Samenvatting Huppeldepup 2001

nummer 1  nummer 2  nummer 3


Samenvatting Huppeldepup 2001, nr 1

Het afdelingsorgaan van de NGV afdeling Groningen telt 32 bladzijden. Hieruit willen we u een korte selectie laten zien. Leden en bijkomende leden ontvangen het blad drie maal per jaar.

Naast de vaste rubrieken als nieuw verschenen boeken, Bestuur en Beleid (nieuws van het hoofdbestuur van de NGV), vraag en antwoord, genealogisch voorstellen (nieuwe leden stellen zich voor), onbekende bron en aankondiging van de te houden lezingen staat er in elke HDP een kwartierstaat, algemeen artikel en/of genealogie.

Nico T. de Oude schreef een artikel “Toverije of moederkoorn?”

Hiervoor moet u de HDP inzien.

Verder de volgende onderwerpen:

De naam Aardbodem    Trouwbelofte    Onbekende bron    Ondertrouw in Amsterdam    Allochtonen    Gezinsstaat Keun


Aardbodem

Petronella J.C. Elema

In de serie “vreemde familienamen” ditmaal een heel aardige, die ik echter maar één keer aantrof: Aardbodem. Dat was bij de geboorte van een – voorhuwelijkse – tweeling; in het doopboek was genoteerd dat ze weliswaar onecht waren, maar dat de ouders enkele maanden later alsnog waren gehuwd. Toen er drie jaar later opnieuw een tweeling werd geboren, was de naam Areboden; en bij het huwelijk luidde hij Erboden. De soldaat die deze naam droeg was afkomstig uit Den Haag en ik weet niet of hij en zijn eventuele nakomelingen hier zijn blijven hangen: ik trof hen niet aan, maar wie weet hoe de spelling een generatie verder geluid heeft.

De man bleek inderdaad, zoals bij zijn huwelijk opgegeven, in ’s-Gravenhage geboren te zijn. Ook daar vinden we verschillende spellingen, maar meestal is het toch wel Aardbodem of een benadering ervan. Er waren daar nogal wat personen met die naam, maar het ging me te ver om de gehele Haagse familieclan uit te zoeken voor de weinige vermeldingen hier in Groningen. Ik heb overigens niet de indruk dat Hindrik en zijn gezin nadien weer teruggegaan zijn naar Den Haag.

I.  Johannes Aardbodem, otr. Den Haag 11-5, tr. Loosduinsche Kerk 26-5-­1721 Johanna Valk [ook: van der Valk]

    Uit dit huwelijk verschillende kinderen, waaronder:

II. Heyndrik [ook: Hindrik] Aardbodem, ged. Den Haag Nieuwe Kerk 6-9-1725 (get. Arnoldus Aardbodem en Hendrika van der Beij), soldaet in de compagnie van de majoor Heloma in ’t Bataillon van de Lt.Gen. Glinstra, otr./tr. Groningen NK 6/25-4-1754 Marrigjen Writzers, van Grijpskerk (p.q. Aldert Jans als zwager); zij was eerder gehuwd, als Margien Switsers (ook van Grijpskerk, voor haar Rotgert Pieters), otr./tr. Groningen NK 8/27-7-1747 Wolter Jans, van Groningen.

    Uit dit huwelijk (allen in de Kruisstraat):

    1. Henricus Aerdbodem, ged. Groningen AK 9-1-1754, tweeling met

    2. Geesjen Aerdbodem

    3. Geesjen Areboden, ged. Groningen NK 24-2-1757, tweeling met

    4. Wolter Areboden


Trouwbelofte

G. Luth, Heiloo

Een trouwbelofte is het beloven een huwelijk aan te gaan. Vanouds was dit de enige wijze van het sluiten van het huwelijk. Dus als een jongen en een meisje elkaar trouw hadden beloofd, hoorden ze bij elkaar, maar ze gingen voorlopig nog niet samenwonen.

Na het concilie van Trente (1545-1556) werd het huwelijk pas erkend, wanneer man en vrouw elkaar trouw beloofden in tegenwoordigheid van een priester, dus ten overstaan van de kerk. Later verklaarde de R.K. kerk het huwelijk tot een sacrament en werd er ook een huwelijksvoltrekking vereist. Hiermee had de trouwbelofte alle geldigheid verloren.

In protestants Noord-Nederland moest in de 17e en 18e eeuw, dus vóór de invoering van de Burgelijke Stand, een huwelijk op drie achtereenvolgende zondagen in de kerk “gekundigd” (afgekondigd), waarna het huwelijk kon worden ingezegend. Maar de oude gewoonte trouwbelofte te geven bleef nog wel bestaan. Het niet nakomen van de trouwbelofte gaf aanleiding tot rechtsvordering. De rechter kon dan een schaderegeling opleggen aan degene, die de trouwbelofte had verbroken.

In de 19e eeuw is in Nederland bepaald dat “trouwbeloften geen rechtsvordering geven tot het aangaan des huwelijks, noch tot vergoeding der kosten, schaden en interessen uit hoofde van niet vervulling van de trouwbelofte” (art.113 B.W.).

Toen Fredericus Ulricus Burger, geb. 1657 te Detmold (Dld.) ongeveer 17 jaar was, ging hij een huwelijksverbond aan met juffrouw Elizabeth Steenmans uit Bremen “met believen en goedvinden van wederzijdse ouders en bloedverwanten”. De trouwbelofte alleen was niet voldoende, er hoorde een gift bij, dat hoefde geen dure ring te zijn, een gouden of zilveren muntstuk was voldoende. Als teken van trouw gaf Elizabeth aan Fredericus:

- twee gouden roosenobels (oud-engelse, in de 16e eeuw ook in Nederland gangbare en nageslagen gouden munt)

- twee zilveren schoengespen

Fredericus gaf Elisabeth op trouw:

- een zilveren penning met de beeltenis van “sijn Cheur Vorstelicke Doorluchtigheijt van Heidelbergh, met de twee princen" (Burger studeerde in 1681 korte tijd in Heidelberg)

- een ducaat

- een rijksdaalder

Vanaf de tijd dat Elisabeth en Fredericus elkaar trouw hadden beloofd, betaalde zij zijn studiekosten.

Hierna volgt het verhaal over de geschonden trouwbelofte van Fredericus Ulricus Burger.


Onbekende bron: Traditie

Of van de dingen die voorbij zijn.

Antonia Veldhuis.

(Dit artikel is sterk ingekort.)

De aanleiding tot dit artikel was het vinden van een proces (RA Westerwolde c.a., toegang 732, inv. nr. 707, maart 1787) tussen Gerlof Eppes en Hester Oukens Schinkel (wed. wijlen de adsessor Hermannus Schmaal te Blijham). Gerlof was met Hester “geengageert om een wettig huwelijk aan te gaan”  en men had zelfs al “de koffijpot gestrikt”. Dat dat laatste met een huwelijk(sbelofte) te maken had begreep ik, maar niemand kon me precies vertellen wat het inhield. Veel later diende de oplossing zichzelf aan bij het verder doorlezen van de processen. In inv. nr. 330 staat op 22 maart: “om de gelukwensching (van het engagement) meer plechtigheid bij te zetten, naar de wijs, onder de boerenstand bij zodane gevallen, en nooit anders gebruikelijk, uit eene met linten bestrikte koffijpot, roomlepel en glas te drinken”. Bij deze gelegenheid krijgt het personeel ruime fooien. Hetzelfde proces komt ook voor in inv.nr. 478 op 29-3-1787.

Aan trouwbeloftes werd vroeger veel waarde gehecht. Komt u een proclamatie tegen en trouwt een van beide met een ander, dan loont het dus de moeite het Rechterlijk Archief door te nemen.

Dit artikel gaat dus over in ongebruik geraakte gebruiken en vreemde woorden van vroeger. Eerst een paar voorwerpen die ik in boedelbeschrijvingen ben tegengekomen:

Een nieuwjaarsijzer. Zelfs bij een simpele en niet echt waardevolle boedel kan men deze tegenkomen en dit is gewoon wat er staat: Een ijzer dat werd gebruikt om een soort wafels te maken, waar op nieuwjaarsdag op werd getracteerd, de zogenaamde neijoarskouken of kniepkoukjes (ook kniepertjes). Opgerold heetten deze koekjes van meel, eieren, suiker, kaneel en boter toetertjes (ook rolletjes). Soms zijn de nieuwjaarsijzers voorzien van initialen. Zie hiervoor ook het artikel in ­Huppel­DePup (HDP) januari 1999 blz. 21.

Een zonnehoed: Behalve dat het mogelijk een onontbeerlijk attribuut was om op het land te werken (en misschien voor rijkere dames om in de tuin te wandelen/werken), heb ik hiervoor geen verklaring. We houden ons dus aanbevolen. Ik ben wel tegengekomen dat een arme vrouw zo’n hoed van de diaconie kreeg, waaruit men kan concluderen dat het een noodzakelijk kledingstuk was.

Lijfstoebehoren: Dit zijn kleren. Omdat die vroeger van goede kwaliteit waren en dus vrij duur, kon men er lang mee en was het de moeite waard ze na te laten.

Dienstboden en knechten die een nieuwe dienst sloten (meestal in mei, voor stad Groningen mei en november), ontvingen een som geld, handpenningen geheten. In de Rechterlijke Archieven van Bellingwolde en Oldambt vond ik diverse processen van personeel dat dit handgeld kreeg, doch niet kwam opdagen.

Breuken zijn boetes die gegeven werden voor strafbare feiten zoals: schelden, slaan, (te veel) bier schenken bij begrafenissen, te veel mensen hiervoor uitnodigen, buiten trouwen, kinderen krijgen buiten het huwelijk (zowel man als vrouw konden een boete krijgen), te laat (op de dag) begraven. Een boete is voor de benadeelde partij, een breuk is voor de rechtbank.

In Groningen kent men het begrip beklemrecht en beklemde meier, dat verder niet voorkomt in Nederland. De grond werd voor een vaststaand bedrag gehuurd (eeuwigdurende pacht), het huis erop was vaak eigendom. Bij verkoop van het huis moest men de grondeigenaar een cadeau geven.

Als men een boedel, akte of proces gevonden heeft is het nog niet altijd eenvoudig deze te lezen, omdat ook vroeger het gebruik van moeilijke woorden niet werd vermeden. Hier kan een Latijns woordenboekje weer goede dienst doen (zie onderaan artikel).

Hoewel men hieruit ongeveer de vertaling kan halen, de betekenis begrijpen is een ander verhaal. Bij processen blijft trouwens vaak de afloop onduidelijk.

Onder de klokslag van betekent het gebied waarbinnen men het klokgelui kon horen.

Nog een paar begrippen uit aktes die wellicht onbekend zijn:

Een voormond is een voogd die vaak familie is van de overledene, een sibbe voogd komt meestal van de kant van de overblijvende partner.

Mandelich is gezamenlijk eigendom. Het begrip wordt o.a. gebruikt bij onverdeeld bezit (na overlijden) of een put die men moest delen.

Ut supra betekent zoals hierboven/hiervoor (bij akte) en dico is zegge, in cijfers.

Doop, huwelijk en overlijden hadden hun eigen rituelen en gebruiken.

Zie hiervoor de HDP.

Om de rouw na een overlijden te tonen hadden schippers na een sterfgeval vaak een zwart vaantje achterop hun schip, dat door de wind afrafelde. Als het op die manier helemaal verdwenen was, was de rouwperiode voorbij. Men hielp het wel eens een handje door het een eindje af te knippen, zodat het sneller verdween.

Als er op zee iemand overboord was gevallen konden bemanningsleden van andere schepen dit zien doordat op het betreffende schip de vlag omgekeerd aan de gaffel hing.

Vroeger was het gewoon om na het overlijden van een familielid algemene rouw in acht te nemen. De duur was afhankelijk van de graad. Zo was dat voor ouders, kind en broer en zus een jaar, voor ooms en tantes een half jaar en bij neven en nichten was die periode zes weken.

Dat er in huis doeken over de spiegels werden gehangen en de klok werd stilgezet zal velen bekend zijn. Op meer rituelen rond de dood, zoals b.v. het op stro opbaren of het drie maal rond het kerkhof lopen (beide om de duivel te misleiden) gaan we mogelijk in een volgende aflevering van “onbekende bron” in.

Latijnse woorden kunt u o.a. vinden in “Latijn bij genealogisch onderzoek” samengesteld door P.J.W. van den Berk, uitgave CBG Den Haag, 1997.

Wilt u meer weten over de hierboven genoemde gebruiken, dan kunt u dat o.a. vinden in het boekje: Zeden, gewoonten en gebruiken in de provincie Groningen door Johs. Onnekes (uitg. 1884, herdrukt in 1988) en in de Groningsche ­Volks­almanakken van 1841 (blz. 85 e.v.), 1846 (blz. 41), 1903 (blz. 70 e.v.) en 1910 (over wijnkoop en belijen op blz. 60).  

Bent u ook vreemde voorwerpen, rituelen, tradities of gewoontes tegengekomen waarvan u denkt dat ze voor een ander interessant zijn (en waarom zouden ze dat niet zijn), dan houden we ons aanbevolen.


Ondertrouwinschrijvingen in Amsterdam

van personen afkomstig uit Wedde

Harm Selling, Amsterdam

(Hierbij zijn de door Harm genoemde kinderen weggelaten).  

2-11-1619 Abraham Schimmel, van ..., 23 jaar, ouders consent, ..., op de Oudezijds...en Machtelt Henrix, van Wedde, 26 jaar, ..., geen ouders hebbende.

23-11-1619 Arent Sterenburgh, van Wedde, kleermaker, 23 jaar, geen ouders hebbende, wonende op de Coningsgragt en Trijntje Outtermans, van ..., 26 jaar, geen ouders hebbende, op de Nieuwezijds Agterburgwal.

27-2-1627 Pieter Jacobss, van Amsterdam, varentsgesel, 30 jaar, op de Heeremarkt en Rijckie Sterenborgh, van Wedde, 25 jaar, geen ouders, geass. met haar snaer Trijntie Soetermans, wonende om de hoek van de Reestraat  [zie ook vorige]

16-10-1655 Wolfhont van IJsenagh, van IJsenagh, commandeur, ouders dood, wonende in Bikkerseiland(?), geass. met Hendrickje Henders en Hillitje Jans, van Wedde, 25 jaar, ouders dood, geass. met Harmen Jans, haar broeder, wonende op de Haarlemmerdijk.

30-7-1667 Roelof Ariaens van Wijk, van Grijpe, schoenmaker, 24 jaar, ouders dood, geass. met Jonas Beeck, woont in de Passeerdersdwarsstraat  en Trijntie Jans, van Wedde, 30 jaar, ouders dood, geass. met Annetie Jonas, woont in de Passeerdersstraat.

8-  6-1686 Arnoldus van der Woude, van ...(?), droogscheerder, wednr. van Aeltie Dircks, in de Huijdestraat en Grietie Stuurmans, van Wedde, 38 jaar, op de Princegragt, ouders dood, geass. met Trijntie Gerrits.

10-8-1725 Hendrik Barlage (Berlage), van Pekla, 28 jaar, in de Kalverstraat, ouders dood, geass. met Barent Marchal en Belia Braamhorst, van Wedda, 26 jaar, op het water, haar vader Coenraat Abels Braamhorst tot Wedda.

14-11-1738 Jan van Rhijn, van ’s Graveland, 24 jaar, op de Baangragt, geass. met sijn moeder Aaltje de Rave en Gesina Braamhorst, van Wedda, 29 jaar, op de Cingel, haar moeder Lucretia Haselhoff tot Wedda.

4-  5-1770 Roelof Jan Molanus, van Wedda, geref., 25 jaar, op de Agterburgwal, sijn vader Jan Hendrik Molanus te Wedda en Grietje van Sprang, van Culenborg, geref., gesepareerde vrouw van Pieter van Heemskerk op ’t Cingel.

3-6-1773 Eppe Wiggers, van Sapmeer, geref., 29 jaar, woont scheep [= op een schip], ouders dood, geass. met Jantje Claasis en Elsje Pranger, van Wedde, geref., 27 jaar, op Cattenburg, geass. met Trijntje Hendriks.

14-5-1784 Adrea Kok, van Wedden, rooms, 35 jaar, buijten de Raampoort, ouders dood, geass. met Jurgen Roeland, woont als voren en Anna Maria Bremer, van Reijsel, rooms, 30 jaar, woont als voren, geass. met haar broeder Hendrik Breemer, op de Zandhoek.

4-8-1785 Eduardt van Roijen, van Amsterdam, geref., 34 jaar, op de Heeregragt, ouders dood, geass. met de doodcedules van zijn overleden ouders en Elizabeth van Buizen, van Wedda in Grooningerlant, geref., 33 jaar, woont als boven, haar moeder Elisabeth Nieuwold niet present.

2-10-1801 Wouter Brave, van Vollenhove, geref., 30 jaar, in de Pijlsteeg in de Pottewinkel, geass. met consent van sijn moeder Harmina Maatmans, wonende te Vollenhove en Swaantje Lutters, van Wedde in Groningen, op de Fluwelenburgwal naast de Lombart, geass. met consent van haar vader Barent Lutters.  


Allochtonen van rond de evenaar

Willem G. Doornbos

Allochtonen: een begrip dat in de twintigste eeuw regelmatig in het nieuws is geweest en ook in de eenentwintigste eeuw ongetwijfeld de gemoederen nog zal bezighouden. Een geheel nieuw fenomeen is dit echter niet. Al eeuwen zijn er personen uit verre landen in de ‘Nederlanden’ en (hier) met name in de provincie (of gewest) Groningen ‘terechtgekomen’. Letterlijk terechtgekomen: meestal liftten zij mee met een persoon of gezin dat terugging naar Patria. Een enkele keer komt men in de Groningse archivalia vermeldingen daarvan tegen. Een enkele keer maar, want zelfs in het midden van de negentiende eeuw werd er in de krant nog aandacht geschonken aan het overlijden van een gekleurde medebewoner. Hetgeen inhoudt dat er niet veel allochtonen uit de tropen in deze contreien (­heb­ben) verbleven. Wel komen wij een enkele keer tijdelijke allochtonen tegen die als kermisattractie fungeren. Bijvoorbeeld in 1825, als een groep ‘bezienswaardige personen’ uit Brazilië de stad bezoekt 1.

Interessant zou het zijn een inventarisatie te maken van alle ‘inboorlingen’, zoals zij tot ver in de twintigste eeuw werden beschouwd, om zodoende een indruk te krijgen van hun doen en laten in de provincie Groningen en – ook zeer interessant – hoe hun nageslacht uiteindelijk in de samenleving geïncorporeerd raakte. Een bron hiervoor vormen mogelijk de schilderijen van aanzienlijke families die uit de Oost terugkwamen en zich samen met hun gekleurde bediende(n) op een schilderij lieten afbeelden.

Als criteria worden hier voorgesteld: (a) vóór 1900 overleden, (b) afkomstig uit de omgeving van de evenaar (Afrika, Azië, Zuid-Amerika, etc.) en (c) zonder Europese kwartieren.

De afgelopen jaren zal een aantal genealogen/lezers wel één of meer allochtonen in de archieven hebben ontdekt. Allen worden opgeroepen om hier melding van te maken en hierover zelf een (kort) artikeltje te schrijven, dat dan in deze ‘vervolgreeks’ kan worden opgenomen. Ik ben benieuwd hoeveel er ‘van over het water’ zijn gekomen. Als eerste nu Christiaan Maandag, alias ‘zwarte Maandag’.

( I ) Christiaan Maandag alias ‘zwarte Maandag’  

Deze Christiaan werd omstreeks 1781 geboren op Macassar 2. Dit wordt vermeld in een klein artikeltje geschreven door een 19e-eeuwse ‘Beno Hofman’ of ‘Blikvanger’. Het verscheen onder het kopje ‘regionaal nieuws van de provincie’ in de Provinciale Groninger Courant van 1858 ten tijde van Christiaans overlijden, bijna tachtig jaren oud 3. Hij was ‘meegebragt’– waarschijnlijk geldt dit voor alle gevallen wel – door E.J. en D.S. Smit, Nederlandse tweelingbroers op weg terug naar het vaderland. Deze broers heb ik kunnen traceren als Derk Sijmons Smit en Egbert Simons Smit (de J. in het artikel is een onnauwkeurigheidje). Beiden waren geboren te Scheemda en gedoopt aldaar op 18 oktober 1762 als kinderen van Sijmon Jans, van beroep smid, en Wija Jans. Egbert is ongehuwd in Groningen overleden op 11 maart 1825, met als aanduiding ‘zonder beroep’. Zijn tweelingbroer Derk Sijmons Smit stierf te Groningen op 2 april 1838, wonende aan de Singel met als (voor dit artikel zeer interessant) beroepsvermelding: oud-administrateur van het lands graanmagazijn te Batavia; een Indië-ganger dus. Hij was gehuwd met Grietje Derks Beukema.

Verder vermeldt het stukje dat Christiaan’s ouders onbekend zijn, hetgeen wordt bevestigd door zijn overlijdensakte die in de stad Groningen is opgemaakt en waarin verder wordt vermeld dat hij op 3 augustus 1858 is overleden. Daarnaast geeft het artikel aan dat hij in 1822 zijn belijdenis in de Hervormde Kerk heeft afgelegd. Ook dit is correct: op 21 augustus 1822 wordt hij in het belijdenisregister van de Hervormde Gemeente van Groningen als lidmaat, dan wonende aan de Singel (ongetwijfeld inwonend bij de familie Smit), ingeschreven. Vermoedelijk heeft hij na zijn huwelijk direct een zelfstandige woonruimte betrokken. Vanaf ca. 1830 tot na ca. 1840 woonde hij aan de Noorderhaven en vanaf 1850 4 (mogelijk eerder) in het Appelstraatje, waar hij in 1858 ook overlijdt.

Zijn maatschappelijke carrière is als volgt te reconstrueren: bediende/oppasser bij de gebroeders Smit, misschien slechts bij een van de twee (waarschijnlijk tot de dood van zijn beschermheer in 1838 5), bediende/oppasser 6 bij Vindicat (na 1838? tot ca. 1850?) en tenslotte bedeelde (na ca. 1850? tot 1858).

Maandag-nageslacht heb ik niet kunnen vinden. Wel een huwelijk! Hij trouwt te Groningen op 25 september 1828 met Geesje Jans Perdon. Zij is een schippersdochter, gedoopt te Hoogezand op 30 juli 1786; zij overlijdt te Groningen in het Gasthuis van de Nederlands Hervormde diakonie op 14 januari 1860. Haar ouders waren Jan Popkes Perdon en Antje Jeremias. Zij is op haar huwelijksdag de veertig al gepasseerd. Bij de huwelijkse bijlagen bevindt zich verder een akte, waarbij de toenmalige Koning Willem I aan Christiaan toestemming verleende om zonder geboortebewijs te mogen trouwen.

Overigens vraag ik mij af of wij in het vervolg van deze reeks nog andere dagen van de week als achternaam zullen tegenkomen: uiteraard van allochtonen.

Provinciale Groninger Courant, nr. 94, 7 augustus 1858

“Dingsdag l.l. is alhier overleden Christiaan Maandag, in de wandeling genaamd de Zwarte Maandag, in 1787 geboren op Macassar, vermoedelijk uit eene slavin, althans zijne ouders zijn altijd zoowel voor Maandag als anderen onbekend gebleven. Als lijfeigene van de heeren gebroeders en tweelingen E.J. en D.S. Smit is Maandag alhier uit het verre Oosten door de genoemde heeren medegebragt, had hier in 1822 zijne belijdenis naar de leer der Hervormden afgelegd, en was later gedurende verscheiden jaren oppasser van hh. Studenten. Daar hij echter in de laatste jaren van zijn leven ook die betrekking niet meer kon waarnemen, zoo verkeerde hij, van andere middelen van bestaan verstoken, reeds gedurende geruimen tijd in zeer kommerlijke omstandigheden, en leefde van giften en gaven.”

1 Groninger Courant, nr. 79, 2 1 midden, 1825.

2                 Volgens de atlas is dit een stad op het eiland Celebes, een onderdeel van voormalig Nederlands Oostindië.

3                  In zijn overlijdensakte wordt een geschatte leeftijd van ca. 73 jaren opgegeven.

4                 Bevolkingsregisters van de stad Groningen 1830, 1840 en 1850.

5                 Volgens het bevolkingsregister van de stad Groningen in 1830 zonder beroep.

6                  Hij wordt in het bevolkingsregister van de stad Groningen (1840 en 1850) aan­ge­duid als oppasser.

Met daarop de woorden “van Harlingen”

Antonia Veldhuis

Hoe een onderzoek naar een uit de archieven verdwenen scheepskapitein weer vlot getrokken werd.

Hoewel de titel van dit artikel suggereert dat het om een Fries (onderzoek) gaat en inderdaad een gedeelte ervan in een Fries archief plaatsvond, is de hoofdpersoon een Groninger. Iemand die, evenals zoveel Groningers (een paar Groninger namen die ik in Harlingen tegenkwam: Stuut, Schmaal, Klatter, Pot) woonde in Groningen en werkte in Friesland, “it bêste plak op ierde”.

Met dit artikel wil ik aangeven dat je tijdens je onderzoek niet te snel moet opgeven: Er leiden vele wegen naar Rome, of in dit geval naar de zee. En verder dat je eigenlijk alles wat je krijgt, of overneemt, moet controleren.

Lees verder in HDP.  


Gezinsstaat van Johannes Antoni Keun

Johannes Antoni Keun, kok, matroos, kapitein Elisabeth Maria, kof Hendrik en kof Twee Gezusters, geb. Nieuwe Pekela 2 april 1800, ged. aldaar 6 april 1800, verdronken op zee in het jaar 1852, z.v. Wolterus Johannes Keun (commandeur, oud commandeur ter zee (1814) en gemeentebode (1824)) en Allegonda Lijphart; tr. Nieuwe Pekela 3 juli 1829 Margaretha Hindriks Klatter, geb. Hamburg (Dld.) 20 juli 1809, ged. Hamburg (Nicolaikirche), overl. Hoogezand 5 juli 1889, d.v. Hendrik Pieters Klatter (landbouwer) en Martje Melles Pott.

Monsterrollen Nieuwe Pekela (1821-1830 info Jan Johan Kuiper): 1819 kok op de smak Vrouw Elizabeth; 12-2-1821 kok op kofschip de vrouwe Lubbechina; 25-2-1823 matroos op de vrouwe Lubbechina; 7-2-1826 kok op het schip (kof) Groot Lankum; 12-3-1830 stuurman op kofschip Catharina Engelina.

Beroep bij aangifte kinderen: 20-9-1829 zeeman (huis nr. 415); 17-6-1832 zeeman, thans afwezig; 6-1-1835 schipper, aangever; 28-12-1837 idem; 29-1-1843 idem; 8-2-1845 schipper, als zodanig afwezig; 15-10-1847 idem; 22-5-1850 zeecapitein.

Ze komen (bevolkingbladen) 12 april 1849 naar Harlingen; hij vaart onder vlagnr. H5.

Uit dit huwelijk:

1. Woltherus Johannes Keun, buitenvaarder (1856), zeeman, kapitein Zeelust (1859-1871), Catharina Elisabeth (tot 1874), Neptun (1876-1881), winkelier (1881) en arbeider (1895), geb. Oude Pekela 20 sept. 1829, overl. Egmond aan Zee (?, na 23-8-1895); hij vaart onder vlagnummer H13, is evenals zijn vader lid van “Zeemansvoorzorg”; tr. Harlingen 8 mei 1856 Janna Visser, geb. Harlingen 12 juni 1829, overl. Hilversum 17 oktober 1886, d.v. Jan Jansen Visser en Klaaske Haijes Bruinsma.

Overlijdensadvertentie: *** Heden overleed, na langdurig, smartelijk doch geduldig lijden, mijn geliefde Echtgenoote JANNA JANS VISSER, in den ouderdom van ruim 57 jaar. W.J. KEUN. Hilversum, 17 October 1886.

2. Martha Keun, geb. Nieuwe Pekela 17 juli 1832, overl. Groningen 1 nov. 1920; tr. Harlingen 31 dec. 1856 Jan Jans Kuiper, (turf)schipper, binnenschipper, geb. Oude Pekela 18 jan. 1831, overl. Hoogezand 26 mei 1904, z.v. Jan Harms Kuiper (arbeider (1824), praamschipper en klompenmaker (1834)) en Pietje Hendriks de Jonge.

3. Alegonda Keun, geb. Nieuwe Pekela 6 jan. 1835, overlijden niet gevonden; tr. Harlingen 17 nov. 1859 Elisa van der Leij, buitenvaarder (1859), zeeman, geb. Leeuwarden 20 maart 1835, overlijden niet gevonden, z.v. Jacob van der Leij en Aafje Jacobus Kerkhoven.

4. Hindrik Keun, geb. Nieuwe Pekela 28 dec. 1837, verdronken op zee in 1852.

5. Johannes Keun, geb. Nieuwe Pekela (?) 13 aug. 1840, verdronken op zee in 1852.

6. Pieter Keun, zeeman, geb. Nieuwe Pekela 29 jan. 1843, overlijden niet gevonden; tr. Harlingen 3 dec. 1868 Sijke Ploeg, geb. Harlingen 28 febr. 1842, overlijden niet gevonden, d.v. Gooitje Ploeg en Renske Douma.

    Hij krijgt (verg. 23 mei 1855 “Zeemansvoorzorg”) een uitrusting van zeemans-kleedren. Hij wordt scheepsjongen bij G.D. Schuur.

7. Balthasar Keun, zeeman, geb. Nieuwe Pekela 8 febr. 1845, overl. Amsterdam 30 juni 1893; tr. (1) Harlingen 13 febr. 1873 Sjoukje van Goo, geb. Dokkum 4 dec. 1845, overl. Harlingen 15 juli 1883, d.v. Steven van Goo en Neeltje Sjoerds Faber. Hij tr. (2) Harlingen 19 juni 1884 Klaaske Vollema, winkeliersche, geb. Almenum 10 maart 1849, overl. na 10 nov. 1929, d.v. Klaas Jelles Vollema (timmerman) en Lysbeth Lutsens Boersma en weduwe van Albert Manus Brinkman (huwelijk Barradeel 4 jan. 1868).

Overlijdensadvertentie: *** Heden overleed na een kortstondig lijden mijn geliefde Echtgenoot SJOUKJE VAN GOO, in den ouderdom van 38 jaren, diep betreurd door mij, hare moeder en verdere betrekkingen.

HARLINGEN, 15 Juli 1888. B.J. KEUN.

8. Margaretha Keun, geb. Nieuwe Pekela 15 oktober 1847, overl. Gorichem 21 dec. 1883; tr. Harlingen 14 oktober 1869 Rintje Kuiper, hulponderwijzer (1869), geb. Harlingen 20 april 1847, overl. na 1883, z.v. Klaas Rintjes Kuiper (pachter) en Antje Tjomsma.

    Overlijdensadvertentie: Heden overleed mijn geliefde Echtgenoote en de zorgvolle Moeder mijner kinderen, MARGARETA KEUN, in den ouderdom van 36 jaar. R.K. KUIPERS. GORICHEM, 21 Dec. 1883.

9. Eildt Keun, buitenvaarder (1870) en agent van politie, geb. Harlingen 22 mei 1850, overl. Amsterdam 12 dec. 1916; tr. Harlingen 23 maart 1882 Eelkje Wielinga, geb. Harlingen 22 maart 1849, overl. Amsterdam 19 april 1918, d.v. Jan Jans Wielinga (winkelier) en Willemke Sapes Faber.


Aanvullingen en/of verbeteringen zijn welkom!  
De advertenties komen uit de collecties van de NGV en het CBG.


Samenvatting Huppeldepup 2001, nr 2

Het afdelingsorgaan van de NGV afdeling Groningen telt 32 bladzijden. Hieruit willen we u een korte selectie laten zien. Leden en bijkomende leden ontvangen het blad drie maal per jaar.

Naast de vaste rubrieken als nieuw verschenen boeken, Bestuur en Beleid (nieuws van het hoofdbestuur van de NGV), vraag en antwoord, genealogisch voorstellen (nieuwe leden stellen zich voor), onbekende bron en aankondiging van de te houden lezingen staat er in elke HDP een kwartierstaat, algemeen artikel en/of genealogie. 

Genealogisch voorstellen    Van de bestuurstafel    @llem@@l digit@@l    Stamreeks Bos    Kwartierstaat Hendrik Heidstra    Herinneringen aan Veendam    Nieuwe boeken    Vragen en antwoorden

Voorwoord

Genealogisch voorstellen
Eddy Landzaat en Antonia Veldhuis

N.T. (Nico) de Oude, bestuurslid.
Hij is 67 jaar en woont sinds ruim een jaar in ‘stad’ nadat hij voor zijn pensionering vele jaren in België had gewoond waar hij bij Procter & Gamble verantwoordelijk was voor de veiligheid van een groep produkten voor mens en milieu. Sinds ruim 10 jaar is hij bezig met de kwartierstaat Kema (andere namen: Berghuis, Beukema, Haaitjes, Heerema, Korringa). Deelstaten zijn gepubliceerd in HuppelDePup 2, blz. 20-21 (1995) en Gens Nostra 54 (1999), blz. 708.

Door de afdelings-ledenvergadering op 17 februari van dit jaar werd hij benoemd tot lid van het afdelingsbestuur.

Naast genealogie doet hij aan boekbinden. Zijn e-mail adres is ntdeoude@wxs.nl.

Op het enquêteformulier van 2001 kon men gegevens invullen voor "trouwe leden stellen zich voor". Velen maakten daar gebruik van. Hier volgen een paar:

Edo Beenes uit Wageningen (ebeenes@freeler.nl) schrijft: "Trouwe leden in HuppelDePup lijkt mij een goed idee". Hij doet vier jaar aan genealogie en is gepensioneerd adj. directeur gemeentelijke sociale dienst. Hij werkt aan: Beenes en Kampinga (beide o.a. Pieterburen, Houwerzijl, Ulrum), Wieringa (Leens, Wehe), Van Inzen (Oldambt, Westerwolde), Groenwold (ook Groenwolt in Ten Boer, Thesinge, Sint Annen), Kooi (idem), Veldman (Ten Boer, Woltersum), Dijkema (Ten Boer, Lellens, St. Annen). Andere hobby’s: tuinieren, knutselen, reizen.

Henk Werk (h.werk@hccnet.nl) uit IJmuiden is corrosiedeskundige bij Corus en werkt aan Werk, Tuntelaar, Bremer, Groen, Vos en Jans. Hij probeert twee maal per jaar de Groninger Archieven te bezoeken en gaat regelmatig naar Leiden, CBG en ARA. Doet 10 jaar aan genealogie , is daarnaast actief in de atletiek als seingever en bestuurslid Vereniging van Eigenaren.

 

Agenda

Hierin wijzen we u op tentoonstellingen, open dagen en andere genealogische gebeurtenissen die niet door ons worden georganiseerd en in

 

Afdelingsprogramma oktober 2001

daarin stonden alle afdelingsbijeenkomsten in deze periode.

Dat waren o.a. de lezingen "Foto’s als historische bron bij genealogisch onderzoek" door mevrouw M. Wilke. Zie ook het overzicht activiteiten gehouden in 2001 (activiteiten)

 

Van de bestuurstafel

B + B (Bestuur en Beleid)
Thijs IJzerman:, afdelingsafgevaardigde

In deze rubriek vertelt de heer IJzerman ons over wat er zoal in het hoofdbestuur speelt. In dit nummer waren dat rekening 2000, begroting 2001, voorstel contributie 2001 en hoofdbestuurssamenstelling.

Joop van Campen schreef een artikel over het Staatse leger in de 18e eeuw.
Hierbij verwijzen we naar genealogische onderwerpen op deze homepage.

 

Allem@@l digit@@l
Antonia Veldhuis

De laatste jaren gaan de ontwikkelingen op de digitale snelweg snel. Op internet komen steeds meer genealogische bronnen beschikbaar, er zijn al veel digitale bestanden te downloaden en veel voorwerk voor archiefonderzoek is via internet te doen.

In navolging van Fryslân (www.friesarchiefnet.nl) zijn nu ook in de provincie Groningen de gemeenten en waterschappen begonnen met de inventarissen op het net te zetten. Op 27 maart jl. gingen ze (www.GroningerArchiefNet.nl) in de lucht met de meeste gemeentes, de twee waterschappen en de provincie. Een zevental gemeentes doet (voorlopig?) nog niet mee. Dit zijn Bellingwedde, Ten Boer, Menterwolde, Reiderland, Scheemda, Stadskanaal en Veendam. Men is druk bezig gegevens in te voeren; alles moet medio 2002 gevuld zijn. Volgende keer gaan we op deze site wat dieper in.

In Fryslân is men begonnen de doop-, trouw-, begraaf- en lidmaatgegevens van vóór 1811 op internet te zetten. Via www.ryksargyf.org komt men op het openingsscherm. Na het klikken op welkom komt men op de startpagina. Via de hoofdrubriek ‘stamboom’ zijn de DTBL-gegevens te bereiken, verdeeld over 13 regio’s. Op het moment van schrijven waren de huwelijken van Achtkarspelen, Dantumadeel, Kollumerland en Tytsjerksteradiel gevuld.

Naast internet zijn er digitale download- en koopbestanden. Gelukkig voor de thuiswerker komen er hier steeds meer van. Heeft/weet u van deze bestanden, dan kunt u het voor deze rubriek aan ons doorgeven. Uiteraard geldt dat ook voor internetnieuws.

 

Stamreeks Bos
Geert Bos, Vollenhove

In oktober 1999 ben ik begonnen met mijn onderzoek naar de familie Bos, afkomstig uit het Oldambt. Ik heb al veel gegevens boven water gekregen, maar veel ook (nog) niet. Zo ben ik er bijvoorbeeld nog niet achter, hoe Frans Lodewijk, die kennelijk in 1811 de achternaam Bos heeft aangenomen, eind 18e eeuw vanuit Lippe (Duitsland) in Nieuw-Beerta verzeild is geraakt. Behoorde hij tot de vele Lipskers, die destijds als seizoenarbeider werkzaam waren in de toen talrijke Groninger tichelwerken? Zo ja, waar werkte hij dan? In Nieuweschans of Beerta (Ulsda)? Volgens Piet Lourens en Jan Lucassen (in hun boek "Lipsker op de Groninger tichelwerken, Een geschiedenis van de Groninger steenindustrie met bijzondere nadruk op de Lipper trekarbeiders 1700–1900", Wolters-Noordhoff/Forsten, Groningen 1987) waren daar eind 18e eeuw echter geen tichelwerken (meer). Wel eerder: 16e eeuw (Ulsda) en later: eind 19e eeuw (Nieuweschans/ Ulsda). Of kwam hij van een van de vele ticherlwerken in Ost-Friesland? Wellicht dat ons komende onderzoek in Lippe (Detmold/Lemgo) hierover de nodige duidelijkheid biedt. Zijn er overigens lezers die mij van aanvullende informatie kunnen en willen voorzien? Bijvoorbeeld of er ergens nog lijsten zijn met de namen van de Lipsker trekarbeiders?

Waar ik ook nog niet achter ben is, wat er geworden is van een van de kinderen van Frans Lodewijks (Bos) en zijn vrouw Jantjen Geerts (die waarschijnlijk pas in 1826 de achternaam Kiel heeft aangenomen). Ik doel hierbij op hun zoon Geert Bos, geboren op 21 augustus 1817 te Hamdijk (gem. Nieuweschans). Is hij getrouwd? Zo ja, waar en wanneer? Waar en wanneer is hij overleden? Zijn er lezers die mij ook hierover van de nodige informatie kunnen voorzien?

Van de stamreeks van de familie Bos geef ik in het onderstaande een verkort overzicht.

Hierna volgt de genoemde stamreeks.

 

Kwartierstaat Hendrik Heidstra
H. Heidstra, Utrecht

Voor de kwartierstaat van 1. Hendrik Heidstra, geb. Groningen 25-6-1933, meubel- en woningstoffeerder, tr. Groningen 4-6-1955 met Tonniske Grietje Rensema verwijzen we u ook naar HuppelDePup.

 

Herinneringen aan "De Grijze Boerderij" te Veendam
K. H. Beintema-Meijer, Leeuwarden.

In de zomer van 1944 – ik was toen 13 jaar – mocht ik voor het eerst alleen op de fiets van de stad naar Veendam. Fijn uit logeren op "De Grijze Boerderij" bij mijn achternichtje Renske. In de voorgaande jaren werd ik altijd op de GADO-bus gezet – de chauffeur hees mijn fiets op het dak – en in Veendam werd ik opgewacht door tante Hilda en Renske.

Zingend kwam ik op mijn fiets met massieve banden, de rietmand achterop gesjord met half vergane riemen – ’t was immers oorlog – via de Langeleegte Veendam binnen. Langs "Buitenwoel" – even kijken of oudoom Meindert in zijn kamer zat – naar Beneden Westerdiep 89. In mijn bagage een briefkaart, geadresseerd aan mijn ouders, met de fraaie tekst: "Ben veilig aangekomen"!

Voor een stadsmeisje waren deze weken op de boerderij heerlijk. Rondneuzen op de oude zolder (hetgeen niet mocht!) en spelen in de appelhof, ons tegoed doende aan de jutteperen. Altijd was er wel wat te beleven. Ook bezochten we de oudooms en -tantes Bolhuis. We plaagden hen vaak, want allen waren stokdoof, ook mijn oma. Ik zie haar nog zitten met de "pollepel" in het oor. Renske had ook nog een grote broer, mysterieus, want die zagen we nooit. Als ik weer naar huis ging zaten er steevast een fles koolzaadolie en een zak meel in mijn fietstas: goud waard toentertijd.

In 2000, 55 jaren nadien, kwamen al deze herinneringen, in de loop der jaren aangevuld met vage vragen, in verhevigde mate boven door drie gebeurtenissen:

1. De 48ste Genealogische Dag in 2001 in de Veenkoloniën.

2. De expositie in het Veenkoloniaal museum: "Verweven verleden": kleding van boerinnen en kapiteinsvrouwen in de 19de eeuw. Mijn overgrootmoeders portret hing erbij: "Hilje in vol ornaat".

3. Een telefoontje van mijn achterneef Willem uit Veendam – al lang geen onbekende grote broer meer – met de mededeling dat hij allemaal oude akten had en of ik ze wilde zien. Uiteraard! Dat werd een week genieten. Op vele vage vragen kreeg ik antwoord.

Mijn overgrootouders waren Hilje Meinderts Smit en Garbrand Gerhards Bolhuis. In de familie sprak iedereen over grootva en grootmoe van Veendam. Aanvankelijk "boerden" ze op "Bouwenheerd" in de Groeve te Garsthuizen. Daar werden alle kinderen geboren.

Wat heeft hen bewogen om deze mooie boerderij te verkopen en naar de Veenkolonieën te gaan? Grootva was al ziek en grootmoe werd in het bedrijf geholpen door Jan Elema van "Karshof", een volle neef van haar, wees en vrijgezel. Financieel waren ze niet in staat om voor beide zonen een passende boerderij te kopen. Ze zagen hun kans in de Veenkoloniën. Voor "Bouwenheerd" kregen ze een goede prijs en in Veendam konden ze voor veel minder geld "De Grijze Boerderij " kopen met mogelijkheden tot uitbreiding. Jan Elema ging mee als volontair. Nu zou je zeggen : bedrijfsleider. Grootva overleed al in 1879. Jan Elema bleef totdat de zonen oud genoeg waren om zelf het bedrijf te leiden.

Voor grootmoe moet het vertrek van het Hoogeland, waar ze zo diep geworteld was, een hele stap zijn geweest, maar ze had alles voor haar zonen over. Er waren geen betere dan de hare, hoewel ze hun gebreken wel zag. De schoonzonen kwamen op de tweede plaats en mijn opa, als een "börger" uit de stad, mogelijk op de derde!

Grootva en grootmoe kochten in 1876 "De Grijze Boerderij " van Friedrich Gerhard Dammeijer en Anje Jans Botjes. Dit echtpaar, afkomstig van de Landschaftspolder, Koninkrijk Pruisen, vlak over de grens bij Statenzijl, had in 1874 de boerderij gekocht van de ongetrouwde zuster en broers Kemper. Dammeijer ging voortvarend te werk. Hij brak alles af en op die plaats verrees "De Grijze Boerderij": een groot Oldambtster type, onder Duitse architectuur gebouwd. Toen alles klaar was, was Dammeijer failliet. En zo konden grootva en grootmoe voor niet teveel geld deze spiksplinternieuwe boerderij kopen, weliswaar op mindere grond.

Aan het eind van de 19de eeuw brandden de schuren af door hooibroei. Gedienstige buren zetten de inboedel op het gazon, ook grootmoe’s mooie porselein. Nóg zijn er in mijn bezit gelijmde kopjes, die herinneren aan deze ramp. In 1934 vond hetzelfde plaats en weer stond de inboedel buiten, echter oudoom Gerhard bracht alles weer binnen, want als het vooreind afbrandde dekte de verzekering de schade, maar niet wat op het gazon stond!

Bij beide branden bleef het vooreind gespaard.

In 1902 vond er een boedelscheiding plaats tussen grootmoe en haar kinderen, waarbij de oudste zoon, Gerhard, de boerderij kreeg. Zoon Meindert, inmiddels getrouwd, had een boerderij aan de overkant van het Beneden Westerdiep laten bouwen. De verdeling der landerijen verliep in goede harmonie.

In 1908 kochten de broers met zwager Focke Mulder van de weduwe Jisselina Huges-Landweer de buitenplaats "Vredenrust" gelegen aan het Beneden Westerdiep nabij de Nieuwelaan te Veendam. Direct daarop volgde de scheiding tussen zwager en broers.

En zo kwam tot stand wat de ouders gehoopt hadden: een goede boerderij voor beide zonen. Toen ik er logeerde waren Tante Hilda en Oom Roelf, een dochter en schoonzoon van oudoom Gerhard, eigenaren en weer later hun zoon Willem, "de mysterieuze broer". Tot 1986 bleef de boerderij in de familie. Veel land viel ten prooi aan onteigening voor woningbouw en aan de toen heersende aardappelmoeheid. Willem besloot tot verkoop. "De Grijze Boerderij " is nu een particulier woonhuis en staat op de Monumentenlijst. Toen ik de akten terug bracht bij Willem maakten we een nostalgische tocht. Maar het Veendam van nu is mijn Veendam niet meer!

Weg zijn de appelhof en de landerijen en het Beneden Westerdiep leek wel erg smal, maar "De Grijze Boerderij " staat er nog even fraai bij! We zwierven over het kerkhof naast de Nederlands Hervormde kerk op zoek naar de graven van grootva en grootmoe, de oudooms en -tantes. En natuurlijk maakten we foto’s.

Nu, in het jaar 2001, zijn de woorden van Ede Staal in zijn liedje: "Vrouger" wonderwel van toepassing op mij.

Een kort parenteel Bolhuis van deze familie kunt u vinden in HDP

 

In Nieuwe boeken:

beschrijft Eilko van der Laan welke boeken er verschenen zijn of binnenkort op de markt komen. Ook hier een paar uit de (deze keer) ruim vier bladzijden.

Genealogische Bibliografie van de Provincie Groningen. W.G. Doornbos, Groningen 2001, 168 pag., f 27,50. De derde druk van dit belangrijk boekwerk in de serie Groninger Bronnen en Toegangen.

Inventarisatie omvat ruim 2400 boeken en artikelen en de index telt meer dan 8000 verwijzingen naar Groninger families. De inleiding bevat ook een lijst van verschenen boerderijenboeken en veel verwijzingen naar te raadplegen bronnen.

Kroniek van Pekela 1599–1999. D. Kuil. Uitg. Futurum, Ten Boer 1999.

Kroniek ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de Pekela’s.

Nieuw van de bijl. Driehonderdvijftig jaar scheepsbouw langs het Winschoterdiep. G. Blijham en W. Kerkmeijer. Uitg. H.S. Maritiem, 1999, ISBN 9052941815

Uitgebreid verslag van de scheepsbouw langs het Winschoterdiep.

Pekel. De binnenkant van drie dynamische dorpen. A. Tiktak en I. Gerritsen. Uitg. RegioPRojekt, Groningen. ISBN 9050281303

Veel foto’s in dit sfeervol boek over Oude -, Boven - en Nieuwe Pekela.

Veenkoloniale Volksalmanak. Jaarlijkse uitgave sinds 1988 van het Veenkoloniaal Museum te Veendam .

 

Vragen en antwoorden
Redactie Thijs IJzerman:

Antwoorden

2000/22 JANS

Op deze vraag is een vrij uitgebreid antwoord ontvangen (2 blz.) van Edsko Hazinga wat door de omvang bij plaatsing teveel ruimte in zou nemen. Belangstellenden kunnen een copie opvragen bij de redacteur van deze rubriek. Een gedeelte van de informatie is overgenomen, maar de vragenstelster mevr. Veldhuis vindt het bewijs niet voldoende dat dit de ouders zijn. De in het h.c. genoemde voormond en oom kunnen nog niet goed worden geplaatst. Raakt de heer Havinga enige generaties kwijt of krijgt mevrouw Veldhuis er vele bij? We houden u op de hoogte. Wordt vervolgd dus.

2001/9 UUNKES

Aaltjen Uunkes  werd geb. 14 en ged. 22 april 1804 te Winschoten, zij tr. 11-2-1824 aldaar Hessel Jurjens Witkop, schipper, geb. 9-9-1796 en ged. 18-9-1796 te Winschoten, z.v. Jurjen Pieters (Witkop) en Trijntje Harms (Doedens). De vader Eltje Uunkes werd volgens mijn aantekeningen begr. 28-2-1810 te Winschoten (volgens vragenstellers 22-3-1810).

A. de Vries, Drachten

VRAGEN

2001/16 CLASENS

Mente Clasens, landbouw, tolmeester, kastelein, ged. 1778, overl. 27-8-1828 te Groningen, tr. 8-12-1799 Antje Jans Kremer, overl. te Groningen. Gevraagd: geboortedatum en -plaats, plaats en datum huwelijk en overlijden Antje Jans Kremer.

E.G. ten Cate, Zwolle

2001/17 WOLTHERS

Wie en/of wat was Harmanno Wolthers die vermeld staat op de stenen brugleuning langs de brug van Termunterzijl? Waar kwam de naam Wolthers vandaan en wat is er nog meer over te vermelden? Gaarne zo veel mogelijk inlichtingen over deze en andere Wolthers.

F.H.Even, Borne

2001/18 JANS

Klaas Jans van Noordbroek, tr. te Woltersum in 1730 Anje Sibrandts. Zij was geb. Woltersum in 1701, d.v. Sijbrand Renses en Elske Harmens. Namen kinderen: Sibrant (Woltersum 1731); Peter (Woltersum 1732); Sijbrand (Wittewierum 1733) en Jantjen (Wittewierum 1736). Gevraagd; herkomst, doop en voorouders Klaas Jans.

P.J.C.  Elema, Groningen

2001/ 21 WIERINGA

Simon Albers tr. Thesinge 14-11-1745 Anje Luijtjes (geen herkomst van beiden opgegeven). Anje kan zijn geb./ged. (als Anneke) te Garnwerd/Oostum 31-3/11-4-1721 als dochter van Luijtjen Jans en Dieuwerke Hansen.

Uit het huwelijk van Simon en Anje, wonend te Oostum, werden gedoopt te Garnwerd/Oostum: Luitjen 22-10-1747 (nakomelingen noemen zich Wieringa), Deverke 30-10-1749, Corneliske 6-2-1752, Albert en Jean (sic) 25-12-1753, Greetjen 16-5-1756, Claas en Bouke 25-6-1758 en Albert 21-3-1762. Gevraagd: herkomst van Simon en Anje, en hun voorgeslacht.

C.H. van Wijngaarden, Breda

2001/22 HINDRIKS en LUBBERTS.

Hindrik Hindriks tr. ca. 1630 (Winschoten?) met Geeske Lubberts (broer Geert x Lamme). Kinderen: Wupke, Hindrik, Jurjen, Lubbert en Aeldert. Gevraagd voorouders van Hindrik en Geeske.

Antonia Veldhuis, Veenwouden e-mail: antonia.veldhuis@hetnet.nl

2001/23 GEERTJE JANS

Hindrik Hindriks, zoon van bovengenoemd echtpaar, tr. (1) Geertje Jans en tr. (2) Wije Hindriks. Voorouders van Wije zijn bekend. Geertje heeft twee zussen: Hemke en Greetije Jans. Gevraagd ouders van de drie zussen Jans.

Antonia Veldhuis, Veenwouden

2001/24 AELRIX

Grietje Aelrix (x 1672 Jan Dercks), Tiacktjen Aelrix (x 1661 Cornelis Phebes), Edze Aelrix (x 1665 Woltie Jans) en Jan Aelrix hebben ooms Jacob Graver en Tiart Jans. Gevraagd de ouders van deze Aelrix kinderen.

Antonia Veldhuis, Veenwouden

2001/25 FOCKES

Bij de verdeling van de goederen van Anna Elties (RA Westerlee 21-4-1645) worden genoemd Sicko Fockes, overleden Ide Fockes (x Tammo Willems), Focktjen Fockes ( Jan Gerdts van Loon) en Aleijt Fockes (x Harbert Abels). Verder zijn erfgenaam de onmondige kinderen van Jantien Bottes (waarvoor de vader Botte Jans en voormond Focko Popkens) en haar gehuwde dochter Gepke met echtgenoot Hinrick Gerdts. Wie kan de laatste 5 personen plaatsen? Waar woonden ze? Aktes? Welke Focko was de eerste man van Anna Elties?  Enz.

Piet Bos, Zwolle


Samenvatting Huppeldepup 2001, nr 3

In HuppelDePup 2001 nr. 3 staan naast de vaste rubrieken zoals genealogisch voorstellen, lezingen, allem@@l digit@@l, van de bestuurstafel, vraag- en antwoordrubriek en boekbespreking ook deze keer weer enige zeer leesbare artikelen, genealogieën en kwartierstaten. Hieronder volgt een samenvatting van dit 32 bladzijden dikke nummer.

Genealogisch voorstellen    Afdelingsprogramma    Agenda    Lezing    Boerenknecht die praeses werd van de kerkenraad   Bestuurstafel    De naam Amel   Kerkvoogd Jacob Clasen en zijn 32 kinderen    Onbekende bron    Contactdienst    Allem@@l digit@@l    Boeken    Nieuws van de Archieven    Vragen en antwoorden    Dit nummer kopen?

In Genealogisch voorstellen stellen Eddy Landzaat en Antonia Veldhuis nieuwe leden en trouwe leden voor.

Een overzicht van trouwe leden, ingevuld n.a.v. een enquête:

J. van der Molen uit Groningen (molfolki@hotmail.com) zit in de VUT. Hij doet 38 jaar aan genealogie en werkt aan Van der Molen (van de provincie Groningen verzamelt hij alle), Folkerts, Te Bos en Lalkens. Daarnaast houdt hij van wandelen en is vrijwilliger bij de Groninger Archieven. Hij inventariseert de archieven van de gereformeerde kerk Groningen 1834-1956.

Jacob E.J. Franken uit Tolbert (jej.franken@hccnet.nl) werkt reeds 15 jaar aan de namen Bos, Drent, Franken, Knapper, Koning, Lindeman en Mein, allen in Oost-Groningen met veelal Duitse wortels. Hij was werkzaam in een drukkerij, maar is sinds zes jaar met de VUT en hoopt binnenkort zijn AOW te krijgen. Hij werkt als vrijwilliger bij Genlias en geeft computerles voor ouderen.

B. Katuin uit Winschoten (lid.nr. 126757) is gepensioneerd en al 40 jaar met genealogie bezig, o.a. met de namen Katuin–Katoen, Borchers–Borgers, De Vries en Bunk.

Matthijs Vonder uit Groningen (vonder@wxs.nl) werkt aan Vonder en Schaap. Zijn beroep is onderzoeker, hij doet vijf jaar aan genealogie en heeft als hobby doe- het-zelf-en.

Tineke van de Wege uit Tolbert is jarenlang bestuurslid (penningmeester) van de NGV Groningen geweest. Ze doet 16 jaar aan genealogie en is administratief medewerker afd. Onderwijs. Namen: Ottens, Mennes, Kapma, Koning, Arends en Alberts uit Groningen en Drenthe en de Zeeuwse families Van de Wege, Scheele, Penne en Den Hamer. In haar vrije tijd leest en tuiniert ze.

Zie voor meer personen het afdelingsorgaan HDP.

 

Joop van Campen en Nico de Oude bespraken in de rubriek Afdelingsprogramma najaar 2001 de bijeenkomsten en lezingen die onze afdeling organiseerde.

We hadden o.a. een Voorlichtingsbijeenkomst beginnende onderzoekers, speciaal bedoeld voor onderzoekers die willen beginnen of die de draad weer willen oppakken.

Op 3 oktober 2001 was de lezing Foto’s als historische bron bij genealogisch onderzoek door mevrouw M. Wilke. Na een korte inleiding over de ontwikkeling van de fotografie en hoe het fotograferen een plaats heeft gekregen in het leven van alledag werd aan de hand van voorbeelden besproken hoe en wat de foto ons leert of laat zien met het familiealbum als ‘case’.

7 november 2001 sprak de heer R.F. Vulsma over Genealogische en heraldische verzamelingen.

Diverse collecties kwamen aan de orde, zoals collecties bidprentjes, krantenknipsels, familiewapens en documentatiemateriaal. Het was een kennismaking met diverse verzamelingen. Wat kunnen we er uit leren en hoe moeten we ze gebruiken is natuurlijk evenzeer van belang.

Op 12 december 2001 hadden we Wederdopers, mennisten en doopsgezinden in de 16e en 17e eeuw door drs. O.S. Knottnerus.

De geschiedenis van religieuze minderheden is nauw verweven met migratie. Nederlandse doopsgezinden zijn vaak afkomstig uit Noord-Duitsland. Omgekeerd trokken honderden doopsgezinden uit Nederland en Vlaanderen naar het oosten. Ook voor de Groningse genealogie opent dat interessante perspectieven.

 

In Agenda houden we u op de hoogte van bijeenkomsten die in de regio worden georganiseerd

Voor de samenvatting van de lezing door Hendrik Andries Hachmer, conservator Veenkoloniaal Museum, gehouden op 19 mei 2001 op de Genealogische Dag dag te Stadskanaal verwijzen wij u naar de HDP.

Ook voor het artikel Hoe een boerenknecht praeses van de kerkenraad werd door H.P. de Roos uit Haren moet u het blad opslaan.

In de rubriek Van de bestuurstafel, B + B (Bestuur en Beleid) houdt Thijs IJzerman, afdelingsafgevaardigde, ons regelmatig op de hoogte van het reilen en zeilen van het hoofdbestuur.

Een kort stukje hieruit:

"In onze hobby (en ook elders in de samenleving) wordt veel gebruik gemaakt van vrijwilligers. Onze vereniging bestaat uit louter vrijwilligers: niet alleen de bestuursleden, maar ook de knippers en sorteerders van familieadvertenties. Ook ons genealogisch documentatiecentrum in Weesp wordt geheel bemand (V/M) door vrijwilligers die daar een hoop tijd in steken. Misschien toch eens goed om daar bij stil te staan wanneer u een bezoek brengt aan Weesp (ons verenigingscentrum, gratis toegankelijk voor leden van de NGV) en daar weer de nodige gegevens vindt. De vrijwilligers werken vaak op de achtergrond en verrichten hun werk in stilte. Wanneer al die vrijwilligers binnen de NGV en elders in de samenleving hun vrijwilligerswerk niet meer zouden doen, dan lag de NGV al gauw op zijn achterste en raakte de samenleving flink ontregeld. Het leek mij een goede zaak om in het jaar van de vrijwilligers hier eens aandacht aan te besteden".

Hij blikte even terug op de succesvolle Genealogische Dag in Stadskanaal en bedankte nogmaals de vele vrijwillige medewerkers, met wiens hulp de dag een succes werd.

Voor de rest van dit artikel: zie HDP.

 

Waar komt de naam Amel in de familie Dolfin vandaan (I) door Roelof Dolfin, Groningen

In dit artikel volgt, na een inleiding over het ontstaan van de naam en voornamen in de familie Dolfin, Dolfijn of Dolfien, en verdere varianten, een fragmentgenealogie van de familie Amels/Hartenhof, waarin de in de inleiding genoemde Amel en Martje terugkomen in relatie met de familie Dolfin.

I. Amelinck Hendriks, geb. Nieuw Scheemda ca. 1637, tr. Schildwolde 28-7-1667 Aeltien Cornelys, geb. Schildwolde ca. 1640. Uit dit huwelijk:

1. Cornelis Amelinks, volgt II.

II. Cornelis Amelinks (zn. van I), ged. Schildwolde 18-12-1670, otr. Schildwolde 12-4-1696 Vrouke Jans, geb. Westerbroek ca. 1670.

Cornelis Amelinks van Schildwolde ondertrouwt Vrouke Jans van Westerbroek sonder verhinderingen, 1: 22 marty, 2: 29 dito, 3: 5 april. Hijr van attestatie gepasseert den 12 april 1696.

Uit dit huwelijk:

1. Amel Cornelis, volgt III.

2. Hindrik Cornelis, ged. 2-3-1710.

3. Wobbegien Cornelis, ged. 27-3-1712.

4. Harm Cornelis, ged. 17-3-1715.

III. Amel,(gedoopt als Ameling) Cornelis (zn. van II), ged. Schildwolde 13-5-1706, tr. Kolham 6-5-1742 Fennechien Gerryts, geb. Kolham ca. 1715

COLHAM: 1742 Den 6 Majus sijn Amel Corneljes en Vennegien Gerrits beide van Colham na voorgaande proclamata in den heilige houwelijken staet bevestigt

Uit dit huwelijk:

1. Margijn Amels, ged. Kolham 6-10-1743.

2. Vrouwke Amels, ged. Kolham 21-11-1745.

3. Cornellis Amels, volgt IVa.

4. Geertje Amels, ged. Kolham 19-9-1751, overl. Schildwolde 7-9-1827.

5. Aeltje Amels, volgt IVb.

6. Gerryt Amels, volgt IVc.

7. Harm Amels, volgt IVd.

8. Hindrikje Amels, volgt IVe.

9. Roelef Amels, volgt IVf.

Voor de generatie IV: zie HuppelDePup. Het artikel wordt vervolgd.

In "den vreemde" gevonden personen kunt u insturen voor de rubriek Ver van huis. Een voorbeeld: Soontje van Hindrik Hindriks & Lammigjen Hindriks woonagtig in de Wildervank en leggende met een schuite torf alhijr bij de klappe, geboorn den 5den deses en genoemt Hindrik. (DTB Nieuwolda, doop d.d. 9-11-1738).

 

Petronella J.C. Elema schreef het artikel De kerkvoogd Jacob Clasen en zijn 32 kinderen over een tijdens een routinecontrole in het doopboek van Uithuizermeeden gevonden vermelding dat een doop het 31e (en even later het 32e) kind van een plaatselijke kerkvoogd betrof. Petronella: Dat leek me wel wat om nader te bezien! Zou het kloppen? Al doende kwam ik een heel eind, maar waarschijnlijk hebben ze ook ongedoopt overleden kinderen meegerekend. En in de eindfase moet er wel met erg grote stappen zijn geteld: dan moeten we bijna wel een bij de geboorte gestorven tweeling invoegen om aan het getal te komen. Maar aangezien hij klaarblijkelijk in 1660 voor de eerste maal trouwde, doch het doopboek van Uithuizermeeden pas tien jaar later begint, gaf dat ook nog wel ruimte voor een half dozijn anoniem gebleven kinderen.

Uit de onvolprezen klappers op de huwelijken bleek bovendien, dat de betrokkene banden met Oosternieland had, en in 1660, ten tijde van wat waarschijnlijk zijn eerste huwelijk was, uit Holwierde kwam. Aangezien daar de DTB pas in 1730 beginnen, en de naam Jacob Clasen niet al te kenmerkend mag heten, voelde ik geen roeping om nog serieus naar zijn afkomst te gaan zoeken.

Tot tweemaal toe, tenslotte, en uit verschillende huwelijken, liet hij een zoon Frerick Alberts Donga dopen. Die zal wel vernoemd zijn naar een (familie-)relatie van die naam, naar gissing de vader van de Albert Donga, van Uithuizermeeden, die aldaar 28-1-1700 ondertrouwde met Marretien Jans, van Holwierde.

Met zoveel kinderen lijdt het weinig twijfel of iemand heeft deze kerkvoogd in zijn kwartieren. Ik houd me aanbevolen voor aanvullingen en verbeteringen.

Genealogie

Jacob Clasen, geb. ca. 1635, in 1660 afkomstig van Holwierde, kerkvoogd te Uithuizermeeden (1682-1701), tr. 1. Oosternieland 23-3-1660 Annie Tammes, van de Meden [= Uithuizermeeden], tr. 2. Oosternieland 10-11-1672 Marretien Allers, eerder gehuwd geweest met Galtie Jans, tr. 3. Geertien Alberts, tr. 4. Oosternieland (beiden van Uithuizermeeden) 23-11-1692 Engeltien Jans [ook: Engeltien a Noijen, lidmaat op belijdenis (als huisvrouw van de kerkvoogd Jacob Clasen) Uithuizermeeden 6-4-1694.

Jacob moet in 1670, bij de aanvang van de kerklijke registers van Uithuizermeeden, al lidmaat zijn geweest; direct in 1671-’72 had hij een kwestie met Anje Peters, huisvrouw van Claes Julles. In de Acta Consistorii wordt niets gezegd over de benoeming van plaatselijke kerkvoogden: zijn eerste vermelding als zodanig vond ik op 13/15-9-1682 en 8-12-1682, bij een conflict met de organist mr. Luitien Egberts.

Een tweede Jacob Clasen werd als lidmaat aangenomen op 8-3-1687. Ik vermoed dat dit degene is die otr. Uithuizermeeden 23-3-1684 Jacobie Sierts, van Uithuizermeeden. Kinderen uit dat huwelijk zullen zijn geweest:

* Anie Jacobs, ged. Uithuizermeeden 28-6-1685 (kind van Jacob Clasen).

* Sijrt Jacobs, ged. Uithuizermeeden 6-2-1689 (Jacob Clasen en Jacobiens kind).

De kerkvoogd van die naam werd toen namelijk vrijwel steeds met zijn titel aangeduid, en bovendien was hij in 1686-’87 gehuwd met Geertien Alberts. Zij had, als huisvrouw van de kerkvoogd Jacob Clasen, ruzie met Hijcke Jacobs, de huisvrouw van Meerten Clasen, over het verwisselen (met bijbetaling) van een oude voor een nieuwe koperen ketel (Uithuizermeeden, Acta Consistorii, 12-3-1686 en 8-3-1687). Hijcke zou in het voorjaar van 1686 tot lidmaat worden aangenomen, maar om deze ruzie werd dat uitgesteld tot 11-3-1687, direct na de afwikkeling van het conflict.

In eerste instantie had ik aangenomen dat hij dezelfde was als Jacob Clasen, schipper, otr. Oosternieland, tr. Zandeweer 10-10-1680 Grietien Jacobs, weduwe van Wigger Jans, te Zandeweer. Gezien het bovenvermelde optreden van Geertien Alberts echter neem ik aan dat dit een naamgenoot was. Een huwelijk met Geertien trof ik overigens niet aan.

Uit het eerste huwelijk:

* Albert Jacobs, ged. Uithuizermeeden 27-11-1670 (zn. van Jacob Clasen)

* Trijnie Jacobs, ged. Uithuizermeeden 19-11-1671 (dr. van Jacob Clasen)

Uit het tweede huwelijk:

* Albert Jacobs, ged. Uithuizermeeden 8-3-1674 (zn. van Jacob Clasen)

* Diewer Jacobs, ged. Uithuizermeeden 25-7-1675 (dr. van Jacob Clasen)

* Frerick Alberts Donga, ged. Uithuizermeeden 23-9-1677 (zn. van Jacob Clasen)

* Rijcktien Jacobs, ged. Uithuizermeeden 29-9-1678 (dr. van Jacob Clasen)

* Rijcktien Jacobs, ged. Uithuizermeeden 25-1-1680 (dr. van Jacob Clasen)

Uit (waarschijnlijk) het derde huwelijk:

* Claes Jacobs, ged. Uithuizermeeden 24-2-1683 (zn. van Jacob Clasen)

* Diewerke Jacobs, ged. Uithuizermeeden 27-4-1684 (kerkvooght Jacob Clasens kindt)

* Claes Jacobs, ged. Uithuizermeeden 10-4-1687 (kind van de kerkvoogd Jacob Clasen)

* Frerick Alberts Donga, ged. Uithuizermeeden 1-1-1690 (kerkvoogd Jacob Clasens soon)

Uit het vierde huwelijk:

* Jan Jacobs, ged. Uithuizermeeden 17-9-1693 (zn. van kerkvoogd Jacob Clasen en Engeltien)

26. Peter Jacobs, ged. Uithuizermeeden 6-1-1695 (zn. van de kerkvoogd Jacob Clasen en Engeltien, sijnde sijn ses en twintighste kindt)

27. Geertien Jacobs, ged. Uithuizermeeden 22-12-1695 (Jacob Klasen kerkvoogd en Engeltiens dochter, sijnde sijn 27te kindt)

* Dieuwerke Jacobs, ged. Uithuizermeeden 23-10-1698 (kerkvoogd Jacob Clasen en Engelen dochter)

31. Peter Jacobs, ged. Uithuizermeeden 10-10-1699 (Jacob Clasen kerkvoogd en Engele sijn 31 kindt gedoopt)

32. Arent Jacobs, ged. Uithuizermeeden 25-2-1701 (kerkvoogd Jacob Clasen en Engel sijn 32ste kindt gedoopt)

 

Voor de onbekende bron schreven Antonia Veldhuis en Henk Hartog een artikel over de militie, aangevuld met gegevens over Groningers die in 1859 niet aan hun dienstplicht hadden voldaan door R.H.C. van Maanen gehaald uit de rollen van de (rustende) schutterij en de militie.

Hiervoor moet u HDP even openslaan.

In het "Gronings" voorgeslacht van een Rotterdamse stadsjongen vertelt Cornelis Nienoord dat hij van vaderskant nog vol zit met Gronings bloed en zich dan ook nog Gronings voelt. Hij stamt af van een echt Gronings geslacht, waarvan de naam afkomstig is van een Groningse kapitale boerderij in Toornwerd, met de naam "Nienoord". Daarna volgt zijn kwartierstaat.

1. Cornelis Nienoord, geb. Rotterdam 28-6-1947, meubelmaker en kleinhandelaar in meubelen te Rotterdam, na 1976 gemeente-ambtenaar.

tr. (1) Rotterdam 1-12-1972 met Johanna Kraaijenstein, geb. Rotterdam 12-6-1950, modinette te Rotterdam, dr. van Pieter Kraaijenstein en Johanna Antonia Helma Schenk. Dit huwelijk is ontbonden te Rotterdam op 15-8-1977. Uit dit huwelijk: Monique, geb. Rotterdam 27-6-1975.

tr. (2) Rotterdam 12-1-1983 met Tieni Engelman, geb. Rotterdam 14-2-1950, verkoopster te Rotterdam, dr. van Antoon Engelman en Adriana Bakker. Uit dit huwelijk: Tamara, geb. Rotterdam 25-8-1983 en Arina Corlijn, geb. Rotterdam 8-10-1987.

2. Jan Nienoord, geb. Oude Pekela 23-6-1905, boekhouder te Rotterdam,

overl. Rotterdam 23-3-1959; tr. Rotterdam 8-4-1942 met

3. Nelia Vervoort, geb. Schiedam 18-9-1917, verkoopster in banketwaren te Schiedam, overl. Rotterdam 16-6-1985. Uit dit huwelijk: a. Duurt Nienoord, geb. Rotterdam 24-8-1943, instrumentmaker, tr. Arnhem 13-8-1969 met Charlotte Cornelia Hendrika Liesting, geb. Arnhem 19-3-1947, dr. van Hendricus Liesting en Cornelia Overeem; b. Cornelis Nienoord (zie: 1.)

4. Pieter Nienoord, geb. Onderdendam 17-3-1869, koopman en hotelier te Oude Pekela, overl. Rotterdam 22-12-1957, tr. Oude Pekela 24-11-1898 met

5. Fennechina Jacoba Hazelhoff, geb. Oude Pekela 29-7-1873, overl. Rotterdam 3-3-1953.

8. Duurt Nienoord, geb. Onderdendam 8-1-1832, landbouwer op de boerderij "de Delthe" te Stitswerd, later vermoedelijk houthandelaar, overl. Oude Pekela 19-5-1893, tr. Delfzijl 13-6-1866 met

9. Jantje Bruggers, geb. Geefsweer 29-2-1836, overl. Winschoten 5-9-1909.

10. Geert Hazelhoff, geb. Oude Pekela 16-6-1850, aannemer en timmerman, overl. Oude Pekela 18-3-1902, tr. Winschoten 18-6-1873 met

11. Roelfien Flink, geb. Winschoten 14-10-1846, overl. Oude Pekela 20-5-1904.

16. Jan Simons Nienoord, geb./ged. Rasquert 3/22-8-1802, herbergier te Onderdendam in ‘t Regthuis aldaar, later landbouwer op de boerderij "de Delthe" te Stitswerd, overl. Kantens 19-1-1852, begr. op het kerkhofje te Menkeweer, tr. Bedum 21-5-1825 met

17. Koopke Duurts, geb. Hoogemeeden 19-4/13-5-1792, herbergierster te Onderdendam in ’t Regthuis aldaar, overl. Kantens 3-12-1859, begr. op het kerkhofje van Menkeweer.

18. Pieter Lammerts Bruggers, ged. Zuidbroek 4-5-1785, landbouwer te Zuidbroek en Weiwerd, overl. Delfzijl 7-1-1860, tr. Delfzijl 5-5-1815 met

19. Bouwke Hendriks Steenhuis, ged. Weiwerd 7-12-1794, overl. Farmsum bij Delfzijl 2-7-1880.

20. Folkert Hazelhoff, geb. Hoorn bij Wedde 24-5-1821, timmerman te Oude Pekela, overl. Oude Pekela 20-3-1882, tr. Oude Pekela 5-5-1846 met

21. Fennigje Delhaas, geb. Sappemeer 15-10-1821, naaister te Oude Pekela,

overl. Oude Pekela 24-2-1907.

22. Roelf Jans Flink, geb./ged. Winschoten 21-5/3-6-1810, huisverver te Winschoten, overl. Oude Pekela 20-11-1894, tr. Scheemda 6-5-1831 met

23. Trijntje Roelfs Heideman, ged. Westerlee 17-11-1809, overl. Winschoten 13-12-1892.

32. Simon Reintjes Nienoord, ged. Toornwerd 3-4-1769, landbouwer op de

boerderij "Azinga" te Rasquert, overl. Westerwijtwerd 21-5-1846, tr. Uithuizen 23-4-1796 met

33. Antje Jans de Vries, ged. Uithuizen 16-8-1778, overl. Baflo 21-6-1820.

34. Duurt Klaassens, ged. Zuidhorn 13-10-1737, landbouwer te Hogemeeden,

overl. Lagemeeden 4-7-1802, tr. Zuidhorn 12-1-1783 met

35. Antje Klaassens, ged. Noordhorn 26-12-1754, overl. Aduard 24-7-1824.

36. Elzo Harberts Bruggers, ged. Bellingwolde 20-1-1758, landbouwer te Zuidbroek, overl. Zuidbroek 29-4-1834; tr. (2) Zuidbroek 11-12-1799 met Uindina Johanna Uniken, tr. (1) Zuidbroek 24-10-1783 met

37. Eelbring Pieters, ged. Bellingwolde 30-7-1758, overl. Zuidbroek 21-4-1790.

38. Hindrik Jans Steenhuis, ged. Termunten 4-2-1764, landbouwer te Weiwerd, hij was in 1808 lid van het gemeentebestuur van Farmsum, overl. Termunten 5-3-1814, tr. huwelijkscontract (hc) Weiwerd 25 mei 1791 met

39. Elisabeth Fokkes Brouwers, geb./ged. Weiwerd 13/20-3-1774, overl. Termunten 9-3-1814.

40. Geert Hazelhoff, ged. Wedde 25-12-1777, landbouwer, overl. Hoorn bij

Wedde 26-8-1857, tr. Wedde 12-4-1807 met

41. Anna Kleun, geb./ged. Onstwedde 19/23-3-1787, overl. Wedde 12-2-1866.

42. Pieter Gilles Delhaas (Delhorst), ged. Sappemeer 4-12-1774, wever te Sappemeer, overl. Oude Pekela 3-4-1829, tr. Sappemeer 2-3-1815 met

43. Wea Hindriks de Jonge, ged. Oude Pekela 29-2-1784, arbeidster, overl. Oude Pekela 20-6-1873; zij tr. (1) (ondertr. Oude Pekela 31-10-1807) met Eildert Jans Tor.

44. Jan Everts Flink, geb./ged. Flinsterwolde 17/31-10-1784, huisverver te Winschoten, overl. Winschoten 27-11-1846, tr. Winschoten 15-3-1807 met

45. Japien Roelofs Brons, van Borgercompagnie, geb. ca. juni 1767, overl. Winschoten 26-9-1843.

46. Roelf Dreuwes Heidenman, van Oude Pekela, geb. ca. 1763, landbouwer te Westerlee, overl. Westerlee 29-3-1850; tr. Westerlee 15-8-1800 met

47. Grietje Hindriks, geb./ged. Westerlee 7/14-8-1774, overl. Westerlee 22-11-1864.

64. Reintje Simens Nienoord, geb. ca. 1730, landbouwer op de boerderijen "Nienoord" en "Schuilenborg" te Toornwerd, overl. Toornwerd 16-3-1807, zn. van Simen Jans en Stijntje Klaassen; tr. (1) Middelstum 9-11-1756 met Grietje Jacobs, overl. ca. 1763, dr. van Jacob Jans Boerema en Grietje Nanninga; tr. (2) Middelstum 28-2-1768 met

65. Jantje Ennes, ged. Rasquert 18-10-1743, dr. van Enne Hendriks en Tjaakje Cornelis.

66. Jan Jans de Vries, geb. Grijpskerk 3-2-1754, landbouwer op de boerderij

"Tettema" te Uithuizen, overl. Uithuizen 5-6-1812, zn. van Jan Alderts en Antje Jannes; tr. Uithuizen 21-12-1777 met

Hierna volgen nog enige tientallen personen.

 

T.K.J. Wagenaar, CALS NGV functionaris afdeling Groningen schrijft Van en over de Contactdienst: de weg naar internet.

Hij verwijst o.a. naar http://go.to/contactdienst.

Zie verder HDP.

In Allem@@l digit@@l houdt Antonia Veldhuis u op de hoogte van nieuwe bronbewerkingen. Ze wijst op o.a. http://geneaknowhownet, de pagina van Herman de Wit die voor heel Nederland digitale bronnen inventariseert. Verder komen, voor de Groningers met Friese voorouders, ook diverse Friese homepages aan bod.

Eilko van der Laan bespreekt de verschenen of nog te verschijnen boeken. Hierin o.a. het nieuwe Groninger kwartierstatenboek deel 2, o.r.v. R.H. Alma, F.J. Ebbens, T.K. Glas, E.J. Keijer en R. van der Leij.

Voor de rest van de twee bladzijden beschrijvingen: HDP.

Nieuws van de archieven staat o.r.v. Henk Hartog. Hierin nieuws over cursussen en nieuwe genealogieën.

In Vragen en antwoorden staan (u raadde het al) vragen en antwoorden van lezers. De redactie is Thijs IJzerman.

Een paar voorbeelden:

2001/31 DOEWES

Gegevens gevraagd over Jan Doewes (afstammelingen heten Nienhuis), doop niet gevonden, gehuwd met Dieuwke Cornellis (verder onbekend); zij laten van 1770 tot 1783 in Leens dopen: Hilje, Claaske, Harm, Bregtje, Doewe. In 1778 en 1783 heet de moeder Dieuwke Klasen.

Piet Bos, Zwolle.

2001/32 VAN AKEN DE WAARD

Augustus van Aken de Waard commissionair in effecten, geb. 11-3-1873 te Groningen, overl. 1-11-1945 te Hilversum, zn. van Pieter Hendrik de Waard en Annegien van Aken; hij is op 5-7-1915 te Groningen in staat van faillissement verklaard. Gehuwd met Hendrika Maria van Kilsdonk, geb. 2-10-1878 te Woensel, overl. 24-10-1970 te Hilversum op 92-jarige leeftijd, dr. van Franciscus Antonius van Kilsdonk en Maria Anna Rosenstein. Uit dit huwelijk:

Joanna van Aken de Waard, geb. ca. 1907, gehuwd met H.H. Kat.

Gaarne nadere informatie over voorgeslacht, nakomelingen en nadere bijzonderheden omtrent bovengenoemde Augustinus.

Herman van Aken, Duiven

We hopen dat deze kleine selectie u nieuwsgierig heeft gemaakt naar ons afdelingsorgaan en, mocht u hem gaan lezen: veel leesplezier!

Deze aflevering van HDP is ook te koop! Mail naar annet@kaman.nl