Genealogische artikelen van de NGV

Toon de volledige inhoud van het genealogisch artikel

Joodse Genealogie, een eerste handreiking

Een algemeen genealogisch artikel
Geplaatst op: 08 jun 2011 17:52 door Dhr. J-W. Koten


Auteur: Dhr. J-W. Koten

Voor de tweede wereldoorlog hadden wij in Nederland een grote Joodse Gemeenschap, die ongeveer 210.000 personen omvatte. De helft daarvan woonde in Amsterdam zodat ongeveer 10% van de Amsterdamse bevolking joden waren. In totaal hebben door de eeuwen heen in Nederland ca. 3/4 miljoen joden geleefd. Vanaf de 16de eeuw, toen Nederland een republiek werd, hebben zich joden als migranten en vluchtelingen hier gevestigd, zij het wel onder strikte voorwaarden. Pas met de Franse bezetting (1795-1813), kregen de Joden burgerrechten en een gelijkwaardige status als de overige bewoners van dit land. Per 1 januari 1811 werd de burgerlijke stand ingevoerd. Het gevolg was dat ook de Joden een achternaam moesten kiezen. In het getto gebruikte men veelal patroniemen. De joodse invloed zien we vooral vanaf 1850 toenemen toen de joden geleidelijk aan hun getto verlieten en actief deel gingen nemen aan de samenleving. De invloed van de joden op de Nederlandse cultuur en samenleving was zeker in Amsterdam uitzonderlijk groot. Amsterdam kreeg bovendien de eretitel Mokum, dat het Hebreeuws woord is voor plaats (Makom). Door de oorlog is de joodse gemeenschap in Nederland gedecimeerd. Bijna 2/3 van alle Nederlandse Joden was vermoord. Van de kleine groep die terugkeerde of uit de onderduikadressen te voorschijn kwam, verlieten velen Nederland. Een groot deel migreerde naar IsraŽl, een ander deel ging naar Antwerpen, Frankrijk en de Verenigde Staten. Momenteel telt de joodse bevolking in Nederland ongeveer 25.000 zielen. Het is een kleine maar wel zeer actieve minderheid die veel aan de samenleving bijdraagt. Velen hebben hoge posities in de regering, de wetenschap en de industrie.

Voor de joden is genealogie erg belangrijk. Door het voorouder-onderzoek proberen joden hun verscheurde gemeenschap bij elkaar te houden en eventuele familieleden in de diaspora op te sporen. De joden hebben een eigen genealogisch tijdschrift Mischpoge, dat letterlijk familie betekent. De kwaliteit van dit blad is zeer goed, zeker als men beseft dat er momenteel maar een kleine groep joden in Nederland woonachtig is. Verder is er een website dutchjewry.org, die een indrukwekkend overzicht van de joodse genealogie in Nederland belicht. Internationaal zijn er diverse joodse genealogische websites.

Buiten de eigen kring is de Joodse genealogie niet goed bekend, hoewel nogal wat Nederlanders joodse voorzaten hebben. Dit komt door onbekendheid met betekenis van het Jodendom voor ons land, maar vooral doordat de Joodse genealogie diverse specifieke problemen kent die de onderzoekers doen afschrikken. Daar is immers niet alleen een taalbarriŤre, maar ook het bijzondere schrift en de diverse religieuze tradities die slecht bekend zijn. Vooral het isolement in getto's (1600-1800) maakt het speurwerk bijzonder moeilijk. Binnen de joodse gemeenschap bestaan weinig gedocumenteerde familiegegevens uit de vroege periode. Een bijkomend probleem is dat heel wat databestanden om begrijpelijke redenen tijdens de oorlogsjaren bewust zijn vernietigd.

In deze bijdrage geven we enkele handreikingen om in de Joodse genealogie iets beter thuis te geraken.

Ter oriŽntatie allereerst een korte historische achtergrond van het jodendom. Vanuit IsraŽl zijn voortdurend in alle richtingen Joden gemigreerd. Tijdens de Romeinse periode waren er veel Joden in de diaspora. Men vermoedt dat ca. 10% van de bevolking van het Romeinse imperium joodse wortels had. Er zijn historische aanwijzingen dat er vanuit IsraŽl twee migratiestromen zijn geweest die voor Europa belangrijk blijken. DNA-onderzoek ondersteunt dit vermoeden. Een vroege stroom (2-3 eeuwen voor Christus), die de Babylonische tradities volgt, ging westwaarts, langs de Noord-Afrikaanse kust tot in het Iberische schiereiland. Vooral in Zuid-Spanje kwamen de Joden tot grote culturele bloei en welstand. Maar ook in Tunis, Marokko en Algiers waren grote bloeiende Joodse gemeenschappen. Deze Joden zou men de Sefardische joden gaan noemen. Dit woord is afgeleid van het woord sfarad (1) dat in het Hebreeuws Spanje betekent . Toen Zuid-Spanje in 1492 door de Noordelijke Spanjaarden werd veroverd zochten deze joden hun heil in noordelijke richting zoals Antwerpen en Amsterdam waar ze door hun culturele rijkdom, welvaart en handelsgeest welkome gasten waren. Deze Portugese Joden golden als welvarend en aristocratisch. Zij stichten al vroeg de Portugees-IsraŽlitische gemeenschap met synagoge (ca 1630) in Amsterdam. Als voertaal gebruiken zij een mengvorm van Spaans en een klein deel Hebreeuws, het ladino. De meesten van deze joden hebben hun oorspronkelijke Braziliaans-Portugese namen behouden.

Een tweede belangrijke migratiestroom vanuit IsraŽl volgt vermoedelijk later; mogelijk tijdens de Byzantijnse periode. Men trekt oostwaarts (richting Turkije) en naar het Noorden (Balkan). Er ontstaan daarna diverse grote Joodse gemeenschappen in de Balkan en in gebieden die wij nu Oost-Europa noemen. Veel Joden migreerden naar Rusland en Polen, maar er waren ook grote Joodse gemeenschappen in Hongarije, Oostenrijk en RoemeniŽ. Deze Joden is men Asjkenazim gaan noemen. Deze naam is afgeleid van Askenaz een naam uit de rabbijnse literatuur, die verwijst naar Askenaz kleinzoon van Japheth genoemd in Genesis (Bereshet 10.3). Deze joden waren sterk aan het getto-leven gebonden. Zij migreerden in de 17de eeuw, veelal na pogroms naar de republiek en vestigden zich in behoeftige omstandigheden vooral in Amsterdam, maar ook op het meer tolerante platteland. Zij gebruikten Joddish (een Duits-Joodse mengtaal) en zij volgden verder in hun diensten de oude IsraŽlische tradities. Zij trokken zich terug in een gettowereld, waar ze onderling steun en gezelligheid ondervond. Vaak was het gedeelde armoede. Zij gebruikten vaak als naamgeving een Patroniem. Bij de naamkeuze tijdens het Napoleontische bewind moesten zij een vaste achternaam aannemen, Het duurde toch nog vele jaren na de Napoleontische tijd dat men zich van de getto-cultuur ontdeed. Inmiddels hadden zich ook binnen het jodendom nieuwe meer liberale visies ontwikkeld o.a. door de filosoof Mendelsohn die de integratie bevorderde. Aanvankelijk bestonden er tussen de Sefardim en de Asjkenazim weinig contacten, beiden hadden hun eigen gebedshuizen, begraafplaatsen etc, gemengde huwelijken kwamen zelden voor.

Uit bovenstaande is duidelijk dat men voor 1600 geen bronnen van Joden kan vinden. Na 1600 zijn de bronnen schaars en moeilijk te vinden, zeker als men de plaats van herkomst van de voorouders niet kent. Men is immers hoofdzakelijk aangewezen op de stedelijke gegevens zoals de belastingkohieren (haardsteden geld), de poorterregisters, armenarchieven, indemniteits-registers e.d. Ook in schepenverslagen kan men soms aantekeningen vinden over joodse huwelijken, rechtelijke gedingen, veroordelingen e.d.

Een uitzondering moet gemaakt worden voor de provincie Limburg. Al vroeg waren daar enkele joodse families, maar die werden te Maastricht in 1350, in Roermond in 1390 verdreven. Later vestigden zich weer Joodse families aldaar. Tijdens het bewind van Karel V werden echter deze Joden wederom in onze streken verdreven. Nadien hebben zich bij tijd en wijle weer Joden in Limburg gevestigd, o.a. in Maasplaatsen waar zij handel konden drijven. Hun positie was afhankelijk van de goedheid van de plaatselijke machthebbers en die was meestal niet zo best. In het archief van Sittard kan men bijvoorbeeld Joodse namenlijsten vinden (zie Brassť). In dit kader wordt tevens verwezen naar het boek Limburgse Voorouders, handleiding voor genealogisch onderzoek in Limburg van Rťgis de La Haye waar een aantal publicaties worden genoemd die helpen bij het opsporen van Limburgse joodse voorouders.

Meer specifiek voor joden zijn uiteraard de besnijdenisregisters, die incidenteel nog beschikbaar zijn. Verder zijn er bij het CBG Joodse ondertrouw- en huwelijksregisters. In de meeste gemeente-archieven zijn ook wel gegevens beschikbaar over de joodse gemeenschap vooral als deze een eigen sjoel hadden. Dan kan men zoeken in de begrafenis registers en natuurlijk ook naar het stenen archief (begraafplaatsen). Het is bekend dat begraafplaatsen voor joden heilig zijn en niet mogen worden geruimd, vandaar dat heel wat joodse begraafplaatsen oude grafstenen tonen. Het boek van T.Spaans-van der Bijl (1997) Handleiding Joodse genealogie (Baarn) is nog altijd de moeite waard om te raadplegen. In de grote Nederlands-IsraŽlische synagoge te Amsterdam zijn ook archivalia beschikbaar.

Makkelijker wordt het voor de genealoog voor gegevens na 1811 wanneer het Franse burgerlijk wetboek hier executief wordt verklaard en de burgerlijke stand wordt ingevoerd. Dat betekent dat ook de Joden een familienaam moeten aannemen. Van deze naam-aanname zijn registers beschikbaar die in provinciale archieven te vinden zijn. Er zijn diverse goede studies zoals die van C. Reijnders Gens Nostra (1989) 44: 29-32. De studie van Lemmens geeft een overzicht van de naamgeving van de Limburgse Joden: LTG (1996) 24: 79-90

Voor de Sefardische Joden gold dat niet want die hadden reeds zeer oude Spaans-Portugese achternamen. zoals Mendes Da Costa, Sarphatie, Lopez Cardoso, Texeira de Mattos, Pereira, Coutinho, Da Pinta, Castro, De Pinto, Querido, Rodrigues de Miranda, Peres, Spinosa, etc.

De Asjkenazim gebruikten binnen hun eigen kring patroniemen. Zoals te verwachten kozen de Asjkenazim hun vadersnaam vaak als achternaam, vandaar namen als Davids, Salomons, Jacobs, Abraham, Benjamin, Mozes, Noach, Saul etc., etc. Nogal eens zijn deze namen verbasterd. Soms koos men als achternaam een beroepsnaam zoals Klerenkoper, Diamant, Huidenkoper, Zilversmid, Goudsmid, Boekbinder, Drukker e.d. Soms ook de plaats van herkomst of vestiging (Hamburg, van Praag, Coevorden, Kleef, Bamberg, ItaliŽ e.d.). Van de meer welvarende Asjkenazim families daarentegen waren al eerder de vaste achternamen bij de overheid bekend en zij behielden deze familienamen. In sommige Oostenrijkse gebieden was het gebruik van een vaste verduitste achternaam laat in de 18de eeuw gangbaar. Bij migratie behielden deze hun oorspronkelijke naam, Veel joden hebben daarom Duits klinkende achternamen zoals Weiss, Weisman, Stern, Zack, Schwartz, Gross, Rosenthal. Namen met Poolse en Russische herkomst ziet men ook regelmatig in de joodse bevolkingsgroep: zoals Polak. Lipschitz, Moskowitz. Uiteraard zijn er ook namen met Hebreeuwse (Chazan, Parnas, Kattan) of jiddische achtergrond.

Enkele namen hebben voor joden een bijzondere betekenis en dat zijn de namen Cohen, Levi en Yisraeel.

De familienaam Cohen wordt gegeven aan alle mannelijke afstammelingen van Ašron die in Bijbelse tijden de eerste hogepriester was. Deze groep behoorde dan ook volgens de joodse traditie tot de priesterklasse. de officiŽle schrijfwijze is KoHeiN (KHN) dat voor priester of staatsdienaar staat. Kohein Gadol is hoge priester. Deze naam wordt in veel landen onder talloze variaties geschreven zoals Kohn, Cohn, Kahn Cahn, Kohen, Catz, Kohenius en Katz. De naamdragers Cohen hebben voorrang in de synagogendienst. Zij zijn aan bepaalde extra regels onderworpen en hun huwelijkskeuze wordt daarmee beperkt. Het aardige is dat veel naamdragers Cohen overeenkomstige DNA-profielen hebben.

Joden met de naam Levi stammen af van de stam Levi. Ze worden ook Levieten genoemd en hadden functies in de tempel. In veel synagogen zijn de naamdragers Levi betrokken bij de eredienst. Verbasteringen van de naam Levi zijn zeer talrijk zoals Levin, Levine, Levitt, Lever, etc. Personen met de namen Cohen en Levi worden met extra respect behandeld. Op graven hebben de Cohens vaak opgeheven handen als eresymbool en de Levi's een schenkkan.

De familienaam IsraŽl is een alternatieve naam voor de gewone Joden die geen Cohen of Levi heten. Het aantal variaties op deze naam is zeer groot: Israeli, Yisrael, Disraeli Yisroel, Yisraeel.

Aan de achternamen kan men dus inschatten tot welke joodse groep iemand behoorde en vaak ook wanneer men naar de akte van naam-aanneming zou kunnen zoeken. Bedenk echter dat heel wat Joden standaard Nederlandse namen hebben zoals Heimans, de Leeuw, Gans, Mok, Knoop, Engelsman, de Hond, de Vries e.d. Bedenk verder dat een naam in het Duits typisch Joods kan zijn maar in Nederland niet onmiddellijk (Koten). Het is dus zaak niet te snel conclusies te trekken.

Als regel kan men stellen dat de joden geboren genealogen zijn en zo veel als mogelijk hun families hebben gedocumenteerd. Inmiddels zijn er diverse databestanden op internet te vinden. Een bekende site hiervoor is nljewgen.org van de Nederlandse kring voor Joodse genealogie. Deze kring geeft ook het eerder genoemde tijdschrift Misjpoge uit. Ik wijs U ook op de site dutchjewry.org. Een prachtige site. Yahoo heeft een doelgroepen site voor joodse genealogie groups.yahoo.com/group/joodse_genealogie_groep/

Daarnaast kan men natuurlijk de gebruikelijke databestanden en tijdschriften van meer algemene aard doorzoeken. Het Centraal Bureau voor Genealogie cbg.nl heeft ook nogal wat Joodse gegevens. Het Amsterdamse stadsarchief beschikt eveneens over veel Joodse gegevens en hetzelfde geldt voor Rotterdam.

Een belangrijke site is natuurlijk jewishgen.org die gegevens over de hele wereld bevat. Omdat in de VS door Joden veel aan genealogie gedaan is dit een veel bezochte site. Hetzelfde geldt ook voor IsraŽl, waar een genealogisch centrum van het museum voor de diaspora (Beet Hatefutsot) te Tel-Aviv, gegevens over joodse families verzamelt. Voor de Nederlandse onderzoekers heeft men echter geen oog voor de meer specifieke Nederlandse aspecten, mogelijk omdat de Nederlandse niche momenteel erg klein is in vergelijking met de totale omvang van het bestand. Vandaar dat de vereniging Akevoth (betekent: spoor) dutchjewry.org zich in het bijzonder is gaan richten op de Nederlands-Joodse genealogie. Tenslotte een laatste belangrijke mededeling. Binnen de NGV is er momenteel een werkgroep die probeert de contacten met joodse genealogen te intensiveren. Er is momenteel een samenwerkings-verband in wording van NGV en Akevoth. De reden waarom wij deze serie joodse genealogie hebben opgevat is om belangstelling hiervoor te wekken, maar ook om gewicht te geven aan de samenwerking van de NGV met Akevoth die nu wordt opgestart. In volgende bijdragen zullen we de Joodse kalender, de feestdagen en sommige joodse tradities bij geboorte, huwelijk en overlijden uiteenzetten.

Dankwoord:
Voor een groot deel ontleende ik deze gegevens aan de voortreffelijke inleiding Joods Genealogisch onderzoek samengesteld door: R Bobbe, J Sandberg, U Link, M Mossel, B Noach. Ik kreeg de toestemming hieruit te citeren, waarvoor ik hen dan ook dank zeg.
Aanvullende literatuur
R.Gradwohl: Joodse Bronnen
IB Creveld: Cursus Materiaal
R de Leeuw-van Wenen: Matsewa

Opmerking

1. Dit woord komt in een van de kleine profeten van de bijbel voor: obadja: het zou dan betekenen: klein Azie


Aantal malen gelezen: 12412
Uw reactie wordt alleen via e-mail verstuurd
Uw reactie wordt via e-mail verstuurd en op de website geplaatst.
Als u wilt reageren, dan wel eerst inloggen!

Aantal reacties: 0 (reacties alleen via e-mail worden meegeteld)