Samenvatting Huppeldepup 2000

nummer 3


Samenvatting Huppeldepup 2000 nr 3

Een 28 tot 32 bladzijden te verkorten tot een paar valt niet mee. Complete artikelen zult u dan ook hieronder niet vinden (dat zou ook niet eerlijk zijn t.o.v. leden en bijkomende leden), wel hebben we geprobeerd de kern van de stukken weer te geven. We hopen dat u na het lezen nieuwsgierig wordt naar het verenigingsorgaan en lid wordt van onze afdeling. 
Drie maal per jaar kunt u een afdelingsblad verwachten met vaste rubrieken als lezingen, B&B, onbekende bron, boekbespreking, vraag- en antwoordrubriek, kwartierstaten, genealogiëen en artikelen van lezers.

In het voorwoord worden alle actuele zaken even bij de kop genomen.

In de rubriek genealogisch voorstellen stelt Eddy Landzaat nieuwe leden voor. 

Als bladvulling staat er hier en daar een verre vondst of een toevalstreffer, zoals bijvoorbeeld "Antie, kind van Wilcke Klaesen (overleden) en Anneke Tobias wonend in de Beerta, "bij ongeluck hijr in de kraem ... bevallen" (DTB Vlagtwedde, doop d.d. 16-11-1710).

Elke maand zijn er in de Groninger Archieven (Cascadeplein 4 te Groningen, vlak bij het NS-station) afdelingsbijeenkomsten (behalve in de zomermaanden). Joop van Campen geeft in de rubriek lezingen een uitgebreide(re) beschrijving hiervan.

Van september t/m december 2000 hadden wij lezingen over:

Genealogie en Internet door dhr. L. Roobol

Internet is een bijna onuitputtelijke bron van informatie. Deze voordracht hoopte u wegwijs te maken, de nadruk lag op de verschillende zoekmethoden.

Op zaterdag 14 oktober 2000 was er extra Afdelings-Leden-Vergadering met daarna een lezing met als thema Wezen en voogden door mw. J. van Keulen.

Veel kinderen verloren vroeger op jonge leeftijd één of beide ouders. Er bestaan dan ook uitgebreide voorschriften, waarin wordt aangegeven hoe in zo'n situatie gehandeld moet worden. In deze lezing kwamen ook de rol van de rechtbanken, voogden en weeskamer aan de orde. Daarnaast werd gekeken naar bronnen over de zorg voor de (half)verweesde kinderen, uiteraard met Groninger voorbeelden.

Woensdag 8 november 2000 was er een lezing over het weer en zijn vaak rampzalige gevolgen voor onze voorouders, spreker dhr. J. Buisman.

Strenge winters, zomerhitte, stormvloeden, hagel die de oogst vernielde, blikseminslag, pest enz. waren zaken die het dagelijks leven van onze voorouders zwaar en bedreigend maakten en die in de geschiedschrijving niet mogen ontbreken. Ter sprake kwamen verder: het gebruik van bronnen, bronnenkritiek, ongebruikelijke bronnen.

Woensdag 13 december 2000 werd het Onderzoek naar militairen in de provincie Groningen behandeld door de heren A. Beuse en J. van Campen

In uw genealogisch onderzoek treft u vrij zeker één of meer militairen aan onder uw voorouders. Vóór 1795 en ten tijde van de Bataafse Republiek was uw voorvader vrijwel zeker beroepsmilitair. Na 1813 is de kans groot dat u hem als dienstplichtige in de archiefbronnen vindt. In deze lezing werden zowel landelijke als Groningse bronnen behandeld.

In van de bestuurstafel B + B (Bestuur en Beleid) wordt elke keer een belangrijk bestuursvraagstuk behandeld door Thijs IJzerman, afd. afgevaardigde.

In dit nummer was het onderwerp de Extra Algemene Vergadering van 8 juli 2000 i.v.m. het aftreden van het totale hoofdbestuur.

Omdat deze rubriek inspeelt op de actualiteit, nodigen wij u uit om hiervoor de nieuwste HDP te lezen.

Een handje geeft een nieuwe verwijzing door Antonia Veldhuis.

Bij onze laatste enquête in 1996 reageerde 40% van onze lezers. Het aantal computergebruikers daarvan was 73%. Hoeveel daarvan regelmatig op internet zaten werd door ons niet gevraagd. En vergeleken met tegenwoordig was dit medium toen nog maar klein, ongetwijfeld slechts een klein percentage.

Het zou dus weer tijd worden voor een nieuwe opiniepeiling en dan is het aantal computergebruikers zeker een stuk hoger.

De NGV Groningen probeert ook bij internetgebruik u behulpzaam te zijn. We hadden o.a. een artikeltje over internet, een boekentip over dit onderwerp, Kees Hessels (oud-secretaris) gaf voorlichtingsavonden over internet bij hem thuis, er waren twee dagen Computer & Genealogie (1998 en 2000) en we hadden en krijgen een lezing van Lars Roobol om u wegwijs te maken.

Toch blijft het voor de beginner moeilijk om door de vele pagina's de juiste te vinden.

Hierna volgde een uitleg voor de installatie van internet.

Eenmaal op het net verdwaal je al snel. Het is dus belangrijk een paar favoriete sites (bladzijden) te hebben, waar je snel weer heen kunt gaan. Vastzetten dus, oftewel inladen en dan op favorieten toevoegen of bookmarks (add bookmarks) klikken. Wil je op de telefoonnota besparen dan verbreek je de verbinding na het inladen en kijkt "off line" (op de computer zelf dus).

Laten we eens een paar voorbeelden nemen van internetsites die interessant zijn voor de genealoog, uiteraard betrekking hebbend op Groningen. We hebben verbinding met een provider en starten de navigator op. Bovenin typen we

http://www.cbg.nl. De hoofdpagina van het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag verschijnt dan. Rechts het gebouw en algemene informatie, links staan in een blauw vlak diverse verwijzingen. Als je daar met het pijltje heengaat, verandert het in een handje. Dat betekent dat daar weer een andere bladzijde onder zit. (Dat is trouwens ook vaak het geval bij tekst die in kleur afwijkt of die onderstreept is). Onderaan staat "links". Als u daarop klikt gaat er een wereld aan genealogische pagina's voor u open. Eerst zijn er vele algemene bladzijden, daarna (onder zwarte letters) rangschikking per provincie. U gaat dus naar Groningen, waar op dit moment drie verwijzingen staan.

Een ander adres is http://www.ngv.nl, onze eigen NGV-site. Ook hier weer doorverbindingen naar diverse (soms dezelfde als bij het CBG) bladzijden en een lijst met (ruim 300) NGV-leden die een eigen homepage hebben. Een nadeel is dat de namen alfabetisch gerangschikt zijn met de woonplaats en je dus niet weet van welke plaatsen ze informatie hebben.

Info over Groningen hebben o.a. Dick Kuil, de Molema's en Harm Selling. Klikken (met de muis natuurlijk) verbindt u door met hun homepage. Deze kunt u ook rechtstreeks bereiken:

http://www.futurum.nl/genealogie/gpg.html is de Groningse pagina van Dick Kuil, kenner van de Pekela's. Verder o.a. inhoudsopgave van HDP en Gruoninga.

http://home.hccnet.nl/p.molema/links.htm geeft heel veel verwijzingen naar genealogische sites door Piet en Willeke Molema.

http://www.genealogiegroningen.nl geeft de homepage van Harm Selling, specialist van Winschoten en omgeving. Hierop ook genealogische vragen, Groninger genealogische pagina's en diverse stamreeksen.

http://www.futurum.nl/genealogie/download.html geeft veel gratis te downloaden bestanden betreffende de provincie Groningen, o.a. huwelijkscontracten in de provincie Groningen, veel over Pekela, dopen/huwelijken van Blijham, Hoogezand, Kielwindeweer, Meeden, Noordbroek en vele andere plaatsen.

Hierna volgden nog enige algemene (interessante) pagina’s.

De chirurgijn Peter van (der) Climp

Petronella J.C. Elema

In Mensen van vroeger 3 (1975), no. 1, pag. 16-20; 3 (1975), no. 8/9, pag. 157-160; 4 (1976), no. 1 pag. 16-22; en 5 (1977) no. 2, pag. 41-47 zijn artikelen van mijn hand over verschillende families Klimp te vinden. In de tussenliggende 25 jaar vond ik zo af en toe wel wat bij, maar veel om het lijf had dat niet.=Een naamgenoot was toentertijd echter blijven liggen: de chirurgijn Peter van (der) Klimp. Over hem verzamelde ik inmiddels het volgende. Hoewel hij enkele, ook overlevende, kinderen heeft gehad, kon ik geen voortzetting van dit geslacht vinden.

Genealogie

Peter van (der) Klimp, chirurgijn, overl. na oktober 1722 en waarschijnlijk vóór 1730, tr. (1) vóór 1686 Sara Schoormans, tr. (2) Veendam 17-2-1701 Niesjen Haalweghs, van Winschoten, d.v. Johannes Haalwichs, tr. (3) Veendam 12-12-1710 Lummigjen Hindriks, uit Emmen, overl. vóór oktober 1722; zij tr. (1) Veendam 24-3-1702 Willem Barels, van Emmen.

Peter van der Klimp en zijn vrouw Sara Schoormans kwamen voor op de lidmatenlijst van Veendam d.d. 10-7-1687 (RAG, Kerkeraad Veendam en Wildervank, 1685-1703, 10-7-1687 (lidmatenlijst), als nrs. 31 en 32). Hij was chirurgijn (zie ook de betiteling in V ll 3, 15-7-1686), want hij komt soms voor met de betiteling Mr.', en bovendien is er eenmaal sprake van een conflict over ‘meesterloon': dat was het geval in 1698, toen Hille de vrouw van Geert Gort "klaegde met Mr. Pieter van der Klimp wegens meesterloon quaestie te hebben en dieswegen onbequaem om te communiceren" (RAG, Kerkeraad Veendam en Wildervank, 1685-1703, 27-2-1698). Mogelijk heeft met zijn functie ook te maken de volgende inschrijving uit 1713 (GAG, III tt 202, fol. 69, 28-11-1713): Burgemeesteren en Raad (B & R) gelasten de Stadts advocaet fiscaal Thomas Alting [om] Pieter van der Klimp voor de heeren raadsheren van het Nedergericht in commissie te citeren, om over haar Ed: verstaan te werden, op de hand soo door den selven soude sijn gefabriceert, ende waar over met Engelbert van Loenen questieus is, ende welcke oock mede sal werden gedenuntieert.

Op 29-12-1692 werd Pieter van der Klimp als diacon in Veendam gekozen (RAG, Kerkeraad Veendam en Wildervank, 1685-1703). Minder dan een jaar nadien was "Mr Pieter van der Klimp diacon openbaerlijck tot aenstoot van andere hantgemeijn [...] geworden met Roelf Blinck collector (Ibid. 1-9-1693), en oordeelden de broeders dat zij zich deze maal van het Avondmaal moesten onthouden. In 1697 besloot Mr. Pieter zelf hiertoe, nadat hij een kwestie met Jan Glim had gehad (Ibid. 3-9-1697). In datzelfde tijdvak had hij ook al ruzie met Elias Bilevelt (Ibid. 15-5-1698): mr. Pieter verklaarde dat een eerdere zaak was "afgedronken" maar dat Bilevelt hem nu bij het gerecht had aangeklaagd; omdat de laatste tot de kerkeraad behoorde, waren de andere leden daarvan niet gelukkig met de situatie (Ibid. 4-6-1698). Enkele maanden later was de zaak echter bijgelegd (Ibid. 2-9-1698). Amper was dit afgehandeld of een nieuwe ruzie deed zich voor, nu met Sijwert Harckema die klaarblijkelijk een slechte dronk over zich had en regelmatig werd vermaand. "Mr. Pieter van der Klimp klagende door Harckema beledight ende seer quaelijck bejegent te sijn, vondt sich onbequaem tot de Heijlige communie (Ibid. 2-12-1698).

Pieter en Sara waren zeker al in 1686 gehuwd. In dat jaar kochten Pieter van der Klimp, chirurgijn in Veendam en Wildervank, en Sara Schoormans zijn huisvrouw, een huis gelegen op pachtgrond te Veendam voor f 550 van Roelof Reynders, erfgeseten in Veendam, en Aeltjen Wessels e.l. (RAG, V ll 3, fol. 51, =17-5-1686). Zwetten van dit pand waren ten N. Derrick Jaspersen, ten O. de wegh, ten Z. Coert Janssen, ten W. Herman Pieters.

Tijdens dit eerste huwelijk worden zij in 1696 genoemd bij het huwelijkscontract van Anna Elisabeth Nieman, in Veendam, en Albertus =Cost, in Groningen (RAG, V ll 4, Veendam 21-5-1696). Aan bruidszijde Peter van der Klimp en Saertien Schoormans vader en moeder (zij ondertekenden als Pieter en Sara), Antonius Nieman broeder en, doorgehaald, Gerardus Schoorman voormond en oom. Hieruit blijkt dat Sara weduwe is geweest van een Nieman, uit welk huwelijk de kinderen rond die tijd al volwassen waren. Bij zijn huwelijk , ook in de stad , blijkt Antonius Nieman van Emden afkomstig te zijn; het lijkt mij waarschijnlijk dat zijn moeder , en misschien zelfs zijn stiefvader, ook vandaar kwamen.

We vinden bijzonderheden over Sara als in 1686 de kerkeraad de zaak van Jan Jansen Houwingh behandelt (RAG, Kerkeraad Veendam en Wildervank 1685-1703, 16-5-1686): deze had, dronken zijnde, tegen Mr. Pieter van der Klimps huisvrouw, Zarah Schoormans, enige lastering "uijtgespoogen". In nuchtere toestand verklaarde hij echter niets dan eer en deugd van haar te weten ... Ook mr. Pieters tweede vrouw, Neesjen, kwam een keer in deze bron voor en wel in de zomer van 1703, toen zij handtastelijk was geweest met de vrouw van Tiarck (of Tierck) Cuiper (RAG, Kerkeraad Veendam 1702-1818, 1-6-1703 en 7-9-1703). Overigens waren de dames enkele maanden later weer verzoend.

Het huwelijkscontract van het tweede huwelijk (RAG, V dd 15, 22-1-1701) gaf aan bruidegomszijde P. Schultetus als daartoe verzocht, aan bruidszijde mons. J. Haelwigh vader, mons. Henr. Haelwigh (sibbe)voogd, Haijcko Jans vreemde voogd, Haijcko Jans en Johanna Haelwigh ehel. zwager en zuster (twee verschillende personen!).

Het derde huwelijk werd gesloten in 1710 (hc: RAG, V mm 3, fol. 206, 6-11-1710). Noch aan bruidegoms-, noch aan bruidszijde verschenen familieleden als getuige.

Na Lummigjes dood werd een "Inventaris van de goederen nagelaten =door Lummegjen Hindriks" overgegeven door haar weduwnaar meester Pieter van der Klimp (RAG, toegang 731 (Oldambt), inv.no. 1339, Zuidbroek 20-10-1722). Daaraan ontleen ik:

Een huis an't Oosterdiep in Veendam op de grond van de heer Wildervanck, doende jaarlijks tot grondpacht f 3.15.0; een tuin over 't diep doende jaarlijks f 5.

Er was een vrij uitgebreide verzameling huisraad.

Aan levendige have: 1 koe, 1 kalf, 2 korven ijmen.

Zilver en goud: een boek met silver krappen, 6 silver lepels, 1 muster lepel, 1 silver kop, 1 beker, silveren op de sijde ketten koker, mes en vorke met een tassche, 1 paar gaspen, een vingerhoed, 2 golden ringen, 2 bingels met 2 krallen; f 51.19.8 contant.

De winkel met dozen, schalen en enige waren, 1/2 anker edijk [azijn], 1/2 anker raapolij, 25 à 30 lb. sijroop, 1/2 sak sold, medecinen en ande kremer waren, 1 boek kaste met wat boeken.

Zo'n 15 vorderingen, waarvan de hoogste is f 64.7.0 van Willem Dijkema. Diverse vorderingen waren van hetzelfde kaliber, maar ook f 500 van de scholte tot Emmen (deze brief was aanvankelijk vermist, maar teruggevonden) en f 100 van Harm Coops.

Vóór 1730 zal ook mr. Pieter zijn overleden. In januari van dat jaar traden op Berent Mennekes en Gerlof Harms voormond en voogd over Pieter van der Klimps kinderen, om oplossing en rekening te doen (RAG, toegang 731, Oldambt, inv.no. 5592, Zuidbroek, 6-1-1730). Bij deze gelegenheid was ontvangen ruim f 97, doch uitgegeven bijna f 112.

Uit het tweede huwelijk:

  1. Johanna Margarieta, ged. Veendam 5-10-1704

Uit het derde huwelijk:

  1. Jantjen, ged. Veendam 11-10-1711
  2. Hiskias, ged. Veendam 13-9-1716

 

Ver van huis II

Aeltien, dochter van Jan Joesten en Maria Adams, wonend in =Groningen (bevallen in Abeltien Willems huis).

DTB Vlagtwedde, doop d.d. 21-8-1718

=20

Hindrik Hindriks en Lammigjen Hindriks woonagtig in de Wildervank en leggende met een schuite turf alhijr bij de klappe, geboorn den 5den deses en genoemt Hindrik.

DTB Nieuwolda, doop d.d. 9-11-1738

Aaltjen Derks dogter van Derk Egberts, en welke van de Mennonijten tot onse gemeinte is overgegaan, sijnde de huisvrouw van Habbo Sijbolts.

DTB Nieuwolda, doop d.d. 2-3-1742

Onbekende bron: Vermoord

Antonia Veldhuis, correctie Henk Hartog

Hoewel in deze onbekende bron sommige zoekbronnen overeenkomen met de in een vorig nummer geplaatste bron "crimineel" (zie HDP september 1996), hebben we toch gemeend deze te moeten schrijven. Het accent ligt hier op de zware delicten, met name moord en doodslag.

Vlak na de brute moord op Meindert Tjoelker zei een collega van mij dat deze dingen tegenwoordig schering en inslag waren en dat ze vroeger niet gebeurden. In een vorige HDP (september 1996) schreven we het artikel "per ongeluk gedood" . Voor wie denkt dat dat een incidenteel geval was, nee dus.

Omdat wij doorgave van bronnen en straffen voor de genealoog belangrijker vonden dan vergelijkingen vroeger/nu hebben wij dit zelf niet gedaan. Toch willen wij u enige gegevens hierover niet onthouden.

Uit een lezing van de heer dr. D.A. Berents, gehouden voor de NGV afdeling Amersfoort en omstreken op 22 april 1999 en samengevat in hun afdelingsorgaan van september 1999 (hij onderzocht 5500 vonnissen in Utrecht), citeer ik:

In de Middeleeuwen behoorde 37% van de misdrijven tot de categorie ="agressie", waaronder vallen doodslag, moord, mishandeling enz. 40-60 mensen van de 100.000 kwamen hierbij om het leven, tegen nu ongeveer 2. Volgens hem zou de oorzaak kunnen liggen in het feit dat men meer op straat leefde en men meer wapens, met name messen, had. Ook leidden toegebrachte verwondingen sneller tot de dood dan tegenwoordig, vanwege de gebrekkige medische voorzieningen. In de 16e eeuw neemt dat percentage toe tot ongeveer 50%, en in de 17e en 18e eeuw daalt het tot 20%.

Tot zover de heer Berents. In Groningen kunnen de cijfers wat afwijken, maar hoe je het ook bekijkt, het is natuurlijk altijd te hoog. Het is in ieder geval zeker dat de straffen aanmerkelijk zwaarder waren dan tegenwoordig.

Een paar voorbeelden van vonnissen uit het Criminele protocol van Burgemeesteren en Raad der Stad (RA III ii). [Die van 1774 is bevestigd in de Hooge Justitiekamer (toeg. 136 inv.nr. 1985, d.d. 25-8-1774). =e data zijn die van het vonnis, tussen () de vindplaats]:

"Hangen door de strop" voor Popko Claessen omdat hij een "cameraet met een mes gestoken" had waarop die overleed (16-3-1619)(RA III ii 2, fol. 9).

In een zak in het water gegooid tot "datter de doodt nae volgt" voor de 22-jarige Geeske Harmens (geboren in "Northooren", graafschap Bentum) voor kindermoord. Ze was op 18 augustus bevallen van een kind (gewonnen bij de soldaat Johan Turff) dat ze in het Suider nieuwe diep had gesmeten (10-11-1642) (RA III ii 2, fol. 102).

Geradbraakt werd de 20 jarige Harmen Jans uit "Straecholt in Oostfrieslant" omdat hij zijn meester Jan Nijenhuijs had vergiftigd "met rotten-kruijt" (en wel een halve lepel), gemengd in een "commie met appelde brie", waaraan die "binnen weijnich dagen seer jammerlijck gesturven is" (29-11-1684) (RA III ii 3, fol. 300).

Wurging voor het plegen van kindermoord wachtte een heer en zijn dienstmeid (12-12-1740).

"Levendich geraadbraakt", waarna zijn hoofd er werd afgeslagen en als afschrikwekkend voorbeeld op een pin ten toon werd gesteld kreeg de "na gissinge" 22-jarige Jan Harms voor de op 9 mei 1774 gepleegde diefstal met moord op juffrouw Land (22-8-1774) (RA III ii 5, fol. 16).

In 1596 eindigde Alke Engels op de brandstapel, omdat ze het dochtertje van dominee Antonides in Wedde een "vergiftigde" appel had gegeven, waarop die overleed. (Zie artikel "toverije" in de vorige HDP).

Vreemd genoeg waren er voor hetzelfde soort delicten ook veel lichtere straffen. Uit de "Ontfanck van breucken des Gerichtes Westerwolde" haalden we: "Gerdt Trenninck hefft Aeike Boeginck zaliger gewundeth, darann he gestorvenn is, de broke tsestich (60) Emder gulden" (1585/1586, fol. 36) en Detmer ter Wisch gecomponert van den nederslach he an salige Albert ter Haer gedaen vor vifftich (50) emder gulden" (7-6-1591). Ter vergelijking: Claes Thomas kreeg op 3-10-1628 voor gestolen leer en schoenmakersgereedschap een boete van 100 car. gulden. Waarschijnlijk zijn dit gevallen geweest van "per ongeluk gedood".

Aan de lijfstraffen en doodstraf kwam trouwens pas in de 19e eeuw een eind. Op 12 april 1838 ’s morgens om 11 uur is het laatste doodvonnis in Groningen voltrokken. De ongelukkige was Okke Geerts Kluin, voor een op 22 april 1837 begane moord met diefstal in Uithuizen. Hij sloeg Marijke Arents Teisman met een bijl de schedel in om met haar geroofd geld naar de voorjaarsveemarkt te gaan. Hij eindigde ook op de markt: Hij werd daar opgehangen, nadat zijn verzoek om gratie was afgewezen. Nu nog wordt er gezegd: "Daor biste goud afkomen, beter as Okke Kluun, want dei mos hangen!".

Het geselen en brandmerken ging door tot 1854. Meer geluk dan bovenstaande Okke had de 16 jarige H.J.T. uit Nieuwe Pekela. Voor het in brand steken van het huis van T. Stijntjes in Stadskanaal werd op 14 september 1870 de doodstraf geëist, welke op 21 september door de rechtbank ook werd uitgesproken. Omdat die straf op 17 september 1870 was afgeschaft werd zijn vonnis gewijzigd. Het beroep van beul was, heel toepasselijk, uitgestorven.

Terug naar de tijd voor 1811, die erna is gemakkelijker te vinden en via kranten na te zoeken. In de HDP vindt u hierna diverse voorbeelden:

De straf die Balthazar Gerardsz (de man die op 10 juli 1584 in de namiddag Willem van Oranje, de vader des vaderlands, doodschoot) moest ondergaan wil ik u besparen, maar geloof me, alle in dit artikeltje genoemde vonnissen zijn hierbij vergeleken een zacht eitje. Misschien wel interessant om te weten is dat Balthazar rechten had gestudeerd en een jaar voor de moord bij de prins in dienst kwam. De beloning die hem in het vooruitzicht was gesteld werd later door Philips II aan de familie uitgekeerd en die werden tevens in de adelstand verheven. (Winkler Prins). Wilt u het vonnis lezen, dan moet u op het Algemeen Rijks Archief in Den Haag zijn.

Intussen bent u waarschijnlijk aardig in de stemming om een moorddadige voorouder te vinden en wilt u weten hoe en waar.

Waar kunt u deze misdaden en daders vinden? Ook hier geldt weer dat er wat geluk bij moet. Veel is niet geklapperd en moet gewoon door toeval worden gevonden. Wij helpen een handje en hebben voor u uit het "Breuckenregister Westerwolde" 1567-1667 (geklapperd door de heren Wegman) de doodslagen gehaald: (zie HDP).

Dan nu de vindplaatsen:

Gerechten van Selwerd, Oldambt, Westerwolde e.d.: Toegang 730 t/m 735.

Achterin die toegangen staan ook diverse doodslagen, die we er even voor u uithaalden. Vanwege de lengte staan ze hier niet. In de HDP kunt u ze vinden.

  • Toegang 136 Hoge Justitie Kamer (HJK)
  • Toegang 1 Staten Archief (nr. 1350-1354)
  • Toegang 1354 Rechterlijke archieven van de stad Groningen =20
  • RA III ii Criminele Protocol van Burgemeesteren en Raad der =Stad

Uiteraard volgt hierna de verantwoording van de gebruikte bronnen.

In Friesland veroordeelde Groningers

Antonia Veldhuis; bewerking Henk Hartog

Op 25 juli 1999 was het 500 jaar geleden dat het Hof van Friesland werd opgericht. Ter gelegenheid hiervan verscheen het boek "Archief Hof van Friesland, Inventaris van het archief van de Raad, na 1515 Het Hof van Friesland (1502) 1516-1811", waarbij een CD met ruim 16.000 beschrijvingen van verdachten (criminele dossiers) en eiser met gedaagde (civiele processtukken). Met toestemming van het Ryksargyf haalden wij de criminele Groningers eruit. Het nummer verwijst naar het aanvraagnummer; u krijgt het aangevraagd procesdossier in de originele linnen zak waarin het altijd zat. Omwille van de ruimte volgen nu allen de eerste jaren. De volledige lijst, 5 bladzijden, staat in HDP.

Inv.nr. Vonnis d.d. Naam beklaagde, herkomst tussen ()

  • 154 29­06­1700 Hendrick Jansen Riemrinck =(Groningen)
  • 160 3-09-1700 Eilaert Ypes (Zuidbroek)
  • 162 4­09-1700 Aeltje Lamberts ( Pekela)
  • 177 14-09-1700 Lijsbeth Lucas (Groningen)
  • 178 16-09-1700 Grietje Daniëls van den Bergh =(Groningen)
  • 188 23-11-1700 Maria Rapel (Groningen)
  • 194 5-02-1701 Andries Berents (Groningen)
  • 203 12-03-1701 Jacobjen Theunis (Stedum)
  • 205 15-04-1701 Jantjen Ewerts (Warffum)
  • 220 29-04-1701 Elske Maurits (Groningen)
  • 221 29-04-1701 Lijsbeth Lulofs (Groningen)
  • 237 20-04-1701 Hendrick Jansen Riemringh (Groningen)
  • 249 17-12-1701 Freerck Everts (Bellingwolde)
  • 257 1-04-1702 Albart Jans (Wildervank)
  • 283 23-12-1702 Hendrick Jansen Riemeringh (Groningen)
  • 304 25-06-1704 Margriet Jans alias Blaumuyser (Groningen)
  • 311 4-10-1704 Anneke Hansen (Groningen)
  • 319 22-11-1704 Anna Jans (Bourtange)
  • 373 10-07-1706 Antje Geerts (Groningen)
  • 383 5-11-1706 Grietje Jans (Oudeschans)
  • 448 18-01-1709 Neeltje Harmens (Groningen)
  • 449 22-01-1709 Johannes Clasen alias Swol (Groningen)
  • 466 21-09-1709 Jan Louwrens (Groningen)
  • 499 26-06-1710 Hiltje Rinners (Groningerland)

Boerderijenonderzoek op de Groninger klei

Liefke E. Bos

In de provincie Groningen zijn inmiddels verscheidene boerderijenboeken samengesteld. Dergelijke publicaties omvatten de geschiedenis van een bepaald (klei)gebied in de provincie: de historie van elke boerderij is "per voordeur" vastgelegd. Ook thans verdwenen bedrijven komen aan bod. Bovendien hebben veel boeken een aantal inleidende algemene hoofdstukken.

De grens van zo'n beschreven gebied valt dikwijls samen met die van een burgerlijke gemeente uit de tijd van vóór de herindelingen. Praktisch alle boeken hebben een naamregister van personen die worden genoemd bij de afzonderlijke boerderijbeschrijvingen.

Om de geschiedenis van de bedrijven vast te leggen is er gewerkt van het heden naar het verleden; immers de hedendaagse situatie is exact bekend. Het volgend overzicht is in schematische vorm weergegeven. In stappen terugwerken met behulp van de volgende bronnen:

1. Terug tot 1832/1811. Sinds Napoleon een "uniform" Nederland.

  • Kadaster (sinds 1832)
  • Notarissen (sinds 1811)
  • Burgerlijke Stand (vanaf 1811)

Voor eigenaren zie kadaster; voor bewoners zie bevolkingsregister

2. De tijd vóór 1811, terug tot 1750.

  • Vanaf 1750 moesten akten (koop/verkoop, inventarissen e.d.) per rechtsgebied verplicht worden bewaard.

3. De tijd vóór 1750 kent grote verschillen per regio in de provincie Groningen.

  • Zie voor de geschiedenis tot Napoleon: Het oude Groninger recht in hoofdlijnen, door dr. P. Brood.

In de kadastrale gegevens kan men zien wie de eigenaar is; maar in Groningen kan dat evengoed een beklemde meier zijn. Zeg: een huurder met zeer veel rechten, veel meer dan een gewone huurder.

In Groningen hebben we te maken met een bijzondere rechtsconstructie, namelijk het beklemrecht. Het voert hier te ver om het beklemrecht uitgebreid te bespreken, maar het is van belang te weten dat beklemde meiers (of huurders) een zogenaamde vastehuur-boekje hebben, d.w.z. het bewijs voor de huurder de meier dat hij de jaarlijkse (vaste) huursom aan de eigendomhouder/eigenaar-in-beklemrechtelijke zin heeft betaald. Zo'n boekje kan over een lange reeks van jaren de opeenvolgende meiers noemen. Het wordt bij een verkoop steeds overgedragen. Eigendomhouders-in-beklemrechtelijke zin kunnen zijn:

Kerken , Adellijke families , Gasthuizen , "gewone" particulieren , de provincie (voormalige kloostergoederen) , de Ommelanden , de stad Groningen.

Deze eigenaren-in-beklemrechtelijke zin hielden dikwijls staatboeken, kaartenatlassen e.d. bij. In deze boekhoudingen kan men de meiers (en hun buren) terugvinden.

Een prachtige boekhouding , per jaar , is die van de provincie Groningen inzake de voormalige kloostergoederen. Aanvankelijk waren deze geordend per voormalig klooster, later per gebied. De provincie liet omstreeks 1723 kaarten maken van deze voormalige goederen èn van de goederen die zij in 1717 in beslag had genomen.

Soms is er geen complete aaneensluitende boekhouding (meer) van een boerderij, maar heeft men per gebied wel prachtige peildata waar zowel eigendomhouders-in-beklemrechtelijke zin als meiers worden genoemd. Staat in die kolommen dat de meier zelf eigenaar is, dan betekent dat, dat hij volle eigenaar is. Onder meer de jaren 1755 en 1721 zijn van die peiljaren.

Ook prachtige hulpmiddelen zijn de gegevens van de Heerlijke rechten en die van de Landdagcomparanten. In beide bronnen kan men verwijzingen van koopakte-data etc. aantreffen. Verder kunnen doop-, trouw- en begraafboeken van kerken een schat aan informatie bevatten.

Voor onderzoek kan men terecht op de Groninger Archieven en bij het Kadaster, naast elkaar gehuisvest aan het Cascadeplein te Groningen. Ook is de schrijfster bereid om haar onderzoek (Het Bierumer Boerderijenboek, Scheemda 1996; niet bij de boekhandel verkrijgbaar; voor informatie: tel. 0595,413438, Liefke E. Bos, Roodeschool) nader toe te lichten.

 

In de rubriek nieuwe boeken beschrijft Eilko van der Laan verschenen of nog te verschijnen boeken. Ook hier weer een selectie.

Heraldiek van de basiliek. Ir. A. Daae. Eigen uitgave, 2000. Beperkte oplage, genummerd.

Ter gelegenheid van het Heilig Jaar 2000 is dit boekje over kerkelijke heraldiek verschenen. Deze tak van wapenkunde is uniek en daardoor enigszins onderbelicht. Na het voorwoord en een ten geleide van kardinaal Simonis volgt een inleiding over de begrippen en ontstaansgeschiedenis van de basiliek. Daarna wordt ingegaan op de wapens, geregistreerd in het wapenregister van de Hoge Raad van de Adel.

Van nog niet geregistreerde wapens is een studie gemaakt en er is aandacht besteed aan twee Amerikaanse basilieken.

Prijs van het werk is f 48,50 excl. de verzendkosten van f 8,00 in Nederland, f 9,00 voor Europa, f 15,00 daarbuiten. Belangstellenden kunnen in het bezit van het boek komen door het totale bedrag over te maken op gironummer 606044 t.n.v. het Consulentschap voor de Heraldiek te Groningen o.v.v. van "Heraldiek van de Basiliek".

Woelig Groningen. Verhalen uit het verleden van de stad. B. Hofman. Uitg. Noordboek, 2000, ISBN 9033011174, ing., 120 pag., ing., f 19,50, geïll.

Ooit actuele gebeurtenissen, die veel commotie veroorzaakten in de stad. In 56 hoofdstukjes.

Stadstaat Groningen. De Groninger stadsrechten en buitenbezittingen 1612,2000. M. Schroor. Uitg. REGIOPRojekt, 2000. ISBN 9050281338, geb., 248 pag., ƒ45,00, geïll.

In het verleden was Groningen een grootondernemer, met veel bezit aan grond. Daardoor kon de stad fungeren als een stadstaat met eigen reglementen. Het is het verhaal van de veenafgravingen, het landbouwgebruik en de beklemming. Een fascinerend verslag over de systematische ordening van de Veenkoloniëen.

CD-roms bewerkingen Rechterlijk Archief Oldambt

Een aantal uitgebreide bewerkingen van het Oud-Rechterlijk Archief van het Oldambt (de "blauwe boeken" in de kasten van de Groninger Archieven; nu toegang 731) zijn op CD-rom verschenen als Word-bestand of WordPerfect-bestand.

Verkrijgbaar zijn CD's van Beerta (1610-1811), Nieuwolda (1648-1811) en Wagenborgen (1608-1811). Nadere informatie bij:

S.H. Abels, tel. 0598-468724

T.K.J. Wagenaar, tel. 050-5266701; e-mail: tkjwagenaar@hotmail.com

Stamreeks Opheikens

Harry Opheikens, Heemstede

Ik ben nu ongeveer 12 jaar bezig met de historie van de familie Opheikens en, net als velen, nog lang niet klaar. Dit mede door nog ontbrekende gegevens van "takken" in Amerika, maar ook in Nederland moet je toch overal achteraan lopen. Mensen zullen zelden uit eigen beweging gegevens verstrekken, ondanks het feit dat ze op de hoogte zijn van mijn onderzoek naar de familie Opheikens. Misschien zijn er lezers die een naam herkennen en mij van aanvullende informatie kunnen voorzien.

Hieronder een verkort overzicht:

Vóór 1700 heb ik alleen de namen van Jan Hendriks en Elske Jans. Ik heb geen data van hen. Zij kregen in ieder geval een zoon Hendrik en een dochter Antje (ged. 12-1-1710). Vermoedelijk is er ook nog een dochter Etje. Behalve dat ze getuige is geweest bij een huwelijk heb ik hier verder geen gegevens van. Ook van Antje heb ik verder geen gegevens gevonden. Mijn start begint dus bij Hendrik Jans, gedooopt 30 april 1702.

Jan Hendriks, tr. Elske Jans

Zij hebben in ieder geval twee kinderen:

  1. Hendrik ged. Oude Pekela 30-4-1702;
  2. Antje ged. idem =12-1-1710

I Hendrik Jans (op Haikens), ged. Oude Pekela 30-4-1702, tr. Scheemda 15-4-1731 Stijntje (Hindriks) Ockes, ged. Scheemda 22-9-1709, overl. 20-9-1799

Zij kregen negen kinderen:

  1. Okke, ged. Scheemda 10-2-1732; 
  2. Kunne, ged. Winschoten =10-1-1734; 
  3. Jan, idem 23-3-1736; 
  4. Jan, geb. Oude Pekela 12-8-1738; 
  5. Grietje, ged. idem 31-8-1741; 
  6. Fennechien, doop niet gevonden; 
  7. Freerk, ged. Oude Pekela 11-1-1744; 
  8. Geertje, idem =25-1-1747; 
  9. Hindrikje, idem 30-4-1752

II Jan Hindriks op Haikens (Opheikens), geb./ged. Oude Pekela 12/17-8-1738, overl. Oude Pekela 6-11-1824, tr. Oude Pekela 6-1-1763 met Grietje Tjerks (Tjarks), ged. Sappemeer 23-10-1740, overl. Oude Pekela 31-8-1808

Zij kregen acht kinderen te Oude Pekela:

  1. Elzijn, geb. 2-12-1765; 
  2. Hindrik, geb. 10-4-1768; 
  3. Geertje, geb. 7-12-1774; 
  4. Grietje, ged. 9-3-1777; 
  5. Stijntje, geb. =ca. 1778; 
  6. Tjerk (Tjark), geb. 12-3-1779; 
  7. Okke, ged. 26-8-1781; 
  8. Jan, ged. 18-1-1784

III Tjerk (Tjark) Jans op Heikens, geb./ged. Oude Pekela 12/14-3-1779, overl. Oude Pekela 13-7-1832; tr. Vriescheloo 15-8-1802 Engeltje Jans Klein, geb./ged. Bellingwolde 2/8-2-1782, overl. 29-1-1847

Zij kregen acht kinderen te Oude Pekela:

  1. Grietje, ged. 2-1-1801; 
  2. Grietje, geb. 21-2-1804; 
  3. Jan, =geb. 17-3-1807; 
  4. Zwaantje, geb. 5-10-1809; 
  5. Geert, geb. 26-8-1812; 
  6. Jacob, geb. 20-12-1816; 
  7. Hindrik, 2-4-1820; 
  8. Jans, geb. =29-10-1821

IV Jacob Tjerks Ophaikens, geb. Oude Pekela 20-12-1816, overl. Wedde 4-4-1886; tr. Wedde 31-3-1847 met Anneke Jans Fokkens, geb. Meeden 9-10-1822, overl. Wedde 16-1-1901

Zij kregen negen kinderen:

  1. Engeltje, geb. Blijham 10-6-1847; 
  2. Jan, 23-9-1848; 
  3. Tjerk, geb. Wedde 17-12-1850*; 
  4. Eltjo 4-12-1852; 
  5. Jantje 1-3-1856*; 
  6. Geert 5-2-1858; 
  7. Hendrik 30-1-1860*; 
  8. Bertus 9-5-1864; 
  9. Grietje =5-9-1866

(* geëmigreerd naar Amerika)

V Eltjo Opheikens, geb. Wedde 4-12-1852, overl. 7-12-1924; tr. Winschoten 10-5-1883 Alberdina Visscher, geb. Wedde 29-8-1850, overl. Wedde 22-11-1921

Zij kregen acht kinderen, allen geboren te Wedde:

  1. Jacob 17-8-1883;
  2. Grebbert 7-12-1884; 
  3. Bertus 11-9-1886; 
  4. Hendrik 4-4-1888; 
  5. Anko 6-11-1889; 
  6. Eltjo 16-3-1892; 
  7. Albertus 19-2-1894; 
  8. Hindertje 15-4-1895

VI Hendrik Opheikens, geb. Wedde 4-4-1888; overl. 29-12-1958; tr. Bellingwolde 15-8-1908 Antje Everts, geb. Bellingwolde 18-9-1885, overl. 9-5-1972

Zij kregen negen kinderen, geboren te Bellingwolde:

  1. Eltjo 25-9-1908; 
  2. Evert 13-11-1912; 
  3. Albert 15-8-1914; 
  4. Stienus 29-11-1916; 
  5. Geessien 24-1-1918; 
  6. Hendrik 25-6-1921; 
  7. Antje 27-9-1923; 
  8. Hinderkje 1-6-1927; 
  9. Evert Jacob 2-11-1929

VII Evert Jacob Opheikens, geb. Bellingwolde 2-11-1929; tr. =29-10-1955 Hindertje Berends, geb. Bellingwolde 5-12-1931

Zij kregen één zoon: Hendrik Harm Opheikens, geb. Haarlem 24-3-1958

VIII Hendrik Harm (Harry) Opheikens, geb. Haarlem 24-3-1958; samenwonend met Iris Ellenkamp, geb. Haarlem 2-6-1966

Zij kregen (tot nu toe) één zoon: Robbin Opheikens, geb. Haarlem 3-8-1999

 

Het dubbelleven van Jan Koerts Davids

Femke en Lars Roobol

Een onderzoek naar de familie DAVIDS bracht ons naar het vroeg-19e eeuwse Zoutkamp, waar Jan Koerts Davids werd geboren uit Koert Jans Davids, een bakker, geboren te Nieuwe Pekela, en Martje Jans Buis, geboren te Zoutkamp. Er werden de volgende dopen van hun kinderen gevonden in Vierhuizen, Zoutkamp:

Jantje 1797; Anje 1799; Jan 1802; Hendrik 1804; Jan 1806; Berend 1810; Petrus 1812; Gerrit 1816; Harm 1819.

De conclusie is overduidelijk: Jan (1802) stierf jong, en Jan (1806) is het kind dat wij zoeken, en zo vinden wij het ook terug in het artikel van P. Ritsema uit Gruoninga 1961. Jan was vrij trouwlustig: eerst vinden we een huwelijk op 23 april 1826 in Zoutkamp met Eike Freerks Nienhuis. Zij overlijdt in 1827 te Zoutkamp. Vervolgens trouwt hij op 28 november 1828 in Ulrum met Kornelske Reinders (van) de(r) Maar. Tenslotte is er het huwelijk op 6 juli 1833 in Ulrum met Grietje Reinders de Maar, de zuster van Kornelske.

Toch zijn er aanwijzingen dat het anders in elkaar steekt dan men op het eerste gezicht zou denken. Zo kloppen de leeftijden die Jan opgeeft bij zijn huwelijk met de zusters De Maar niet. "Kan gebeuren, voor 1850", horen wij u denken, maar dat is niet het enige. Bij het hertrouwen van Jan in 1833 vinden wij geen vermelding van een eerder huwelijk, geen overlijdensakte in de huwelijkse bijlagen, niets! Verder bleek dat Kornelske in 1874 in Leens is overleden en Grietje in 1876 in Warfhuizen. Was Jan een bigamist, die een dubbelleven leidde? Het klinkt onwaarschijnlijk, het moet toch in de gaten lopen, als je twee zussen bedriegt ...

De waarheid is veel eenvoudiger: Jan (1802) is helemaal niet overleden, er waren gewoon twee Jannen in het gezin. De ene is vernoemd naar opa Davids, de andere naar opa Buis. Dan opeens kloppen de leeftijden die bij de huwelijken worden opgegeven en ontstaat er het volgende beeld:

  •  Jan (I) Koerts Davids werd op 14-1-1802 in Zoutkamp geboren. Hij trouwde (1) met Eike Freerks Nienhuis op 23-4-1826 in Ulrum. Zij overleed op 1-9-1827 in Zoutkamp en Jan trouwde (2) op 28-11-1828 in Ulrum met Kornelske Reinders van der Maar uit Maarslag. Jan was bakker, later boer en woonde op Maarslag. Jan (I) stierf op 18-12-1839 in Vierhuizen, gemeente Ulrum.
  • Jan (II) Koerts Davids werd op 15-9-1806 in Zoutkamp geboren en werd te Vierhuizen gedoopt op 2-11-1806. Hij was een schipper(sknecht), later dagloner. Op 6-7-1833 trouwde hij te Ulrum met Grietje Reinders de Maar, uit Maarslag, gemeente Leens. Zij was een zus van Kornelske en overleed op 26-12-1876 in Warfhuizen. Jan overleefde haar bijna 7 jaren en stierf op 12-11-1883, ook in Warfhuizen.

Wij zijn geïnteresseerd in de herkomst van Jan Hendriks Davids en Jantje Hendriks, de grootouders van beide Jan Koerts Davids, die op 30 juni 1765 trouwden in Nieuwe Pekela. Wij zien uw reactie graag tegemoet:

roobol@kvi.nl

http://www.oprit.rug.nl/proobol

Service op afstand

Binnenkort kan het Verenigingscentrum (VC) SERVICE op AFSTAND leveren. Leden van de NGV kunnen dan de gedigitaliseerde bestanden van het VC aanvragen en op deze manier thuis gebruik maken van het VC. Uiteraard duurt het nog jaren voor alles is gedigitaliseerd, maar van wat reeds klaar is, kunt u gebruik maken.

Wilt u weten hoe een en ander werkt en welke bestanden reeds gedigitaliseerd zijn: janclohmeijer@compuserve.com of telefonisch via 035-6949029.

 

In Vragen en antwoorden (redactie van Thijs IJzerman) worden vragen van lezers behandeld. Ook de antwoorden hierop worden geplaatst.

Een paar voorbeelden:

Antwoord

2000/15 VAN OXWERT-SJOERDS

In de kwartierstaat Meinema, in "Terugblik" onder redactie van D. Bron uit Tynaarlo, komen de gevraagde personen voor als kwartieren 102 en 103; Hiske Pieters, ged. Noordhorn 7-10-1703, dochter van Pieter Peters, en ook nog andere kinderen van Metske Sjoerts en Hiske Pieters dan genoemde kinderen uit het tweede huwelijk.

Roelof van Wijk, Haren

Vragen

2000/22 JANS

Gevraagd de ouders van de zussen Swaantje Jans (× 1668 Geert Jochems), Gepke Jans (× 1677 Galtje Jurjens) en Harmke Jans (× 1667 Sijbel Edzkes). Getuigen bij hun huwelijken zijn oom Harm Hindriks, voormond Harm Hindriks op Winschoterzuirveen en sibbe voogd Hindrik Hindriks.

A. Veldhuis, Veenwouden

2000/23 HOEXEMA

Catharina Hoexema trouwt op 24-2-1700 in Groningen met Menso Mensens, brouwer. Zijn voorgeslacht is bekend. Kinderen zijn Matthias, Frouke en Peter. De beide jongensnamen komen (waarschijnlijk) van haar kant.

Gevraagd haar voorouders.

A. Veldhuis, Veenwouden