Biografieėn op de NGV-site


 

Johan Marcus Baart de la Faille (1867-1952)



Geboren:
25-09-1867 te leeuwarden

Overleden:
12-04-1952 te Utrecht (84 jr)



Geplaatst op: 16 aug 2011 11:32
door Dhr. J-W. Koten

Relatie van de auteur tot de beschreven persoon: verzoek van zijn zoon

JM Baart de La Faille (1867-1952).
Johan Marcus Baart de la Faille, de eerste Hoogleraar Sociale Geneeskunde van Nederland, stamde uit een intellectuele patriciersfamilie met een remonstrantse levensbeschouwing. Vermoedelijk lag de oorsprong van de familie Baart de la Faille in Italiƫ. Enkelen daarvan zijn naar Antwerpen verhuisd. Een dezer Antwerpse nakomelingen verhuisde vervolgens (begin de 17de eeuw) naar Delft waar de familie tot bloei kwam. Johans vader was Dr Jacobus Baart de la Faille (1839-1918) en zijn moeder Geertje Sibrandi Tresling (1831-1915), dochter van Mr T.P. Tresling en WL Stratingh. Zijn grootvader was de bekende Groningse medicus-hoogleraar Jacobus Baart de la Faille. De familie telde een groot aantal hoogleraren en medici met een uitstekende reputatie (zie Nederlands Patriciaat 1914). J.M. Baart de la Faille was de oudste van een gezin van 14 kinderen. Hij werd te Leeuwarden op 25 September 1867 geboren waar zijn vader een drukke dokterspraktijk had. Na op 17-jarige leeftijd voor het Gymnasium te zijn geslaagd, ging hij nog ƩƩn jaar naar de RHBS om daar zijn kennis van de exacte vakken te versterken. Hij studeerde geneeskunde te Groningen. Tijdens zijn studie ging hij enkele semesters naar Heidelberg voor een bredere medische oriƫntatie. Zijn interesse gold vooral de bacteriologie en pathologie. Hij studeerde daar onder Ernst en Arnold. Een Duitse studieperiode was voor (aanstaande) Nederlandse artsen niet ongewoon, omdat daar, en zeker in Heidelberg, de geneeskunde op hoog niveau stond.

Van 1891-6 werd JM Baart de la Faille voor een assistentschap pathologie door Spronck uitgenodigd. In deze periode behaalde hij ook het artsexamen. Spronck was de opvolger van CA Pekelharing, wiens dochter Mathilde hij 7 Maart 1912 zou trouwen. Baart de la Faille promoveerde op het onderwerp " Bacteriurie bij Fevris TyphoĆÆdea" in 1895, de tijd dat de bacteriologie nog een onderdeel van de pathologie was. Na zijn pathologie-periode ging hij naar Kƶningsberg (Oost-Pruisen) voor een stage chirurgie bij von Eiselsberg. Vervolgens heeft hij ook nog kortdurend bij Prof. Pel in Amsterdam als chirurgisch assistent gefunctioneerd.

Tussen 1897-1903 was hij directeur van een Medico-Zander instituut (een soort instituut voor fysiotherapie avant la lettre) eerst te Utrecht en vanaf 1900 te Amsterdam. In deze periode schreef hij diverse studies. Deze getuigen van een belangstelling voor de fysiotherapie maar ook voor de sociale (met name school-)geneeskundige aspecten daarvan. La Faille noemt zich in dit kader zelf ook nog leerling van de bekende hygiƫnist: Prof.dr. AP Fokker.

Van
1903-1918 was hij controlerend geneeskundige bij de Rijksverzekeringsbank te Zutphen, een zeer goed betaalde functie met veel prestige. In deze periode verschenen naast congresverslagen eveneens diverse publicaties. Al voor de eerste wereldoorlog was er sprake van dat hij in Utrecht tot hoogleraar zou worden benoemd. De oorlogsperiode belemmerde dit, het werd een lange lijdensweg alvorens zijn aanstelling rond was.

In 1918 werd hij benoemd tot hoogleraar gerechtelijke en sociale geneeskunde te Utrecht. Daarbij werd hij gehuisvest in het pathologisch instituut waarmee hij door zijn opleiding nauwe banden had. Hij was daarmee de eerste Nederlandse hoogleraar sociale geneeskunde en tendele ook een opvolger van Eijckman. Deze ging daarna uitsluitend de gezondheidsleer doceren. Bij de toekenning van diens Nobelprijs was professor la Faille overigens betrokken.

J.M. Baart de la Faille had uiteraard veel belangstelling voor de arbeids- en verzekeringsgeneeskunde zoals in zijn oratie doorklinkt. In deze oratie getiteld "de sociale geneeskunde als vak van wetenschap en onderwijs" benadrukt hij de relatie tussen ziekte en omgevingsfactoren. Zo wijst hij op de noodzaak van adequate preventie op de werkplek ter voorkoming beroepsziekten.

Hoewel de mogelijkheden voor eigen onderzoek op het pathologisch instituut beperkt bleven, werden daar toch 18 proefschriften onder zijn leiding bewerkt. Muntendam, de latere leerstoelhouder te Amsterdam was een van zijn promovendi. Verder liet hij zich duidelijk professioneel in met de ontwikkeling van nieuwe sociale wetgeving.

Professor la Faille heeft in talloze officiƫle commissies gezeten en was een zeer gerespecteerde en geziene persoon. Door de regering werd nogal eens voor advisering een beroep op hem gedaan. Nog een wapenfeit: de oprichting van een Tijdschrift voor Sociale geneeskunde (TSG) in 1923.
Bij zijn afscheid (1938), werd hem door zijn vrienden zijn portret aangeboden, geschilderd door de bekende Herman Mees. Professor la Faille was erg geliefd en gerespecteerd. Hij maakte indruk door zijn nogal statige voorkomen, zijn zorgvuldig en minzaam optreden en zijn spreekwoordelijke integriteit.

Professor la Faille kreeg veel hoge eerbewijzen onder andere het ridderschap Nederlandse Leeuw en het erelidmaatschap van de vereniging Sociale Geneeskunde. De stad Utrecht benoemde hem tot ereburger en het Utrechtse gezelschap Mathias van Geuns verleende hem het ere-voorzitterschap. Tijdens zijn emeritaat heeft prof. le Faille nog diverse publicaties het licht laten zien. Hij stierf 12 april 1952 te Utrecht.



Aantal reacties: 0 (reacties alleen via e-mail worden meegeteld) Aantal malen gelezen: 2485


Als u wilt reageren, dan wel eerst inloggen!

Uw reactie wordt via e-mail verstuurd en op de
website geplaatst.
Uw reactie wordt alleen via e-mail verstuurd