Nederlandse Genealogische Vereniging
Wie op zoek gaat naar voorouders kan best wat hulp gebruiken...
Van de NGV bijvoorbeeld!

Evenementenkalender van de NGV

Bladeren door de evenementen: Titels / Intro's / Volledig
(Inter-)Nationaal - Alle evenementen - Archief NGV/Zoeken

 

Za 11 jan 2014 - De bedelaarskolonie Ommerschans

Een evenement voor Twente en van lokale betekenis.
Plaats: Grotestraat 207 BORNE
Organisator: NGV afdeling Twente
Spreker: Wil Schackmann


Programma:

Er zijn aan het begin van de negentiende eeuw in ons land ‘luilevende armen’ die in plaats van te werken liever hun hand ophouden. Men noemt ze 'ene grief voor onze natuur, luije buiken, onbeschaamde deugnieten, zedelooze voorwerpen'. In het in 1822 opgerichte bedelaarsgesticht de Ommerschans zullen die eens hard worden aangepakt en heropgevoed. Uit alle windstreken, van Hoorn tot Veere, en van Brussel tot Groningen, worden de bedelaars naar dit nieuwe instituut 'opgezonden'.

Wil Schackmann schreef het boek De bedelaarskolonie. met als ondertitel De Ommerschans, het eerste landelijk gesticht voor luilevende armen. Dankzij zijn kennis van het archief kan hij niet alleen de dagelijkse gang van zaken in het gesticht beschrijven, maar weet hij ook veel van de bewoners op de voet te volgen. Met veel liefde voor het onderwerp en de mensen die er een rol in spelen, en met oog voor vermakelijke details. En met opmerkelijke conclusies. Want zijn het wel allemaal bedelaars die er terecht komen?

Heel veel mensen die familie-ondezoek doen komen vroeg of laat de naam Ommerschans tegen. Meestal betreft het een aangifte van overlijden. Had dat familelid zich dan schuldig gemaakt aan bedelarij? Of kon je in die tijd – toen het sociale vangnet nog niet was uitgevonden – ook volkomen onschuldig in het bedelaarsgesticht terechkomen?

Ook familie-onderzoekers die de naam Veenhuizen tegenkomen hebben met de Ommerschans te maken. Tot ongeveer 1870 ging elke bedelaar namelijk eerst naar de Ommerschans. Daar vond de 'intake' plaats en daarvandaan trokken een paar keer per maand groepen naar de bedelaargestichten in Veenhuizen.

Wil Schackmann vertelt, met veel persoonlijke verhalen van bewoners, over het bedelaarsgesticht op de Ommerschans
Publicaties o.a.:

Wil Schackmann, De bedelaarskolonie: de Ommerschans, het eerste landelijk gesticht voor luilevende armen, Amsterdam:Van Gennep, 2013
Wil Schackmann, De proefkolonie, Amsterdam:Mouria, 2008

Verslag

Op zaterdag 11 januari hield Wil Schackmann een lezing over de bedelaarskolonie. In het begin van de 19e eeuw, zo vertelt hij, heerste er in Nederland een grote armoede. In 1818 is leeft ongeveer 10% van de bevolking onder de armoedegrens. Dit werd mede veroorzaakt doordat in de voorgaande jaren de oogsten mislukten. Deze ellendige situatie bracht voor de (gegoede) burgerij veel overlast en criminaliteit mee. Men besloot dat er iets moest gaan gebeuren. Er werd daartoe een commisie van weldadigheid opgericht om iets aan deze armoede te gaan doen. Gen.Maj van de Bosch is een van de initiatiefnemers. Hij is een echte doener. Om aan geld te komen start de commissie een inzameling. Aan de inwoners in Nederland wordt gevraagd om wekelijks een stuiver af te dragen aan de commissie. Met de aldus verkregen opbrengsten zal er een zgn. proefkoloniegesticht en zullen de daarvoor de gronden worden aangekocht. Het initiatief wordt in 1818 breed ondersteunt. In dat jaar zijn er al ruim 22000 inschrijvers die een geldelijke bijdrage leveren.
Besloten wordt om een proefkolonie te stichten op een landgoed in de buurt van Vledder. De benodigde gronden worden aangekocht en heidegronden worden ontgonnen en begint met het bouwen van stenen kleine boerderijen. De proefkolonie krijgt de naam Frederiksoord, genoemd naar Prins Frederik.
Weldra komen de eerste gezinnen. Deze krijgen bij aankomst een soort uniform, om hun op die wijze te kunnen onderscheid van de niet-bewoners. Door de kleding zien ze er niet alleen verzorgd uit, maar wordt desertie ook bemoeilijkt.
Al snel na de start constateert van de Bosch dat de opzet geslaagd was en dat er nieuwe kolonies gesticht moesten worden.
Wel bleven de bedelaars maatschappelijk gezien nog steeds een probleem. Opvang in de proefkolonie paste niet in het beleid. Bedelaars werden in de samenleving als zeer negatief ervaren en ondanks het feit dat bedelen was verboden was er voor hun maar weinig opvang. Daarom ging van de Bosch de zorg uitbreiden. Maar omdat de bedelaars niet in de bestaande kolonies konden worden opgevangen werden er nieuwe zgn. “onvrije” kolonies gesticht. In 1819 schenkt de koning de verlaten vesting Ommerschans aan de maatschappij.
Naast de opvang voor de bedelaars wordt de Ommerschans ook het correctie instituut voor de mensen uit de vrije kolonies. Lastige personen worden in de strafkolonie geplaatst, afgescheiden van de bedelaars.
In 1822 worden overal uit Nederland de opgepakte bedelaars overgebracht naar de Ommerschans.
Illustratief is het verslag van de tocht van de bedelaars vanuit Groningen naar de Ommerschans.
Eenmaal aangekomen in de Ommerschans werden de bedelaars geacht voor hun levensonderhoud te werken. Van elke werkzaamheid een loon vastgesteld, dat dagelijks in de vorm van eigen tinnen munten wordt uitbetaald. Van dit loon moesten de bedelaars het grootste deel afstaan voor kostgeld en een deel aan de maatschappij. Verdiende men te weinig dan kreeg men een probleem. De ontstane schuld moest worden terug verdiend. Bovendien werd in die periode de toch al niet al te overvloedige maaltijd gehalveerd. Verdiende men meer dan het minimum dan kon dit worden gebruikt om extra voedsel te kopen. Door extra werk kon de bedelaar “sparen”. Bezat men fl 25,-- dan kon men vrijkomen. Doordat er echter maar weinig werkgelegenheid was in Nederland vervielen de vrijgekomenen als snel weer tot het bedelen en keerden ze veelal weer terug.
De Ommerschans was er in principe voor gezonde bedelaars. Gebrekkigen werden er niet geplaatst. Arbeidsongeschikten werden uitgeplaatst c.q. verwijderd. Desondanks bleken vele inwoners ziekelijk of gebrekkig. Dit kwam mede doordat bij de transporten ongeschikte personen werden meegesmokkeld. Ondanks het feit dat in juni 1823 verschillende personen werden terestuurd naar het plaats van afkomst, werd het probleem niet opgelost. Na een bezoek aan de kolonie door van de Bosch werd besloten om een nieuw grote ziekenzaal te bouwen.
Het sterftecijfer in de Ommerschans was hoog. Dit was deels te wijten aan de toestand waarin de mensen bij hun aankomst verkeerden. Na 5 jaar gaat men overstag en wordt besloten dat men ook personen zal opnemen die verpleging nodig hebben en zal men ook arbeidsongeschikten toelaten. Daardoor wordt de Ommerschans het afvalbakje van de samenleving. Feitelijk wordt de Ommerschans dan een verpleeginrichting. Hoewel heropvoeden, scholen en bekwamen nog steeds de doelstelling was, bleek dat de meeste bewoners daarvoor niet in aanmerking kwamen.
Geleidelijk aan komt daardoor de maatschappij in geldnood en langzamerhand wordt de Ommerschans overgedragen aan de regering. In 1859 trekt de maatschappij zich in zijn geheel terug uit de Ommerschans en wordt de opvang een overheidstaak.
Het verhaal van Schackmann belicht een bijzonder aspect van de sociale geschiedenis van Nederland. Hij doet dit op een boeiende wijze en weet goed te aandacht van zijn luisteraars vast te houden. Zijn verhaal doorspekt hij op humvolle wijze met de nodige opmerkingen en anekdotes. Al met al een interessante middag waar de aanwezigen van hebben genoten

Alleen de auteur of een gebruiker met usertype afdelingssecretaris of hoger kan een verslag toevoegen/aanpassen


Geplaatst door Dhr. B.J.M. Nijkamp op 14 nov 2013 tijd: 10.16 - Laatste aanpassing door: Dhr. B.J.M. Nijkamp op: 09 dec 2013 tijd: 08.42
Aantal malen gelezen: 3552

 


| © Nederlandse Genealogische Vereniging | Privacy Policy | Disclaimer | Website overzicht |