Samenvatting HuppelDePup 2002

nummer 1   nummer 2   nummer 3


HuppelDePup 2002 nummer 1

Het afdelingsorgaan van de NGV afdeling Groningen telt 32 bladzijden. Hieruit willen we u een korte selectie laten zien. Leden en bijkomende leden ontvangen het blad drie maal per jaar.

Naast de vaste rubrieken als nieuw verschenen boeken, Bestuur en Beleid (nieuws van het hoofdbestuur van de NGV), vraag en antwoord, genealogisch voorstellen (nieuwe leden stellen zich voor), onbekende bron en aankondiging van de te houden lezingen staat er in elke HDP een kwartierstaat, algemeen artikel en/of genealogie.

 Afdelingsbijeenkomsten       Zeevaarders    Afdelingsledenvergadering   Afdelingsexcursie    Genealogisch voorstellen     Bestuur & Beleid    Parenteel van Cornelis Jans    Onechte kinderen   Breukeldach    Kapiteins en stuurlieden    Allem@@l digit@@l     Boeken    Vragen en antwoorden   

In Voorwoord blikt voorzitter Joop van Campen terug op belangrijke genealogische momenten uit het jaar 2001. Dat waren o.a. de 48e landelijke Genealogische Dag op 19 mei 2001 en het 50-jarig bestaan van onze afdeling op dezelfde dag. Een zeer geslaagd feest.

Ook mag de manifestatie "Genealogie over de Grens", onderzoek in Noordwest-Duitsland, zeker genoemd worden: circa 500 bezoekers.

De afdeling organiseerde weer diverse afdelingsbijeenkomsten in de Groninger Archieven te Groningen. Zo had de heer J. Meinema op 9 januari 2002 een lezing over Achternamen in de provincie Groningen: overeenkomsten en verschillen in de diverse streken.

Aan beurt kwam o.a. dat aan het type achternaam vaak al te zien is uit welk gedeelte van ons land en zelfs welk deel van de provincie Groningen de drager komt.

Hoe schreven de Groningers over hun eigen geschiedenis? Van Emo van Huizinge (±1175–1237) tot en met Ubbo Emmius (1547–1625) was op 6 februari 2002 het onderwerp dat de heer A.J. Rinzema behandelde.

Hoe schreven de Groninger geschiedschrijvers van ca. 1200 tot ca. 1600? Wie waren zij, hoe verzamelden zij hun materiaal en welk beeld geven zij van hun heden en verleden? De politieke ontwikkelingen en de houding van de naburige gewesten kwamen ook aan de orde.

De heer P.C. van Royen had op 6 maart 2002 de lezing Zeevaarders uit de 17e en 18e eeuw over zeevarenden die alle uithoeken van Europa hebben bezeild en in groten getale naar de Oostzee togen om graan, hout, vlas en teer te halen, naar Frankrijk om de nieuwe wijn op tijd in de Republiek te krijgen of naar het koude Archangel gingen. De grijze realiteit van de dagelijkse vrachtvaart was voor velen nog in nevelen gehuld, na deze lezing was het een stuk duidelijker.

13 april 2002 was de Afdelings-Leden-Vergadering met daarna de minilezing Goud- en zilversmedengilde door Joop van Campen.

Op 20 april 2002 sloot het seizoen met de Manifestatie Beroepen. Op deze zaterdagmiddag kon u kennis nemen van allerlei bronnen die betrekking hebben op beroepen van mobiele voorouders. Minilezingen, audiovisuele presentaties, demonstratie hoe ze te vinden op internet en onderzoeksresultaten en bestanden van verenigingen en particulieren.

Wegens gebrek aan belangstelling ging de Afdelingsexcursie naar Oost-Friesland op vrijdag 17 mei niet door.

In Genealogisch voorstellen van Eddy Landzaat en Antonia Veldhuis presenteerden nieuwe en trouwe leden zich. Zie voor e-mailadressen de HuppelDePup (HDP).

Nieuw lid W.H.J. (Wil) Kruizinga is 59 jaar, politieambtenaar en woont in Almelo. Sinds zes jaar doet hij onderzoek, wat zich met name richt op de familie Kruizenga (Stedum, Oosterwijtwerd, Uithuizen, ’t Zandt, Zeerijp, Slochteren, Garrelsweer en Wirdum).

Enige trouwe leden (sterk verkort):

H. Heidstra uit Utrecht werkt aan de namen Heidstra, Westerhof, Muller, Feijen, Wilkens, Clason, Veldman, Arkes, Bolwijn en Heres.

Jac. Deen uit Groningen doet 15 jaar aan genealogie. Zijn namen: Deen, Bekkering, Teune en Reitsema. Hobby: blaasmuziek.

De 85-jarige J. Roskes uit Oss is gepensioneerd rijksambtenaar en beoefent ruim 20 jaar de genealogie, samen met zijn vrouw. Ze werken aan de namen Rosker, Dirksen, Jeukens, Lensen, Swaders en Hilge. Ze reizen graag per caravan.

Eildert H. Delger uit Hattem is geboren in Winschoten. Hij werkt sinds 10 jaar aan Delger en wil dat in boekvorm uitgeven.

R.C.M. van Glansbeek uit Paterswolde doet 35 jaar aan genealogie, met tussenpozen. Namen: Van Glansbeek, Börger, Klapdoor, Van Montfort, Kremer en Plus.

W.J. Zevenboom uit Blokker is 27 jaar genealoog. Namen: Hekman, Kruizinga, Scheltens, van der Veen, Damhof, Dijk (Appingedam), Hamster, Hut (Meedhuizen), Meijer (Weiwerd) en Nieuwenhuis/Nienhuis uit Holwierde. Hij zwemt en leest graag.

 

Een kritisch, doch eerlijk verslag van het reilen en zeilen van het hoofdbestuur van de NGV vindt u in de rubriek Bestuur en Beleid (B en B), geschreven door afdelingsafgevaardigde Thijs IJzerman.

Deze keer onder meer een verslag van de Algemene Vergadering (AV) van 24 november 2001 te Amersfoort. Hiervoor moet u de HDP raadplegen.

Ook het vervolg op het artikel Waar komt de naam Amel in de familie Dolfin vandaan (HDP 2001 nr. 3, blz. 82 t/m 84) door Roelof Dolfin uit Groningen kunt u dan meteen lezen.

P. Bos uit Zwolle schreef een korte parenteel van Cornelis Jans, ca. 1600 te Noordbroek

I. Cornelis Jans, tr. ca. 1590 Anna, beide overl. vóór 16-2-1620.

Zij verkopen 28-3-1614 te Noordbroek aan hun zoon Philippus Cornelis en diens vrouw hun huis met 20 koeien en land tussen de hooiweg en het meer voor 100 emder gulden.

Uit dit huwelijk:

1. Philippus Cornelis, volgt IIa.

2. Arian, tr. vóór 28-3-1614 Job Abrahams, wonend in Oostfriesland. Hij wordt 2-4-1606 reeds in Noordbroek genoemd, blijkt 4-4-1614 aldaar land te bezitten en doet 12-4-1622 afstand van de erfenis van Arians ouders.

3. Jan Cornelis, volgt IIb.

IIa. Philippus Cornelis, overl. na 5-12-1641, tr. hc. Noordbroek 28-3-1614 Mapke Tyabbens, overl. tussen 27-12-1633 en 9-1-1640, d.v. Tyabbo Peters en Hemke.

Hun ouders geven hen bij ’t huwelijk resp. 1000 daalder en 1000 emder gulden mee. In 1620 erft hij van zijn ouders 8 akkers land op de Korengast, tussen de hooiweg en het Noordbroekster-meer.

Uit dit huwelijk:

1. Cornelis Philips, volgt IIIa.

2. Anneke Philips, tr. hc Noordbroek 5-12-1641 Wybe Nannes, z.v. Geert Nannes en Engele. Waar zij woonden heb ik niet gevonden. (Wybe heeft een broer Nanno Nannens).

IIb. Jan Cornelis, tr. hc Noordbroek 16-2-1620 Lupke Remkes, d.v. Rempko Sypkens. Beiden zijn vóór 13-11-1630 overleden.

Jan erft 24-1-1620 van zijn ouders ca. 30 scharen land onder Noordbroek in de Veenkampen en nog enkele kampen, plus 600 gld. afkomstig van zijn grootvader.

Uit dit huweljk:

1. Anneke Jans, tr. Hiltie Scheltens, zie de Genealogie Scheltens , verschenen in Gens Nostra (september 2001, pag. 488)

2. Meencke Jans, volgt IIIb.

IIIa. Cornelis Philips, rekenmeester, tr. procl. Weiwerd 26-1-1649 Ykje Ipens, geb. 20-1-1621, overl. 14-11-1686, wed. van Amso Eeuwes, met wie zij in 1642 te Weiwerd gehuwd was.

Uit dit huwelijk zijn in Weiwerd vijf kinderen gedoopt, w.o. Ipe Wildriks op 28-5-1665 (zie onder).

IIIb. Meencke Jans, tr. (1) hc Noordbroek 9-1-1640 Hewo Jochums, overl. tussen 24-10-1645 en 19-4-1646, z.v. Jochum Tonckens en Abele Wildriks, tr. (2) procl. Scheemda 13-12-1646 Phebo (ook: Phœbus) Temmen, redger, z.v. Temmo Cornelis en Haycke Doedes en broer van Cornelius Themmen, predikant te Weiwerd. Phebo hertr. Scheemda procl. 6-4-1651 Annechien Jochums, wed. van Hittio Wypkens, waaruit kinderen te Scheemda zijn gedoopt.

Uit het eerste huwelijk:

1. Cornelius Themmen, gerichtsdienaar van het Cleij-Oldambt, tr. Weiwerd 2-4-1676 (hc Termunten 29-3-1676) Geertien Abels, wed. Hidde Mennes.

Eén van de tien kinderen van de andere Cornelius Themmen, de predikant van Weiwerd, en Anna Eppens, namelijk Themmo Themmen, trouwt in 1713 met Janna Jullens, een kleind.v. IIIb-1; een ander kind, Hayke Themmen, tr. Weiwerd 19-6-1687 bovengenoemde Ipe Wildriks.

Voor de genealogie Themmen, zie Ommelander Geslachten II, pag. 1331.

 

Fred H. Boer schreef Onechte kinderen uit de doopboeken van Zuidbroek.

Vroeg of laat krijgt elke genealoog er mee te maken dat er bij de geboorte of doop van een kind alleen de moeder is gegeven. Bij het transcriberen van de doopboeken van Zuidbroek en Muntendam is er zelfs een hele sectie van 1743 tot en met 1794 met de "in onegt geteelde" kinderen. Dat wil echter niet altijd zeggen dat de vader niet bekend is. In sommige gevallen was de vader al gehuwd. Het is voor de genealoog interessant om te weten wie de echte vader is, of wie als vader werd genoemd. Daarom heb ik deze lijst van Zuidbroek/Muntendam samengesteld met aanvulling van de ontbrekende jaren met het verzoek aan een ieder om eens in zijn of haar gegevens te kijken of er uit een onbekende bron een vadervermelding is gegeven. Dit is niet om een vader in het onderzoek aan te nemen, maar om een eventuele discussie tussen onderzoekers met dezelfde voorouder(s) los te maken. Bij het versturen gaarne vermelden welke bron het betreft, en een (post- of email-)adres aan fhboer@hetnet.nl, waarmee een ieder zich eventueel in verbinding kan stellen.

Voor de lijst met namen verwijzen wij u naar de HDP.

Breukeldach, gehouden op … Een fascinerende bron door Antonia Veldhuis

U dacht dat straf krijgen voor het doodtrappen van iemand iets van deze tijd was?

U dacht dat men vroeger ongestraft werkjes op zondag kon doen en/of (te) veel drank schenken bij een begravenis?

U dacht dat onderzoeksgegevens van personen uit Bellingwolde van voor 1700 erg moeilijk te vinden waren?

Drie maal nee dus. Hoewel ik dat in eerste instantie ook dacht, tot ik de breuken van Bellingwolde en(de) Blijham onder ogen kreeg. Voor u stopt met lezen, soortgelijke breuken zijn er ook van de beide Oldambten, Selwerd en Sappemeer, Westerwolde en de stad Groningen. De strekking is meestal gelijk.

De rekeningen van het gerecht van Bellingwolde en Blijham, lopend van 1567 tot 1807 (met enige hiaten), geven een schat aan informatie en is af en toe zelfs grappig om te lezen. Wat dacht u van: Hero Heres heeft soldaat Tebbo Jans in de neus gebeten (1642, kosten 10-0-0), Jan Bregenbeek heeft een arme vrouw die in zijn huis overleden was niet goed bewaard en die is door de zwijnen beschadigd (in 1640, breuk 38-10-0), Harbert Cohnes heeft per ongeluk de dienstmaagd geschoten (45-0-0), Ocke Cijnckens heeft op zijn zoons bruiloft (dronken) naakt gelopen (2-10-0) en in 1646 gebruikte Coene Harmens trotse woorden tegen de rechter.

Voor mijn genealogie van de familie Graver uit Bellingwolde (artikel in wording - aanvullingen zijn welkom) haalde ik tussen 1600 en 1700 een 40-tal vermeldingen met die naam uit deze rekeningen. Mogelijk komen ze ook nog enige keren voor onder patroniem, maar daar dat algemene namen zijn heb ik die niet verwerkt. Ik vond enige kinderen, bewijs van familierelaties en kon van een paar personen het overlijdensjaar vaststellen. Ik ben me ervan bewust dat ik extreem veel geluk heb dat ze zo vaak voorkomen, maar soms is een enkele vondst al voldoende om een onderzoek weer op gang te helpen.

Wat zijn breuken? Waren er vaste bedragen?

Een breuk is een geldbedrag, te betalen voor een begaan vergrijp. Het merendeel van de namen is van mannen, vrouwen zult u in deze rekeningen veel minder aantreffen. Bij een "unplicht" relatie (samenwonen) wordt vaak wel de naam van de vrouw genoemd. Verder bij "uitinge" (begrafenis) van haarzelf of haar man, het overgeven van mandaten 1) en een enkele keer bij schelden.

De hoogte van de breuken was afhankelijk van de aard van de misdaad en viel grofweg in drie categorieën uiteen: licht, middelzwaar en zwaar.

Onder lichte vergrijpen vielen: werken op zondag, toebrengen van lichte verwondingen, het overgeven van een mandaat, niet maken van de weg, een kan naar iemands hoofd gooien, in arm of hoofd snijden, bloedneus slaan, op zondag hooi vervoeren, beesten uit land jagen, tappen op zondag, glazen inslaan, van de weg in de sloot stoten, op de grond gooien, met vuisten slaan, bont en blauw slaan, slaan met ijzeren tang, met mes in de kinnebacke snijden, beledigen, vals beschuldigen en schelden.

Scheldwoorden die ik tegenkwam waren o.a.: bedrieger, booswicht, buffel, bult, dief, eerdief, ehebreker, gauwdief, guit, halve schelm, hoer, hoerenzoon, hooidief, jode, klitze, koemelcker, korendief, landdief, lieger, "lichtveerdich mensch", "meeneediger", moordenaar, olde schelm, paardendief, schelm, dubbele schelm, vijfdubbele schelm, "quaet en onrechtveerdich" kerel, toversche, varken, vuige dief.

Een paar voorbeelden van lichte vergrijpen:

Drinken in de herberg tijdens de kerkdienst kostte Jacob Graver (in 1624) 5 gulden, evenals het "voeren" (varen, rijden?) op zondag in 1653.

Albert Jacobs heeft Claes Graver een gat in de bil gestoken, breuk 5 gulden (1641).

Wat hogere bedragen moesten worden betaald voor het leven in "unplicht" – waarbij later wel of niet trouwen ook weer verschil maakte – en te veel drank schenken bij een begrafenis (er staat dan wegens gehouden uitinge of graeve). Vaak wordt hierbij een familierelatie genoemd.

Ook wat zwaarder waren: een dief herbergen, heling met geweld en een oog beschadigen, goed voor resp. 20, 45 en 15 gulden. Ik noem nog enige: Harbert Koenes moet 24 gulden betalen omdat hij in 1609 Duirt Edsens diverse wonden toebracht.

Het in het gerecht brengen van een brief met vervalsingen leverde op 5 juni 1626 Claes Graver een breuk op van 22-10-0. Lupko Willems betaalde in 1630 25 gulden omdat hij, samen met zijn broer Gebo, 5 wonden toebracht aan Berent Arents en hem twee ribben kneusde. In 1657 duwde Abel Ockens een mes in de rug van Jacob Schuirinck, wat hem op 25 gulden komt te staan.

Overtredingen tegen de overheid en doodslag waren uiteraard zware misdaden, waarvoor hoge boetes moesten worden betaald. Ook zelfmoord viel onder deze categorie. Vaak kregen armere mensen lagere breuken. Had men iets gedaan en was men overleden? Geen nood, de breuk kwam dan gewoon voor rekening van de erfgenamen. Vechtpartijen leverden vaak voor beide partijen boetes op. Zo wordt Derck Hindricks cremer 2-10-0 armer omdat hij Claes Graver een dief noemt, waarop die Derck een blauw oog slaat wat hem 1-10-0 kost. (Rechtdag 23-10-1633).

Een geval van een in de aanhef en hierboven genoemd zwaar vergrijp vindt plaats op 18 september 1621, genoemd op de breukdag van 25 oktober 1622. Titko Memmes en Johan Graver, dronken zijnde, hebben Gert Harmens zo erg geslagen dat hij aan zijn verwondingen is overleden.

Titko krijgt een boete van 200 gulden, Graver hoeft (vanwege zijn armoede) slechts 80 gulden te betalen. Hij mag het in twee termijnen voldoen.

Heeft u genoemde Titko Memmes onder uw voorouders dan boft u. Hij komt tussen 1621 en 1639 12 maal in de rekeningen voor, wat hem ruim 222 gulden aan breuken kost. Een maal is hij slachtoffer: Breukdag 3 oktober 1621: familie van de door hem vermoorde grijpen hem en willen hem "dy beck opsniden". Dat kost hen trouwens 40 gulden. In 1628 haalt hij samen met Hero Fockens turf tijdens de preek. In 1629 slaat hij Claes Graver twee blauwe ogen en een bloedneus. In 1630 scheldt hij Johan Bregenbeeke en in 1633 Heie Fockens. Op breukdag 30 juni 1638 krijgt hij breuk, omdat hij Eltjo Sibolts een gat in het hoofd geslagen heeft. Tussendoor worden hem diverse mandaten overgegeven. Zijn laatste vermelding is op 12 mei 1639: de erfgenamen krijgen 5 gulden breuk wegens bier schenken bij Titko’s begravenis. Waarmee we zijn overlijden m.b.v. deze bron ook meteen ongeveer hebben: 1638/1639.

De breuk van 200 gulden heeft hij waarschijnlijk betaald, want in 1628 is zijn toestand "sober".

Genoemde breuken van Bellingwolde en Blijham zijn bewerkt en verschijnen in januari 2002 in boekvorm, uiteraard met index. Zie ook de boekbespreking in dit blad.

Andere reeksen van de jaarlijkse ontvangsten van breuken zijn te vinden in het oude secretarie-archief van de stad Groningen (toegang 1605) en wel in de inventarisnummers 338 (Wold-Oldambt, vanaf 1626 t/m 1797), 343 (gericht van Selwerd, vanaf 1623 t/m 1801), 345 (Sappemeer, van 1636 t/m 1801) en 348 (Klei-Oldambt, van 1623 t/m 1799). Voor de stad Groningen zelf dient men te zoeken in het rechterlijk archief van de stad: RA III rr (toegang 1534, stedelijke rechtscolleges; deze lopen van 1624 t/m 1811). Voor al deze bronnen geldt, dat in de eerste delen de breuken uitgebreider werden genoteerd dan in de latere. In de 18e eeuw worden er soms jaren achtereen geen breuken wegens delicten geïnd.

Hierna volgen nog een aantal opmerkelijke voorvallen uit deze delen: zie HuppelDePup.

1) Noot: Niet betalen van schulden of niet leveren van goederen kon leiden tot het overgeven van een mandaat, een bevelschrift. De breuk daarvoor lag meestal rond de 5 gulden. Bij niet betalen van dat bedrag werd het verhoogd.

 

Kapiteins en stuurlieden der koopvaardij, leden van de vrijmetselarij loge La Flamboyante te Dordrecht in de 19e eeuw door mevr. H.W.G. van Blokland–Visser.

Bij mijn onderzoek naar leden van de vrijmetselarij van Loge La flamboyante trof ik nogal wat kapiteins en stuurlieden van de koopvaardij aan, die lid waren van deze loge. Deze loge had als enige in Nederland eigen schepen varen naar Oost-Indië en andere bestemmingen. Deze vijf schepen waren het fregat Broedertrouw, het fregat Delta, het fregat Osiris, de bark Jan Schouten en de bark Grootmeester nationaal.

Op hun reizen hadden de kapiteins en stuurlieden een internationaal bewijs van lidmaatschap bij zich, gesteld in Engels en Frans een zgn. Maçonniek paspoort, waarmee zij overal in de wereld op hun reizen in de havensteden, als daar een Loge was, naar toe konden gaan.

Ze vond 12 Groningers, die ze helemaal uitwerkte. Welke dat zijn kunt u in de HuppelDePup lezen, ze geeft hierbij een duidelijke bronvermelding.

Verder maakte ze een Voorlopige lijst van kapiteins uit Groningen die lid waren van het Zeemanscollege onder de zinspreuk Tot nut van handel en zeevaart te Dordrecht in de 19e eeuw. Die volgt hieronder:

Vlag Jaar Naam Geboren te Datum Overleden te

D 34 1865 Daniel Bakker Veendam 14- 7-1822 21- 2-1873 Dord

D 11 1830 Genus E. Boer Groningen

D 77 1835 Harm Harmz de Boer Veendam 24- 7-1817 1861 zee

D 34 1841 F.A. Begeman Sietses Slochteren 1807

D 2 1870 Andreas George Bouten Veendam 1818

D 18 1847 Jacob Bouten Veendam 3- 6-1816 14- 2-1894 Hees

D 55 1842 Nanne Harms Brouwer Nw. Pekela 25- 1-1798

D 40 1839 Willem Balthazar Derks Winschoten 4- 1-1807 30- 5-1885 Dord

D 16 1847 H. Diepenbroek Pekela

D 30 1830 C.J. van Driesten Groningen

D 54 1842 J.J. Duintjer Groningen

D 7 1830 Folkert Hendriks Eddes Bellingwolde 1785 16- 7-1866 Dord

D 47 1850 Hendrik Eddes Groningen

D 33 1839 Evert Groeneveld Cadee Winschoten 3-10-1808 24-10-1858 zee

D 4 1858 B. de Groot Pekela

D 21 1837 W.K. de Groot Pekela

D 93 1856 R. Harms Lutje Groningen

D 36 1833 Dirk Hendks Hazewinkel Veendam 1807

D 3 en D 9 en D 24 1837 Jacob Hendks Hazewinkel Veendam 6- 9-1792 1- 1-1846 ?

D 50 1841 Pieter Hendks Hazewinkel Veendam 1-12-1804

D 66 1855 Pieter P. Hoogland Zoutkamp 1812 11- 1-1889 Dord

D 51 1850 Wibo Wierts Kleindijk Delfzijl 28- 6-1815

D 2 en D 8 1830 Jan Jacques Kortrijk Groningen 1797

D 2 1836 Reindert Johs Kranenburg Sappemeer 1800

D 69 1851 Folkert Hendriks Meppeler Groningen 25-10-1828

D 4 1839 Hendrik Meppeler Groningen 1804 28- 3-1857 zee

D 44 1837 Douwe Jans Mik Wildervank 1797

D 10 1839 E. Harms Mugge Pekela 25- 2-1803 6- 8-1879 Kral

D 28 1830 Jan Harms Mugge Pekela 24- 4-1795 1861 zee

D 22 1830 Jan (van) Noort (Noord) Vriescheloo 1798

D 35 1830 Klaas Parrel Veendam 1783

D 80 1854 Eppo J. Sap Veendam 1820

D 27 1841 P.H. Schabe(r)ling Pekela 13-10-1799 4-12-1870 OP

D 35 1833 Klaas Schinkel Winschoten 1786

D 5 1835 B.H. Schuring Pekela

D 8 1830 Jacob Strobius (Strobuur) Groningen 1790 6- 4-1836 Dord

D 11 1850 Jacob Hendrik Stuit Veendam 25- 9-1819

D 55 1855 Arie A. van Wijk Groningen 1814

D 8 1842 Bartel Pieters van Wijland Appingedam 13- 3-1806 30-12-1866 Dord

NB: bij plaats van overlijden lees: Dord[recht], Kral[ingen], O[ude] P[ekela]

Aanvullende gegevens over de genoemde kapiteins en stuurlieden (ook foto’s) zijn van harte welkom bij de auteur; adres in HDP.

 

Allem@@l digit@@l door Antonia Veldhuis is een rubriek waarin interessante homepages en nieuwe digitale bestanden aan bod komen.

Deze keer waren dat nieuwe digitale bronbewerkingen van het overlijden en begraven te Noordbroek 1806–1811 en het doopboek van Zuidbroek, verder info http://www.homepages.hetnet.nl/~duifjes2/index.html.

Verder werden www.belles.nl. en http://genealogie.pagina.nl besproken, uitgelegd hoe je er komt en wat er allemaal te vinden is en een beschrijving van het collectie-zoeksysteem van de maritieme musea. Als laatste nieuws dat De NGV afd. Zuid-Limburg haar bidprentjesbestand (meer dan 100.000 stuks) uitgebracht heeft op CD. De moeite van het lezen waard.

Hierna volgde het stuk Archieven in Groningen op internet door Jack de Vries

 

In Verschenen of nog te verschijnen boeken beschrijft Eilko van der Laan deze uitgaven.

Een paar:

Lidmatenboek van de gereformeerde kerk van de stad Groningen 1594–1660. Deel 28 in de serie Groninger Bronnen en Toegangen, W.G. Doornbos, P.J.C. Elema, D.F. Kuiken, 406 blz., € 34,28. De index is, als deel 29.

Gruoninga. Jaarboek voor genealogie, naam- en wapenkunde. 44e jaargang 1999. Gebonden, 210 pagina’s. Abonnement f 35,00 / € 15,88.

Opnieuw een deel met interessante bijdragen over Groninger families en personen. Namen: Glasius, Glasemaker, Bottema, Eewes, S(ch)maal, Tonella, Jans, Donselaar en Oostrum.

Breuken van het gericht van Bellingwolde en Blijham c.a. 1568–1806 (met hiaten). M.J. Hofman i.s.m. A. Veldhuis en K. Bijsterveld. Ca. 150 pagina’s, geb., f 40,00 / € 18,10 excl. verzending.

Voor overtredingen aan personen en/of de overheid moest men vroeger respectievelijk boetes en breuken betalen. Van Bellingwolde en Blijham zijn deze bewaard gebleven. Ze geven een fascinerend beeld van onze voorouders. Voor inlichtingen: M.J. Hofman, Nic.Beetsstraat 19, 9636 GJ Zuidbroek. Voor meer boeken: zie HuppelDePup.

In Nieuws van de archieven (redactie Henk Hartog) nieuws, cursussen en nieuw verschenen genealogieën op de studiezaal.

 

In Vragen en antwoorden (redactie Thijs IJzerman) vragen en antwoorden van lezers die vast liepen met hun onderzoek. Deze rubriek wordt elders op deze site uitvoerig behandeld.

Antonia Veldhuis, Veenwouden


HuppelDePup 2002 nummer 2

Het afdelingsorgaan van de NGV afdeling Groningen telt 32 bladzijden. Hieruit willen we u een korte selectie laten zien. Leden en bijkomende leden ontvangen het blad drie maal per jaar.

Naast de vaste rubrieken als nieuw verschenen boeken, Bestuur en Beleid (nieuws van het hoofdbestuur van de NGV), vraag en antwoord, genealogisch voorstellen (nieuwe leden stellen zich voor), onbekende bron en aankondiging van de te houden lezingen staat er in elke HDP een kwartierstaat, algemeen artikel en/of genealogie.  

Voorwoord   Afdelingsbijeenkomsten  Website  Oorkonde  Genealogisch voorstellen

Bestuurstafel  Zinloos geweld  Allochtonen rond de evenaar  Onbekende bron

Kwartierstaat Willem Bodde  Hoe vindt u ze?  Boekbespreking en vragenrubriek

In het Voorwoord vertelt Nico de Oude over de voorgaande 25 nummers van HuppelDePup, kortweg HDP genaamd.

Hij vindt het een goede reden voor een terugblik waarbij het feit dat hij pas sinds kort deel uitmaakt van de redactie voor enige objectiviteit zorgt, terwijl de oudgedienden alle onjuistheden zonder erbarmen zullen corrigeren.

Het eerste nummer van januari 1994 had 20 bladzijden, twee nummers later waren dat er 24, in 1995 worden het 28 en in 1998 32. Hij vertelt over de redactie en andere medewerkers. Nico: "Hoe de leden het afdelingsblad waarderen valt af te leiden uit de geografische spreiding. Ruim 30% van onze leden woont buiten de provincie Groningen, gevolg van de sterke emigratie vanuit de provincie in vroeger tijden. Daarenboven hebben meer dan 100 leden uit andere afdelingen een bijkomend lidmaatschap bij onze afdeling genomen. Dat is meer dan een oppervlakkige interesse, want voor zo’n ­lidmaatschap moet extra betaald worden. Die leden stemmen dus ieder jaar met hun portemonnee voor HDP. En dat motiveert de redactie om zich te blijven inspannen".

De discussie over de naam HuppelDePup
laait weer even op, met het verzoek aan de lezers om hun mening hierover te geven en een nieuwe naam te bedenken.
Bij de geboorte van HuppelDePup (HDP) verzocht het bestuur om suggesties voor een nieuwe naam. De voorgestelde namen staan vermeld in jaargang 1, nummer 2 (april 1994), waarbij bestuur en redactie van mening zijn dat ‘de ware’ er nog niet tussen zat. Zo is de naam HuppelDePup gebleven. 
Als u de naam HuppelDePup wilt handhaven, kunt u dat ook kenbaar maken.    
De resultaten melden wij u in nummer 3 (september 2002) van ons afdelingsblad.

Alle afdelingsbijeenkomsten vonden plaats in de Groninger Archieven, Cascadeplein 4 te Groningen. We hadden o.a.: 

zaterdag 13 april 2002 de Afdelings-Leden-Vergadering met daarin o.a. bestuursverkiezingen en daarna de minilezing Goud- en zilversmedengilde door onze voorzitter de heer J. van Campen. Ook het bronnenmateriaal hierover op de Groninger Archieven werd behandeld.

Zaterdag 20 april 2002 was er de manifestatie Voorouders onderweg naar werk.
Naast korte lezingen en audiovisuele presentaties was er een internetdemonstratie gericht op genoemde beroepsgroepen, een tentoonstelling, een boekenmarkt en door diverse verenigingen en particulieren werd u via informatiestands op de hoogte gebracht van hun bestanden en onderzoeksresultaten.

Maandag 22 april en maandag 13 mei 2002 waren er Voorlichtingsbijeenkomst voor beginnende onderzoekers. 
Bijeenkomst bedoeld voor onderzoekers die willen beginnen of die de draad weer willen oppakken. Aan de orde kwamen: de algemene gang van zaken rond onderzoek en raadpleging van stukken, het gebruik van materiaal en catalogi. Verder is er speciale aandacht voor familie-onderzoek aan de hand van korte opdrachten.

De excursie van Vrijdag 17 mei 2002 naar Oost-Friesland (Aurich en Emden) ging helaas door gebrek aan belangstelling niet door.

Woensdag 11 september 2002: ‘T sijn ellendige beenen, die de Armoe moeten draegen’. Armoede, armen en armenzorg in Groningen 1594–1795 door drs. A. Buursma

Een samenvatting hiervan staat in HDP 2003 nummer 2.

Daarna volgde een stukje over onze website door webmaster Annet Kaman.
Aangezien u dit leest zit u op de homepage. Uitleg hierover is dus niet nodig.
Annet: "Hebt u ook iets aan te leveren wat geschikt zou kunnen zijn voor deze pagina?
Meld het ons, de site is van en voor ons allemaal".

Thijs IJzerman vertelt over de oorkonde die J. Meinema kreeg in de bijeenkomst van 9 januari 2002, een uitreiking die samenviel met een lezing die de heer Meinema gaf over familienamen in Groningen. In zijn dankwoord toonde de heer Meinema zich geheel verrast en gaf te kennen dit blijk van waardering zeer op prijs te stellen.

Zie verder HDP.

In genealogisch voorstellen door Eddy Landzaat en Antonia Veldhuis komen nieuwe leden en trouwe lezers aan het woord en stellen zich kort voor.

Een greep uit de Nieuwe leden:

R. Ploeger uit Groningen is met pensioen. Hij beoefent de genealogie acht jaar en namen zijn: Ploeger (met name uit de Veenkoloniën, eigen genealogie in 2000 uitgegeven), Reinders en t.z.t. wil hij de naam van zijn vrouw, Ritsema, verder uitwerken. Hij is geïnteresseerd in (streek)geschiedenis.

A.J. (Anna Judith) de Boer-v.d. Schaft; lidmaatschapsnummer 128852
Zij is 65 jaar en woonachtig in Oude Pekela. Zij doet al zo’n zes jaar aan genealogie en spitst zich daarbij toe op de eigen familie en heraldiek. Zij is actief in een groot aantal organisaties en besturen. Haar e-mailadres is: Rdeboer68@hotmail.com

Elly Smink-Niehoff te Olst (th.smink@hetnet.nl); lidmaatschapsnummer 115462 
Zij doet ongeveer 15 jaar aan genealogie en werkt aan de namen Niehoff, Brouwer (Noordbroek en Beerta), Van Dijk (Muntendam), Ekkelkamp, Hevinga, Hartman, Abé, Rusius, Noorman, Alberts (Zuidbroek), Kloppenborg etc. 
Enkele andere hobby’s zijn: onze katten, vogels kijken, tuinieren, reizen.

J.L. Swarte uit Den Helder (JLSwarte@multiweb.nl, homepage: www.Swarte.net) is gepensioneerd officier Koninklijke Marine, werkt aan Swarte, doet 15 jaar aan genealogie en houdt van Nederlandstalige literatuur.

Gert Zuidema uit Groningen (gertzuidema@cs.com) is administrateur en assistent-accountant. Hij doet 17 jaar aan genealogie. Namen: Zuidema, Ritsema, Venema, Velthuis, van der Heide (Westerkwartier) en Ruiter. Hobby’s: filatelie, Groot Brittannië en Denemarken, historie van De Marne (historie en landschap).  

W.A. Wanders uit Den Haag (lidnr. 125221) ontdekte dat zijn in 1917 overleden grootvader dezelfde hobby had als hij: bijen houden. Verder heeft hij groene vingers, houdt van wandelen en fietsen. Hij was welzijnswerker, is vier jaar genealoog en vulde geen namen in. 

Voor meer Genealogisch voorstellen slaat u HuppelDePup open.

Daarna volgde een In memoriam over dr. mr. A.T. Schuitema Meijer, geschreven door Jan van den Broek (bewerkt door de redactie) over de op 12 januari 2002, op 90-jarige leeftijd overleden, oud-gemeentearchivaris van Groningen, dr. mr. Arent Toncko Schuitema Meijer.

Zijn levensloop vind u uitgebreid terug in HDP.

Schippers, militairen en slaven. Drie bijzondere gevallen genoteerd door Henk Hartog.

Zie ook hiervoor ons afdelingsblad. U kunt dan meteen het stukje "Tot Algiers in slavernije zijnde" lezen, een aardig stukje, gevonden door Joop van Campen

In Van de bestuurstafel, B + B (Bestuur en Beleid) gaat Thijs IJzerman in op reacties n.a.v. vorige bijdragen en zegt dat hij eventuele kritiek graag rechtstreeks hoort.

Daarna volgt een verslag van het voorzittersoverleg van 16 februari met daarin enige bestuurswijzingingen, o.a. het aftreden van 1e penningmeester dhr. Den Hartog. Zijn taken worden voorlopig waargenomen door de 2e penningmeester dhr. De Wit in samenwerking met het HB-lid dhr. Vennik. De heer De Lange blijft de financiële administratie doen en de oud-penningmeester dhr. Gerbers is bereid 1 jaar assistentie te verlenen. Voor de vacature van 1e secretaris als opvolger van mevr. Van der Most, is dhr. Van der Horst, nu nog hoofd van de contactdienst, bereid gevonden zich kandidaat te stellen.

Gevolgd door de financiële situatie van de NGV, een discussie over de huisvesting en de zelfstandigheid van de afdelingen, die het HB wil vergroten door hun meer bevoegdheid te geven om dingen te doen binnen het budget. De afdelingen vormen in feite de basis van de NGV en als het goed gaat met de afdelingen, gaat het ook goed (of beter) met de NGV als geheel. De ingestelde commissie die de statuten gaat doorlichten, zal ook kijken naar een mogelijke juridische zelfstandigheid van de afdelingen.

Zinloos geweld in Groningen in het jaar 1646 door Willem G. Doornbos is een verhaal ontleend aan een dossier waarin de commandeur Johan Polman de hoofdrol speelt. In HDP het verhaal met een lijst van 27 getuigen met beroep en woonplaats.

Petronella J.C. Elema schreef Allochtonen van rond de evenaar over Louis Alon, geb. Curaçao (Plantage Rozentak) 1754-’55, lidmaat op belijdenis Sappemeer 14-3-1784, koetsier, arbeider, overl. Kleinemeer (huis G 43) 8-5-1831, mogelijk zoon van de negerin Sambo en kleinzoon van de negerin Babbetje, tr. 1. Sappemeer 19-9-1779 Hindrikje Luitjens, waarschijnlijk dr. van Luitje Jacobs en Liefke Hindriks, begr. Sappemeer 8-7-1799 (als Lowijs Allons vrouw), tr. 2. Sappemeer 3-11-1799 Maria Harms Touwslager [ook: Touw], ged. Groningen 13-12-1775, vroedvrouw, overl. Sappemeer (huis G 39) 16-7-1824, dr. van Harm Hindriks en Antje Jacobs.

Het verhaal en de afstammelingen staan in HDP.

Onbekende bron: Beroepen
Antonia Veldhuis en Henk Hartog (deel archiefbronnen)
Vooral voor 1811 is het vinden van het beroep van uw voorouder niet echt gemakkelijk. Toch zijn er bronnen waarin ze geschreven staan. Na een opsomming van verschillende beroepen, en het waren er veel meer dan we dachten (u kunt ze lezen in HDP), volgt een lijstje met de vindplaatsen. Een kort stukje uit het artikel:

Vrouwenberoepen zult u (nog) moeilijker vinden. In het hierboven genoemde RA van Winschoten kwam ik een akte tegen van Hille, dienstmaegt bij Tonckert Haijkes, maar verder staat er alleen “het ondertrouwde wijf” of “de huisvrouw van”. Toch waren er wel enige vrouwenberoepen.

Na het overlijden van een echtgenoot nam de weduwe wel de functie van haar man waar met behulp van een zetbaas of knecht. Vaak tot de kinderen meerderjarig waren en die het weer konden overnemen. Uiteraard waren veel vrouwen arbeidster of dienstmaagd en ook weven en spinnen behoorde tot de mogelijkheden.

Door de diaconie onderhouden weduwen kwamen we (in de Gasthuisrekeningen) wel tegen als naaister en breister. Slaapvrouw was een soort pensionhoudster/ kamerverhuurster. Verder kwam ik tegen: brou-mensch, brouwersche, cormorbrandtster, hoendercoopster, kamenier,  kockmeit, leerbereijdesche, marketenster, snidersche, vroedvrouw en wollenspinster.

Als echtpaar kwam ik regelmatig “opsichters van de molen” tegen, die aardig te volgen zijn in het Staten Archief (toeg. 1, o.a. nr. 187).

Enige vindplaatsen:

Archiefbronnen algemeen 

Begraafboeken:
o.a. Nieuw Beerta, Delfzijl, Midwolda (in kopie-delen DTB) 

Breukregisters: Westerwolde en Bellingwolde (allebei in druk verschenen), anderen aanvragen. (zie artikel HDP 2002 nr. 1, pag. 17) 

Consistorie (stad) Groningen. Op fiche. Leuk om te lezen. 

Diaconierekeningen. In de verschillende kerkarchieven. 

Doopboeken: Naast het boven genoemde Noordbroek staan in elk doopboek wel beroepen. 

Gasthuisrekeningen. Aardige opsomming van de verschillende leveranciers in de jaarlijkse rekeningen van de diverse gasthuizen. 

Gilde-archieven geven naast gewone beroepen vaak ook de namen van de oldermannen. Inderdaad, altijd mannen. Vrouwen vindt u, ook in deze archieven, slechts als ze weduwe waren. Lutjeknecht en halfwas knecht komen hier in voor. 

Kerkeraadshandelingen: Geven namen van ouderlingen, diakenen en kerkvoogden. In Scheemda staat bij een nieuw lid vaak de vermelding “dienende bij”. Legaatboeken: In de stad Groningen; zowel die uit het secretarie-archief als die van de hervormde diaconie. 

Lidmatenregisters: Niet alle plaatsen staan in kopie op de studiezaal. Er is een repertorium waarin alle bewaard gebleven registers worden vermeld. 

Rechterlijke archieven: Rekesten en verzegelingen. Veel plaatsen in kopie op de studiezaal.  

Archiefbronnen mobiele beroepen 

Militairen:
Klapper Wolters. Alle huwelijken van militairen per provincie uitgezocht. Meestal staat de naam van de kapitein erbij vermeld. Via hem kunt u het regiment volgen in de boekjes van Ringnoir. 

Statenarchief (toegang 1, o.a. inv.nrs. 120-150) geven veel militairen (promoties, aanvragen voor verlof in strafzaken) en “opsichters van de molen”. 

Schippers: Monsterrollen (in gemeente-archieven Delfzijl, Groningen, ­Hooge­zand, Pekela). Ook in kranten is al vroeg wat te vinden over schepen en schippers.  

Boeken algemeen 

Boerderijenboeken:
o.a. van het Oldambt, Blijham, Bellingwolde en van het Hoogeland. Voor het vinden van landeigenaren en landgebruikers (meiers). U kunt dan in ieder geval een van die twee termen invullen. 

Schoolmeesters: Scholen, schoolmeesters en hun onderwijs in de Groninger Ommelanden, 1500-1795 door Jaap Bottema. 

In Roode Wezen in Groningen door Paul Holthuis worden voogden en voogdessen van dat weeshuis genoemd. Ook geeft het de boekhouders en binnenvaders en -moeders. Verder staat er een lijst in met aan het weeshuis verbonden predikanten, schoolmeesters, chirurgijns, naaimeesteressen, voogdessen en ziekenmoeders. Ik vond er, onverwacht, twee voorouders in genoemd. Waar een artikeltje schrijven al niet goed voor is. 

In De Weeskamer van de stad Groningen 1613-1811 door B.S. Hempenius-van Dijk vindt u functionarissen van de weeskamer: Heren, secretarissen en dienaren. Hierin ook vrouwen.  

In de Groninger Volksalmanak, anders onze grote inspiratie en naslagbron, vonden we deze keer weinig over beroepen. Wel was er het een en ander geschreven over beroepen als beul en smid.  

Boeken reizende beroepen 

Chirurgijns etc.: Lijsten met (Stad-)Groninger chirurgijns zijn te vinden in Stadsbelang en standsbesef van Frank Huisman over de gezondheidszorg en medisch beroep in Groningen 1500-1730. 

Dienstboden: Heimat in Holland is de titel van een studie naar Duitse dienstmeisjes (1920–1950) door Barbara Henkes. Eerder al schreef zij over Nederlandse dienstbodes: Kaatje ben je boven? 

Hannekemaaiers en kiepkerels. Boekje met deze titel van Kornelis Mulder uit 1973 geeft een beknopt overzicht van alle soorten arbeiders en kooplieden die naar Nederland trokken. 

Uitgebreidere informatie over de trekarbeid tussen 1600 en 1900 geeft Jan Lucassen in Naar de kusten van de Noordzee

Hugenoten in Groningen (uit 1985) is de titel van een onderzoek naar deze vluchtelingen. Achterin lijsten met namen. 

Militairen: De boekjes van Ringnoir. (o.a. Hoofdofficieren der infanterie 1568- 1813). Regimenten wisselden vaak om de 3 à 5 jaar. In deze boekjes kunt u ze, met behulp van de commandant, vinden. 

Predikanten: Sinds de reductie in stad en Lande door W. Duinkerken geeft vanaf 1594 alfabetisch alle predikanten in de provincie Groningen. 2 delen. 

Studenten etc.: Album Studiosorum Academiae Groninganae. Over de periode 1614–1914 worden alle studenten en professoren vermeld, die aan de universiteit van Groningen zijn ingeschreven; met index. Van diverse andere (ook Duitse) universiteitsplaatsen zijn dergelijke boeken aanwezig op de UB te Groningen. 

Zeelieden: Veenkoloniale Zeevaart van Wilco van Koldam e.a. geeft lijsten met namen van Veenkoloniale schippers, zeeschepen met kapitein en inschrijvingen aan de zeevaartschool. 

Lidmaten van de stad Groningen 1594 – 1660 door W.G. Doornbos, P.J.C. Elema en D.F. Kuiken. Speuren naar de naam is speuren naar het beroep. Ergens komt u dat misschien eens tegen, mogelijk moet u genoegen nemen met landgebruiker/ landeigenaar of (helaas) zelfs met de witte vlekken.

Kwartierstaat Willem Bodde is geschreven door 
W. Bodde uit Heemskerk, en drs. W. Bodde uit Lelystad. 

Inderdaad: in HDP.

Op de Groninger Archieven (tel. 050–5992000; www.groningerarchieven.nl) verschenen de genealogieën: Lemmen, Leenes, Kloppenburg, Ohling, Suk, Staphorst, Stavasius, Storteboom, Postma, Jonker,  Huiges, Baas, Boerema, Cram-Kram, Boerema, Toxopæus, Duintjer en Kooi-Kraai. Meer info hierover in de HDP. Verder schrijven ze  over de nieuwe apparatuur om afdrukken te maken van microfiches en microfilms.

Toevalsvondsten in “Ik vond ze toevallig – Hoe vindt u ze?”

Bij het digitaliseren van de doop-, trouw- en begraafboeken van de RK-kerk St. Johann in Alfhausen (incl. de buurtgemeenschappen Heecke en Thiene), 25 km boven Osnabrück, kwam ik de volgende doop tegen:

1682, 21 Julij Inf: Anna Catharina ex X[=Chris]tophoro Helman et ex Catharina zum Kamphause. Pat : M : Joh : Helman organido in Groningen et Anna Meijer. 
S.J. Smid, Gasselte, s.j.smid@hccnet.nl

RA Winschoten 29-11-1668: Froucke Everts geass. met haar oom Willem Jans en zwager Harmen Geerdts, bekend door mediatie van goede mannen een accoord gemaakt te hebben met Frerick Haijckens op de Meeden, haar gew. broodtheer, nopende defloratie ofte ontschaeckinge en de daarop volgende kraamcosten alsmede oncosten der begraftenisse des geprocreerden kindt, als voorn. Frerick Haijckens aen gedachte comparantinne Froucke Everts hadde gedaen.
De genoemd personen zijn ondanks deze eis later getrouwd (Meeden 8-8-1669) en lieten nog vele kinderen in Meeden dopen. 
Klaas Bijsterveld, Groningen
 

Allem@@l digit@@l wordt geschreven door Antonia Veldhuis.

Ze beschrijft interessante homepages en nieuwe digitale bestanden. Tips kunt u mailen aan antonia.veldhuis@hetnet.nl.

Hiervoor, en voor de boekbespreking en de vragenrubriek moet u de HuppelDePup opslaan.


HuppelDepup 2002 nummer 3

Na het voorwoord en een in memoriam over ons op 91-jarige leeftijd overleden lid mevrouw Henny Barkhuis-Bolt kwam de vraag aan bod of er een nieuwe naam voor HuppelDePup moest komen, met het verzoek aan de leden om over de binnengekomen namen te stemmen.

In van de contactdienst wijst T.K.J. Wagenaar (CALS) op de homepage waar de contactdienst te raadplegen is: www.contactdienst.nl . Verdere info HDP.

In het najaar van 2002 organiseerde de afdeling weer enige lezingen.
Deze worden door Nico de Oude besproken: 

Op 11 september 2002 was de lezing‘T sijn ellendige beenen, die de Armoe moeten draegen’. Armoede, armen en armenzorg in Groningen 1594–1795 door drs. A. Buursma over de fraaie – vooral 18e eeuwse – bronnen, die gegevens opleveren over armen in de stad Groningen: bedeeldenregisters, opnameboeken van weeshuizen, lijsten van uitbestede kinderen, van bedeelde soldatengezinnen en van ­tuchte­lingen.

Als een tegenhanger van de elitegeschiedenis kan met dergelijke bronnen een “armengeschiedenis” worden geschetst en is het mogelijk om het leven van diverse minvermogenden gedurende een lange reeks van jaren te reconstrueren. Na een beknopt overzicht van armoede, armen en armenzorg in de stad Groningen tijdens de Republiek, werden de bronnen en hun (on)mogelijkheden belicht.

9 oktober 2002 was de lezing Met kaarten kijken naar leven en beweging door  drs. J. Oldenhuis over het wonen en de mobiliteit van de mensen op het Groninger platteland aan de hand van dia’s en kleurensheets van oude kaarten en tekeningen. Ter sprake kwamen de ontwikkeling van dorpen en de vervoers­mogelijkheden naar de stad Groningen of naar andere oorden en het leven in de dorpen.  

9 november 2002 was de Afdelings-Leden-Vergadering met daarna een lezing.

De agendastukken werden op de vergadering ter inzage gelegd of konden van te voren telefonisch of schriftelijk bij de secretaris ad interim aangevraagd worden.
De Minilezing: Een onbekend 17e eeuw pand in de stad Groningen door Nico de Oude.

Op 11 december 2002 sprak W.H. ’t Hart over Tot keringhe der wateren.

De boeiende geschiedenis van het ontstaan en het onderhoud van de Groninger zeedijken tot ± 1750.

Aan de orde kwamen o.m.: hoe werden de dijken gefinancierd, waar kwam het materiaal voor de aanleg vandaan, hoe werd omgegaan met particuliere, stads en provinciale gronden, en wat was de invloed op de bewoners achter deze dijken?  

De (gratis) voorlichtingsbijeenkomsten voor beginnende onderzoekers najaar 2002 werden gehouden op woensdag 9 oktober, maandag 4 november en maandag  9 december op de Groninger Archieven.    

In de Agenda staan evenement die in de omgeving worden gehouden en voor de genealoog interessant (kunnen) zijn. Welke dat waren kunt u in HDP zien.  

In Genealogisch voorstellen (door Eddy Landzaat en Antonia Veldhuis) stellen nieuwe leden zich voor. Dat waren o.a.

A.(Henk) Panjer
, lidmaatschapsnummer 117291

Dhr. Panjer is 42 jaar en woonachtig in Beverwijk. Hij is ladingmeester bij Corus. Hij doet al twaalf jaar onderzoek naar de familie Panjer uit Groningen. Hij is verder lid van de Historische Vereniging Wieringen. Als hobby zingt hij nog het hoogste lied bij zeemanskoor “De Raddraaiers”.  
en  


A.G.J. Deisz
; lidmaatschapsnummer 122957

Dat geldt ook voor de trouwe leden R. Dolfin, J.M. Valkenburg-de Vries, H.G.W. (Henk) Bakker, Th. Bulthuis, het echtpaar Oost-Arends,  Theo Snijders, Jan Boven, Chr. P. Zielstra, Aukje Postma-van Zanten, Bertie van ’t Wel-Nieman en G. Staal-Hebels die iets over zichzelf en hun onderzoek vertellen.

 In B + B (Bestuur en Beleid) vertelt Thijs IJzerman over het reilen en zeilen van het hoofdbestuur n.a.v. de laatste vergadering.

Enige punten hieruit: De jaarrekening 2001sloot met een batig saldo en mevr. Hermanus-Schippers kreeg de gouden erespeld van de NGV.

Hij vertelt over bestuurswijzigingen en over de Beleidsnota.

In de rondvraag werd vanuit de afd. Familieorganisaties gepleit voor een (bijzonder) hoogleraar Genealogie. De voorzitter antwoordde dat deze wens leeft bij de NGV en het CBG, maar een probleem is wie dit moet betalen.  

In de serie onbekende bronnen wordt steeds een onbekend item behandeld.
Hieronder het artikel over het tuchthuis door Antonia Veldhuis.

Spin- of tuchthuis       

Voor 1200 mensen geen onbekende bron.  

Het is 1762. Willem Schmaal begint een proces tegen “ene Swaantje Wessels die overal rondvertelt” dat ze van hem in verwachting is. Willem ontkent echter dat hij de vader van haar ongeboren kind is. Sterker nog, hij beschuldigt Swaantje van “hoererije” en vindt dat ze de straf die daar voor staat maar moet ondergaan: 6 maanden Provinciaal Spin- of Tuchthuis. Hij dient een rekest in bij het Gerecht van Bellingwolde en verzoekt het edele gerecht haar te bevelen haar woorden terug te nemen, daar dit “zijn goede naam kwaad berokkend”. Swaantje houdt vol dat het zijn kind is en vraagt toestemming het kind aan hem te mogen presenteren “zodat hij het zelve als zijn kind moge aannemen”.1 Het verzoek wordt afgewezen (24-2-1763) en het Gerecht vindt dat dit iets is voor een hogere rechtbank.

Het tuchthuis waar Willem Swaantje naar toe wilde sturen, ook wel spinhuis genoemd (naar de arbeid van de vrouwelijke gevangenen) werd gebouwd in 1664 in de tegenwoordige Zoutstraat in Groningen-stad. Oorspronkelijk werd de straat Spinhuisstraat genoemd, maar bij Raadsbesluit van 30 december 1876 werd de naam veranderd. Het kwam in de plaats voor het tuchthuis, een gedeelte van het Jacobijner Klooster, dat dienst deed van 1609 tot 1624 en met een tekort van bijna 1700 gulden de deuren sloot.

Het gebouw in de Zoutstraat was betrekkelijk klein. Voor zowel de mannen als de vrouwen was er een slaap- en een werkvertrek. Het slaapvertrek van de mannen was ongeveer 6,7 – 6,6 – 4 (maten in meters), het werkvertrek 16 – 6,4 – 4 meter. Voor de vrouwen lagen die op resp. 6,5 – 6,4 – 3,8 en 10,9 – 6,7 – 3,8. Bij de grootste bezetting (in 1802) moesten daarin 52 mannen en 26 vrouwen slapen en werken. In 1746 was dat aantal bij de vrouwen zelfs 29.  

Aan het hoofd van het tuchthuis staan drie voogden die op de werkverdeling toezien en beslissen over kleding en voedsel. Ze worden bijgestaan door twee buitenmoeders: dames uit de gegoede stand die toezicht houden op de voeding en de administratie der kleding hadden. Deze medewerkers krijgen hiervoor een jaarlijkse vergoeding. Een tuchtmeester ziet erop toe dat de tuchtelingen tot werken worden aangezet en dat dat ordelijk gebeurt. Hij ontvangt hiervoor een riant salaris.

De tuchtelingen moesten werken voor de kost. Dat zou een “correctieve werking” op de mensen hebben, zodat ze na hun ontslag nuttige leden van de maatschappij zouden zijn. Hun loon was tegelijk een bron van inkomsten voor het tuchthuis. Alleen zieken waren van werken vrijgesteld. Eventueel overwerk (boven de vastgestelde hoeveelheid werk) kregen ze in loon uitbetaald.

Beroepen die de gevangenen uitoefenden waren weven, spinnen, kaarden, klanderen (walsen van weefsel om dit glad en gesloten te krijgen) en werken in de verfhoutrasperij (brasilie- of verfhout raspen, waarna er kleurstof uit werd gewonnen).

 Voor wat voor soort mensen was het tuchthuis bedoeld?

Allereerst voor het grote aantal vagebonden en bedelaars (vooral van buiten de stad) en voor luie en ­onge­regelde personen (mensen die zich niet aanpasten aan de heersende normen). Onkuis leven (hoererij), dronkenschap en verkwisten van eigendommen waren redenen om opgenomen te worden. Ook zaten er mensen op grond van een gerechtelijk vonnis (vermogensdelicten, inbraak, diefstal). Verder kwamen er mensen in het tuchthuis die niet konden werken: zwangere vrouwen, kreupelen, lijders aan vallende ziekten, “onzinnigen” en gewipte soldaten. Deze laatste waren als gevolg van de straf op desertie, het met samengebonden handen en voeten van een bepaalde hoogte laten vallen, invalide geworden.

Het was ook mogelijk door de familie geplaatst te worden. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 1758 met Jacomina Schuiringa, met de door haar moeder geplaatste Maria Peeters (dronkenschap) en Marij Dankelaar (dol). Het kwam zelfs voor dat men, zoals in het geval van Marja Johannitz in 1799, op eigen verzoek kon worden geplaatst. Ze verkeerde in behoeftige omstandigheden omdat haar man wegens desertie gevangen was.  

Hoewel de (meeste) werkzaamheden in het huis plaatsvonden, leefden de tuchtelingen niet geïsoleerd. Zo konden de godsdienstoefeningen door mensen van buiten het tuchthuis worden bijgewoond en ook kon het gebouw (en zijn bewoners) door belangstellenden worden bezichtigd. Een soort excursie dus. Dat het aantal ontsnappingen vrij groot was, is dan ook niet verwonderlijk. Vaak ontsnapten hele groepen. Zo ziet in juli 1770 Anje Jans kans de sleutels te pakken te krijgen en helpt alle 31 bewoners te ontvluchten. Een maand later zijn er 22 terug. In 1792 ontkwamen 37 van de 39 mensen.

Dat hiervoor, evenals voor klagen, straffen waren spreekt vanzelf.

Voor hoererij stond bijvoorbeeld zes maanden, voor bedelen twee jaar. Het verraden van uitbreekplannen leverde strafvermindering op.

Ene Swaantje Wessels.

En hoe ging het nu verder met Swaantje. Ze noemt het, op 6 december 1762 geboren, kind naar de man waarvan ze zegt dat hij de vader is. De doopinschrijving van Zwaantjes kind is in Blijham. Er staat slechts: 1763, 8 april Zwaantje Weszels onegt kint ged. Wilkina gen. Ongetwijfeld is ze door de kerkenraad van Blijham berispt, maar daar die handelingen van Blijham pas in 1777 beginnen zullen we dat wel nooit zeker weten. Ook die van Westerlee (toegang 325, inv.nr. 1, kerkhandelingen v.a. 1669) leverden niets op. Waarschijnlijk is het van Willems kant gewoon bij een dreigement gebleven. In de Hoge Justitie Kamer konden we haar tenminste niet vinden en op de tuchthuislijst komt ze ook niet voor.

In de huwelijks- en huwelijkscontractklappers bleken twee Swaantje Wessels te staan.

De ene trouwt, afkomstig van Veele, op 25 mei 1766 in Westerlee met Harm Steffens. Het op 9 mei in Westerlee opgemaakte huwelijkscontract geeft de namen van de ouders. Harm is een zoon van Steffen Haijkes & Willemke Alberts, echtelieden in Kloosterholt. Deze Swaantje is de dochter van Wessel Alberts en Hidde Reints, echtelieden in Veele. Getuigen voor hem zijn zijn moeder, zijn broer Albert met echtgenote Nantje Geerts en zus Frouwke. Voor haar tekenen broer Albert Wessels met echtgenote Trijntje Folkerts. Bij de huwelijksinschrijving ( DTB) staat aangetekend dat Swaantje al enige jaren in Westerlee woont. Mogelijk bij haar broer en schoonzus die daar sinds 1762 wonen.

Steffen Haikes van Hellum trouwt op 10 november 1720 in Westerlee met Willemke Alberts van ’t Klooster. Zoon Harm Steffens wordt gedoopt in Westerlee op 14 mei 1730.

Swaantje’s ouders Wessel Alberts van Sellingen en Hidde Reints van Veele (echtelieden uitgewerkt in Westerwolders en hun woningbezit van 1568 tot 1829, kerspel Vlagtwedde door de Wegmans) trouwen in Vlagtwedde op 1 januari 1730. In Veele wordt dochter Swaantje geboren, die in Vlagtwedde is gedoopt op 14 oktober 1736, haar broer Albert op 11 november 1731.

Harm Steffens en Swaantje Wessels, echtelieden in het Kloosterholt, laten in Westerlee de volgende kinderen dopen:

2 april 1767 Steffen, geb. 28 maart ’s avonds late, waarschijnlijk overl. Westerlee 23 september 1768 2

15 oktober 1769 Hilligjen, geb. 13 oktober ’s avonds

24 februari 1774 Willemke

10 mei 1778 Albertjen, geb. 4 (of 5) mei.

Na het overlijden van Harm, op 1 december 1780 (er komt 2-3-0 in het bekken) 2, wacht ze de verplichte negen maanden en hertrouwt. Er wordt (27-8-1781) inventaris opgemaakt van de boedel van Harm en Swaantje (RA Oldambt, toeg. 731 inv. nr. 4489). Ze bezitten een “huis met tuine en 5 kampen land”. Haar tweede huwelijk is in Winschoten op 12 augustus 1781 (huwelijkscontract Westerlee 21 augustus 1781, voor haar is alleen de vreemde voogd over haar kinderen Ajolt Tjapkes aanwezig) met Hindrik Berents Bos en er is attestatie afgegeven. Helaas staat er niet bij waarheen. Een Hindrik Bossen is overleden in Westerlee op 18 september 1799.2  

De andere Swaantje (genoemd jonge dochter) trouwt in Winschoten op 23 november 1770 (datum huwelijkscontract) met de weduwnaar Jan Harms. Getuigen bij het opmaken daarvan zijn zijn broer Aldert Harms en haar zus Trijntje met diens man Berent Wilkus. De lidmatenregisters van Winschoten zijn er niet over die periode, dus waar zij vandaan komt is moeilijk na te gaan. In de lidmatenregisters van Westerlee en Blijham is eveneens niets te vinden.

Ook deze Swaantje Wessels laat haar kinderen in Westerlee dopen. Gezien het vernoemen van de kinderen zijn haar ouders waarschijnlijk een Wessel en een Trijntje, maar zoeken op de huwelijksklapper op deze namen leverde niets op.

31 december 1780 Trijntje, geb. 20 december

20 april 1783 Wessel, geb. 17 december

8 december 1786 Aldert, geb. 4 december.

Wat voor persoon is de aanklager?

Willem Schmaal is de zoon van predikant Harmannus Schmaal en Beelke Hazelhof. Hij kreeg bij de doop de wens van de vader mee: “de Here laate hem in deucht opwassen”. Hij is landman, erfgezetene en volmacht van Blijham. Uit zijn huwelijk met Geertruit Klugkist worden 6 kinderen geboren, waarvan er één jaren lang in de gevangenis zit. Diens vrouw, de schoondochter van Willem, zit minstens negen jaar in het Amsterdamse “Wirt- of Spinhuis”. Op het moment dat het proces Willem – Swaantje liep, was Willems vrouw waarschijnlijk al overleden.  

En hoe is het met Wilkina afgelopen? Het patroniem was niet bekend, maar we hadden de keus uit Wilkina Wessels, Wilkina Jans en Wilkina Harms. Via de klappers op de huwelijken en huwelijkscontracten hoopten we meer te weten te komen. Het bleek niet nodig. Op 18 juni 1764 staat er in de diaconierekeningen van Westerlee dat Swaantje Wessels onegte kind is overleden en dat er 0-14-6 in het bekken komt.2 Omdat de van Veele afkomstige Swaantje bij haar huwelijk al enige jaren in Westerlee woonde, zal dat “onze” Swaantje Wessels zijn.

1. Rechterlijk Archief van Bellingwolde, Blijham c.a., toegang 732, inv.nr. 705, 11 en 25 november 1762 en 24 februari 1763.

2. Diaconierekeningen Westerlee.

Gegevens voor dit artikel haalde ik uit de Groninger Volksalmanakken 1890 en 1985.    Met dank aan Anco Noordhuis (gegevens Veele) en de leidster en medecursisten van de schrijfcursus voor hun opbouwende opmerkingen.

N.a.v. dit artikel verzamelde Henk Hartog de bewoners uit resp. 1670, 1720 en 1775.

We hadden u graag de namen van alle bewoners van het tuchthuis gegeven, maar van 1670 tot 1792 bleken dat 1200 mensen te zijn. Wel zijn ze allen bekend, er werden netjes lijsten bijgehouden. Vaak met bijzonderheden als reden van plaatsing, poging tot uitbraak, strafvermindering e.d. Wij hebben er een paar jaren voor u uitgehaald.

In 1670, het jaar dat men begon met het bijhouden van de tuchtelingen, waren er 27 bewoners. Na de plaatsingsdatum volgt de aanklager, dan de naam, plaats van herkomst en leeftijd, lengte van de straf en eventuele bijzonderheden. Op de fiches kunt u soms nog meer gegevens vinden.

Een (groot) aantal van de gedetineerden zat al voor 1670 gevangen (soms in een andere plaats) en werd overgebracht naar het nieuwe tuchthuis. De oudere data zijn dan de data van gevangenzetting.

Vanwege de ruimte zijn dat alleen de data, namen en duur van de straf. In HDP staan (veel) meer bijzonderheden.  

16-  1-1667            Barbera Sickens van Uijthuijsster Meeden, levenslang

  5-  9-1668            Marretien Garberts uijt den Oldampte, levenslang

18-  9-1668            Joseph van Littauw, geboren Jode uit de stadt Wilda, levenslang

  7-  8-1669          Luitien Boelens van Ferwert, een jaar

30-  8-1669            Jan Coops Uddinck van Drenthe, levens­lang

30-  8-1669            Gerrit Hendrix van Groningen, levenslang

  3-11-1669            Aegidius Fraisneau van Luijk, twee jaar

dec. 1669            Peter Clasen van Oldehove, drie jaar

20-12-1669            Agnes Jansen van Groningen, onbepaalde tijd

13-  1-1670          Caspar Groen uit Stift van Munster,10 jaren

13-  1-1670            Weicke Jansen van ??, onbepaalde tijd

in 1669             Harmen Harmens Smitt van Steenford in Westphalen

in 1669             Harmen Kuijter van Breemen,

  5-  1-1669            Jurien Neelsen

in 1669             Albert Geerlofze

in 1669             Bastiaan Britser

in 1668             Stijn Heijnderikx van Maartenshoek

in 1669             Griet Geerts

in 1668             Lucke Maijes van Breemen

in 1669             Mette Harmens

dec. 1669            Trijn Hendrijkx

  7-  6-1670            Jantie Hendricks

24-  6-1670            Geeske Gerrijts, drie jaar

  2-  7-1670            Casper Groen, Gerrit Jan en Harmen de Raspers

Tuchtelingen op 18e maart 1670. (Tuchthuis inv.nr. 7.7).

In het jaar 1720 stond er genoteerd (inventarisnummer 7.8):

  8-  1-1720            Janneke Smidt

  9-  2-1720            Tietien Jonas, 6 jaar

  3-  2-1720            Sijtse Claasen, 20 jaar

14-  5-1720            Eilert Eilerts Boneschans

29-  4-1720            Jan Hindrickx in de wandelinge Jan Backer, 20 jaar

19-  6-1720            Hindrickien Jans

14-12-1720                Catharina Jans, 6 jaar

 En in 1775 werden de volgende personen in het Tuchthuis geplaatst:

20-  2-1775            Roelf Geerts Mugge, 6 jaar

29-  3-1775            Jan Wessels van Groningen, 8 jaar

29-  3-1775            Willem Beerents van Groningen, 1 jaar

11-  4-1775            Berend Berends uit ’t Hanoversche, 2 jaar

23-  5-1775            Gonne Valks van Bedum, 4 jaar

  2-  8-1775            Roelf Willems Deen, geboren Colham,

  1-11-1775            Diever Addens, vrouw van Gossel Annes van Norden in ­Oostfries­land, 2 jaar

19-12-1775                          Lodewijk Jannes, in de wandel Jan Witrok, Jan Fries alias Jannes Lodewijks, 10 jaar

19-12-1775            Jan Hindriks in de wandel Jan met de Beentjes, geb. in de Beneden Pekel A, 10 jaar

19-12-1775            Geert Lammerts, geboren te Vlagtwedde, 4 jaar.

 

De tuchtelingen komen uit het archief van het Tuchthuis, toegang 83 en staan op microfiches in kast 4, lade 1, inventarisnummers 7.7 en 7.8; zie index 38 (4 delen) in kast 13.

De heer R.H.C. van Maanen schreef over

Groningse jeneverbranders rond 1808

Dit artikel kunt u in HuppelDePup lezen.

 

Rikkert Wijrdeman en zijn vier trotse groot- en overgrootouders.

Willem G. Doornbos en Petronella J.C. Elema.

Al lezende in de Provinciale Groninger Courant springen er zo nu en dan leuke berichten in het oog. Een daarvan is de volgende mededeling:

Als eene zeker groote zeldzaamheid wordt ons berigt, dat dezer dagen voor den burgerlijken stand te Ten Boer is aangegeven een kind, te Woltersum geboren, waarvan, behalve de ouders, genaamd Jakob Wijrdeman en Hillechien Broeksema, niet slechts de vier grootouders, maar ook de vier overgrootouders nog in leven zijn, welke laatstgemelden den ouderdom van 82, 81, 80 en 66 jaren bereikt hebben.

Een bijbehorende genealogie was door middel van het Roze Boekje snel gevonden: R.J. Wijrdeman, Genealogie Wijrdeman. In: Gruoninga 36 (1991), 112-142. Tevens is een kwartierstaat van Rikkert’s vader opgenomen in het Groninger Kwartierstatenboek dl. 2 (Groningen 2001), onder no. 295, overigens incompleet m.b.t. de overlijdensdata. Hieruit konden wij niettemin snel de basis leggen voor de volgende (mini)kwartierstaat. Zou de journalist accuraat zijn geweest?

Aanvankelijk leek het alsof er een kleine overdrijving was gebezigd: voor zover wij konden nagaan waren wel alle vier grootouders van het kind nog in leven, maar slechts drie van de overgrootouders. De overlijdensdatum van no. 15 werd niet aangetroffen, ook niet onder een willekeurige familienaam, doch moest ruim voor het jaar 1851 liggen. In 1821, bij het huwelijk van haar toen zestienjarige dochter, leefde zij nog; in 1837, bij het overlijden van haar echtgenoot Aaldrik Ennes, was hij reeds weduwnaar. Omdat het krantenbericht zo positief was – en vooral omdat de leeftijdsopgave van 66 jaar exact overeenkwam met die van Hilje Mennes – zijn ook de tienjarentafels van Ten Boer van ná 1842 doorgelezen, en inderdaad eind 1851, dus inderdaad bijna een jaar na de geboorte van Rikkert, bleek Hilje Mennes te zijn overleden onder de familienaam Van Dijk. Het weduwnaarschap van 1837 was dus onjuist.

 

Kwartierstaat Rikkert Wijrdeman

1.         Rikkert Wijrdeman, geb. Woltersum 22-1-1851.

 

2.         Jacob Rikkerts Wijrdeman, geb. Woltersum 17-3-1828, wagenmakersleerling (1851), overl. Kolham 24-11-1907, tr. Ten Boer 2-1-1851

3.            Hillechien Broeksema [ook: Broekema], geb. Ten Boer 29-7-1821, wollennaaister, overl. Kolham 28-10-1888.  

4.         Rikkert Hindriks Wijrdeman, ged. Garsthuizen of Stedum 11-7-1802, kuiper (1828), wagenmaker (1851), overl. Woltersum 15-8-1865, tr. Ten Boer 26-8-1827

5.         Aaltje Jakobs Alkema [ook: Slagter], ged. Wittewierum 23-2-1800, overl.  Hoogkerk 23-1-1891.

6.            Beerent Hindriks Broeksema [ook: Broekema], geb./ged. Stedum 21/27-8-1797, kleermaker (1821), koopman (1851, 1868), overl. Woltersum 16-1-1868, tr. Ten Boer 13-5-1821

7.         Jantje Aaldriks van Eie,geb./ged. Woltersum 12/20-1-1805, overl. Woltersum 12-6-1881.

8.         Hindrik Theodoricus Wijrdeman, ged. Garsthuizen 18-2-1770, marskramer, overl. Woltersum 5-1-1854, zn. van Theodoricus Wijrdeman en Anje Hindriks, tr. Uithuizen 13-12-1801

9.         Aaltje Jiltes Keizer, ged. Uithuizen 31-3-1771, overl. Woltersum 6-11-1851, dr. van Jilte Kornelis Keizer en Reinauw Sieverts Luddens.

10.       Jakob Jans Alkema, geb. Grauwedijk onder Wittewierum, ged. Wittewierum 9-11-1766, tapper en kastelein, overl. Woltersum 18-10-1826, zn. van Jan Okkes, landbouwer, en Aaltjen Jans, otr./tr. Woltersum/Wittewierum 12/13-5-1799

11.       Aartje Everts Broek[s]ema, ged. Woltersum 12-10-1777, bij het huwelijk te Grauwedijk, kasteleinsche (1836), overl. Ten Boer 25-9-1836, dr. van Evert Willems en Roelfjen Harms.

12.       Hindrik Berends Broek[s]ema, ged. Scharmer 1-1-1769, dagloner te Slochteren (1832), overl. Slochteren (oud 86 jr.) 13-2-1855, zn. van Berent Thies en Zaartje Klasens, tr. Ten Boer 2-4-1797

13.       Anje Willems Tob, ged. Woltersum 10-3-1765 (samen met een tweelingzuster Derkje), overl. Slochteren 29-11-1832, dr. van Willem Jans [Tob] en Bregtje Derks [Dijkema].

14.       Aaldrik Ennes van Eie, ged. Woltersum 24-10-1779, dagloner, overl. Woltersum 19-9-1837, zn. van Enne Aaldriks en Jaapkje Thomas, tr. Woltersum 30-9-1804

15.       Hilje Mennes [van Dijk], ged. Woltersum 9-1-1785, overl. Woltersum 29-12-1851, dr. van Menne Derks [van Dijk] en Jantje Oopkes [Ganseveld].

Groninger kapiteins te Alblasserdam 1

is een artikel geschreven door H.W.G. van Blokland-Visser en te lezen in de HDP.

Nieuws van de archieven staat onder redactie van Henk Hartog en behandelt zaken aangaande de Groninger Archieven (www.groningerarchieven.nl). Zie HDP.  

In Allem@@l digit@@l schrijft Antonia Veldhuis over interessante homepages en digitale bestanden.  

Hans Homan Free wees me op zijn homepage www.homepages.hetnet.nl/~homanfree/Cdroms.htm waar diverse CD-roms worden aangeboden die interessant zijn voor genealogen met Drentse voorouders. Zo is het afdelingsorgaan van de NGV Drenthe (de Threant) op CD gezet en te koop. Dat is ook het geval met Ons Waardeel / Spint Arwten en het Drents Genealogisch Jaarboek van 1994–2000. Verder zijn bij hem de “Momberprotocollen”van Gieten, Gasselte, Zuidlaren, Anloo, Borger en Gasselternijveen te koop. Op deze CD’s staan naast een uitgebreide index de originele ingescande stukken. Ook de Drentse naamsaanneming is bij hem te verkrijgen.

Een paar nuttige algemene bladzijden voor (rand)informatie:

Genealogisch vademecum www.wazemar.org/genealogie-a-z/ency/encyb-a-z.htm is een woordenboek met genealogische termen. Alfabetisch op encyclopedie en op trefwoorden. Via items op de startpagina kan men familienaam kiezen, waar verklaard wordt, wanneer de naam ontstond, hoeveel naamdragers er zijn en er wordt verwezen naar literatuur. Dit is ook rechtstreeks op te roepen via http://www.wazemar.org/familienamen/a-familienamen.htm.

De taal van het water http://members.tripod.lycos.nl/lexicon_water/lexk.html geeft alfabetisch de verklaring van scheepstermen, dus ook van boten. Vaak is de verklaring voorzien van een plaatje of tekening. Leuk voor mensen met schippers als voorouders of in de familie.

Voor de mensen met Friese voorouders: via www.Ryksargyf.nl, welkom en genealogie komt men op de pagina van digitaal onderzoek. O.a. geboorte, huwelijk en overlijden van 1811 tot resp. 1902, 1922 en 1942. Verder DTB-gegevens van vóór 1811 (nog in opbouw), naamsaanneming van 1811 en quotisatiecohieren (belasting) van 1749. De laatste geeft ook het beroep en via de te betalen belasting kan het vermogen worden uitgerekend.

Via www.gemeentearchief.nl, stamboomgegevens (rechts onder) komt men op nadere toegangen en kan men zoeken naar gegevens over Leeuwarder voorouders. Hieronder de verdeling in onderzoek voor en na 1811 met daaronder een uitgebreide database: o.a. dopen, huwelijken en begraven voor 1811, idem van na 1811, wezen uit het weeshuis, bewonerslijsten, register civique en schippersgilde 1554–1823. Totaal circa 470.000 records.

Het digitale zoekprogramma GenLias is nu eenvoudig(er) te bereiken door het intikken van www.genlias.nl.

Www.nationaalarchief.nl geeft naast collectie, voorouders, onderwijs, archiefbeheer en organisaties in de tussenbalk: nieuws, agenda en tips. Onderin het scherm staat een tijdbalk vanaf 1600. Met het handje op een plaatje gaan staan levert een vergroting, klikken geeft een uitleg met een illustratie, welke allen te vergroten zijn. Er is keuze uit Verenigde Oostindische Compagnie en Hoogtepunten uit de Nederlandse geschiedenis.

Tot slot een vraag: wie weet hoe je kunt zien welke wijzigingen er sinds de laatste keer, dat je een bepaalde homepage bezocht, zijn geweest?

In Nieuwe boeken (verschenen of nog te verschijnen) beschrijft Eilko van der Laannieuw uitgekomen boeken. Deze keer waren dat:

Boer en heer van Y. Botke

Herman Derk Louwes (1893-1960). Burgemeester van de Nederlandse landbouw door H.M.L. Geurts.

Grafbloempjes. Kerkhoven en begraafplaatsen in de gemeente ­Groningen door E. Houting.

Woelig Groningen 2. Verhalen uit het verleden van de stad door B. Hofman.

Met gevelde lans en losse teugel. Kozakken in Nederland, 1813-1814 door A. Aalders.

Aan ’t waark van E. Houting en H. Santing.

Een verhaal over (olie-)molens door G.H. Spoelman.

Gedane zaken.20e eeuw in 32 portretten

Kerkrestauraties in Groningen en de vooraankondiging van het Boerderijenboek van Vriescheloo. Voor beschrijving en prijs moet u HDP opslaan.

Een bijzondere merklap

Lars en Femke Roobol, Alkmaar, roobol@familyaffairs.nl

Het afgelopen jaar hebben wij onderzoek verricht naar de herkomst van een vroeg 18e-eeuwse merklap, uit de erfenis van Tjomme de Boer (geboren in 1894 te Goingarijp, Friesland) en Aaltje Jakoba Dijk (geboren in 1895 te Siddeburen, Groningen).

 

Het was bij aanvang van het onderzoek niet duidelijk of de merklap Fries of Gronings was, maar in samenwerking met het Fries Museum in Leeuwarden en het Veenkoloniaal museum in Veendam is vast komen te staan dat deze toch uit Groningen moet komen, vanwege een aantal specifiek Groningse letters en motieven die op de doek te vinden zijn.

Ook typisch Gronings is de volgende tekst die op de doek te lezen is:

 ANNO 1716  IanTIEn PIETERS * HEEFT * DESE * LETTER * DOECK * BEGInT * DOE * SI * InT * TIEnDE * IAER WaS.

 

Wat ook bijzonder is aan de doek is het volgende:

DIT - IS – DE – TIT – DER - GEBOORTE  - VaN - VaDER - MOEDER KINDEREN

PT     HI - IP - TP - GP - DP 1718 D

1673 1685 1707  1709 1713 1717 IP M N

Hiermee verandert de doek van een stukje huisvlijt in een genealogisch document. We kunnen het als volgt duiden:

Pieter T., geboren in 1673, is getrouwd met H.I., geboren in 1685. In 1718 waren er vier kinderen in leven:

1.         Iantien Pieters, geboren in 1707.

2.         T. Pieters, geboren in 1709.

3.         G. Pieters, geboren in 1713.

4.         D. Pieters, geboren in 1717.

Tot op heden is het ons nog niet gelukt om dit gezin, dat dus vermoedelijk ergens in Groningen heeft geleefd, te achterhalen. Wij zouden graag in contact komen met mensen die ons meer over de maakster van de merklap en haar ouders zouden kunnen vertellen.

De onbekende Simon Geukes is een artikel van de hand van Herma C. Geukes Foppen uit Uitdam

 Als je het plan opvat om genealogisch onderzoek te doen naar de Groningse familie Geuke(n)s, dan ga je in zoveel mogelijk archieven kijken of er personen zijn met die naam. Vervolgens kijk je of er een familierelatie bestaat met de Groningse familie Geuke(n)s. Een van de aangeboorde archieven was het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. Daar wordt het militair archief bewaard. Uit het stamboekendepôt uit de ‘Stamboeken: oorlogen voor 1813’, inventarisnr. 149, blz. 64 kwam de volgende overlijdensakte tevoorschijn:

NOM et PRÉNOMS

du militaire

ou Employé militaire.

LIEU DE NAISSANCE

et

département.

NOM ou NUMÉRO

du corps

ou Administration.

JOUR

 

du décès.

Geukes

  Simon

 

  fusilier

Harlingen

  Friesland

 

  frise

147e de ligne

2e Baton

2e Compie

10 mars

1814.

hôpital de Breslau.

Informatie ingewonnen in de provincie Friesland naar de doopdatum en de namen van de ouders van Simon Geukes leverde niets op, hetgeen reeds bij voorbaat verondersteld werd, omdat de naam Geuke(s) daar onbekend schijnt te zijn. In Noord-Duitsland heet het gebied tussen de steden Emden en Wilhelmshaven Oost-Friesland. De kuststrook van dit gebied wordt het Harlingerland genoemd. Is Simon Geukes daar geboren en is zijn overlijdensakte ten onrechte in het Nederlandse archief terecht gekomen? In Noord-Duitsland is de naam Geuke(s) wel bekend.

In de jaren voor 1814 was Napoleon keizer van Frankrijk. Hij voerde oorlogen met diverse landen binnen Europa. Vooral het machtige tsarenrijk Rusland wilde hij graag onder de voet lopen. In de jaren 1812 en 1813 deed hij pogingen daartoe. Landen, als Oostenrijk, Engeland en Pruisen schoten Rusland in 1813 te hulp. In oktober 1813 werd het Franse leger bij Leipzig verslagen. Was Simon Geukes bij deze oorlogshandelingen betrokken en belandde hij gewond in het ziekenhuis van Breslau, de tegenwoordige stad Wroclaw in Polen? Had hij zich aangesloten als soldaat bij het Pruisische leger? Een antwoord hierop zal mogelijk in Duitsland gevonden moeten worden.

Van een familierelatie van Simon Geukes met de Groningse familie Geuke(n)s zal vermoedelijk geen sprake zijn. Een genealogie van de Groningse familie Geuke(n)s is in mei 2002 in boekvorm verschenen.

Vragen en antwoorden staat onder redactie van Thijs IJzerman, deze rubriek wordt  elders op deze site behandeld.