), brouwer in de stad Groningen is een artikel van de hand van A. Crans uit Breda.

Inleiding
Het onderzoek naar mijn voorouders strekt zich over een groot aantal jaren uit. Omdat ik in Friesland geboren ben en mijn ouders en grootouders ook, veronderstelde ik dat mijn gehele voorgeslacht uit deze provincie zou komen. Maar later bleek, dat de Friese Crans’en oorspronkelijk uit de stad Groningen kwamen.
Omstreeks 1630 komt Dirck, een zoon van Peter Crans van Groningen naar Leeuwarden. Een broer van hem, Klaas, is in 1657 burger van Kollum. De andere drie kinderen van Peter blijven in Groningen wonen. Peter is een zoon van Johan Crans, van wie in 1664 gezegd wordt: "Jan Piters geslagt is groot geweest, 5 sonen en 5 dogters, en hebben dese navolgende kinderen en kintskinderen nagelaten, diewelcke sijn volle nighten en neeffs kinderen, en konnen tesamen uitbrengen 97 personen, soo noch tegenwoordigh in het leven sijn. Actum Groningen den 13 Martius 1664 bevonden".1 Dan volgen de namen van de tien kinderen en het getal van hun nakomelingen.

De Crans’en vervulden in de stad Groningen verschillende bestuurlijke functies, zoals raadsheer, secretaris/syndicus, convooimeester en ontvanger der licenten, rentmeester, advocaat en stadsdienaar. Als brouwers en kooplieden waren ze actief in hun gilden. Het militaire vak werd door hen beoefend, evenals het predikantschap.
In de Groningsche Volksalmanak van 1911 staat vermeld: "Burgemeesters of staatslieden heeft het geslacht Crans, Cranssen of Cransjen niet opgeleverd, zij hebben zich tevreden moeten stellen met de lagere regeringsambten als lid der gezworen meente, gildrechtsheer, busheer, enz. Luitjen Cransjen was de enige in de familie, die op het raadsheerlijk kussen heeft gezeten". Dat is niet helemaal waar, want ook Jacob Cranssen was een groot aantal jaren (1764–1775) raadsheer van de stad.2
Men zou kunnen zeggen dat zij in de stad, vlak onder het hoogste gezag, de Burgemeesters en Raad, een behoorlijke positie bereikten en behoorden tot het stedelijk patriciaat. Hun dochters waren dan ook goede partijen en we zien familierelaties met bekende Groninger geslachten Tjassens, Wolthers, Meinardi, Ottens, Tjaden, Birza, Hamming, e.a. Hier en daar heb ik die relaties wat verder uitgewerkt om te laten zien hoe verweven de families soms waren.

Een lid van de familie Crans, Willem Jacob Cranssen, vertrok in 1779 als soldaat naar Nederlands Indië en bracht het tot lid van de Raad van Indië. Zijn dochter Catharina Rica trouwde met Petrus Theodorus Couperus, een kleinzoon van hen is Louis Couperus, de bekende schrijver. De Indische tak Cranssen is in 1883 met de dood van Jan Willem C.A. von Gagern Cranssen uitgestorven.

De naar Friesland vertrokken Crans’en boerden ook niet slecht. In deze tak komen veel predikanten en militairen voor, maar ook klok- en kanongieters en later landbouwers. Een van hen, Jan Crans, ging, om zijn grote schulden te kunnen voldoen, ook naar de "Oost" en werd o.a. in 1765 opperhoofd van de V.O.C. op het eiland Deshima in Japan.
Hieronder volgt een gedeelte uit de Genealogie Crans, nl. dat over Thije Crans.
Thije past in de Genealogie, als volgt:

I. Johan Harmens Crans ca 1554 Johanna Gestma
I.1 = II.1 Harmen Crans ca 1593 Aaltje Lamberts
I.2 = II.2 Luitje Crans ca 1580 Hendrikje Sickens

II.2.1 = III.4 Thije Crans 1615 Reinouw Tonnis; zie verder hieronder

III.4.1 = IV.5 Roelof Crans 1648 Trijntje Eyssens
III.4.2 Jantje Crans 1649 Harmen Rhoda

Thije Crans (zoon van Luitjen Crans (II.2) en Hendrikje Sickens), geb. Groningen ca. 1580, brouwer, overl. 1622, tr. Groningen 29-6-1615 Reinouw Tonnis.

In het gildrechtboek staat in 1603 Thije met zijn broers Jan en Sicco vermeld onder de olderman Arend ter Braak.
Thije en Reinouw trouwen op 29 juni 1615 (otr. op 13 mei) en gaan in de Bruggestraat (bij zijn ouders ?) wonen. Reinouw was een dochter van Tonnis Hendriks en Gese Luinghe.

Thije leent al in augustus 1615 tweehonderd daler uit aan zijn schoonvader tegen een rente van 7%.3 Hij boert kennelijk goed, want hij verstrekt ook aan anderen geld en hij int landhuur van Krijn Jansen (zie bij II.2.3b).4
Hij is niet oud geworden, in oktober 1622 wordt zijn vrouw als weduwe vermeld, zij verzoekt aan Heepke Gelts om betaling van een schuld wegens geleverd bier.5
Als voormond over zijn vier kinderen wordt op 13 maart 1623 benoemd vaandrig Willem Drewes 6 en als voogden zijn oom Berend – later in diens plaats Thije van Heeck, een vriend van zijn vader Luitjen (zie II.2.3b) - en Johan Krijns. De laatste is getrouwd met Thije’s tante Dirkje (zie I.6). Nadien treden als voogden op Johan Hindricks (Pott), gehuwd met Almoedt Crans (zie II.1.1) en Sicco Crans, Thije’s broer. Van zijn vier kinderen zijn alleen van Jantje en Roelof Crans meer gegevens bekend.

Op 16 januari 1623 hertrouwt Reinouw te Lutjegast met Harko Pappema, afkomstig van Dorp, onder Grootegast, zoon van Saerk Pappema en Harryt Bersma. Bij het sluiten van hun huwelijkscontract op 11 januari was Thije’s oom Berend Crans haar getuige, van hem waren, behalve zijn ouders, aanwezig zijn zuster Eelckje Bersma met haar curator Sipke Botes en Valerius Elema. Zij "bekanden en beleden dat sie ter ehre Godes almachtich ende ter vermeerderinge Christliches geslachtes, een hillich echtschap ende hillick hadden beraempt".

Harko Pappema en zijn zuster Eelckje zijn de enige erfgenamen van de goederen van hun ouders. Harko zal daaruit genieten en behouden acht grasen land met het huis, waarin zijn ouders nog wonen, in Dorp onder de klokslag van Doezum (bij Grootegast). Harko en Reinouw krijgen alle goederen van Tonnis en Gese, de ouders van Reinouw, plus nog 400 daler. Daarvoor zullen zij haar ouders "eerlick ende wal de tijt haers levents nae standes gebrec in kost, kleden ende andere nootwendige lives nodrufft moeten onderholden ende nae dootslicke affganck eerlicke ende christicke begraffenisse bestedigen".7

Op 17 november 1625 maken voormond en voogden over Thije en Reinouw’s minderjarige kinderen met Harko en Reinouw, resp. stiefvader en moeder, een afkoop van de erfenis en goederen van vader Thije. Harko en Reinouw zullen de kinderen onderhouden tot hun zestiende jaar en voorzien van "cost ende dranck sampt clederen eerlick borgers wijse, so wal in krankheyt als gesontheyt. Oick inmiddels tho schoele holden, lesen, schrijven, rekenen, handtwarck ende maagdewarck nha behoeren vrij schadeloos leren laten".8

Uit de erfenis van Luitjen Crans, de grootvader van de kinderen, verkopen hun voorstanderen op 20 april 1630 een huis op het Damsterdiep met een hof en een zomerhuisje daarachter aan Ulffert Alberts en Marretien voor een bedrag van 700 daler.
Harko overlijdt ca. 1629, want op 28 januari 1630 verkopen Dato Bavinck en Reinouw Pappema, eheluiden, aan hun zwager Sicco Crans en Egbertien Boelens 1/24 part van het huis met brouwerij aan de zuidzijde in de Bruggestraat en ook van het huis daarachter in de Schuitenmakerstraat, door hen geërfd van schoonvader Luitjen. Sicco en Egbertien wonen daar al. Overigens lenen Dato en Reinouw ook geld van Sicco. Zo verklaren zij op 2 april 1633 dat zij een schuld hebben van 800 car. gld. "heercomende van gehaelde bieren en verschoten penningen". Als onderpand geven zij hun landerijen in Dorp bij Doezum, verkregen van Harko’s ouders.9

Kinderen uit het huwelijk van Thije Crans en Reinouw Tonnis: (volgorde onzeker)
1. Roelof Crans, geb. ca. 1617, brouwer, tr. Groningen in 1648 Trijntje Eyssens, wed. Willem Pott (hier niet verder gevolgd; zie Genealogie Crans IV.5).
2. Jantje Crans, geb. ca. 1618, tr. Groningen 20-8-1649 Harmen Rhoda.

Jantje wordt in maart 1638 lidmaat van de kerk. Zij woont dan aan de Vischmarkt. Nu was haar vader Thije al lang overleden en haar stiefvader Harko ook. Misschien dat zij niet zo goed met haar moeders derde echtgenoot Dato Bavinck kon opschieten en verbleef zij bij haar tante Brechtje, die met haar man Harmen Wolthers aan de Vischmarkt woonde.

Haar man Harmen Rhoda, geboren in Kantens, is weduwnaar van Wennetje ter Beeck, bij wie hij twee kinderen, Claasje en Geert Rhoda, kreeg. Claasje Rhoda trouwde met Johannes Zacharias, die diaken in Ulrum was. Geert Rhoda was in 1701 voormond over de kinderen van goudsmid ter Beeck. Harmen’s vader was Wesselus Rhodius, predikant te Oldenzijl en Oosternieland (1597), Kantens (1604), Ulrum (1628) en Niekerk (1651). Hij overleed in deze laatste plaats in 1653. Zijn moeder heette Rebecca Radijs. Zij kwam vermoedelijk uit de chirurgijnsfamilie Radijs, die een vooraanstaande positie binnen het gilde bekleedde.

Harmen Rhoda betaalde op 30 januari 1635 voor het halve cremersgilde f 6. Toen hij in 1634 met Wennetje trouwde was zij al weduwe en wel van Berent Jansen.
Wennetje was in december 1625 lidmaat van de kerk geworden en woonde toen aan het Cingel. Zij overleed in 1644. Voormond over de twee kinderen werd haar broer Harmen ter Beeck, chirurgijn, en voogden werden haar zwager Tamme Hindricks Pott en Harmens’s broer Tonnis Rhoda. Harmen was in 1637 getuige geweest bij het huwelijk van deze broer Tonnis met Annetien Swartwolt, weduwe van Hindrick van Suirbeeck. Als zijn a.s. zwager Roelof Crans in 1648 trouwt met Trijntje Eyssens, weduwe van Willem Pott, is hij ook weer getuige. Genoemde Harmen ter Beeck werd in 1638 toegelaten tot het chirurgijnsgilde en practiseerde als zodanig tot 1651.10
Op de datum van zijn tweede huwelijk met Jantje Crans, 20 augustus 1649, wordt ook een akte opgesteld, waarbij zij hun 3/48 part in het huis met brouwerij aan de zuidzijde van de Bruggestraat, geërfd van Jantje’s grootvader Luitjen, verkopen aan hun zwager en schoonzuster Jan Jansen en Egbertien Boelens. Zij waren niet in gemeenschap van goederen getrouwd en woonden in de Ebbingestraat.
Hun huwelijk heeft slechts enkele jaren geduurd. Op 22 maart 1652 worden voorstanderen aangesteld over hun dochtertje Wennetje Rhoda wegens het overlijden van Harmen. Voormond wordt zijn broer Tonnis en voogden Jantje’s oom luitenant Derck Crans en haar broer Roelof. Als Tonnis Rhoda overlijdt, wordt Derck voormond en in 1659 doctor Wolthers in zijn plaats. (= Wolter Wolthers, een zoon van Jantjes tante Brechtje Crans). Na Wennetje werden nog Thije (januari 1648) en Wessel Rhoda (november 1649) geboren, die beiden jong overleden.

Op 7 september 1653 wordt door Jantje, geassisteerd met haar neef Michiel Munter en voormond en voogd, aan de Weeskamer verantwoording afgelegd over haar nagelaten goederen voor Wennetje. Genoemd worden obligaties en verzegelingen, maar ook: "een doesjen met 100 crallen, 1 sulveren pennincke, een kam, een borsteltje met sulveren cnoopbeslach in elk een sulveren rinckje, ende andere cleynicheden, een testament met 1 psalmboekje daerachter, en olde rekenboeken".11

Michiel Munter was op 24 maart 1648 getrouwd met Annetje van Suirbeeck, een dochter uit het eerste huwelijk van Annetje Swartwolt. Haar tweede man Tonnis Rhoda was in 1651 overleden.

Een zekere Lamke Harmens heeft volgens een obligatie getekend door Harmen Rhoda en zijn eerste vrouw Wennetje nog een vordering van 300 daalder op hun erfgenamen en eist die in 1652 op van de voogd Tonnis Rhoda. Ook Jantje Crans wordt hierop aangesproken. Op 13 november 1654 beslist de Raad van de stad Groningen dat de erven de helft hiervan zullen moeten betalen.12

Noten:
1 CBG, Den Haag, dossier Crans; zie ook Wapenheraut 1950, blz. 23.
2. Groningsche Volksalmanak 1911, blz. 141.
3. GrA, Toegang 1534, RA III l (el) 3, fol. 77.
4. GrA, Toegang 136, HJK 854, fol. 415.
5. GrA, Toegang 136, HJK 854, fol. 409.
6. GrA, Toegang 1534, RA III a 23, fol. 410.
7. GrA, Toegang 1534, RA III x 6, fol. 51.
8. GrA, Toegang 1534, RA III x 7, fol. 251vo.
9. GrA, Toegang 1534, RA III x 12, fol. 206.
10. Frank Huisman: Stadsbelang en standsbesef, blz. 432. Erasmus publishing Rotterdam, 1992.
11. GrA, Toegang 1462, Weeskamerarchief, nr. 17, fol. 87.
12. GrA, Toegang 1534, RA III a 50 d.d. 15 november 1652 en RA III a 54 d.d. 13 november 1654.

In de wederom zeer leesbare rubriek Allem@@l digit@@l (11), geschreven door Antonia
Veldhuis komen deze keer o.a. www.archieven.nl ( van Groningen staan er intussen bijna 1100 inventarissen op) en www.genlias.nl (hierin nu ook de huwelijksaktes van Groningen) aan bod. Een uitgebreide beschrijving staat in HDP. Verder aandacht voor diverse doopboeken die digitaal beschikbaar zijn (Veendam en Wildervank, info boonh@gmx.net).
Verder aandacht voor nieuwe Rechterlijke Archieven van Groningen, de pagina www.summitsoftware.com/Ostfriesen en een pagina over wapens
(www.wazamar.org/Familiewapens/hist-famwpn/hs-8.htm).


Nieuws van de archieven onder redactie van Henk Hartog behandelt nieuwe genealogieën op de Archieven en Eilko van der Laan bespreekt Nieuwe boeken.
De titels: Gerardus Havingha (1696–1753) organist en klokkenist van Alkmaar (J. Kaldenbach), Regionaal besef in het Noorden (M.G.J. Duijvendak (red)), Woelig Groningen 2 (Beno Hofman), Gered verleden, Is vrijheid niet alles waard? Varende Slagters en nog veel meer. Voor uitgebreide beschrijving raadplege men HDP.

Huwelijk Wortelboer in Alfhausen (D) Siegfried Smid

Siegfried Smid vond onderstaande huwelijksakte bij het bewerken van de DTB-boeken van de RK Kerk St. Johann in Alfhausen, Duitsland:
Wortelboer * 1861 den 15 Mai Schiffskapitain
Herman Heinrich in Veendam Herman Wortelboer
ledig in Bremerhafen Holland und Helena geb. Heeres

Harling * 1868 Colon Johan Heinrich
Maria Elisabeth den 27 Mai in Wallen und Maria Anna
ledig in Bremerhafen in Wallen geb. Escher in Wallen

Bremerhafen, den vierundzwanstigsten Januar in Alfhausen 1894

De rubriek Vragen en antwoorden staat onder redactie van Thijs IJzerman. Antwoorden op eerder gestelde vragen en nieuwe problemen staan ook in deze HuppelDePup.


HuppelDePup 2004 nummer 2

Na het Voorwoord, mededelingen van de secretaris, lezingenprogramma en agenda volgde een oproep van de Knipseldienst (knippen advertenties voor het Verenigingscentrum, info Frans Renssen). In Genealogisch voorstellen (Nico de Oude en Antonia Veldhuis) stellen lezers zich voor en vertellen waaraan ze werken.
In Van de bestuurstafel. B + B (Bestuur en Beleid) vertelt Thijs IJzerman (afdelingsafgevaardigde) over de Algemene Vergadering van 24 april 2004 van de NGV.
Wat er allemaal besproken werd kunt u in HDP lezen.

Onbekende bron: Protocollen van criminele zaken werd geschreven voor Antonia Veldhuis over een aardig archief in Groningen waarin men criminele voorouders kan vinden: RA III ii, toegang 1534. In Het Protocol van criminele zaken, lopend van 1475–1527 en 1616–1811 o.a. plaatsing in het tuchthuis, verzoeken om vrijlating hieruit, verbanningen en doodstraffen. Er is een klapper op, die te vinden is in kast 14-2 onder nummer 181.
In HDP drie personen die in dit archief voorkomen als voorbeeld van wat u kunt vinden.
De drie personen:
Ene Anneke Udens (alias Anna Oudens) die in 1643 een verhouding met kapitein Tiddo Huninga (telg uit het bekende geslacht Huninga, op dat moment gehuwd met Lamme Entens),
Lodewijck Senchorst (kroegbaas van De Drie Steernen), die op zondag 7 december 1628 "gelegenheid" aan raadsheer Lulofs, geassisteerd met de dames Mense en Anneke gaf en Louwert Fockens (kerkvoogd en landbouwer te Westerlee) die (te veel) hulp aan de vijand gaf.
Uitgebreide beschrijving van hun straffen en hoe het verder afliep in HuppelDePup.

De Gezinsstaat Harmannus Schmaal Mulder werd door Harm Selling samengesteld met behulp van digitale bestanden van Winschoten. Probleem was hierbij dat er geen achternaam bekend was.
Zie HDP.
Noot: Zie voor S(ch)maal ook Gruoninga 1999.


Uit het Archief van Amersfoort haalde mevrouw A.G. Bousema-Valkema de volgende toevalsvondst:

Compareerden den E: heer Nicolaes Mojaert, borger deser stadt voor sijn selver en als gemachtigde van heer Franciscus Mojaert sijn broeder, jegenwoordigh uitlandigh, joffer Catharina Mojaert, wed: van d’heer Sampson Spiegel, ende joffer Maria Koedijck, wed: wijlen d’heer doctor Cornelio Mojaert, sulcx als moeder en momberse van haere onmundige kinderen hij haer van de voorn: haer man saliger behouden, in dien qualiteit mede kinderen ende erfgenamen van d’heer Cornelio Mojaert ende joffer Maria van Hulten, haerlieder ouders saliger en verclaerden de comparanten te constitueren en machtig te maken, gelijck sij doen in crachte deses d’heer Lucas Dillingh wonende tot Groeningen, omme uut haer comparantes naeme te accorderen ende transigeren over soodanige actie, als de erfgenamen van heer Cornelis Mojaert saliger op Siriacus Tissinck te praetenderen hebben, voorts penningen te ontfangen ende volgens het te maken accoort ende hehoorlijcke quijtinge te doen met ratificatie van ’t geene alrede bij de voorn: geconstitueerde inde voors: saecke mocht gedaen sijn ende voorts alles te doen en laten geschieden wes sij comparanten alle praesent sijnde souden comen ofte mogen doen, alwaer ’t: daertoe speciaelder laste als in dese wierde requireert belovende alles de rato onder verbund ende submissie als nae rechten, versoeckende hiervan acte, die is dese. Aldus gedaen ende gepasseert binnen Amersfoort voornt ter praesentie van Albert Henricks van Minny [tekent Aelbert Heindricks] ende Willem Brunck [tekent Brinck], borgers deser stad als getuijgen hiertoe versocht die dese nevens de comparanten ende mij notario mede onderschreven hebben op den 26: Januarij 1686.
[Was getekend:]
Nicolas Moijaert, C. Moijaert, wed. Spiegels, Maria wed. Mooijaert, Aelbert Heindricks; Willem Brinck en notaris A. van Brinckesteijn.

Bron: Archief Amersfoort; Actes notaris A. van Brinckesteijn AT 015a005, folio 9vo

In Naamslijsten van Willem G. Doornbos deze keer
De burgeren en leden van het constitutioneel gezelschap van de stad Groningen, 1 juni 1798 1
Inleiding: In de Franse tijd zijn tientallen ‘verkiezings’lijsten opgesteld. Her en der komt men deze lijsten in de archivalia tegen: concepten in diverse stadia, als eindproduct, geschreven of gedrukt. Alvorens deze lijsten te publiceren moet eerst een selectie worden gemaakt, waarbij mijns inziens het eindproduct als uitgangspunt moet dienen, met daarbij in het notenapparaat de diverse voorafgaande stadia.
Voor namen zie HDP.
Noot: 1 Groninger Archieven (GrA), Rood na reductie 321, rekestboek, deel 78, 5 juni 1798



Parkeeroverlast anno 1661
Alsoo d’h:heeren Borgemren ende Raedt dagelijcx remarqueren, dat de wagens soo voor Peter Tibouts behuisinge omtrent d’Oosterstrate staen de passage aldaer grotelijcx incommoderen ende beletten, hebben verstaen ende goet gevunden voorsr: Tibout bij desen t’ordonneren, dat deselve na desen giene wagens ’t sij bij derselver aencompste ofte afvaert telckens langer als een uir voor sijn behuisinge sal mogen houden, maer deselve al te saem moeten laten wech nemen ende doen vertrecken. Sullende desen gedachten Tibout door de dienaer in ’t pant worden geïnsinueert om sich hijr na incompstich te reguleren.
Bron: Prothocol civiele zaken van de stad Groningen, RA III a 64, d.d. 20 maart 1661

Witwaspraktijken?
Op de requeste van Berent Geerts Trap omme octroij te hebben voor sekere jaren aengaende ’t maken van witt wasch alhijr.
D’h:heeren Borgemesteren ende Raadt accorderen den remonstrant tijn jaren octroij in desen versocht, mits dat dieswege van deselve aen de stadt jaerlijx tot octroijgelt tijn car: gl: sal worden betaelt.
Bron: Prothocol civiele zaken van de stad Groningen, RA III a 72, d.d. 14 december 1667

Obscene vertoningen
Op de requeste van Elisabeth Dircx ten einde sij in ’t anstaende merckt in een tente een vertoninge mach laten besien, alsmede een jonge reus.
D’h:heeren Borgemesteren ende Raadt accorderen de remonstrnte haer versoeck in desen geduirende het anstaende merckt, soo met den 1en maij ancompstich sijn anvangh sal nemen, sullende sick van obschene vertoningen onthouden ende in alle sedicheit gedragen.
Bron: Prothocol civiele zaken van de stad Groningen, RA III a 76, d.d. 12 april 1671


Ziervogel (maar eigenlijk Haykens)
door Petronella J.C. Elema is een artikel geïnspireerd door de volgende advertentie in de Provinciale Groninger Courant, no. 21, dinsdag 17-2-1857:
Finsterwolde den 12 Februarij 1857.
Heden overleed na eene ziekte van eenige dagen mijn waarde echtgenoot J. Ziervogel, oud 41 jaren; slechts ruim een jaar mogt ik met hem in een genoeglijken echt verkeeren. Hij was mij dierbaar, en wordt, door mij, mijnen zoon en vele vrienden en bekenden diep betreurd.
Fendiena Haijkens.

Het leek haar een aardige familienaam om uit te zoeken! De weinige vermeldingen van deze naam in Groningen betroffen uitsluitend herbergier, Izaäk Ziervogel. Oorspronkelijk uit Zeeland, import dus.
Een interessant artikel, waarvoor u HDP moet opslaan.

In de Samenvatting van de lezing over de bibliotheek in Salt Lake City beschrijft Joop van
Campen (n.a.v. de lezing van 8 oktober 2003 van de heer Gout). U kunt hem in HDP lezen.


Een Wonderbaarlijke redding in 1805 met een treurig einde in 1852 is het wonderlijke verhaal van Henk Hartog over de in het archief van de drost van het Gorecht en Sappemeer gevonden schijndode zoontje van Lambertus Reinders Sonderman en Elzijn Roelfs in 1805.
Hij vertelt over het gereanimeerde kind Reiner en graaft in zijn geschiedenis.
Uit de Groninger Courant van 22 juni 1852 haalde hij diens treurige einde: gedood door blikseminslag.
De moeite van het opzoeken van deze HDP meer dan waard.


Menne Glas schreef Bulthuis uit Hornhuizen
waarvan tot voor kort zijn vroegst bekende voorouders in mannelijke lijn Pieter Jeltes x Maijke Mennes en zijn ouders Jelte Pieters x Frouke Jans waren. Ze leefden rond 1700 in Ulrum en omgeving. Vandaar dat een deel van mijn onderzoek zich richt op naamgenoten in deze streek in de hoop verwantschap te kunnen ontdekken. Helaas tot nu toe zonder al te veel succes. Eén van de onderzochte naamgenoten is Pieter Jeltes, voorvader van een Bulthuis-familie.
In het Groninger Kwartierstatenboek 2 (staat 285) wordt Pieter Jeltes met zijn beide echtgenotes vermeld, en wel met Bouke Tjeerts als vader van zichzelf en zijn tweede vrouw Trijntje Harms. De aldaar genoemde Trijntje Harms is niet de werkelijke tweede vrouw van Pieter Jeltes. In staat 115 komt Trijntje Harms voor met haar tweede echtgenoot Berent Pieters. Deze Berent Pieters is een andere dan haar echte man. Opvallend is dat in het Wierenga-boek 1 dezelfde Berent Pieters voorkomt als tweede echtgenoot van Trijntje Harms. Mogelijk is als bron de Bulthuis Genealogie 2 gebruikt, waar deze vergissing voor Berent ook gemaakt is. Ten onrechte worden in het Beukema-boek 3 Pieter Jeltes en Bauke Tjeerds beschouwd als ouders van Jan Pieters Bronkema.

Pieter Jeltes, ged. Hornhuizen 10-2-1726, overl. 1789, landbouwer op de Zuidemaheerd te Hornhuizen 4, zoon van Jelte Popkes en Lijsabeth Tjapkes, tr. (1) Hornhuizen 3-4-1747 Bouke Tjeerts, ged. Ulrum 15-7-1725 5, dochter van Tjeert Tewes en Remke Jans; tr. (2) Hornhuizen 13-4-1783 Trijntje Harms, ged. Zandeweer 6-12-1761, overl. Uithuizen 1-2-1805 6, dochter van Harm Hajes en Jantien Clasen; Trijntje Harms tr. (2) Hornhuizen 16-5-1790 Berent Pieters, geb./ged. Pieterburen 1/8-11-1761, overl. Hornhuizen maart-juli 1795 7, schoenmaker 8, zoon van Pieter Jans en Auke Folkerts.

Peter Jeltes en Bouke Tjeerts worden in 1748 genoemd als de opvolgers van Pieter Clasen en Willemke Lubberts op de boerderij, dan groot 26 jukken 4. Ze komen samen in diverse aktes voor, onder meer als zwager en zuster van de bruidegom bij het huwelijkscontract 9 op 18 oktober 1754 van Tiewes Tjeerts en Sara Everts, en als oom en aangetrouwde moei van de bruid bij het huwelijkscontract op 3 oktober 1764 van Kornellis Jans en Elijsabeth Jans.10
Na het overlijden van Bouke Tjeerts wordt op 27 februari 1783 een boedelinventaris 11 opgemaakt, waarin onder meer "de behuisinge en plaatse met de beklemminge van 43 jukken Landt en quelder". Per saldo erft elk der vijf kinderen f 202, =.

Het huwelijkscontract 12 van Pieter Jeltes en Trijntje Harms vermeldt voor de bruidegom Elisabeth Pieters als dochter, Remke Pieters en Pieter Thomas als dochter en zwager, Harm Jeltes als broer en sibbe voogd over des bruidegoms minderjarige voorkinderen, Jan Jans als voormond en Garmt Clasen als vreemde voogd. Voor de bruid: Jantjen Clasen als moeder, Hilje Harms als zuster en Heije Harms, halfbroer.

Pieter Jeltes zal in 1789 zijn overleden. Pieter Jeltes en Trijnje Harms lenen op 30 april 1788 1200 cgl. tegen 4% van Cornellis Jans en Elisabeth Jans te Pieterburen.13 Op 2 jan. 1790 verzoekt en verkrijgt (nadat het Gerecht advies heeft ingewonnen) zijn weduwe Trijnje Harms als legitima tutrix liberorum machtiging om de Plaats te verkopen.14 Op 30 januari 1790 zweren aan Pieter Jans als voormond, Heije Harms als sibbe en Pieter Rieuwerts als vreemde voogd.15 Een geschil tussen Trijnje Jans, en Pieter Thomas noie uxoris mede caverende voor Edze Jans noie uxoris, voorts Wibbe Meertens noie uxoris benevens Jelte Pieters en Jan Pieters als voorkinderen over het niet ingeboekt zijn van Trijnje Harms als meijersche wordt op 10 april 1790 door een commissie van het Gerecht van Hornhuizen opgelost.16

Op 3 april 1790 wordt de boedelinventaris opgemaakt.17 Deze begint met: "Voor eerst de behuizinge en Plaatze met de beklemminge van twee en dertig juk binnendijks Land en quelder doende Sjaars aan diverse eijgenaars in genere tot huire 176 Gld 10 stver met de uitgezaaide winterboud schutten wringen balkhoud de mis karn moolen Dorschblok Eenden en Gansen, verkogt aan Jan Pieters en Hindrikjen Willems Bakker ehelieden voor f 6500, =." De twee kinderen van Pieter uit zijn tweede huwelijk met Trijntje, waarvan "Pieter Jeltes de 10 Februarii jongst ses jaren is oud geweest en Harm Pieters den 10 April naastkomende vier jaren oud word", zullen op hun 18e jaar elk de "halfscheid" ontvangen van 920 cgl. 14 st. 6 dt, zijnde 2/7 deel van de aan de kinderen toekomende helft van de gehele erfenis. Het overige 5/7 deel gaat naar de kinderen van Pieter Jeltes en Bouke Tjeerds.

Het huwelijkscontract18 van Berent Pieters weduwnaar van Trijnje Jans uit Pieterburen met Trijnje Harms vermeldt voor de bruidegom: Adam Pieters als broer en sibbevoogd over zijn voorkind, Rentjen Jans Kadijk en Bette Willems als curatoren over bruidegoms broer Daniel Pieters, Albert Jans, voormond en Rentjen Jans Kadijk, vreemde voogd over bruidegoms voorkind, alsmede voor de bruid: Jantje Clasen als moeder en legitima tutrix over des bruids twee minderjarige broeders Claas en Jan Harms, Hilje Harms en Jan Rienders als zuster en zwager, Haije Harms als halfbroer, Peter Jans als voormond, Haje Harms als sibbe en Pieter Rieuwerts als vreemde voogd over des bruids voorkinderen.

Na het overlijden van Berent Pieters wordt op 17 maart 1796 een derde boedelinventaris19 opgemaakt, alsmede een afkoopakte. De erfenis van de twee pupillen, "Jan in 6e en Johannes Berends in t 3e jaar", bedraagt f. 2549=13=.

De kinderen uit het huwelijk van Pieter Jeltes en Bouke Tjeerds staan in HDP, evenals de uitgebreide notenopgave.

De herkomst van Wibrandus Hartzma is van de hand van Johan Waterborg en gaat over de Eenrumer predikant Wibrandus Hartzma, de stamvader van een familie Hartsema/Hartzema.
Bij zijn inschrijving als student geeft Wibrandus aan uit Westerwolde te komen. Dit is geruime tijd onvoldoende geweest om zijn voorgeslacht vast te stellen. Met een beetje broodnodig geluk is het er toch van gekomen.
En dit volgt in HDP.

Dat scheelt een stuk is een toevalsvondst uit de Resoluties Gedeputeerde Staten, klapper 1, datum 5 augustus 1626, gevonden door Antonia Veldhuis.
Crimineele sententie tegen den soldaat Johan Kiers, geboortig van Gees bij Oosterhesselen, beschuldigd van onderscheidene oplichterijen en afpersingen, gepleegd in het landschap Drente.
Zijn vonnis, doodstraf met den strop, is op de intercessie [= bemiddeling, tussenkomst] van eenige vrienden veranderd in executie met het zwaard.

Petronella J.C. Elema schreef Eikerman in Groningen
In ander verband was ik de naam Eikerman tegengekomen en zo keek ik ook even naar deze personen. Ze bleken tot één korte – helaas, want uitgestorven – genealogie te behoren. Voor zover ik kan zien behelst het onderstaande een compleet overzicht.

I. Johann Friedrich Conrad [Frederik] Eikerman, geb./ged. Haustenbeck (vorstendom Lippe) 3-10/7-10-1792, dagloner, overl. Pieterburen (oud 50 jr.) 29-10-1842, zn. van Johann Hermann Eikerman en Anna Louiza N., tr. Eenrum 28-2-1825 met Fokje Rijkels Fockens, ged. Pieterburen 6-5-1804, daglonerse, overl. Pieterburen (oud 43 jr.) 4-12-1847, dr. van Rijkel Fokkens en Focaline Jans.
Pieterburen ligt in de gemeente Eenrum. Er was mogelijk ziekte in de familie toen Frederik Eikerman in 1842 stierf: zijn schoonzuster Gepke Rijkels Fokkens, dienstmeid te Pieterburen en oud 46 jr., overleed enkele dagen later, op 2-11-1842.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jan Harm Eikerman, geb. Pieterburen 31-10-1824, bij het huwelijk gewettigd, volgt II.
2. Fokkelina Eikerman, geb. Pieterburen 24-11-1828, overl. Pieterburen (oud 1 jr.) 3-7-1830.
3. Gepke Eikerman, geb. Pieterburen 15-12-1833, overl. Pieterburen (oud 22 jr., zonder beroep) 20-7-1856.
4. Marten Eikerman, geb. Pieterburen 13-9-1838, overl. Pieterburen (oud 15 jr.) 31-7-1853.
5. Ida Eikerman, geb. Pieterburen 13-9-1838, overl. Pieterburen (oud ruim 2 jr.) 29-5-1841.
6. Freerk Eikerman, geb. Pieterburen 24-9-1841, overl. Pieterburen (oud 81 jr., ongehuwd) 2-7-1923.

II. Jan Harm Eikerman, geb. Pieterburen 31-10-1824, dagloner, overl. Baflo (oud 54 jr.) 9-1-1877, tr. (1) Eenrum 21-5-1855 met Anje Huizinga, geb. Eenrum 24-3-1824, overl. Baflo 8-4-1859, dr. van Garmt Hendriks Huizinga en Trientje Derks Crins, tr. (2) Baflo 17-10-1859 met Helena Kloekgieter [later: Klokgieter], geb. Tinallinge (gem. Baflo) 11-1-1821, dagloonster, overl. Tinallinge (oud 80 jr.) 26-3-1901, dr. van Geert Kloekgieter [= Klokgieter] en Anje Thomas Blaauw.
Uit het eerste huwelijk:
1. Trientje Eikerman, geb. Westernieland (gem. Eenrum) 4-6-1855, overl. Baflo (oud 4 jr.) 7-10-1859.
2. Foktje Eikerman, geb. Baflo 1-12-1858, overl. Baflo (oud 10 weken) 7-2-1859.


Toevalsvondsten
[Gedoopt] noch het kindt van Hindrik Wijndels geprocreëert bij Grietje Jans met d’welcke hij tegens wille en danck van sijne ouderen en sonder wettige trouw in gemeenschap leeft, is genoemt Trijne.
Bron: DTB Beerta, d.d. 26 mei 1689; ingezonden door Antonia Veldhuis


Allem@@l digit@@l (twaalf)
Antonia Veldhuis, Veenwouden
De rubriek met interessante homepages en nieuwe digitale bestanden. Verder tips en trucs voor het internetgebruik. Tips kunt u mailen aan antonia.veldhuis@hetnet.nl.
Voor deze veelheid aan gegevens moet u de HDP raadplegen.

Nieuws van de archieven staat weer onder redactie van Henk Hartog: Nieuwe bestanden op de archieven, genealogieën die zijn uitgekomen en ander nieuws.

Nieuwe boeken werden weer verzameld door
Eilko van der Laan,
Een uitgebreide beschrijving van de boeken
Veenkoloniale volksalmanak, Jaarboek voor de geschiedenis van de Groninger Veenkoloniën. Jaar 16, 2004.
Schansenspoor. Restanten van de Tachtigjarige oorlog in het Westerkwartier. (Red. R. van Iterson e.a.)
Turf op de grens. Wandel-, fiets- en kanoroutes in het Zuidelijk Westerkwartier, Noordwest-Noorderveld en het stukje Friesland dat aan deze gebieden grenst. (G. Hadders).
Handel en wandel. Havens en pakhuizen in Groningen. (R. Overbeek e.a.)
Joodse stadjers. De joodse gemeenschap in de stad Groningen 1796-1945. (S. van der Poel).
"Eene zeer twistzieke natie". Aspecten van de geschiedenis van de joodse gemeenschap in Winschoten 1683-1943. (Red. P. Brood en E. Schut).
.. en verdold allemoal een knecht mit rood hoar. Geschiedenis van het wierdendorp Niehove, centrum van het Humsterland. (M. Clobus).
ANWB Topografische Atlas van Groningen 1:25.000
Gruoninga 46e jaargang 2001

Vooraankondiging:
Oranje Nassau en Groningen. (B. Hofman).
De historie van boerderijen en molens in de gemeente Appingedam

HuppelDePup moet u inzien voor de Vragen en antwoorden
onder redactie van
Thijs IJzerman


HuppelDepup 2004 nummer 3

In dit nummer weer de vaste rubrieken zoals genealogisch voorstellen, lezingen en agenda,
diverse artikelen, naamlijsten en genealogieën.

Genealogisch voorstellen
Nico de Oude en Antonia Veldhuis
Hierin stellen (nieuwe) leden zich voor. Hieronder Gert, het nieuwe bestuurslid. Meer in HDP:
Gert Zuidema (e-mail gertzuidema@cs.com ) maakt sinds kort deel uit van ons afdelingsbestuur. Hij woont in Groningen, is 62 jaar geleden daar ook geboren, gehuwd en heeft drie kinderen. Zijn beroep is administrateur-belastingadviseur en hij heeft een eigen administratiekantoor.
Vanaf 1984 houdt hij zich – naast zijn drukke baan – bezig met genealogie. Hij doet o.a. onderzoek naar de families Zuidema, Ritzema/Ritsema, Velthuis en Venema (Westerkwartier). Hij is verder geïnteresseerd in de historie van het Marnegebied. Andere hobby’s zijn filatelie (Groot-Brittannië en Scandinavië) en kerkenwerk.

Hierna volgde een In memoriam M.J.B. Starke
door M.C. van Hoorn over de op 28 juli 2004 op 85 jarige leeftijd overleden Menzo Jan Berend Starke. Hij was voor andere genealogen een wegbereider, iemand die het voorbeeld gaf.

Draai is een artikel van
Netty van der Deen–Flikkema, Appingedam
over de nummers 17 en 16 van haar kwartierstaat: Grietje Klaassens Draai & Albert Pieters Flikkema,

Grietje is gedoopt op 24 februari 1793, toen ze anderhalf jaar oud was, aldus het doopboek van Holwierde en opgevoed door haar grootouders Klaas Pieters Draai en Hilje Jans, ze werd onderhouden door de diaconie. Haar moeder, Wobbechien Klaassens Draai, is in de kraam overleden en haar vader is er vandoor gegaan, zie de bijlage. Ze beschrijft hoe ze meer gegevens over deze personen vond, hiervoor moet u HDP raadplegen.

In de Onbekende bron van Antonia Veldhuis deze keer Het antwoord staat in de brieven.

Enige jaren geleden ontdekte ik dat kapitein Onno Lijphart gesneuveld was in Brazilië, terwijl hij in dienst was bij de Westindische Compagnie (WIC). Dat staat te lezen in het verzoekschrift dat echtgenote Claesjen Langstraet in 1652 doet aan "de Edele Mogende Heeren Ridderschap ende Eigenerfden der Landtschap Drenthe". Ze vraagt "onderstand" voor haar en de vier kinderen (OSA 1779, 1651 bijlagen, accoord 23-2-1652). Het overlijden had ik daarom op 1650/1651 gezet. In de vele boeken die ik daarna over Brazilië doornam kon ik geen veldslag rond die tijd vinden, zodat ik aannam dat hij in een onbelangrijk(er) gevecht gedood was. Tot ik van Klaas Bijsterveld een uitgaande brief kreeg uit toegang 1 inv.nr. 400.
Op 3 september 1649 vraagt Claesjen aan de Bewindhebbers der Geoctrooide WIC te Middelburg in Zeeland de kosten van de overtocht Brazilië-Nederland terug. Haar echtgenoot is "doot" gebleven in "de jongste bataille" tegen de Portugezen, terwijl hij vocht voor de kamer van Zeeland. Claesjen komt terug op het schip "De Gouden Leeuw" van de kamer van Groningen (in een van de boeken stond Amsterdam) en omdat ze daarvoor betalen moet wil ze graag van Zeeland het geld terug.
Wederom lezen in boeken over de WIC leerde me dat een overtocht ongeveer drie maanden duurde, zodat hij overleden zou moeten zijn voor juni 1649. Er waren die jaren twee grote veldslagen: april 1648 en februari 1649, in die laatste overleed Onno dus. Veel gegevens in één brief. En ja, ze krijgt de 350 gulden terug.
Het tweede geval gaat over kapitein Aijlcko Huninga, die ook in Brazilie vocht. Hij wordt genoemd op bladzijde 229 van het boek De Westindische Compagnie ter Kamer Stad en Lande van jhr. dr. P.J. van Winter (uitgave 1978). Die schrijft dat niet duidelijk is of hij in 1649 nog leeft. Wij weten het antwoord. In de eerder genoemde verzameling brieven zit een schrijven van 3 juni 1649. Aijlcko geeft daarin aan wel genegen te zijn om met een "honorabile conditie" te mogen worden voorzien. Hij heeft getoond een eerlijk soldaat en kloek kapitein te zijn geweest. Men beveelt Huninga "ten favorabelsten" aan.
De derde brief vond ik via www.archieven.nl, waar een verwijzing naar Verzamelde handschriften, toegang 853, inventarisnummer 175d Fol. Het bleek een brief te zijn, waardoor ik het antwoord vond over zijn afstamming. Mij was bekend dat hij uit Ulm kwam. Helaas is de naam daar vrij algemeen en waren er acht Hans-en die binnen een periode van 30 jaar gedoopt werden; elk daarvan zou hij kunnen zijn. Maar de brief is gericht aan zijn zuster Anna Walburga Reichle en echtgenoot Johannes Zollen, waardoor ik nu weet welke het is en ik dus ook de ouders heb. De brief gaf enige aardige bijzonderheden. Het is het antwoord op een schrijven van zijn zwager van 3 juni 1683, aan hem gegeven op 20 oktober 1683 door Albert Leeuwe. Albert heeft bij Anna "vill guete gesundtheid gedruncken". Johannes vertelt over zijn twee gehuwde dochters (beide met kinderen) en ongetrouwde zoon (maar die is, evenals Herr Christoff Gosslen Zaligen, advocaat) en zegt het jammer te vinden dat hij nooit in de gelegenheid was om hen te bezoeken. Vanwege de oorlog en grote afstand kwam het er nooit van en nu is hij te oud. Maar mogelijk komt zoon Abelus nog eens in Duitsland. Hij dacht trouwens dat ze dood waren, omdat hij op zijn drie vorige brieven (w.o. een van 10 oktober 1674) nooit antwoord kreeg.

Ik ben me er van bewust dat ik in deze drie gevallen veel geluk heb gehad. Niet iedereen vindt brieven waarin voorouders voorkomen. Helaas vonden we op deze brieven geen reactie of antwoorden, zodat ook voor ons nog vragen overblijven.


Lees hier de nijdigheid van een mensch
(stamreeks Omta, ’t Zandt)
Petronella J.C. Elema, Groningen

In de Provinciale Groninger Courant van 5 december 1865 (d.i. nummer 145 van dat jaar) staat een familieadvertentie die een ondertrouw bekend maakt, indertijd een gebruikelijke aankondiging. Deze luidde:

L. Omta,
van en onder ’t Zandt
en
H. Luurzema
van Colham.
’t Zandt den 30 November 1865.

Nu maakt een genealoog zich doorgaans niet bijzonder druk om de akten van ondertrouw, maar het bijbehorende huwelijk viel niet in de klappers van de burgerlijke stand (of in FamiLias!) te vinden, en dus sloeg ik de datum 30 november 1865 op in de ondertrouwregisters van ’t Zandt. Ook dat bleek tevergeefs. Zouden ze eigenlijk wel ondertrouwd zijn?!?
Eerst bekeek ik of de toekomende echtelieden überhaupt te vinden waren in 19e- eeuwse bronnen. Voor de man bleek dat al heel gemakkelijk. De familienaam was uniek voor zijn tak: de grootouders waren landbouwers te Spijk, later te ’t Zandt, en al hun kinderen droegen de familienaam Omta die was ontleend aan hun boerderij, de Omptedaheerd. De "L. Omta" uit de advertentie was een Luilf, de enige zoon (en klaarblijkelijk ook het enige kind) van het echtpaar Willem Derks Omta en Derkje Luilfs Edema. Bij de loting voor de dienst in 1862 werd hij vrijgesteld als zijnde enige wettige zoon. Zijn vader was al sinds 1849 dood; zijn moeder, die nadien (al dan niet met hulp van buitenaf) de boerderij had gedreven, stierf in april 1864. Mogelijk had men haar overlijden zien aankomen, want in oktober 1863 was Luilf Omta al meerderjarig verklaard:

Bij Brieven van Meerderjarig-verklaring, door den Hoogen Raad verleend den 15den October 1863, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van den 22sten October 1863, no. 53, geregistreerd te ’s Gravenhage, den 26sten October 1863, zijn aan LUILF OMTA, wonende te ’t Zandt, gegeven al de REGTEN, bij de wet aan MEERDERJARIGEN toegekend, behoudens de bepaling van art. 478 van het burgerlijk wetboek.
Jan van der Jagt, procureur bij den Hoogen Raad. (Provinciale Groninger Courant, nr. 131, 31 okt. 1863).

Hoewel hij in 1865 nog maar 22 was, woonde hij toen dus geheel alleen op de ouderlijke boerderij en het lag in de lijn der verwachtingen dat hij, zoals eens Siemenmaanje, op vrijersvoeten zou gaan om het bedrijf van een boerin te voorzien. Was de ondertrouw-advertentie het resultaat van een mislukte vrijage of hebben zijn maten hem in het ootje willen nemen? In elk geval verscheen in het eerstvolgende nummer van de Provinciale Groninger Courant (nr. 146, 7 dec. 1865) de volgende advertentie:
LEES HIER DE NIJDIGHEID VAN EEN MENSCH.
Voorbehoudens alle verschuldigde achting jegens de in eene Annonce in de vorige Courant genoemde MEJUFVROUW, acht ik mij verpligt ter algemeene kennisse te brengen, dat de Advertentie, betreffende eene ONDERTROUW tusschen Haar en Mij geheel onwaarheid is.
L. Omta.

Een penibele zaak dus, en voor niemand prettig – behalve voor het amusement van de dorpsgenoten! De ergernis spat van de advertentietekst af: hij moet het grapje allesbehalve gewaardeerd hebben. En om zijn verdere levensloop hier even samen te vatten: driekwart jaar later, in september 1866, trouwde hij alsnog, niet met "H. Luurzema", doch met een doopsgezinde boerendochter uit Tjamsweer. De twee kinderen uit dit huwelijk werden enige jaren later geboren; hijzelf stierf op zijn 37e, toen dezen pas 10 resp. 8 jaar oud waren. De situatie herhaalde zich dus.

Meer problemen had ik met de identificatie van de gedoodverfde bruid uit 1865. Als het een grap moest voorstellen, is het altijd mogelijk dat de "mejufvrouw" in kwestie fictief was, maar die indruk krijg je toch niet uit de tweede advertentie. De familienaam in de gegeven spelling Luurzema werd nergens in de provincie aangetroffen; Luursema en Luurtsema wel.
Kolham is een dorp in de gemeente Slochteren en ik keek in die tienjarentafels of daar rond 1845 een Luursema was geboren; dat bleek niet het geval. Tevens nam ik het bevolkingsregister van Kolham over 1860-1870 door. Geen spóór van een Luursema, in welke spelling dan ook. Ook in ’t Zandt zelf vond ik geen in aanmerking komende geboorteakte.
Daarna inventariseerde ik uit de huwelijksregisters welke Henrica, Hillegonda of Hanna Luur(t)sema in aanmerking zou komen voor de functie van huwelijkskandidate. In eerste instantie zag ik wel iets in de Meister bakkersdochters (beiden waren kinderen van Pieter Roelfs Luur(t)sema en Trijntje Tiemens Bakker) Hilje Luurtsema, geb. Uithuizermeeden 7-4-1847, tr. ’t Zandt 2-6-1876 Meindert Kroes respectievelijk Hindrikje Luursema, geb. Uithuizermeeden 13-8-1849, tr. Uithuizermeeden 18-2-1874 Harm van Dam. Deze jongedochteren leken me echter rijkelijk jong voor een huwelijk in 1865.
Als het Colham uit de advertentie nu eens een vergissing was, of een verschrijving, of een opzettelijke variant op het Zandster Kolhol? Dan bleef nog over: Harmke Luursema, geb. Usquert 5-4-1840, wonende ’t Zandt, overl. ’t Zandt 14-1-1913, dr. van Popke Harms Luursema en Auke Jacobs Ritzema, landbouwersche ’t Zandt, tr. ’t Zandt 6-11-1868 Tonnis Elema, geb. Bierum 4-5-1838, landbouwer op Colhol te Zijldijk, overl. ald. 29-5-1931, zn. van Onne Pieters Roelfs Elema, landbouwer, en Anje Migchiels Elema. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Ik heb niet meer kunnen nagaan of deze oplossing correct was. Als iemand de gezochte dame met zekerheid kan aanwijzen, hoor ik het graag.

Als bijlage bij deze episode beschrijft ze een stamreeks Omta, waarvoor ze o.a. gebruik maakte van een tweetal "boerderijenboeken". Zie verder HDP.


Willem G. Doornbos leverde weer een van zijn
Naamslijsten.
Deze keer een lijst over de Middenstand in stad Groningen op 15 februari 1810.
De volledige lijst staat in deze HDP.

Zegen an ziel en lichaam, hart geliefde soon
is een artikel van Harry Brouwer.
Wij laten dit in zijn geheel hieronder volgen:

Belangrijk voor een genealoog zijn jaartallen. Een stamreeks zonder jaartallen kan literair van waarde zijn – denk maar aan de lange geslachtslijsten in de Bijbel – maar elke zichzelf respecterende genealoog kan niet zonder de data van geboorte, huwelijk en overlijden. Hoeveel voldoening het verzamelen van deze getallen ook oplevert, uiteindelijk is een collectie van alleen namen en data ook weer niet je dat. Prachtig is het als er meer is te vinden, zoals bijvoorbeeld foto’s, portretten, koopakten, wapens, oude kaarten, grafstenen en misschien een aantal brieven. Daarmee komt er ‘vlees op de botten’ van het kale geraamte van een getallen-genealogie. Een citaat uit het boek ‘Celibaat’ van Gerard Walschap is in dit verband illustratief: "Een naam in een akte voor doop, huwelijk of dood heeft niets te betekenen, maar in een koopakte, gepasseerd voor notaris, wordt hij belangrijk".

Jarenlang heb ik onderzoek gedaan naar de familie Brouwer. Deze familie blijkt af te stammen van Derk Pieters Slachter die rond 1660 in Winschoten woonde. Zijn drie zonen voeren drie (!) verschillende geslachtsnamen, namelijk Theodorie, Wolthuis en Brouwer. Toen ik met de tak Wolthuis uit Scheemda bezig was, had ik het geluk een aantal achttiende eeuwse brieven te ontdekken. Metje Derks Mestingh, de vrouw van de kerkvoogd/koopman Steven Jans Wolthuis in Scheemda, schreef met enige regelmaat een brief naar haar zoon Tiddo, die op zijn beurt terugschreef. Ook zijn broer, de koopman Pieter Stevens Wolthuis, schreef brieven. Van deze brieven is er een aantal bewaard gebleven. Volgens overlevering zijn ze in de Franse tijd in een blikken trommel veilig begraven in de grond. In vrouwelijke lijn vererfd, zijn ze terechtgekomen bij de familie Ter Haseborg.

De briefschrijfster
Metje Derks Mestingh is gedoopt in Winschoten op 30 juni 1670. Haar ouders zijn Derk Harmens en Trijntje Jaspers. In de genealogie Mestingh in het Nederlands Patriciaat van 1950 wordt zij niet vermeld. Op 5 maart 1693 trouwt zij met Steven Jans Wolthuis, gedoopt te Winschoten op 26 december 1670 als zoon van Derk Pieters Slachter en Berentje Jans. Bijzonder is het feit dat Steven Jans niet in de boeken is gekomen als Steven Derks!
De koopman/kerkvoogd Steven Jans en zijn vrouw krijgen een groot gezin dat bestaat uit tien kinderen. Hun zoon Tiddo brengt het tot predikant in Smyrna, het huidige Izmir in Turkije.
In de familie Ter Haseborg zijn genealogische aantekeningen bewaard. Deze zijn van de hand van G.P. ter Haseborg en geschreven in 1914. In deze aantekeningen wordt Metje Mestingh als volgt beschreven: "ze had weinig vermogen maar des te meer verstand, en was flink opgevoed. Als meisje te Amsterdam in een winkel staande, was ze uitnemend geschikt de affaire (eene lakenwinkel) haars mans waar te nemen".

De geadresseerde
De vrijgezelle dominee Tiddo Wolthuis is in Scheemda gedoopt op 18 december 1698 en overleden in Smyrna op 19 juli 1740. In de Groningsche Volksalmanak van 1924 staat een uitvoerig artikel over deze Groninger predikant in Klein Azië van de hand van mr. H. Hesse. In dit artikel wordt een aantal brieven van en aan dominee Wolthuis beschreven. Onderstaande brief wordt echter niet genoemd, vandaar dat ik deze heb gekozen om in HDP te publiceren.


De transcriptie van de ongedateerde brief luidt als volgt:

Hart geliefde soon,

Den uwen van den 11 october in gesontheijt / ontfangen. Als mede swager Wagemester die / hijr doen present was waar van hijr / nevens ock een brief an u wer over send / maar de hoftstal en tom die swager voor / u hijr gestuijrt heft, blift hijr tot ertitten / dat wij het over senden connen na Amsterda[m] / en soo vorts na Smyrna. Heb ock met blitscha[p] / u e[dele] gesontheijt vernomen. Als dat gij noch de / hart cloppen onderhevijng wast. Soo is dit mijn ra[aad] / an u e[dele] die ick er voor gebruick: confili, in wijn / gekocht en gedroncken war van ick u hyr een / weijnig van in dese brief send om te sien en / te kennen: en Mester Wolther Smit lat u ock / een raat toe comen. Nemt hartshoren, sacht / het opdat gij dar wat kleijnen van kricht of met / een vijle of met glas of mes ofschrapt / en dan een vingerhoet vol met wijn of / brandewijn of jenever in nemen of wat vocht / gij sout met innemen. Soo u t’soo niet helpt / sacht een stucksken af, brant int vijr ende stoot / in de visel hel kleijn ende bruickt als voren. En / hoop dat de Heere sijn zeegen er over gebieden / sal ent u genesen. En hope en bidde den Al / mogenden Godt dat Hij den weledelen heer consul u e[dele] / met u[wer] gemeijnte voor den verdervenden pest / [artbeving in de kantlijn ] wil behoeden en bewaren. Dat gij noch lange / te samen Godts raat dienen en gehorsame[n] / sullen. Gij schrift dat gij met capitien Cornelis / Booijs ons 2 doosen rosijnen send welcks wij / van de sictaris Luijs sullen laten af ha[len]./ Zegen an ziel en lichaam int nieje jaar, verblif t ……. Methe Mestingh

De brief moet zijn geschreven in de laatste maanden van het jaar 1735. In een later geschreven brief bevestigt moeder de ontvangst van de brief van Tiddo van 4 januari 1736, die zij op 16 februari al heeft ontvangen. In deze brief meldt ze dat het ‘hoftstal’ met de tomen zijn overgestuurd.

De zwager die genoemd wordt is Hindrik Harmens Wagemeester. Hij trouwt op 20 februari 1722 met de oudste zuster van Tiddo, Anna Stevens Wolthuis, gedoopt te Scheemda op 1 juli 1694. Zwager Wagemeester is van beroep paardenkoopman. Hij levert onder anderen paarden aan de officieren van de koning van Pruisen, zoals blijkt uit een brief van broer Pieter. Hendrik Wagenmeester heeft voor zijn zwager in Turkije een cadeautje achtergelaten in Scheemda, namelijk een paardenhoofdstel en een toom. Moeder houdt het nog maar even in Scheemda totdat er zich een gelegenheid voordoet deze goederen via Amsterdam naar Smyrna te verschepen.

Uit deze brief wordt verder duidelijk dat Tiddo Wolthuis hartproblemen heeft. De middeltjes die moeder adviseert hebben niet geholpen want Tiddo overlijdt op de jonge leeftijd van 42 jaar. Het middel confilie dat in de brief wordt bijgesloten, is volgens het Herbarius oft Cruijdt-boeck van 1644 hetzelfde als melissa of citroenmelisse, behorend tot de lipbloemigen. Het andere geneesmiddel dat moeder Mertje adviseert is gemalen hertshoorn. Dit middel werd destijds beschouwd als geneesmiddel voor vele kwalen.

Wie meester Wolther Smit is, heb ik (nog) niet gevonden. Wellicht een chirurgijn in Scheemda ? ( Misschien is er een lezer die deze persoon kan plaatsen.)

De consul die de groeten van Metje Mestingh krijgt, is Daniël Alexander de Hochepiëd, van 1720–1759 Nederlands consul. Het Tropenmuseum in Amsterdam bezit een schilderij waarop is afgebeeld hoe hij in 1723 met zijn gevolg wordt ontvangen door de kadi van Izmir. Tiddo Wolthuis bewoont twee kamers in het huis van deze consul.

Voor uitvoerige gegevens betreffende dominee Tiddo Wolthuis verwijs ik naar het al genoemde artikel van mr. H. Hesse in de Groningsche Volksalmanak van 1924. In het artikel ‘Jan Jans en de (klein) kinderen’, van dr. P. Bos, gepubliceerd in Gruoninga, 1999 staan de gegevens over het gezin van Steven Jans Wolthuis en Metje Derks Mestingh.



Een verzameling Hiske’s
Menne Glas, Groningen

Onder mijn kwartieren bevindt zich een dame met de fraaie naam Hiske Gajes, genoemd in diverse publicaties 1. Haar afkomst was echter in de nevelen van de tijd verhuld. Onderstaand het resultaat van mijn onderzoek naar haar voorfamilie, met een opmerkelijk hoog Hiske-gehalte: de gehuwde zonen geboren uit haar oma, stammoeder Hiske Gaijkes, zelf waarschijnlijk kleindochter van een Hiske Pieters, noemen alle vier hun eerste dochter Hiske! Opvallend is dat de afstammelingen heel diverse familienamen aannemen in de 19e eeuw: Boerema, Meijer, van der Laan, Doornbos, Bouwkamp, Dijksterhuis en Visser zijn aangetroffen.

I. Jacob Jans, ovl. Niehove 1732 2, landbouwer, tr. Hiske Gaijkes, waarschijnlijk dr. van Gaijke Sijwerts en Trijnje Peters.
De veronderstelde ouders van Hiske Gaijkes zijn op 1-4-1683 in Oldehove getrouwd. Gaijke Sijwerts wordt bij dit huwelijk vermeld als afkomstig van Oldehove, hij zal een zoon zijn van Sijwerdt Gaijkes, die afkomstig van Oldehove op 18-7-1647 te Zuidhorn trouwt met de van daar afkomstige Hiske Pieters. Bewijs voor deze afstamming van Hiske Gaijkes is tot op heden niet gevonden, maar de zeldzaamheid van de naam Hiske, alsmede het gegeven dat Jacob en Hiske een zoon de naam Sijwert meegeven maakt het wel waarschijnlijk.
Jacob Jans zou, gezien de vernoeming van zijn kinderen, een zoon van Jan Brands van Oudswoud en Anje Engberts van Noordhorn kunnen zijn, aan welk toekomstig echtpaar begin 1674 in Noordhorn attestatie verleend werd om te trouwen.
Jacob Jans en Hiske sijn huisvr. komen voor op de ledematenlijst aangelegd te Niehove in februari 17212, en wel wonend in de Buijten Buiren (vergelijk de Binnen Buiren).
Bij de verponding van 1721 3 wordt (een?) Jacob Jans als gebruiker van 45 ½ gras te Niehove aangeslagen.
Uit dit huwelijk (volgorde deels onzeker):
1. Jan Jacobs, volgt II.1
2. Gaje Jacobs, volgt II.2
3. Anje Jacobs, geb./ged. Oldehove 17/24-5-1716
4. Brand Jacobs, ged. Niehove 16-3-1721, volgt II.3
5. Siewert Jacobs, ged. Niehove 3-6-1725, volgt II.4

II.1 Jan Jacobs, van Niehove, ovl. vóór 29-11-1751, landbouwer, tr. Niehove 8-3-1733 Lutgert Arents, van Niehove, ovl. ná 26-6-1772; Lutgert Arents tr. (2) (hc. Niehove 30-11-1751) Jan Cornellis, zn. van Cornellis Jurjens en Aagtje Pieters.
Na het overlijden van Jan Jacobs bij het Niehoofster Zet wordt op 30-11-1751 4 de inventaris opgemaakt. Voornaamste bezitting is een behuizing met de beklemming van 50 grazen land onder de klokslag van Niehove, eigendom land: Raadsheer A[rent] L[udolph] Wichers.
In het huwelijkscontract opgemaakt te Niehove op 30-11-1751 5 tussen de weduwe Lutske Arents en de Vrije geselle Jan Cornellijs wordt voor de bruid genoemd Gaije Jacobs als voormond en aangetrouwde broer, Tjeert Arents sibbevoogd en halfbroer, alsmede Abel Wijrsema vreemde voogd. Deze voogden hebben op verzoek van Jan Cornellijs op 29-11-1751 6 de eed afgelegd over de zes minderjarige kinderen van Lutske Arents bij wijlen Jan Jacobs.
Uit het huwelijk van Jan Jacobs en Lutgert Arents:
1. Hiske Jans, ged. Niehove 6-11-1735, begr. Noordhorn 6-2-1798 7, tr. (1) Oldehove 16-4-1758 Jacob Sijtses, van Saaksum, landbouwer, zn. van Sijtse Jans; Hiske Jans tr. (2) Oldehove 12-7-1772 Pieter Jans, ged. Niekerk (Marne) 20-8-1741, begr. Noordhorn 5-3-1784 7, landbouwer, zn. van Jan Sikkes en Pieterke Jans Hasekamp; Hiske Jans tr. (3) Noordhorn 25-3-1787 Hemme Jans Datema, ged. Hoogemeeden 11-1-1761, ovl. Noordhorn 25-5-1817, landbouwer, zn. van Jan Hemmes en Albertje Alberts; Hemme Jans Datema tr. (2) eind 1798 8 Grietje Hindriks Trip, ged. Dorkwerd 8-5-1767, dr. van Hinderik Geerts en Martje Lauwes; Hemme Jans Datema tr. (3) (3e pr. Noordhorn 21-11-1802) Grietje Jeltes Kampstra, ged. Noordhorn 23-7-1752, ovl. Noordhorn 11-1-1832, dr. van Jelte Gaaijkes en Aafke Jans Camstra.
2. Jacob Jans, ged. Niehove 9-3-1738
3. Trijntje Jans, ged. Niehove 6-3-1740
4. Arend Jans Boerema, geb. Niehove ws. circa 1742 9, begr. Niehove 7-9-1800 10, schoenmaker, tr. (1) Jantje Roelfs, ged. Niehove 24-11-1745, dr. van Roelf Garmts en Claaske Gerrits; Arend Jans Boerema tr. (2) (hc. Groningen 28-4-1784 (sic!)11) Niehove 20-7-1788 Eltje Geerts Luurtsema, ged. Ezinge 12-8-1753, ovl. Niehove 28-1-1825, dr. van Geert Jakobs en Martje Lodewijks; Eltje Geerts Luurtsema tr. (1) vóór 21-9-1777 12 Hidde Willems; Eltje Geerts Luurtsema tr. (3) (hc. Niehove 6-7-180113) Ezinge 27-9-1801 Derk Mennes, ged. Aduard 23-2-1749, zn. van Menne Mennes en Trijntje Meinderts.
5. Jacob Jans Meijer, ged. Niehove 10-3-1744, ovl. Oldehove 12-8-1810, landbouwer op Barnwerd, tr. vóór 8-11-1772 14 Jantje Geerts, ged. Ezinge 18-4-1745, ovl. Den Ham 14-9-1826, dr. van Geert Jakobs en Martje Lodewijks.
6. Simon Jans van der Laan, ged. Niehove 13-3-1746, ovl. Niehove 16-8-1826, landbouwer, tr. (1) Oldehove 22-5-1774 Trijntje Geerts, ged. Oldehove 16-6-1754, dr. van Geert Willems en Claaske Pieters; Simon Jans van der Laan tr. (2) (hc. Oldehove 18-10-1786 15, att. Niehove 11-1786) Oldehove 12-11-1786 Trijntje Kornelis, ged. Oldehove 24-8-1755, ovl. Niehove 28-7-1823, dr. van Kornelis Willems en Dietje Pieters.
7. Hilje Jans, ged. Niehove 9-6-1748.

II.2 Gaje Jacobs, van Niehove, ovl. Eenrum 17-6-1779, landbouwer, tr. (1) Antje Alberts; Gaje Jacobs tr. (2) ca. oktober 1751 Anna Elisabeth Joesten, ovl. Eenrum 17-1-1784, dr. van Joest Harms; Anna Elisabeth Joesten tr. (1) vóór 1740 16 Folckert Sickes, ovl. vóór 8-7-1750 17, landbouwer, zn. van Sicke Sijwerts en Jobke Folkerts.
Na het overlijden van Antje Alberts zweren voor het gerecht van Middelstum op 10-9-1751 18 aan Hindrik Pieters als voormond, Brant Jacobs als sibbevoogd en Derk Krijns als vreemde voogd. De wedman inventariseert eveneens op 10-9-1751 19 de boedel, die Gaje Jacobs mandelig met zijn broer Brant Jacobs gebruikt. Onder meer 15 koeien, 6 paarden, 5 varkens en 10 schapen. Bij de afkoop op 1-10-1751 wordt Anna Lijsabeth Joosten toekomende Stee moeder genoemd; de kinderen zullen na hun opvoeding tot hun 16e jaar 250 cgl. ontvangen, alsmede: ‘t Lijvs toebehoren van der pupillen overledene moeder Antje Alberts bestaat volgens ackoort (voor ieder pupille) in een bijbel met silveren krappen en ider kindt een laken’.
Gaje Jacobs hertrouwt met Anna Elisabeth Joesten, weduwe: op 15-9-1751 20 zweren Riewert Folkers, Harm Joosten en Wirk Frericks aan als voormond, sibbe- en vreemde voogd over haar twee kinderen bij Folkert Sickes.
Op 29-12-1753 21 wordt een akkoord gesloten tussen Jacob Luitjens voormond, Jacob Jans sibbe en Klaas Egberts vreemde voogd over de minderjarige pupil van Folkert Sikkes bij Jantjen Jans, Guitjen Jans voor zichzelf en caverende voor zijn drie kinderen bij Anie Folkers, Geert Jans en Jopke Folkerts, Rieuwert Folkerts voormond, Harm Joesten sibbe voogd, Wiek Prins vreemde voogd over de twee minderjarige kinder van Anna Lijsebet Joesten bij Folkert Sikkes ter eener en Gaje Jacobs en Anna Lijsebet Joesten ter andere zijde. Het betreft een rentebrief groot 500 cgl. gedateerd 13-1-1731 ten laste van Folkert Sikkes en diens eerste vrouw Jantje Jans en ten profijte van een halfbroer (Pieter Gerrits volgens voorafgaande rechtszaak te Eenrum 26-9-1752 22) van Folkert Sikkes "van welke soon buiten lants varende in geen 30 jaren of daarover, sedert zijn vertrek geen taal of tijdinge vernomen is, of hij leeft of doot is". Het akkoord bestaat daaruit dat "de 3 voorkinderen van Folkert Sikkes onder haar zullen genieten 300 cgl. en desselfs 2 kinderen van ‘t laaste bedde bij Anna Lijsebet Joesten 200 cgl.".
Met zijn tweede vrouw Anna Lijsabet Joosten, als opvolger van haar eerste man Folkert Sikkes, boert Gaje Jakobs als provinciemeijer vanaf 1752 23 te Eenrum op 47 juk 63 roeden behuisd goed bouw- en hoogland, waarvan 21/2 juk 29 roeden op ‘t Aagt zijn gelegen. De provincie verkoopt de eigendom van dit land in 1773 24 voor 4075 gl. aan de kerk van Eenrum, waarna op 13-12-1774 25 het echtpaar deze boerderij met nog 5 juk kerkenland van Westernieland voor 4300 cgl. verkoopt aan hun dochter Hiske Gajes, getrouwd met Jan Derks, "waarbij verder is geconditioneert dat de verkoopers hun inwooninge in de behuisinge tot 1mo maij 1775 zullen behouden mitsgaders het vrije gebruik van t Paart en sjees hun leven lang genieten".
Na het overlijden van Gaje Jacobs volgt een inventaris met afkoop gedateerd 19-10-1779 26, waarin zijn erfgenamen expliciet vermeld staan. Op 4-5-1784 26 wordt tenslotte de erfenis van Anna Elisabeth Joosten afgewikkeld.
Uit het huwelijk van Gaje Jacobs en Anje Alberts:
1. Jacob Gajes, ged. Niehove 23-8-1739, ovl. Mensingeweer 14-11-1805, tr. Eenrum (otr. Eenrum 1-5-1779, hc. 11-5-1779 26, att. Mensingeweer 24-5-1779) met Jantje Ekkes, ged. Maarslag 23-8-1741, dr. van Ekke Everts en Aafke Ennes.
2. Albert Gajes, ged. Niehove 27-11-1740, ovl. Eenrum 13-9-1778, tr. (otr. Eenrum 19-3-1769) Middelstum 9-4-1769 met Grietje Jans, van Middelstum.
3. Reijner Gajes, ged. Niehove 21-4-1743
Uit het huwelijk van Gaje Jacobs en Anna Elisabeth Joesten:
1. Hiske Gajes, geb. Eenrum 1752/53 27, ovl. Eenrum 26-5-1809, tr. (1) (hc. 21-7-1774 28, otr. Eenrum 23-7-1774) met Jan Derks, ged. Huizinge 4-9-1740, ovl. Eenrum 11-9-1791, zn. van Derk Remmerts en Jantien Jans; Hiske Gajes tr. (2) (hc. 9-8-1792 28) Eenrum 26-8-1792 met Freerk Alberts Dijkinga, ged. Hornhuizen 16-2-1738, ovl. Eenrum 18-11-1818, zn. van Albert Tonnis  en Abeltje Freerks; Freerk Albert Dijkinga tr. (1) (hc. 9-8-176034) Eenrum 29 8-1760 met Nantje Onnes, ged. Eenrum 4-2-1741, ovl. Eenrum 28-2-1788, dr. van Onne Jans en Cornelske Hindriks.

Wordt vervolgd in HDP 2005 nr. 1
Voetnoten

1 Bijvoorbeeld: P.J.C. Elema: Klaveringa/Klaverenga, in Huppeldepup 2000, blz. 20; of: K.J. Ritzema van Ikema: Ommelander Geslachten, V.50.3
2 HG (Hervormde Gemeente) Niehove inv.nr. 1, aantekening op Ledematenlijst 1721
3 SA (Staten Archief) inv.nr. 2146, fol. 828
4 RA (Rechterlijk Archief) Westerkwartier inv.nr. 358
5 Ibid. inv.nr. 299, fol. 35v
6 Ibid. inv.nr. 351, fol. 63
7 HG Noordhorn inv.nr. 6, Diaconierekeningen
8 RA Westerkwartier inv.nr. 5, 12-9-1798 aanzwering voogden Waalke Egges, Geert Hindriks en Pieter Boikema
9 Doopboek Niehove 9-1741 tm. 3-1743 vertoont lacunes
10 Huwelijksbijlages Geert Arends Boerema x Oldehove 22-5-1823 Grietje Jans Offringa
11 RA Groningen LVIII b1 fol. 223; afschrift hoogst waarschijnlijk fout gedateerd
12 DTB Ezinge, gedoopt 21-9-1777: Willem, zn. van Hidde Willems en Eltje Geerts
13 RA Westerkwartier inv.nr. 379, fol. 147
14 DTB Niehove, gedoopt 8-11-1772: Lutgert, dr. van Jacob Jans  en Jantjen Geerts
15 Ibid. inv.nr. 301, fol. 126
16 DTB Eenrum, gedoopt 19-4-1740: Joost, zn. van Folkert Sikkes en Lijsabet Joesten
17 RA Hunsingo inv.nr. 144: Inventaris Folkert Sickes en Anna Lijsabet Joestens
18 Ibid. inv.nr. 359
19 Ibid. inv.nr. 365, fol. 24
20 Ibid. inv.nr. 141
21 Ibid. inv.nr. 201
22 Ibid. inv.nr. 138
23 SA inv.nr. 2518/28/38/74/76/78/80/82, Rekeningen Kloostergoederen
24 HG Eenrum inv.nr. 111
25 RA Hunsingo inv.nr. 202
26 Ibid. inv.nr. 204
27 Bij overlijden 56 jaar; Doopregister Eenrum onvolledig
28 RA Hunsingo inv.nr. 204
29 Ibid. inv.nr. 201
30 Opgetekend in trouwboek Hornhuizen

Groningse voorouders van de overgrootmoeder van Hendrikje van Andel-Schipper, ´s werelds oudste persoon door Reid van der Leij kunt u in HuppelDePup lezen
evenals
Allem@@l digit@@l (dertien) van
Antonia Veldhuis over interessante homepages en nieuwe digitale bestanden. Tips zijn welkom.
Het voorwoord hiervan om u nieuwsgierig te maken:
Deze keer slechts drie homepages, maar wel drie waar u uren, zo niet dagen, zoet mee bent. Nuttige achtergrondinformatie en leuke aankleding voor uw genealogie. Ik zou voor de ervaren internetgebruikers mogelijk kunnen volstaan met het noemen van de links http://kunststuk.kennisnet.nl/KunststukK.html, www.geheugenvannederland.nl en www.20eeuwennederland.nl. Voor degenen die wat minder bedreven zijn of willen weten wat ze kunnen verwachten volgt hieronder een uitgebreidere beschrijving. In HDP dus.

Harm Selling wijst op zijn nieuwe website over Winschoten (
www.genealogiewinschoten.nl), die naast zijn bestaande webpagina "Genealogie in Groningen" (www.genealogiegroningen.nl) komt.

Nieuws van de archieven staat onder redactie Henk Hartog. Hij behandelt nieuwe toegangen op archieven, genealogieën en vertelt over het nieuwe cursusprogramma.

Nieuwe boeken: Verschenen of nog te verschijnen wordt geschreven door Eilko van der Laan.
De titels:
Tussen Sappemeer en Nieuw-Amsterdam. Veengebied Groningen-Drenthe vastgelegd door Amsterdamse fotografen.
Eb en vloed in Groningen. De stad als zeehaven.
(H.J. de Lange)
Een vergeten plattelandselite. Eigenerfden in het Groninger Westerkwartier van de vijftiende tot de zeventiende eeuw. (H. Feenstra en H.H. Oudema).
De belasting op het gemaal in Stad en Ommelanden 1594-1856. (B.D. Poppen).
De St.- Franciscuskerk te Groningen. 1934-2004. (E. van der Werff).
Een uitgebreidere beschrijving staat in HDP.

Evenals
Vragen en antwoorden
onder redactie van
Thijs IJzerman

Bij dit nummer was de inhoudsopgave en index bijgesloten van de jaargang 2004 van HuppelDePup.