Genealogische artikelen van de NGV

Toon de volledige inhoud van het genealogisch artikel

De geschiedenis van de Kerkelijke Staat

Een algemeen genealogisch artikel
Geplaatst op: 24 okt 2005 23:00 door Dhr. J.W.G. Netelbeek


Auteur: Netelbeek

De geschiedenis van de Zouaven is sterk verweven met de geschiedenis van de Kerkelijke Staat en de Italiaanse eenwording.
Ik heb dit artikel samengesteld om de achtergrond van het ontstaan van het Zouaafse leger beter te kunnen begrijpen. Het is een verhaal vol intrige en toeval. Dit artikel behandelt in het kort de geschiedenis van Italie, met de nadruk op de 19de eeuw.

Kerkelijke staat tot 1795


De pausen hadden reeds in de 4de eeuw aanzienlijke grondgebieden rond Rome verworven, het ďPatrimonium PetriĒ (Sint Pieters Erfgoed). Ze wisten dit in de 5e eeuw allengs uit te breiden.
Deze bezittingen maakten de bisschop van Rome in de 6e eeuw een van de grootste grondbezitters in ItaliŽ.
Paus Stephanus II (III) riep in 754 de hulp van Pepijn de Korte in om de binnenvallende Longobardenkoning Aistulf af te slaan. Pepijn heroverde de bezette gebieden en schonk ze geheel aan de paus (Pepijnse Schenking). De paus werd hiermee heerser over Ravenna, de Pentapolis en de regio rondom Rome. In de 11e eeuw kwam door een alliantie met de Noormannen ook het hertogdom Benevento in pauselijk bezit.
De Kerkelijke Staat wist gedurende de Middeleeuwen zijn soevereiniteit te bewaren. Deze soevereiniteit stelde in de praktijk echter vaak niet veel voor, met name in de periode dat de pausen in Avignon resideerden. Gedurende de Renaissance trachtten de pausen hun gezag weer te versterken en in de 15e eeuw werden gebieden rondom Parma, Modena, Bologna, Ferrara, Romagna en Perugia aan de Kerkelijke Staat toegevoegd. Onder paus Julius II (1503-1513) bereikte de staat zijn grootste omvang. De betekenis van de staat nam na de 16e eeuw weer af en speelde in de internationale politiek geen rol van betekenis meer.

1795-1815
De Franse Revolutie en Napoleontische periode hadden desastreuze gevolgen voor de staat. De steden Modena, Bologna, Ferrara en Romagna werden de Kerkelijke Staat na de Franse invasie in 1797 ontnomen om de nieuwe Cispadaanse Republiek te vormen, die later samen met de Transpadaanse Republiek de Cisalpijnse Republiek vormde. Een jaar later werd de Staat geheel bezet, waarop de Fransen de Romeinse Republiek uitriepen. Paus Pius VI stierf in 1799 in ballingschap. De staat werd in 1800 hersteld, maar in 1808 opnieuw bezet toen deze in de Franse vazalstaat, het Koninkrijk ItaliŽ (1805-1814) opging.

1815-1860
Bij het Weense congres (1814-1815) werd de staatkundige kaart van Europa ingrijpend is veranderd, maar bleef het bestaan van de Kerkelijke Staat nog gewaarborgd.
Daarbij werd het streven naar Italiaanse eenheid volkomen genegeerd die in de eerste helft van de negentiende eeuw bij de bevolking van de verschillende vorstendommen was ontwaakt (Risorgimento of opstanding).


ItaliŽ omstreeks 1860


Noord ItaliŽ
In het noorden voerden de Oostenrijkers het bewind. Lombardije en VenetiŽ waren Oostenrijkse bezittingen. Zij werden in naam door een Oostenrijkse vice-koning bestuurd maar in werkelijkheid werden ze regelrecht door de keizerlijke kanselier gecontroleerd die over een sterk leger beschikte o.l.v. veldmaarschalk graaf Radetzky. Het regiem van de Oostenrijkers kreeg het karakter van een voortdurende belegeringstoestand.
In het noordwesten lag het koninkrijk SardiniŽ-Piemonte. Hier werd het streven naar ťťn Italiaanse staat nieuw leven ingeblazen door koning Karel Albert van SardiniŽ-Piemonte. Later werd dit streven overgenomen door zijn zoon Victor Emmanuel II.

Zuid ItaliŽ
Geheel in het zuiden lag het koninkrijk der beide SiciliŽn, dat Napels en SiciliŽ omvatte en met barbaarse meedogenloosheid werd geregeerd door Ferdinand II, een verwant van de Oostenrijkse keizer.

Midden ItaliŽ
Ten noorden daarvan bereidde zich van kust tot kust de kerkelijke staat. De Kerkelijke Staat vormde voor de Italiaanse eenheidsbeweging een obstakel, daar het ItaliŽ in tweeŽn deelde en door buitenlandse mogendheden werd beschermd (Oostenrijk, Frankrijk).

Opeenvolgende pausen trachtten de absolutistische politiek, die hun voorgangers voor de Napoleontische oorlogen hadden gevoerd, voort te zetten. In de loop der eeuwen waren geestelijke en wereldlijke macht zo verweven dat zij meenden de eerste niet zonder bezit van de tweede te kunnen uitoefenen. In 1830/1831 vonden revoluties plaats tegen het reactionaire kerkelijke regime.
Rond 1840 heerste hier de reactionaire paus Gregorius XVI, die een strenge censuur uitoefenende: moderne uitvindingen zoals spoorwegen en telegraaf mochten in de Kerkelijke Staat niet worden ingevoerd. Op gezette tijden liet hij razzia's houden om verdachte elementen op te sporen en vaak verdwenen de gevangenen spoorloos in de pauselijke kerkers.
In 1846 werd paus Gregorius XVI opgevolgd door paus Pius IX, een liberale paus die zich een vriend des volks toonde en die begrip had voor zijn tijd. Pius IX begon zijn regering met een decreet, waarvan niemand ooit geloofd zou hebben, dat het binnen de Kerkelijke Staat mogelijk was. Alle politieke gevangenen in zijn land schonk hij gratie - ongeveer duizend mensen. De uitgewezenenen liet hij terugkeren en binnen bepaalde grenzen stond hij vrijheid van drukpers toe.
Toch bleef het onrustig en bij een nieuwe revolutie in 1849 werd paus Pius IX verdreven en een nieuwe Romeinse Republiek gesticht, die echter nog datzelfde jaar met hulp van Frankrijk, Oostenrijk en de beide SiciliŽn werd heroverd. De Fransen bleven ter bescherming van de paus.

Frans Oostenrijkse oorlog


Victor Emmanuel II had, met hulp van zijn minister-president Camillo di Cavour, SardiniŽ-Piemonte veranderd in een moderne industriŽle staat.
De vurige wens de Oostenrijkers te verdrijven was nog steeds levend. In 1859 werd er een geheime afspraak met Lodewijk Napoleon III gemaakt om Oostenrijk uit ItaliŽ te verdrijven.
Hiervoor zou SardiniŽ-Piemonte een oorlog uitlokken met de Oostenrijkers. Dit gebeurde volgens plan en de Oostenrijkers vielen in 1859 SardiniŽ-Piemonte binnen.
Napoleon III schoot te hulp en beloofde de Italianen van de Oostenrijkers te bevrijden. Zijn proclamaties klonken als een klok: "Ik ben gekomen om ItaliŽ van de Alpen tot aan de Adriatische Zee te bevrijden". Dit betekende dat hij met zijn bondgenoot Victor Emmanuel II Lombardije en VenetiŽ moest bevrijden van de Oostenrijkers.
Lombardije werd inderdaad veroverd. Eerst was er de chaotische slag bij Magenta waarna de Oostenrijkers zich terugtrokken achter hun Venetiaanse linies. Eind juni volgde de Slag van Solferino. Hierin versloegen de gezamenlijke legers van SardiniŽ-Piemonte en Frankrijk die van Oostenrijk-Hongarije. De Oostenrijkers moesten zich terugtrekken.

Na deze successen kwam Lodewijk Napoleon III echter op andere gedachten: doorgaan met de oorlog kon snel tot escalatie leiden en de weg naar Parijs lag voor de Pruissen open. Bovendien kon hij de katholieken in zijn land niet voor het hoofd te stoten door de paus te laten vallen. Tenslotte: Frankrijk was niet gebaat bij een sterke Italiaanse staat.
Daarom zoekt Lodewijk Napoleon contact met de Oostenrijkse keizer Frans Jozef en zij komen op 11 juli 1859 tot een vergelijk in Villafranca. Het onderonsje duurde nog geen uur (!) en hierbij werd afgesproken: Lombardije werd aan SardiniŽ-Piemonte afgestaan en VenetiŽ zou in Oostenrijks bezit blijven.
De groothertogen van Toscane en Modena, die tijdens de oorlog door hun onderdanen waren verdreven, zouden in hun rechten worden hersteld. De Italiaanse staten zouden worden verenigd in een confederatie onder leiding van de paus.
Hiermee had Lodewijk Napoleon zijn belofte aan de Italianen niet gehouden: de Oostenrijkers werden niet verdreven en werden zelfs lid van de confederatie van Italiaanse staten. Lodewijk Napoleon had zich daarmee uit het spel teruggetrokken en had zijn bondgenoot in de steek gelaten. Als beloning voor de steun aan SardiniŽ-Piemonte kreeg Lodewijk Napoleon Nice en Savoye, maar Cavour kon daarbij bedingen dat Toscane, Modena en enkele andere gebieden in midden ItaliŽ bij het koninkrijk SardiniŽ-Piemonte werden ingelijfd (een aanpassing van het verdrag van Villafranca!).


Guiseppe Garibaldi


In hetzelfde jaar was er een oproer uitgebroken in SiciliŽ Ė koning ĒBombaĒ was gestorven maar het despotische regiem werd voortgezet door zijn zoon Frans II. De leiders van de opstand deden een beroep op Garibaldi, een appŤl dat hij niet kon weerstaan. Met toestemming van Victor Emmanuel II bereidde hij een invasie voor. Met een klein en slecht bewapende vrijschare voer hij vanuit Genua via Talamone naar SiciliŽ en landde op 11 mei 1860 bij Catalfimi. Garibaldi bestormde Palermo en nam Messina in. Heel SiciliŽ viel hem in de loop van enkele maanden in handen. Hij stak de straat van Messina over en veroverde Napels, bejubeld door het volk als de onvergetelijke, als de held en de bevrijder. In september 1860 heerste de vrijbuiter Garibaldi over een gebied in het zuiden dat even groot was als Victor Emmanuels rijk in het noorden.
Door deze ontwikkelingen werd de Paus Pius IX van alle kanten in het nauw gebracht. Zijn roep om interventie van de grote mogendheden haalde weinig uit. Alleen Frankrijk kwam te hulp ter bescherming van het overgebleven gebied van de Kerkelijke staat.

De Paus begreep dat hij een sterker leger nodig had om zijn grondgebied te verdedigen. Hij stelde de Belg Xavier de Merode als prelaat aan, die de Pauselijke legers moest reorganiseren. Reeds op 20 mei 1860 werd in Rome de eerste zogenaamde Frans-Belgische Tiralleurscompagnie opgericht onder leiding van de Franse generaal LamoriciŤre. Het bestond voor het overgrote deel uit Franse en Belgische vrijwilligers die gehoor hadden gegeven aan de oproepen in de katholieke pers om paus Pius IX daadwerkelijk te komen helpen.
Cavour, de strateeg van SardiniŽ-Piemonte maakte zich zorgen. Hoe zou Napoleon III reageren als Garibaldi naar Rome zou marcheren? Cavour (bepaald geen vriend van Garibaldi) wilde tot elke prijs voorkomen dat Napoleon zou ingrijpen en moest voorkomen dat Rome werd ingenomen. De enige mogelijkheid was zelf het initiatief te nemen en met de troepen van SardiniŽ-Piemonte de Kerkelijke Staat aan te vallen en de weg naar Napels te banen.
Napoleon III gaf (in het geheim) toestemming aan Cavour op voorwaarde dat het snel zou worden uitgevoerd. Het koninkrijk SardiniŽ-Piemonte onder koning Victor Emmanuel II viel op 11 september 1860 de Pauselijke staten binnen. De Franse en de Belgische versterkingen ten spijt werd het kleine Pauselijk leger onder de Franse generaal LamoriciŤre zeven dagen later verslagen in Castelfidardo (bij Anconda). Victor Emmanuel verwierf door deze operatie stukken van de Kerkelijke staat en Garibaldi deed zijn belofte gestand en droeg het voormalige koninkrijk van beide SiciliŽn op aan koning Victor Emmanuel opgedragen.
Op 17 maart 1861 werd Victor Emmanuel gekroond tot koning van ItaliŽ. Zo ontstond het Koninkrijk ItaliŽ met Turijn als voorlopige hoofdstad.

1861-1870


In de Kerkelijke Staat was de Frans-Belgische Tirailleurscompagnie na de nederlaag opgeheven maar deze werd 1 januari 1861 onder de naam "Pauselijke Zouaven" opnieuw opgericht. Er was in de periode een redelijk stabiel evenwicht.
Het begin van het einde kwam op 5 augustus 1870 toen Frankrijk, dat net de oorlog had verklaard aan Pruisen, zijn troepen terugtrok die zich sinds 1849 in de Kerkelijke Staat ophielden. Dit deed onmiddellijk het aantal Italiaanse aanvallen stijgen.
Toen na de val van Sedan op 1 september 1870 het Franse Tweede Keizerrijk ineenstortte, had ItaliŽ niets meer te vrezen van het Franse leger en besloot om op 9 september massaal de Pauselijke staten binnen te vallen.
Ondanks heldhaftige tegenstand van de Zouaven kon de val van Rome (20 september 1870) niet meer vermeden worden. In 1870 werd de Porta Pia gebombardeerd. De paus begreep dat 5000 Zouaven het niet konden opnemen tegen 60.000 tegenstanders. Om verder bloedvergieten capituleerde hij.
Op het Capitool in Rome werd een streep gehaald door de wereldlijke heerschappij van de Paus. De Kerkelijke Staat in z'n toenmalige verschijningsvorm had opgehouden te bestaan.
Op 21 september 1870 werd het Pauselijk leger ontbonden en de Zouaven werden krijgsgevangen gemaakt. Binnen een week werden zij op de trein naar huis gezet. In oktober 1870 keerden de Zouaven in hun woonplaatsen terug en werden als helden ingehaald.

1870-heden


De Paus zelf beschouwde zich vanaf dat moment als "de gevangene van het Vaticaan".
De eenheid van ItaliŽ met Rome als hoofdstad was een feit. ItaliŽ werd een koninkrijk, met Victor Emanuel II als eerste koning.
Het aanbod van de Italiaanse regering in 1871 om de rechten en het inkomen van de paus bij wet te regelen werd van de hand gewezen.
Deze situatie duurde tot 1929, toen Pius XI met Mussolini de Lateraanse Verdragen zou tekenen. Toen ontstond Vaticaanstad zoals wij dat heden nog kennen.

Bronnen

Grote Geillustreerde Wereldgeschiedenis
Wikipedia
Atlas van de Wereldgeschiedenis

Opmerking


Aantal malen gelezen: 7610
Uw reactie wordt alleen via e-mail verstuurd
Uw reactie wordt via e-mail verstuurd en op de website geplaatst.
Als u wilt reageren, dan wel eerst inloggen!

Aantal reacties: 0 (reacties alleen via e-mail worden meegeteld)