Nederlandse Genealogische Vereniging
Wie op zoek gaat naar voorouders kan best wat hulp gebruiken...
Van de NGV bijvoorbeeld!

Evenementenkalender van de NGV

Bladeren door de evenementen: Titels / Intro's / Volledig
(Inter-)Nationaal - Alle evenementen - Archief NGV/Zoeken

 

Wo 12 apr 2017 - Afdelingsledenvergadering en lezing over VOC door Ton van Velzen

Een evenement voor Gooiland en van lokale betekenis.
Plaats: Witte Kerk, Kon Wilhelminalaan 15 1411EL NAARDEN
Organisator: NGV Afd. Gooiland
Spreker: drs A.J.M. (Ton) van Velzen


Programma:

De Bijeenkomst start met de Voorjaars-AfdelingsLedenVergadering.
Daarna houdt Ton van Velzen een lezing over: 'De scheepssoldijboeken van de VOC'
De scheepssoldijboeken zijn het hart van de personeelsadministratie van de VOC. Allen die in dienst van de VOC per schip naar Oost-Indi vertrokken, hadden een rekening in het soldijboek van het VOC-schip waarmee ze vertrokken. Bij repatriring, overlijden, desertie of anderszins werd de rekening gesloten en een eventueel batig saldo aan de opvarende zeeman, ambachtsman of soldaat of zijn rechthebbende uitbetaald. Maakte de opvarende nog een reis naar Azi, dan kreeg hij een nieuwe rekening in het soldijboek van het schip waarmee hij nu uitvoer.
De scheepssoldijboeken uit de 18de eeuw zijn nagenoeg volledig bewaard gebleven, uit de 17de eeuw een kleine 200. In totaal zijn er ruim 770.000 rekeningen; omdat een aantal meerdere reizen maakten, is het aantal personen minder.
Een aantal gegevens uit de scheepssoldijboeken zijn gedigitaliseerd en op het internet beschikbaar: link
In mijn presentatie leg ik uit hoe de VOC georganiseerd was, iets over het bedrijf en daarna hoe de personeelsadministratie in elkaar stak. Ook welke informatie u in de personeelsrekening kunt vinden. Sommige rekeningen zijn heel kort, zeker als de opvarende kort na vertrek overleed zonder nalatenschap. Andere zijn heel uitvoerig, zowel over de plaatsen waar iemand tijdens zijn reis is geweest, als ook met uitgebreide informatie over erfgenamen bij overlijden. Met deze gegevens is het makkelijker aansluiting te vinden bij gegevens uit de doop-, trouw- en begrafenisregisters.


Verslag

De scheepssoldijboeken van de VOC
In deze lezing werd kort ingegaan op de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), vervolgens op het personeel en tot slot werd uitvoerig de personeelsadministratie, de scheepssoldijboeken besproken.
De VOC werd in 1602 opgericht en kreeg in de Republiek het monopolie van handel in het octrooigebied, ruwweg tussen Kaap de Goede Hoop en Japan. Bovendien mocht de VOC daar opereren als een staat, d.w.z. verdragen sluiten, oorlog voeren en haar bezittingen besturen.
In Nederland was de VOC decentraal georganiseerd: zes zelfstandige kamers Amsterdam, Zeeland, Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen die samenwerkten in het college van de Heren 17.
In Azi was de VOC centraal georganiseerd, de bestuurszetel was in Batavia - nu Jakarta met aan het hoofd de Gouverneur-generaal en Raden. Alle vestigingen in het octrooigebied werden bestuurd vanuit Batavia, waar ook de kolossale administratie was gehuisvest.
De VOC op en over zee bestond eigenlijk uit twee bedrijven; In Azi moesten allerlei goederen worden verworven die in de Republiek vaak met grote winsten werden verkocht. Daarnaast een transportbedrijf met twee poten; vervoer van en naar Azi vanuit de VOC-steden en vervoer tussen de vele vestigingen in Azi onderling. In Azi te land en ter zee werd ook veel personeel lokaal geworven.
Gedurende de twee eeuwen van haar bestaan zond de VOC ongeveer 1 miljoen opvarenden naar de Oost, ca. 320.000 van 1602 1700 en 655.000 van 1700-1795. Omdat een aantal meerdere keren gingen is het aantal personen minder.
Opvarenden kunnen worden onderverdeeld in zeelui, soldaten en ambachtslieden. Deze lieden werden betaald gedurende hun reis naar en verblijf in Azi. Ook waren er passagiers aan boord, vaak lieden met een hoge positie bij de VOC of hun familieleden, maar dezen werden niet geadministreerd in de personeelsboekhouding.

Het hart van de administratie vormen de scheepssoldijboeken. Hiervan zijn er zon 3000 bewaard gebleven; 192 van de 17de eeuw en 2800 uit de 18de eeuw. Voor de 18de eeuw is dat bijna 95% van de personeelsboekhouding.
Iedere opvarende kreeg een eigen personeelsrekening die werd ingeschreven in het scheepssoldij-boek van het schip waarmee men vanuit de Republiek naar de Oost voer. De rekening werd geopend op de dag dat het schip zee koos en gesloten wanneer men weer terugkwam in de Nederlanden, overleed, vermist werd of anderszins. Wanneer men na terugkomst wederom in dienst van (een kamer van) de VOC, werd in het schip waarmee men dan vertrok, een nieuwe rekening geopend. Vooral schippers en stuurlieden maakten meerdere reizen, maar matrozen en bosschieters ook.
De personeelsrekeningen werden genoteerd in het scheepssoldijboek; de rekening werd onderverdeeld in trajecten. Wanneer men in Batavia aankwam (of aan de Kaap van boord ging), werd dit afgesloten, de rekening opgemaakt door uitgaven en inkomsten (gage) te salderen en zo het tekort ( te kwaad / quaet) of tegoed te berekenen. De opvarende kreeg een afschrift van deze rekening dat hij bij de uiteindelijke uitbetaling moest laten zien. Maakte een zeeman vervolgens een reis naar Perzi op en neer, dan werd daarvan ook weer een rekening gemaakt in een ander soldijboek, de zeeman kreeg een afschrift en het saldo, tegoed of te kwaad, werd doorgegeven aan het soldijkantoor in Batavia die dat jaarlijks overzond naar de Republiek. Bleef een opvarende langere tijd op een vestiging, dan werd daar jaarlijks, meestal 30 juni, genoteerd wie er op dat moment aanwezig was, de rekening opgemaakt, het saldo naar Batavia opgestuurd en weer doorgezonden naar patria.
Terug naar de soldijboeken van de uitreis van de Republiek naar de Oost. Deze werden in tweevoud opgemaakt, nagekeken in het soldijkantoor in Batavia. En exemplaar bleef daar, n werd teruggestuurd naar de kamer die het schip had uitgezonden en waarbij de opvarenden in dienst waren. In beide exemplaren werden de jaarlijkse saldi bijgeschreven.
Dit systeem werkte voortreffelijk en er worden in de rekeningen weinig fouten aangetroffen. Dat is opmerkelijk als men bedenkt dat een schip er 7 8 maanden over deed om de reis naar Batavia te maken. Stuurde men van hieruit een brief, dan kon men wel anderhalf jaar op een antwoord wachten.
De personeelsrekening bestond uit een debet (links) en credit (rechts) zijde. Links de uitgaven zoals de 2 maanden gage op de hand, de scheepskist, eventuele kleding en soms ook kosten voor goederen die men uit de boedel van overleden opvarenden had gekocht. Vaak staat er bij de uitgaven ook de post schuldbrief, waarover later meer. Aan de rechterzijde werd vermeld hoeveel maanden en dagen men in dienst was tegen welk maandloon en de uitkomst van deze som. Inkomsten en uitgaven werden gesaldeerd.
Twee posten vragen om een aparte toelichting. Aan de debetzijde werd vermeld of de opvarende een maandbrief had ondertekend. Een maandbrief stond op naam van of de echtgenote, kinderen of ouders. Met deze maandbrief konden deze hier per jaar maximaal drie maandlonen innen, als er voldoende saldo was. Bedenk wel dat het soldijboek eerst terug moest zijn uit Azi, gecontroleerd en wel; dat kon wel 16 of meer maanden duren. Maandbrieven waren niet permanent overdraagbaar; men moest deze zelf innen of per keer iemand machtigen. Bij een positief saldo werd eerst de maandbrief uitbetaald. Had de opvarende geen maandbrief geschreven, maar was hij wel getrouwd of waren er kinderen, dan kon achteraf hier alsnog een maandbrief worden opgemaakt na overlegging van bewijsstukken.
De schuldbrief was een ondertekende schuldbekentenis voor een bedrag van vaak 150 of meer. De maximale bedragen werden gekoppeld aan de hoogte van het maandloon. Ook de schuldbrief kon hier te lande worden ingelost voordat de opvarende terug was of anderszins zijn dienst had beindigd. Ook de schuldbrief werd meestal in delen uitbetaald uit het tegoed van de opvarende, maar pas nadat eerst de maandbrief was uitbetaald. Bij het ondertekenen van een schuldbrief kreeg de opvarende maar een deel van het bedrag waarvoor hij tekende, omdat de houder van de schuldbrief het risico liep dat de opvarende overleed, voordat de schuld ingelost was. Naar verhouding kregen soldaten en matrozen met lage rang het minst. Schuldbrieven werden vaak gebruikt door lieden uit de landprovincies of verder weg in Europa om hun logies en uitrusting te betalen. Zeelui met hoge rang en inwoners van VOC-steden gaven vaak een schuldbrief aan hun echtgenoten, zo konden hogere bedragen gend worden.
Als een opvarende op of over zee stierf en er was een nalatenschap, dan konden de rechthebbenden deze ophalen. Het was een haalschuld, de VOC ging niet actief op zoek naar de erfgenamen. Bij de uitbetaling moesten de rechthebbenden vaak tekenen voor ontvangst, vaak werd de familierelatie vermeld.

Alleen de auteur of een gebruiker met usertype afdelingssecretaris of hoger kan een verslag toevoegen/aanpassen


Geplaatst door Dhr. R.J.M. Tausk op 28 sep 2016 tijd: 12.50 - Laatste aanpassing door: Dhr. R.J.M. Tausk op: 02 mrt 2017 tijd: 14.27
Aantal malen gelezen: 337

 

Zoek in de NGV site
(m.u.v. Bronnen)











RSS Agenda
RSS Nieuws
RSS Prikbord
RSS Publicaties
RSS Cursussen

Onze partners:




| © Nederlandse Genealogische Vereniging | Privacy Policy | Disclaimer | Website overzicht |